De Stelling: Vluchtenlingencrisis verzwaard door verdragen?

De vluchtelingenproblematiek beheerst al tijden het nieuws en de politiek.  Zeker de inwoners van plaatsen die te maken krijgen met de komst van een asielzoekerscentrum laten hun stem steeds harder horen. Discussies over de opvang van vluchtelingen worden heftiger. Europese en internationale verplichtingen schuren soms met de door de politiek gewenste koers en leiden tot spanningen in de samenleving. Tijd om de internationale verdragen te herzien?

Tekst: Tomasz Kodrzycki en Benjamin Bijl


De stelling van deze editie luidt:

‘Internationale verplichtingen staan een effectieve aanpak van de vluchtelingencrisis in de weg. Nederland moet onderhandelen om deze aan te passen, of anders de verdragen en verordeningen waar deze verplichtingen uit voortvloeien respectievelijk opzeggen of naast zich neerleggen’.


Zo bepaalt de Dublin Verordening dat de Staat waar de vluchteling zich meldt de verantwoording heeft voor een humane opvang. Daarnaast bepaalt de Schengencode dat er open binnengrenzen zijn: binnen is binnen, zou je kunnen stellen. En het is in beginsel ook dat land van binnenkomst dat zich over een eventueel asielverzoek moet ontfermen. Een vluchteling voor wie in het land van herkomst gegronde vrees voor vervolging bestaat, mag niet worden teruggestuurd, aldus het Vluchtelingenverdrag en ook het EVRM. Met name dat laatste beginsel, dat de lidstaat van binnenkomst eindverantwoording draagt, staat nu onder druk in het licht van de grote stromen asielzoekers richting met name Noordelijk Europa. Moeten asielzoekers eerlijker worden verdeeld over Europa? En op welk moment, bij binnenkomst in de EU of pas als zij ook daadwerkelijk asiel krijgen?
Hongarije – maar ook andere EU-lidstaten – heeft in recente tijden een hek om zijn grenzen gebouwd, in een poging de instroom te verminderen. Alle asielzoekers daar zijn toch maar op ‘doorreis’ noordwaarts, lijkt de overweging. Wat moet Nederland doen? De meeste vluchtelingen komen niet als eerste aan in Nederland, maar gelet op de (perceptie van) noodzaak van solidariteit tussen de lidstaten wordt er wel een eerlijke(re) verdeling van de vluchtelingen nagestreefd. Of vinden we het juist wel prima dat de bottleneck zich in Griekenland, Italië en de Balkan bevindt?
Reflecteert het juridisch kader nog wel de werkelijkheid? Hadden de opstellers van de verdragen en EU-wetgeving wel voorzien in migratiestromen van dergelijke omvang? Kortom, wordt het niet tijd om de internationale en Europese afspraken te herdenken en herzien? Of misschien zelfs wel deels naast ons neer te leggen? Moet Nederland niet misschien ook gewoon een hek bouwen?


Wil_Eikelboom

Wil Eikelboom (Advocaat immigratierecht, Prakken d’Oliveira Advocaten te Amsterdam)

‘Dublinverordening leidt tot overbelasting’

‘De vraag, wat een “effectieve aanpak van de vluchtelingencrisis” is, is vooral een politieke. Sommigen zullen vinden dat dit betekent: “zoveel mogelijk vluchtelingen buiten ons land houden”, anderen juist “zoveel mogelijk mensen veiligheid bieden”.
Maar wat ook je uiteindelijke doelstelling is: feit is dat we gebonden zijn aan internationale afspraken die we hebben gemaakt, in Europees, bilateraal of multilateraal verband. Sommige daarvan zijn fundamenteler dan andere. De Dublinverordening leidt tot een overbelasting van de landen aan de buitengrenzen van de Unie. Het is dus niet gek dat wordt nagedacht over een ander verdeelmechanisme. Maar andere verdragen zijn fundamenteler. Het Vluchtelingenverdrag en het EVRM waarborgen rechten waaraan je niet zou moeten tornen. Ook niet in tijden van crisis. Sterker: juist in tijden van crisis bewijzen deze verdragen hun grootste nut.’


barbara_wegelin

Barbara Wegelin (Advocaat immigratierecht, Everaert Advocaten te Amsterdam)

‘Obsolete wetgeving loslaten’

‘Internationale verplichtingen zijn niet de eerste hobbel op de weg voor een effectieve aanpak van de vluchtelingencrisis. De eerste hobbel op de weg is het feit dat lidstaten weigeren om de komst en opname van vluchtelingen als een gezamenlijke Europese uitdaging te zien. Iedere lidstaat duwt vluchtelingen het liefst bij de buren door de strot. Pas als lidstaten ophouden met deze onproductieve not in my backyard-opstelling en, zoals de Europese Commissie opperde, vluchtelingen via een verdeelsleutel eerlijk verdeeld kunnen worden over alle lidstaten, met inachtneming van bevolkingsdichtheid, bruto nationaal product en aantallen al opgevangen vluchtelingen, is er de ruimte om wetgeving die dan obsoleet is (zoals de Dublin verordening) gezamenlijk los te laten.’


Egbert_Myjer

Egbert Myjer (oud-rechter EHRM)

‘Waarborgen tegen asielhoppen handhaven’

‘Internationaal hebben we de verplichting om non-nationals die voor hun lijf of leden hebben te vrezen als ze worden teruggestuurd naar hun land van herkomst, enige vorm van opvang te bieden. Zelfs als dat niet in internationale verdragen zou staan, zouden we die verplichting hebben tegenover die medemensen. Complicerende factor is dat grote aantallen asielzoekers tegenwoordig niet direct zijn komen reizen uit hun land van herkomst, maar vaak al tijden hebben verbleven in vluchtelingenkampen in andere landen waar de opvang niet beantwoordt aan minimale opvangnormen binnen de EU. Vaak zullen zij, eenmaal aangekomen binnen de EU, in redelijkheid ook niet meer kunnen terugkeren naar die vluchtelingenkampen.
De vraag of de gestelde vrees gerechtvaardigd is kan in de regel pas na een serieus en grondig onderzoek worden beantwoord.
Afspraken binnen de EU om te voorkomen dat een uitgeprocedeerde asielzoeker het allemaal nog eens in een ander EU-land gaat proberen (Dublin), zijn van groot belang. Wel dienen er voldoende waarborgen te zijn dat de onderzoeken naar en de beslissing naar aanleiding van de gestelde vrees aan kwaliteitsnormen voldoet. Ook zal, hangende de afhandeling van het asielverzoek, gezorgd moeten worden voor adequate huisvesting en verstrekking van minimum levensbehoeften (bed, bad en brood).
Met de huidige invasies van vluchtelingen binnen het grondgebied van de EU, is het niet langer doenlijk alle last (eerste opvang, onderzoek/procedure, eventueel asiel) te schuiven op de landen waar de vluchtelingen het eerste aankomen. Ook past het niet dat sommige landen van de EU nu maar alleen als transitland willen functioneren. Het is evident dat met die huidige aantallen vluchtelingen binnen de EU alleen kan worden gewerkt als sprake is van duidelijke afspraken zoals via een vorm van contingentering van de last (eerste opvang, onderzoek/procedure, eventueel asiel), waarbij ook sprake is een eerlijke verdeling tussen de EU-landen. Maar zelfs dan zal moeten gelden dat waarborgen tegen asielhoppen gehandhaafd blijven. Dat alles laat onverlet dat toegelaten asielzoekers hun recht om in een EU-land te blijven kunnen verliezen als de initiële vrees niet langer bestaat.’


Sadia_Rafi

Sadhia Rafi (senior consulent asiel VluchtelingenWerk Nederland)

‘Onmenselijke behandeling dreigt’

‘De aantallen mogen in het asielrecht nooit een reden zijn om internationale instrumenten op te zeggen. Het Vluchtelingenverdrag is juist geschreven indachtig het grote aantal vluchtelingen ontstaan door de Tweede Wereldoorlog. Dit verdrag is nog steeds een solide hoeksteen voor vluchtelingenbescherming wereldwijd. Een effectieve aanpak betekent daadwerkelijke bescherming voor wie dat nodig hebben, en een eerlijke verdeling onder de landen. Van de aanvullende verplichtingen die Europese lidstaten onderling zijn aangegaan vormt alleen de Dublinverordening daarvoor een belemmering. Op deze verordening levert VluchtelingenWerk Nederland al jarenlang kritiek. Dit is niet ingegeven door de huidige situatie. Het uitgangspunt dat een asielzoeker de procedure moet doorlopen in de lidstaat waar hij voor het eerst voet aan land zet, is oneerlijk en onhoudbaar. Dat is al jaren een feit en wordt door de huidige aantallen zichtbaarder. De veelal armere lidstaten waar de meeste asielzoekers binnenkomen kunnen of willen de vereiste waarborgen niet bieden waardoor een onmenselijke behandeling dreigt. Naar Griekenland mag niemand worden overgedragen.  Voor Hongarije dreigt hetzelfde. Deze verordening moet derhalve op de schop. Nederland zou daarin de leiding moeten nemen en daarbij moeten aandringen op een betere naleving door alle lidstaten van de internationale en Europese verplichtingen.