Founders – ‘Wij piekeren er niet over om te stoppen’

Heeft de sociale advocatuur nog toekomst? Ja, zeggen Sanne van ­Andel en Tineke Klijnstra, beiden werkzaam bij Westhoff Advocaten, dat is gespecialiseerd in het sociale zekerheidsrecht en historische banden heeft met de Rechtswinkel Amsterdam. Het kantoor staat nog immer op de bres voor de belangen van de gewone man (en vrouw).

Tekst: Soeradj Ramsanjhal en Victor van Campen

In het centrum van Amsterdam, om de hoek van Patisserie Holtkamp, ligt het kantoor van Westhoff Advocaten. Het kantoor heeft diepe wortels in het oplossen van de juridische problemen van de gewone man. Die wortels gaan terug tot de oprichting van de Rechtswinkel Amsterdam in de jaren ‘70. Klijnstra: ‘In die tijd waren er nauwelijks advocaten gespecialiseerd in rechtsgebieden waar de gewone man wat aan had: sociale zekerheid, huurrecht en arbeidsrecht. Dit gebrek werd eerst opgelost door de Rechtswinkel en vervolgens met de opkomst van het Bureau Rechtshulp, de “voorloper” van het Juridisch Loket. Het was ongelofelijk druk, echt niet normaal! We zagen wel ongeveer 50 cliënten per week’.

Klijnstra vervolgt: ‘Via via kwamen de cliënten binnen, vanuit buurthuizen, via maatschappelijk werkers. Leuk om te weten is dat ook Khadija Arib, nu voorzitter van de Tweede Kamer, in die tijd betrokken was als student en tolk. Spreekuren waren gemoedelijk en er werd nauwelijks geklaagd, ook al moest men soms uren wachten. Ik heb nu nog cliënten van toen’.

V.l.n.r.: Ed van den Bogaard, Taco de Jonge, Tineke Klijnstra en Sanne van Andel.

Ook oprichter Marjet Westhoff was als adviseur verbonden aan de Rechtswinkel, waar zij zich specialiseerde in het familierecht, vreemdelingenrecht en strafrecht. De verschillen tussen toen en nu zijn groot. Klijnstra: ‘Mede door de opkomst van de Rechtswinkel en Bureau Rechtshulp werden deze rechtsgebieden serieus genomen. Als burger hoefde je je niet langer neer te leggen bij nalatige verhuurders of onterechte overheidsbeslissingen. Binnen het huurrecht is sprake geweest van een machtsverschuiving, waar verhuurders eerst versteld van stonden. Binnen het vreemdelingenrecht werden beleidscirculaires aanvankelijk niet eens gepubliceerd. Afwijzingen werden vanuit de overheid gerechtvaardigd met een beroep op het beleid, dat dus niet openbaar was. Nu zien wij juist het omgekeerde, waarin de wetgeving veel te complex is geworden. Er is in die jaren veel bereikt, zoals de huurbescherming, maar de collectieve rechtshulp is daarna verminderd en de vakbonden zijn kleiner geworden’.

Sociale zekerheid
De aard van de zaken en de houding van cliënten zijn niet per se veranderd in de loop der jaren. ‘Wij beperken ons nu tot sociale zekerheid. Daarin is niet per se veel veranderd, maar de houding van de Dienst Werk en Inkomen is veel strenger geworden en de regelgeving scherper. De houding van de overheid richting mensen is ook harder geworden, soms onevenredig hard, totdat de overheid wordt teruggefloten. Maar dat gebeurt natuurlijk alleen als mensen ook daadwerkelijk in bezwaar en eventueel beroep gaan. Cliënten zijn op hun beurt wat dwingender en veeleisender geworden, omdat zij echt in het nauw gedreven worden. Complexe problemen, schulden, verlies van werk en stress leiden tot een vicieuze cirkel. De mensen willen wel, maar komen er niet uit’, zegt Klijnstra.
Van Andel vult aan: ‘Wij moeten blijven proberen de mensen toch aan hun recht te laten komen, maar wij zijn ook maar individuen. Aan de maatschappelijke ontwikkelingen kunnen wij niet veel doen, maar het is altijd mooi wanneer wij uiteindelijk gelijk krijgen van de Centrale Raad van Beroep – de rechter laten corrigeren wat fout gaat. Zo dragen wij op onze manier bij aan de maatschappelijke ontwikkelingen’.

‘Er is maatschappelijke noodzaak
voor de sociale advocatuur’


Goedkoper werken

We vervolgen ons gesprek met een discussie over de sociale advocatuur. Wij lezen in de media regelmatig dat meer dan de helft van de advocaten in de sociale advocatuur daar binnen twee jaar mee zal stoppen. Dit geldt volgens Van Andel niet voor haar en haar collega’s. Van Andel: ‘Wij hebben geen marmeren entree. Wij hebben kosten geschrapt en hebben weinig overhead. Dat laatste is wennen, maar hierdoor kunnen wij relatief goedkoper werken. Wij piekeren er niet over om te stoppen, ook al spreken wij regelmatig kantoren om ons heen die in zwaar weer zitten.’ Van Andel vervolgt: ‘Vanaf 2004 zijn de vergoedingen niet meer geïndexeerd. Het aantal punten dat vergoed wordt is structureel te laag. Daarnaast zijn de inkomensgrenzen om recht te maken op gefinancierde rechtsbijstand laag, waardoor er in verhouding tot die groep meer betalende cliënten komen.’

Wij vragen of er in de toekomst nog plek zal zijn voor de sociale advocatuur. Van Andel: ‘Er is maatschappelijke noodzaak voor de sociale advocatuur. De maatschappij en de regelgeving zijn complex geworden terwijl de gevolgen voor burgers, zoals ontslag of het ophouden van uitkering, groot zijn. Daarom doen wij ons werk en gaan wij gewoon door. Het maakt mij ook niet uit wat voor cliënten ik heb, alles is interessant. Wij zijn dan ook niet traditioneel sociaal, wij staan ook werkgevers bij, maar het rechtsgebied is wel sociaal. Ik heb wel vier keer in mijn toga op het Binnenhof gestaan om met anderen te protesteren tegen nieuwe bezuinigingen op de rechtsbijstand. Het is frustrerend als je door de politiek wordt weggezet als mensen die maar moeilijk doen, want wij doen serieus werk in een serieus rechtsgebied’.

Marjet Westhoff is sinds vorig jaar met pensioen. Van Andel: ‘Ze is nog heel lang op kantoor geweest. Nu is zij er even niet, al zou het mij niets verbazen als zij er zo weer is, want ze komt nog vaak langs. Niet voor inhoudelijke zaken, maar voor de gezelligheid. De naam hebben we behouden. Die staat ook ergens voor, wij zijn bekend in de markt’.