Politiewoordvoerder Ellie Lust over het belang van diversiteit

Ze is een politievrouw in hart en nieren, al dertig jaar lang. Als woordvoerder van de Amsterdamse politie streeft Ellie Lust naar een goede verstandhouding tussen ­politie en advocatuur. Beginnende advocaten zouden meer stage kunnen lopen bij de politie. In dit interview spreekt zij ook over de groeiende rol van social media bij de opsporing en het belang van een gedifferentieerd opgebouwde organisatie. ‘Wij kunnen pas verbinding maken met de buitenwereld wanneer die zich in ons herkent’.

Tekst: Tessa Bakker en Annelies van Ochten

Kalm, rustig en beheerst. Misschien zelfs streng. Zo kent Nederland Ellie Lust. Met haar korte blonde haar en politie-uniform een bekend gezicht in Amsterdam. Steeds vaker is Lust op televisie te bewonderen. Niet alleen als politiewoordvoerder in programma’s als Opsporing Verzocht en Bureau 020, ze vervulde ook een glansrol in Wie is de Mol, waar ze de kandidaten (en de rest van Nederland) een lesje etherdiscipline gaf. Maar bovenal is en blijft Lust politieagente, zo bevestigt ze ons. We spreken haar op het hoofdbureau van de Amsterdamse politie aan de Elandsgracht over haar dagelijkse bezigheden en de link met de advocatuur.

Carrière    
Na het VWO bezocht Lust de Amsterdamse Politieacademie. Tijdens haar studie speelde ze op hoog niveau volleybal en bereikte – naast een plek in diverse Nederlandse topteams – zelfs het nationale team. Haar echte passie bleek echter te liggen bij de politie, waar ze dit jaar precies dertig jaar werkt. Ze startte haar carrière op straat als agent, en werkte in zes verschillende wijkteams door heel Amsterdam. Inmiddels is ze alweer tien jaar één van de woordvoerders van de Amsterdamse politie en zien we haar in deze rol regelmatig in tv-programma’s als Opsporing verzocht, Bureau 020 (AT5) en Bureau Noord-Holland (RTV Noord-Holland). Daarnaast werkt de politie Amsterdam samen met Hart van Nederland (SBS6) en worden de mogelijkheden van een eventuele samenwerking met RTL beproefd.

‘Niets is zo veranderlijk als de politie’, stelt Lust bij haar tweede verzoek om het tijdstip van onze afspraak te verzetten. Dit is inherent aan haar functie als politiewoordvoerder, geen dag is hetzelfde. Lust werkt – als zij niet op locatie is – op het Bureau Communicatie. Het Bureau bestaat uit verschillende afdelingen. ‘Op het moment dat er buiten een groot incident plaatsvindt, gaan hier de telefoons van de haak omdat zo ongeveer alle media iets willen weten over zo’n incident.’ Lust geeft een voorbeeld: ‘Stel, er wordt iemand doodgeschoten buiten, dan moeten we de eerstelijns woordvoering gaan maken. Wat is er gebeurd? Wat kunnen we daarover zeggen? Kunnen we al iets vragen aan de burger? Er kunnen getuigen zijn weggerend en die getuigen willen we natuurlijk spreken. Misschien hebben mensen iets van beeldmateriaal gemaakt met hun telefoon, dat is iets wat heel waardevol kan zijn’.

Opsporingscommunicatie
Lust maakt van die ‘noodhulp’ sinds 1 september vorig jaar geen deel meer uit. Vanaf die datum is zij samen met collega Esther Izaks volledig verantwoordelijk voor Opsporingscommunicatie, een ander proces binnen het Bureau Communicatie. ‘Dus op het moment dat die liquidatie heeft plaatsgevonden, heb je de eerstelijnswoordvoering en wordt het onderzoek opgepakt. Stel dat dit op donderdag plaatsvindt, dan moeten op dinsdag in Opsporing Verzocht de eerste vragen aan het publiek worden gesteld.’ Lust en Izaks treden in een dergelijk geval in contact met de leiders van het TGO (Team Grootschalige Opsporing) om te kijken welke informatie al met het Nederlandse publiek kan worden gedeeld. Wellicht is er al beeldmateriaal beschikbaar dat kan worden getoond. Lust: ‘Ik zeg wel eens: de eerste vragen kun je altijd direct aan de burger stellen, los van het incident. Wie heeft het incident gezien? Wie heeft gezien hoe of waar de daders naartoe zijn gevlucht? Vaak is er een vluchtauto in de brand gestoken, wie heeft daar iets van gezien? Is er misschien een voorobservatie geweest? Je kunt zo al vier of vijf vragen bedenken, die je op elke zaak kunt toepassen. Wanneer je een beroep doet op het geheugen van mensen moet je die vragen meteen stellen. Als wordt gevraagd: wie heeft er twee  maanden geleden iets gezien op de brug bij de Nassaukade, weet niemand daar meer iets van. Want we weten bijna al niet meer wat we afgelopen weekend hebben gedaan. Dat gaat heel snel’.
Alleen als er iets heel opvallends is gebeurd, iets dat mensen eigenlijk altijd wel hebben onthouden, maar nog niet hebben verteld, worden nog wel eens vragen gesteld over een incident dat langer geleden heeft plaatsgevonden. In de praktijk levert het echter weinig op.

Reconstructie
Als er iets ingrijpends plaatsvindt in Amsterdam of omstreken, treedt de politie, vaak in de persoon van Lust, gelijk met informatie naar buiten. Op deze manier toont de politie dat zij er bovenop zit. Als het onderzoek zich verder ontwikkelt, kan er altijd nog uitgebreider worden teruggekomen op de zaak, bijvoorbeeld als item bij Opsporing Verzocht, in de vorm van een ‘Reco-zaak’ (reconstructie). Voor een Reco-zaak worden vaak het slachtoffer of de nabestaanden geïnterviewd. Lust: ‘Op deze manier kunnen slachtoffers zelf ook bijdragen aan het oplossen van “hun” zaak. Want we merken dat tipgevers vaker geneigd zijn te bellen met hun informatie wanneer het delict een gezicht heeft gekregen’.

‘Het luistert heel nauw welke informatie
met het publiek kan worden gedeeld’

Er wordt dus ook bij de politie steeds meer gebruik gemaakt van diverse media. En dit werkt. Dit geldt zeker voor social media. De tendens is dat veel mensen niet meer de reguliere uitzendingen van programma’s op de televisie zien, maar dat zij deze programma’s via internet ‘terugkijken’. Daarnaast wordt uren per dag gebruik gemaakt van internet op mobiele telefoons. De politie speelt hier slim op in. Een goed voorbeeld hiervan is het item Wanted Wednesday. Iedere woensdag wordt een filmpje op Facebook geplaatst, waarin op de locatie van het incident, één van de woordvoerders het publiek over een zaak informeert. Zo’n Facebook-post krijgt vaak meer likes en views dan een uitzending van Bureau 020 op televisie. Daarom wordt er op dit moment samen met de persofficieren van het Openbaar Ministerie en AT5 nagedacht om ook de zaken van Bureau 020 eerst online te plaatsen en eventueel daarna op televisie.

Lust beslist dus – in overleg met het onderzoeksteam – welke vragen er aan de burger worden gesteld en wat er met het publiek kan worden gedeeld. Dit is best moeilijk, omdat goed opgelet moet worden of geen daderinformatie (dingen die alleen de dader en het slachtoffer weten) wordt prijsgegeven. Lust: ‘Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat als een slachtoffer vastgebonden is geweest, we deze informatie helemaal weglaten. Wanneer het slachtoffer vastgebonden is geweest met zijn eigen stropdas is dat daderinformatie en dit wordt dus niet gedeeld. Dit is anders als het slachtoffer vastgebonden de straat op is gerend, onder het bloed, want dan zijn er waarschijnlijk al ooggetuigen die dit hebben gezien. Dan wordt het wel gedeeld’.

Lust vertelt ons hoe het team voorafgaand aan een uitzending van Opsporing Verzocht te werk gaat. ‘Eerst wordt er een script gemaakt. Dit doet een scriptschrijver van de AvroTros. De zaaksofficier beoordeelt het script en geeft vervolgens zijn of haar fiat hieraan.’ Het script is voor Lust leidend, omdat het script volledig is opgebouwd en gekoppeld aan de in de uitzending getoonde beelden. Nu de uitzendingen altijd live worden uitgezonden, kan Lust niet te veel van het script afwijken, omdat anders de regie de beelden niet tijdig kan instarten.

‘Als ik bij Opsporing Verzocht sta dan zit de hele zaak in blokken in mijn hoofd. Ik heb geen autocue. Dat kan ook niet want ik ben met Anniko (Van Santen, de presentatrice red.) in gesprek. Ik bereid me er ook altijd heel goed op voor, juist omdat het heel nauw luistert welke informatie met het publiek kan worden gedeeld. Ik kies mijn woorden dan ook heel zorgvuldig. Het moet goed gaan.’

Signalement
Lust ziet weinig meerwaarde in het noemen van een standaard signalement als: een persoon tussen de 20 en 25 jaar oud, met een licht getinte huidskleur en donkere kleding. ‘Er kan wel worden gezegd dat het een licht getint iemand was, maar wat bijvoorbeeld echt opvallend was, was dat hij zijn haar in een staartje droeg. Als je 6 tot 7 dingen met kijkers deelt en je hebt 3 verdachten, dan blijven algemene kenmerken meestal niet hangen. We hebben wel eens een signalement gehad van een persoon tussen de 20-40 jaar oud en tussen de 1.70-1.90 meter lang. Dat heeft natuurlijk geen zin. Maar als hij een opvallende jas aan had, met groene vlekken op de achterkant, dan kan deze informatie wel tot een tip leiden. Al moet je daar ook weer mee oppassen, omdat de dader eenvoudig zijn jas kan weggooien als hij weet dat hij daaraan kan worden herkend. Overal moet je over nadenken.’

Uiteraard zijn wij als redactie van het ABB ook benieuwd hoe Lust de verhouding politie/advocatuur ziet. Als woordvoerder heeft Lust vrijwel geen contact met advocaten. Als er al contact is met advocaten, dan vindt dat contact plaats via het OM. In de eerste jaren van haar carrière is Lust wel regelmatig in aanraking geweest met advocaten, als deze zich aan de balie van het politiebureau waar zij werkte meldden in het kader van de piketdienst. Dus ook Lust is bekend met de frictie die soms tussen advocaten en de politie kan ontstaan en de conflicten die hieruit kunnen voortvloeien. Lust: ‘Ik denk dat het altijd goed is dat je kritisch kijkt naar elkaars functioneren. Dat is ook helemaal niet erg. Het is de taak van een advocaat om een ­cliënt zo goed mogelijk te vertegenwoordigen, wat iemand ook heeft gedaan. Je staat allebei aan de andere kant van de lijn. Het is soms echter frustrerend als het een advocaat lukt een strafvermindering te bewerkstelligen voor zijn cliënt, terwijl jij samen met een team snoeihard hebt gewerkt om iemand aan te kunnen houden. Het liefste zie je dan dat iemand de maximale straf krijgt. Maar tegelijkertijd, als je daar heel zakelijk naar kijkt, dan heeft die advocaat zijn werk gewoon goed gedaan. Ik begrijp dat er soms onbegrip is, wederzijds. Maar ieder zijn vak. Ik denk dat een advocaat prima werk heeft geleverd op het moment dat het gelukt is om zijn cliënt vrij te krijgen. Als het niet wettig en overtuigend bewezen is dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd, of als er omstandigheden zijn waardoor een zaak alsnog kantelt, dan is dat zo.’

Herstelmogelijkheden
Lust vertelt ons dat de politie uiteraard ook zaken, zeker die waarvan de uitspraak van de rechter voor de politie teleurstellend is, evalueert om hier van te leren. Er wordt gekeken naar wat men anders had kunnen doen en of er nog herstelmogelijkheden zijn voor wat er mogelijk in het onderzoekstadium niet goed gegaan is. Lust: ‘Uiteraard is dit ook de verantwoordelijkheid van de zaaksofficier. Die is immers leider van het onderzoek. En uiteraard zijn er altijd beroepsmogelijkheden na een uitspraak.’

Steeds meer advocaten weten hun weg te vinden naar de media. Lust: ‘Ik denk dat er een zakelijk belang is, want als je als advocaat met je snoet op televisie komt, word je een bekendere advocaat en kan wellicht je tarief omhoog. Dat is misschien heel zakelijk gezien, maar ik denk zeker dat dat ook meespeelt. Ik denk dat ook om die reden bekende advocaten zich pro deo aanbieden in een zaak die heel spraakmakend is of is geweest. En dat betaalt zich dan op een andere manier weer uit. Het plaatsnemen aan tafel in een praatprogramma heeft daar volgens mij ook mee te maken. En natuurlijk kan het ook in het belang van zijn of haar cliënt zijn. Of als slachtoffers zelf niet in staat zijn om hun verhaal te doen in de media, dan kan dit door een advocaat worden gedaan.’

Doet een advocaat wel eens een uitspraak in de media waardoor de politie zich genoodzaakt voelt te reageren? ‘Je kunt het als politie oneens zijn met iets wat geroepen wordt, maar een advocaat zal altijd voor zijn cliënt opkomen. En het is denk ik niet verstandig om daar als politie op te reageren. Het openbaar ministerie zou dit eventueel wel kunnen doen, omdat de zaak dan vaak al een fase verder is. De politie maakt het administratieve gedeelte van de zaak in orde en de officier van justitie gaat daarmee verder. Zo nu en dan zie je dat een advocaat voorafgaand aan een rechtszaak in de media verschijnt, om te proberen de uitkomst van de zaak te beïnvloeden, dat snappen wij natuurlijk ook wel.’

Inzicht in dossier
Lust noemt een ander voorbeeld van het delen van informatie over het handelen van de politie, het televisieprogramma Hunted. In dit programma moest een groep mensen uit handen van anderen zien te blijven. ‘De politie heeft niet aan dit programma meegewerkt en toch worden daarin zaken prijsgegeven waar wij helemaal niet gelukkig mee zijn, zoals opsporingsmethodieken. Dat willen wij natuurlijk helemaal niet delen met de buitenwereld. Maar het gebeurt soms toch dat er bepaalde informatie openbaar wordt. Een ander voorbeeld is dat een advocaat inzicht heeft in het volledige dossier. In dat dossier staan alle technische en tactische acties van de politie vermeld. Ook deze informatie wordt wel eens openbaar gemaakt. Omdat het bijvoorbeeld op de zitting wordt behandeld. Of omdat de advocaat het dossier deelt met zijn cliënt. “Dat is goed om te weten, laten we dat voortaan anders doen. En ik zal mijn maatjes dat ook even vertellen”, denkt de cliënt dan.’

Het leukste aan haar werk vindt Lust het feit dat ze nauw betrokken is bij grote spraakmakende onderzoeken. Zeker als het zaken zijn die best wat beroering hebben gebracht in de buitenwereld. Van veel grote onderzoeken kent Lust alle details. Moeite om met deze zeer vertrouwelijke informatie om te gaan, heeft zij niet. ‘Waar niet over gesproken mag worden, wordt niet over gesproken. Ik ben dan ook echt blauw, een politievrouw in hart en nieren, al dertig jaar.’ Er zijn niet veel woordvoerders met die echte executieve blauwe achtergrond. Tegenwoordig zijn het vaak communicatieprofessionals. Waar volgens Lust overigens niks mis mee is, want ook die professionals zijn kundig. Wel vindt Lust het zelf erg belangrijk dat een woordvoerder werkelijk begrijpt waar het over gaat. Zij moedigt daarom ook haar collega’s aan om – al is het om half drie ’s nachts – eens een PD (plaats delict) te bezoeken om te zien hoe een opsporingsteam te werk gaat. Zodra je het hebt gezien en meegemaakt, stelt Lust, maakt je dat een nog betere en geloofwaardigere woordvoerder.

Afdansen
Lust is nog altijd wapendragend en moet, zoals zij het zelf gekscherend noemt, ieder jaar ‘afdansen’. Er moeten theorietoetsen worden gemaakt, schiettesten worden afgelegd en ook de aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden moeten jaarlijks worden bijgehouden. Hoewel het geen vereiste is voor de huidige functie van Lust, hecht zij er veel waarde aan dit bij te houden. Ze wil ‘gewoon echt blauw blijven, echt executief. Dat is een beetje wie je wordt als je al zo lang in zo’n organisatie zit’.

Lust praat nog steeds vol enthousiasme over haar vak. Ze merkt op dat de politie wat dat betreft een bijzondere club is. Op het moment dat een collega iets overkomt, dan raakt hen dat allemaal. Lust staat even stil bij het overlijden van een agent tijdens de afgelopen nieuwjaarsviering. De uitvaart vindt plaats op de ochtend van ons interview: ‘Ik ken die jongen niet, maar het raakt heel politie Nederland. Want dat kan ons allemaal gebeuren en komt nu heel dichtbij. Als iemand een collega is, dan voelt dat soms als familie. En als iemand uit je familie iets overkomt is het extra erg. Daar blijf je vanaf!’
Roze in Blauw
Naast woordvoerder is Lust voorzitter en initiatiefneemster van Roze in Blauw. Dat netwerk bestaat uit politiemensen die tot de LHBT-gemeenschap (Lesbisch, Homo, Biseksueel en Transgender) behoren. Zij kunnen worden ingeschakeld wanneer mensen die ook tot deze gemeenschap behoren iets is overkomen: bedreigd, bespuugd, uitgescholden, in elkaar geslagen etc. Roze in Blauw is in het leven geroepen omdat de drempel om in een dergelijk geval – wanneer sprake is van een persoonlijk verhaal – naar de politie te gaan best hoog is. Door een slachtoffer de mogelijkheid te bieden zijn of haar verhaal aan een gelijkstemde te vertellen, wordt die drempel hopelijk verlaagd.
De politiemensen van Roze in Blauw begeleiden slachtoffers bij het doen van aangifte of brengen hen in contact met de wijkagent. Daarnaast kan het team ook intern worden ingezet. Als voorbeeld geeft Lust een zaak waarin een belangrijke getuige moest worden gehoord. De getuige was een homoseksuele man van wie de betrokken agenten de indruk hadden dat hij wellicht opener zou zijn wanneer er een collega bij het verhoor zou zitten die zelf ook L, H, B of T’er is. Roze in Blauw werd ingeschakeld, en de getuige bleek net wat meer op zijn gemak bij het vertellen van zijn verhaal omdat aan de overkant van de tafel iemand zat die gelijk gestemd was. Een dergelijk netwerk heeft dus een operationele meerwaarde.
Lust: ‘Het succes van het Roze in Blauw-team is niet zo goed te meten en dus ook niet wat dit in de buitenwereld doet. Binnen de politie hebben we gezien dat het aantal meldingen en aangiften, gerelateerd aan geaardheid, behoorlijk gestegen is de afgelopen jaren. We weten alleen niet of dat te maken heeft met de succesfactor van Roze in Blauw’.

‘Ik wil gewoon echt blauw blijven, echt executief.’

Lust denkt dat het concept van Roze in Blauw ook voor andere beroepsgroepen, bijvoorbeeld de advocatuur, zou kunnen werken. Zij verwijst naar het reeds ontstane ‘ripple-effect’ bij andere beroepsgroepen: Roze in Rood (brandweer), Roze in Geel (de ambulance) en Roze in Groen (militairen). ‘Eén van de kernwaarden van de politie is verbinding maken. Wij geloven dat we pas verbinding kunnen maken met de buitenwereld wanneer de buitenwereld zich herkent in die politiewereld. We hebben dus niet alleen de roze collega’s nodig, maar ook de Turkse en de Marokkaanse en de Caribische’, zegt ze. Naast Roze in Blauw als netwerk, is er bijvoorbeeld ook een Marokkaans netwerk dat elk jaar een politie-Iftar (islamitische maaltijd) organiseert. Lust: ‘We zijn de hele dag bezig om de vrede te bewaren. Je moet daarvoor contact maken met de buitenwereld en de mensen naar binnen laten kijken en verbinding maken. Op het moment dat het dan misgaat in bijvoorbeeld Amsterdam-West met Marokkaanse jongeren, dan kunnen wij onze Marokkaanse collega’s als breekijzer inzetten en zijn de netwerkcontacten al gelegd. Want de vrede bewaren doen we met elkaar’.

Beetje extra
Lust benadrukt dat het inzetten van de speciale teams nooit een motie van wantrouwen is naar de heteroseksuele, blanke collega, maar het is net dat beetje extra. ‘Bij het vliegtuigongeval waarbij een vliegtuig van Turkish Airlines naast de baan terecht kwam bij Schiphol, konden wij Turkse collega’s inzetten om de slachtoffers op te vangen. Als er wat commotie is in Buitenveldert met Joodse objecten, hebben wij onze Joodse collega’s die we daarbij kunnen inzetten. Bij het Kwaku-festival, de slavernijherdenking, zijn daar de Caraïbische collega’s die kunnen helpen en begeleiden. Want het praat gewoon net wat makkelijker.’

‘Als je als advocaat met je snoet op tv
komt, kan wellicht je tarief omhoog’

Ook is er een team van collega’s met een beperking, die zich het ‘zesde zintuig’ noemen, en daarnaast bestaan een vrouwennetwerk, een christennetwerk en een 50-plus netwerk. Dit is overigens niet landelijk zo geregeld, dit is alleen in Amsterdam op deze manier georganiseerd. Al die netwerken bestaan al jarenlang. ‘Het is de couleur locale,’ stelt Lust. In Friesland is minder behoefte aan een Marokkaans netwerk dan in Amsterdam. We leven hier met ruim 180 nationaliteiten, we wonen onder, boven en naast elkaar. Dat moet wel goed blijven stromen’. Toch lijken inmiddels ook de nationale politie en andere politie-eenheden in te zien dat een poule van speciale teams zo gek nog niet is.’

Stagebureau
Ter afsluiting van ons gesprek geeft Lust nog een tip mee voor de advocatuur: ‘Wederzijds begrip is van wezenlijk belang. Het is meer dan leerzaam om als toekomstig of beginnend advocaat stage te lopen bij de politie. Zo krijg je als beginnend advocaat wat meer gevoel en misschien ook begrip voor de politie’. Lust noemt het voorbeeld van een rechter in opleiding, die er voor koos haar laatste stage mee te lopen met een TGO-team. Voor dergelijke initiatieven is volgens Lust ook voor de advocatuur zeker ruimte, er is een apart stagebureau binnen de politie Amsterdam waar iedereen die interesse heeft zich kan aanmelden. ‘Politiemensen houden enorm veel van hun werk, die willen daar graag over vertellen en laten zien wat hun dagelijkse werkzaamheden inhouden. Iedereen is welkom. Daarnaast adviseer ik agenten in opleiding altijd om een aantal zittingen bij te wonen, zodat zij kunnen ervaren waar een advocaat op let en wat hij gebruikt voor zijn zaak’.


Agenten en advocaten

In Nederland is er het nationale politiekorps dat bestaat uit een Landelijke Eenheid, tien Regionale Eenheden en drie ondersteunende diensten in de vorm van een Politiedienstencentrum, de Politieacademie en de Staf Korpsleiding. Er zijn zo’n 6.000 politieagenten in Amsterdam. In totaal telt Nederland zo’n 60.000 politieagenten. Hiertegenover staat dat er ongeveer 17.000 advocaten in Nederland zijn, waarvan ruim 5.000 werkzaam in Amsterdam.  Nederland is advocatuurlijk verdeeld in 11 arrondissementen en 4 ressorten. De huidige slogan van de politie is: waakzaam en dienstbaar, terwijl de kernwaarden van de advocatuur onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, integriteit en vertrouwelijkheid zijn. 


Het publiek heeft wel als kritiek op Lust geuit dat ze weinig lacht, maar wat ze in de uitvoering van haar werk te vertellen heeft is ook niet om te lachen. ‘Lachen doen we wel weer ergens anders’, want ze houdt wel van een gebbetje op zijn tijd. Zo werkte Lust eind december mee aan het item Lust Ellie dit? van AT5 om 2016 af te sluiten met een glimlach. Na ons interview werd Lust in de studio bij Robert ten Brink verwacht, voor de opnames van All you Need is Love. Tijdens de opnames werd een collega van Roze in Blauw in het zonnetje gezet. Onze conclusie over Lust na het gesprek is duidelijk: Een strenge blauwe buitenkant met een groot roze hart.