Alle berichten van ABBbulletin

Jonge Balie

De zomer staat voor de deur en voordat we in zomerreces gaan met de Jonge Balie Amsterdam staan nog een aantal activiteiten op de agenda. Voordat wij vooruit kijken, eerst een terugblik op een hele bijzondere activiteit.

Justitia 2018 ‘Datamania’

Justitia vond plaats van woensdag 23 tot en met vrijdag 25 mei. Op het programma stonden de Van Arkel openingsborrel, met een lezing door mr. Alberdingk Thijm, in het Haarlemmermeerstation. Donderdag waren de Lexence Pleitwedstrijden op de 17e verdieping van de A’DAM-toren en vrijdag vond het seminar plaats in theater Tuschinski. Tijdens het seminar spraken verschillende gerenommeerde sprekers vanuit verschillende invalshoeken over de invloed van big data op de samenleving en de advocatuur. Als vanouds werd Justitia afgesloten met een waanzinnig feest in de grote zaal van Tuschinski. Dankzij de inzet van het bestuur van Stichting Justitia, de deelnemers aan de pleitwedstrijden, de sprekers en natuurlijk ook de deelnemers aan Justitia werd wederom een prachtig en succesvol evenement neergezet.

De blik vooruit: de maanden juni en juli

Donderdag 21 mei vindt de laatste Jonge Balie lezing van voor de zomer plaats. Spreker is prof. mr. Jaap van Slooten, arbeidsrechtadvocaat bij Stibbe en hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. De lezing zal in het teken staan van platformarbeid en de juridische aspecten daarvan. Door de recente ontwikkelingen rondom de bezorgers van UberEats, Deliveroo, Foodora, etc. is dit een zeer interessant en actueel thema. Na afloop van de lezing vindt ook de maandelijkse Jonge Balie borrel plaats. Om deze laatste lezing van het verenigingsjaar feestelijk af te sluiten, zal er speciaal-bier worden geschonken tijdens de borrel en worden er na afloop van de lezing pizza slices uitgedeeld. Dit alles op het mooie en zonnige terras van roeivereniging De Amstel.

EYBA Summer Conference Amsterdam

De Jonge Balie Amsterdam organiseert dit jaar de European Young Bar Association (EYBA) Summer Conference 2018. Dit congres vindt plaats in Amsterdam van donderdag 28 juni tot en met zondag 1 juli 2018. Het belooft een bijzondere editie te worden, omdat EYBA dit jaar 25 jaar bestaat en daarom haar lustrum viert. Onderdeel van het congres is een waanzinnig gala op 30 juni 2018 in de Koepelkerk!

De EYBA is in 1993 in het leven geroepen om jonge Europese advocaten met elkaar in contact te brengen en hun belangen op Europees niveau te behartigen. Alle leden van Jonge Balie Amsterdam zijn tevens automatisch lid van de EYBA. Het congres is een uitgelezen kans voor jonge Nederlandse advocaten om hun buitenlandse collega’s vanuit heel Europa te leren kennen, ervaringen uit te wisselen en hun (Europese) netwerk uit te breiden. Gedurende het congres zal er op vrijdag een actueel inhoudelijk programma worden verzorgd, met lezingen over nieuwe juridische ontwikkelingen, waaronder blockchain, initial coin offerings (ICO’s) en the Netherlands Commercial Court. Daarnaast belooft het uiteraard ook een heel gezellig evenement te worden, met een ontspannen aftrap op donderdagavond in een zomerse terrastuin in hartje binnenstad onder aanwezigheid van de kersverse Amsterdamse Deken en een etentje op vrijdagavond. Zaterdag staat in het teken van de stad verkennen met de buitenlandse collega’s. Na het bezoek aan het Grachtenhuis en een traditionele lunch, kunnen de deelnemers onder het genot van een drankje ontspannen door de grachten varen. Van 19:30 uur tot laat vindt het galadiner gevolgd door het gala plaats in de Koepelkerk. Voor wie geen genoegen van het congres kan krijgen, vindt er op zondag een optionele brunch plaats. Kijk voor meer informatie op de website: www.summerconference.info.

Jonge Balie Jeu de Boules-Toernooi

Op donderdag 5 juli 2018 vindt voor de tweede keer het Jeu de Boules toernooi van de Jonge Balie Amsterdam plaats. Dit prestigieuze sportevenement vindt dit jaar plaats bij MooieBoules, na de langverwachte opening van deze nieuwe toffe Jeu de Boules locatie in Amsterdam. Een primeur dus!

Eerste zomerborrel bij Waterkant

Traditiegetrouw vindt de eerste zonovergoten en zeer populaire van de twee Jonge Balie Zomerborrels plaats bij de Waterkant. Dit jaar zullen we de juridische zomer gaan inluiden bij Waterkant met haar prachtige terras bij het water met de hele avond zon op donderdag 26 juli vanaf 19:30 uur.

Ter afsluiting

Het bestuur van de Jonge Balie Amsterdam kijkt met veel plezier uit naar de aankomende maanden waar zij voor haar leden een groot en divers aantal activiteiten en evenementen zal organiseren met behulp van de haar vele commissieleden.

Door: Dirk de Waard – voorzitter van de Jonge Balie Amsterdam

De dag van Toni van Hees, partner bij Stibbe

 

Maandag 4 juni 2018

Een bijzondere dag. Vandaag een nieuwe medewerker op mijn kamer. Op 1 juni op kantoor begonnen en haar eerste introductiedag achter de rug. Ik heb vrijwel altijd een junior medewerker op mijn kamer gehad. Ik ben zelf 36 jaar geleden ook op de kamer van mijn patroon begonnen. Het heeft in mijn ogen veel voordelen. Als je voor het eerst op een advocatenkantoor komt werken is alles nieuw. Kom je dan bij een ervaren advocaat te zitten dan kun je alles afkijken. Je hoort en ziet waarmee hij bezig is en je raakt vanzelf steeds meer bij zijn zaken betrokken. Ook is het gemakkelijker vragen te stellen.

Mijn ervaring is dat voor de meeste medewerkers de vraag is wat er precies van hen wordt verwacht. De onduidelijkheid die daarover bestaat leidt tot veel onzekerheid. Ik probeer dat vanuit het einddoel uit te leggen. Het einddoel van ons kantoor is onze cliënten zo goed mogelijk van dienst te zijn. Dat vraagt om goede advocaten die bereid zijn zich maximaal voor onze cliënten in te zetten. Dat betekent dat voor ons belangrijk is dat onze medewerkers zich zo goed mogelijk ontwikkelen en dat zij ook bereid zijn die maximale inzet te leveren. En dat alles lukt alleen als zij hun werk met plezier doen. Alleen dan is de energie die hiervoor nodig is op te brengen. Zij moeten het werk leuk vinden. Daarvoor is belangrijk dat het werk een goede sociale omgeving biedt, dat ruimte bestaat en ook gestimuleerd wordt nieuwe dingen te leren, en dat iedereen het gevoel heeft met iets goeds bezig te zijn.

Wat betekent dat alles voor een nieuwe medewerker? Het betekent bijvoorbeeld dat je vooral niet moet denken dat van je wordt verwacht dat je al van alles zou moeten kunnen doen. Voor iedereen is duidelijk dat een nieuwe medewerker nog maar weinig kan en dus nog heel veel moet leren. Neem daarom de tijd om iets uit te zoeken en wees niet bang dom gevonden te worden als je iets vraagt. Werk ook veel samen met je collega’s. De werkomgeving nodigt daartoe ook uit. Wij werken in onze zaken vaak met kleine teams waarbij elk teamlid zoveel mogelijk bij alle ontwikkelingen in de zaak betrokken wordt. Daarbij blijkt steeds opnieuw dat het niet alleen plezierig is samen aan een zaak te werken, maar dat die samenwerking ook duidelijk kwaliteit aan de behandeling van de zaak toevoegt. De persoonlijke interactie, de uitwisseling van ideeën, blijkt soms tot verrassende inzichten en oplossingen te leiden.

Dit en nog meer is het eerste onderdeel van ons gesprek. Ik vertel mijn nieuwe kamergenoot ook met welke zaken ik op dit moment bezig ben. Een van die zaken is de vereffening van de nalatenschap van Willem Endstra. Endstra, ‘de bankier van de onderwereld’, is in 2004 vermoord. Zijn erfgenamen hebben daarna geprobeerd zijn nalatenschap te vereffenen. Die vereffening bleek niet eenvoudig – de boekhoudplicht bleek niet te zijn nagekomen – en leidde tot onderlinge verschillen van mening. Onderzoek van justitie en de belastingdienst gaven zicht op een groot aantal bankmutaties op een rekening bij een bank ergens in het buitenland. Kenmerkend daarbij was dat alle bijschrijvingen op die rekening contante stortingen waren, en alle afschrijvingen overboekingen naar onduidelijke (rechts)personen in verre belastingparadijzen. De belastingdienst zag de contante stortingen als inkomen en wilde de afschrijvingen alleen als kosten aanmerken als daarvoor bonnetjes konden worden getoond. Die bonnetjes waren er echter niet. Een enorme aanslag inkomstenbelasting was het gevolg. De belastingdienst werd daarmee gelijk de grootste belanghebbende bij de nalatenschap en heeft vervolgens samen met het openbaar ministerie het initiatief genomen de rechtbank te verzoeken een vereffenaar te benoemen.

De vereffening biedt een unieke inkijk in de criminele wereld met haar eigen mores. Een gevaarlijke wereld ook getuige de onnatuurlijke dood van de erflater en veel van zijn relaties. Het kostte mij dan ook wel enige moeite om het bestuur van mijn kantoor ervan te overtuigen dat ik de benoeming tot vereffenaar beslist moest aanvaarden.

Het ontbreken van administratie en het overlijden van betrokkenen die wellicht nog enige opheldering zouden hebben kunnen verschaffen, maken de afwikkeling van de nalatenschap niet eenvoudig. Daarbij komt dat er sprake is van crimineel vermogen. Elke handeling daarmee kwalificeert in beginsel als witwassen, ook handelingen van de bewindvoerder. Over de afwikkeling vindt dan ook overleg plaats met het openbaar ministerie.

Op dit moment loopt er een procedure waarin een vroegere XTC-handelaar een getuigenverhoor heeft verzocht om aan te tonen dat hij sporttassen vol met Britse ponden ter belegging aan Endstra had toevertrouwd en daarom een vordering op de nalatenschap heeft van enkele tientallen miljoenen euro’s. Ook wil hij aantonen dat Endstra betrokken was bij een aanslag op zijn leven waardoor hij ernstig letsel heeft opgelopen. De getuigen die hij wil horen zijn bekende namen binnen en buiten het criminele circuit. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. De zaak loopt nu bij het hof. Een zaak die de nieuwe medewerker vanaf nu van nabij kan volgen.

Ook andere zaken worden besproken, waaronder een zaak waarin een grote accountantsorganisatie door een tweetal Nederlandse financiële instellingen wordt aangesproken omdat een accountant van die organisatie ten onrechte een goedkeurende verklaring zou hebben afgegeven aan een bedrijf dat een jaar later in staat van faillissement werd verklaard. De desbetreffende financiële instellingen hadden geparticipeerd in het failliete bedrijf en doen nu een tot mislukken gedoemde poging om hun schade als gevolg van deze mislukte investering op de accountant te verhalen. Zoals wel vaker gebeurt wordt vermoedelijk gehoopt op een schikkingsaanbod van de accountantsorganisatie omdat een hoge claim, hoe onzinnig ook, toch altijd op zo’n organisatie drukt.

Na het gesprek met de nieuwe medewerker heb ik een teamoverleg en daarna een overleg over het voorontwerp tot verbod van het gebruik van kolen bij de opwekking van elektriciteit. Een van onze cliënten, die op verzoek van de overheid enkele jaren geleden enkele miljarden heeft geïnvesteerd in de bouw van een nieuwe kolencentrale, wordt door een dergelijk verbod ernstig getroffen. Het verhaal zoals dat wordt uitgedragen lijkt eenvoudig: wij moeten zo snel mogelijk omschakelen naar hernieuwbare energie en “dus” moeten de kolencentrales zo snel mogelijk dicht. De werkelijkheid is echter (ook in dit geval) aanmerkelijk genuanceerder. Daar ligt dan ook voor ons, als advocaten, een taak.

Om 15:00 uur reis ik naar Utrecht voor een redactievergadering. Dit soort vergaderingen lopen meestal uit de hand en duren veel langer dan de bedoeling was. De voorzitter moet echter vanavond zijn kinderen bij de avondvierdaagse begeleiden en zorgt ervoor dat de vergadering ditmaal zelfs nog voor de geplande eindtijd eindigt.

Tuchtrecht

De advocaat behoeft collega-advocaten niet te behoeden voor overtreding Gedragsregels[1]

Deze zaak gaat over het handelen van de advocaten mrs. V, A en M. Het gedrag van mr. V staat echter centraal in deze zaak. De nieuwsgierige lezer kan de beslissingen over de andere advocaten terugvinden op tuchtrecht.overheid.nl[2]. Over V is geklaagd dat er willens en wetens is meegewerkt aan het (spoiler alert) tuchtrechtelijk verwijtbare handelen van A en M.

A is advocaat van klager geweest tot begin 2017. In maart van dat jaar kreeg de klager een geschil met diens voormalig hoofd R&D, die op zijn beurt advocaat A inschakelde als advocaat. Gelet op eventuele belangverstrengeling gaf de klager hier echter geen toestemming voor en advocaat V werd verzocht het hoofd R&D van bijstand te voorzien. Bij het daarop volgende kennismakingsgesprek waren zowel het hoofd R&D als de advocaten V, A en diens kantoorgenoot M aanwezig. De band met de advocaten werd echter niet helemaal doorgesneden want er volgde een engagement letter tussen het kantoor van V en dat van A en M. Advocaat M heeft vervolgens verschillende werkzaamheden verricht voor de cliënt van V, zoals het redigeren van een conceptbrief. De klager stelt dat door deze werkwijze advocaat V het mogelijk maakt dat A en M alsnog, maar nu via V, optreden tegen de klager. V zou slechts fungeren als ‘spreekbuis’.

Hoewel A en M een waarschuwing opgelegd hebben gekregen voor hun ondoorzichtig handelen in deze zaak, stelt V dat hij als onafhankelijk advocaat optreedt voor zijn cliënt. De raad van discipline oordeelt hierover dat ook in het geval dat V wist dat A en M in strijd met de Gedragsregels handelden, dit hem niet kan worden aangerekend. Immers, advocaten hebben alleen hun eigen verantwoordelijkheid om de Gedragsregels na te leven. Omdat daarnaast niet kan worden bewezen dat V slechts als spreekbuis en daarmee niet onafhankelijk handelt, verklaart de raad de klacht ongegrond.

Door Benjamin Bijl

 

[1] Raad van discipline Amsterdam 4 juni 2018, ECLI_NL_TADRAMS_2018_122.

[2] Raad van discipline Amsterdam 4 juni 2018, zaken ECLI_NL_TADRAMS_2018_120 en ECLI_NL_TADRAMS_2018_121.

‘Ik hou van onmogelijke uitdagingen’

Don Ceder, advocaat en politicus uit overtuiging

De jonge Amsterdamse advocaat Don Ceder schreef politieke geschiedenis toen hij bij de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen voor de ChristenUnie een zetel in de wacht sleepte. Het ABB zocht de voormalige jurist van Anti-Incasso op in zijn kantoor en sprak hem over zijn drijfveren als politicus en als advocaat. ‘In elke kracht schuilt ook een valkuil’.

Tekst: Juliette Daniels en Victor van Campen

De telefoon staat roodgloeiend als Don Ceder de deur van de ontvangstruimte opendoet. Ceder deelt het pand met Charles van Dam, zijn voormalige patroon en inspirator. De bel gaat en Ceder wordt uitgebreid gefeliciteerd door een collega-politicus van partij De Blije Burgers. Of hij mee wil doen met een nieuw ambitieus initiatief: voedsel en kleding voor duizenden Amsterdammers. Na een uitgebreid relaas geeft Ceder zijn nummer. ‘Nee, ik heb hem niet ingehuurd!’, zegt hij ons lachend.

Historische zetel
Het eerste dat Ceder deed toen hij op 23 maart hoorde dat de ChristenUnie een historische zetel had bemachtigd, was een tweet online zetten: ‘Hij is binnen’. Ceder legt uit dat de partij tijdens de vorige verkiezingen in 2014 op het nippertje geen zetel had kunnen bemachtigen. ‘Het scheelde toen 162 stemmen. Nou, dat is echt niks.’ Ceder spreekt nu vol enthousiasme: ‘Ik heb al een verkennend gesprek met de burgemeester gehad’.

De komende tijd wordt een drukke periode voor Ceder. Er zijn in de Amsterdamse gemeenteraad veel partijen met uiteenlopende standpunten. De samenwerking zal op gang moeten komen. ‘Ik zou graag het goede voorbeeld geven en mijzelf constructief opstellen. Ik hoop dat de andere partijen er ook zo naar kijken. We zullen de samenwerking aangaan. Ik kan gelukkig met veel mensen goed overweg’, zegt Ceder. Hij zal zijn werk bij de gemeenteraad de komende periode combineren met de advocatuur. ‘Mijn werkzaamheden voor de gemeenteraad zijn voorlopig parttime.’

‘De plannen die ik voor Amsterdam heb de komende periode zijn het stimuleren en ondersteunen van het maatschappelijk krachtenveld. Vrijwilligers zijn onbetaalbaar. Zij dragen enorm bij aan het leefbaar maken van de stad. Meer naar elkaar omzien gaat bijvoorbeeld eenzaamheid tegen. De gemeente kan hierbij helpen door geld en andere middelen in te zetten om vrijwilligersorganisaties beter te bedienen. Het is niet de bedoeling dat de gemeente de werkzaamheden van deze organisaties overneemt, maar dat juist wordt gekeken en geluisterd naar de gemeenschappen en organisaties die al met hele mooie initiatieven bezig zijn. Amsterdammers zouden denk ik iets minder naar de gemeente moeten kijken wanneer een buurvrouw iets nodig heeft en zichzelf vaker de vraag stellen: wat kan ik doen om mijn buurvrouw te helpen?’

‘We moeten als gemeente vooral
even de tijd nemen om te luisteren’

‘Wat hebben deze organisaties nodig? In plaats van geld kan het bijvoorbeeld ook gaan om een ruimte om hun activiteiten te ontplooien. De gemeente kan daarin flexibel zijn, maar we moeten als gemeente vooral eens even de tijd nemen om te luisteren’, vertelt Ceder.

Tijdmachine
Op de vraag of hij een tijdmachine heeft om zijn drukke agenda bij te kunnen houden, geeft Ceder aan dat hij in principe al een aantal jaar een werkweek heeft van zes dagen. Hij vertelt dat het aankomt op vooruitplannen en flexibel zijn. Daarnaast is zijn adagium ‘sporten, goed eten en je moment pakken’. Ceder pakt dat moment door in het weekend in zijn hangmat te liggen en een paar uur naar het plafond te staren, de stilte op te zoeken, zo vertelt hij. Daarnaast gaat hij op zondag in Amsterdam naar de kerk, waar hij rust vindt en bezint. Ceder gelooft overigens ook heilig in de positieve werking van Chia-zaden en een glas warm water met citroen in de ochtend.

Ceder staat veelal mensen op toevoegingsbasis bij, maar ook steeds meer betalende klanten. Gevraagd naar wie hierbij zijn adviseur is, zegt Ceder: ‘Mijn patroon Charles van Dam. Van hem heb ik geleerd dat je in de advocatuur altijd op je allerscherpst moet zijn. Iedereen kan je vijand worden, ook je eigen cliënt. Daarom zijn goede afspraken altijd heel belangrijk’. Ceder legt uit dat hij van Van Dam de ruimte heeft gekregen zijn brede interesse te ontplooien. ‘Een goede patroon laat je opbloeien’.

‘Ik ben pas tevreden als ik
er alles aan heb gedaan’

In de drie jaar waarin hij nu bezig is heeft Ceder steeds meer geleerd om oplossingsgericht te werken. Ook zijn eigen cliënten hebben vaak niet altijd alles goed gedaan, dus is niet de schuldvraag maar het zoeken naar een aanvaardbare oplossing voor beide partijen vaak het uitgangspunt. ‘In het begin ging ik er meer met een gestrekt been in, en dat doe ik nog steeds bij volstrekte fouten en misstanden, maar anders stuur ik in principe niet aan op procedures. Het is voor alle partijen dan waardevoller om te bezien of een oplossing buiten de rechtbank kan worden bereikt’.

Christendom
De verworven zetel voor de ChristenUnie brengt ons op de vraag waar Ceder raakvlakken ziet tussen zijn geloof en zijn praktijk als advocaat. ‘Het christendom heeft mij meegegeven dat elk mens een persoon is van waarde: oud, jong, zwart, wit, huismoeder, bankier’, vertelt Ceder. ‘En dat werkt ook door in mijn werkwijze binnen de advocatuur, zowel de klant als de wederpartij is iemand van waarde en dient met respect en rechtvaardig behandeld te worden’.

Ceder is op dit moment werkzaam op meerdere rechtsgebieden die zijn interesse hebben: contractenrecht, familierecht, arbeidsrecht. Een algemene praktijk voeren wordt echter steeds minder gebruikelijk. Ceder gelooft in de noodzaak van specialisatie. ‘Het wordt wel lastig als je als generalist tegenover een specialist in de rechtszaal komt te staan. Daarnaast vraagt de huidige stand van de advocatuur om specialisatie. Ook de Orde stuurt erop aan. Het is overigens goed dat er toezicht is, de Orde heeft wat dat betreft een belangrijke functie. Je moet er als advocaat trouwens wel tegen kunnen dat er van alle kanten op je gelet wordt, maar als je daar tegen kunt is de advocatuur een prachtig vak’.

Rechtsstaat
We vragen hem wat hij vindt van de bezuinigingen op de gesubsidieerde rechtsbijstand. ‘De toegang tot het recht wordt afhankelijk gemaakt van een rijksbegroting, dus die is in feite per regeringsperiode weer anders. Dat vind ik geen goede zaak. Wij zijn een rechtsstaat en deze moeten we bewaken. Dan is het onlogisch om een politiek gestuurde begroting te handhaven. Tegelijkertijd bestaat er een beeld van advocaten als zakkenvullers, terwijl advocaten in de sociale advocatuur voornamelijk vanuit sociale motieven cliënten bijstaan. Het moet echter wel gewoon financieel haalbaar blijven voor de betreffende advocaat’.
Krijgt hij meer cliënten nu hij een bekende Amsterdammer is? Ceder: ‘Cliënten belden me tijdens de campagne wat vaker op als ze mij op een poster zagen, met de vraag hoe het met hun zaak staat’. De toegenomen aandacht is aldus Ceder ‘op zich prima’. Hij vervolgt: ‘Die aandacht vergt wel dat ik extra scherp moet zijn op de wijze waarop ik mijn praktijk voer’.

Voorbeeld
Op de vraag wie zijn voorbeeld is, antwoordt Ceder: ‘Dat is niet een specifiek persoon. Het zijn voornamelijk mensen die ik van dichtbij meemaak of heb meegemaakt. Dat zijn mensen die mij inspireren om een beter mens te zijn en alles uit mezelf te halen. Regina Mac-Nack bijvoorbeeld, oud-Amsterdammer van het jaar. Zij heeft al meer dan tien jaar een voedselbank in Amsterdam-Zuidoost waarmee ze honderden gezinnen per week te eten geeft’.

Wanneer is Ceder tevreden? Ceder: ‘Ik ben tevreden als ik weet dat ik er alles aan gedaan heb binnen mijn macht om iets realiseren, ongeacht het resultaat. Iedereen heeft zijn eigen capaciteit en potentie en ik vind het mooi wanneer mensen streven naar het volledig benutten van hun potentie. Als iedereen zijn volle potentie zou inzetten voor elkaar, dan geloof ik dat de wereld een nog mooiere plek zou zijn’.

‘In de advocatuur kan iedereen je
vijand worden, ook je eigen cliënt’

Onmogelijke uitdagingen
Wanneer is Ceder helemaal in zijn element? ‘Ik hou van ogenschijnlijk onmogelijke uitdagingen. Stagiaire-ondernemer zijn, lijsttrekker zijn, het uiterste uit jezelf halen. Het proces is erg interessant want je leert jezelf en ook anderen kennen. De weg ernaartoe is zo leerzaam. Ik ben niet iemand die supermoedig is, hoor. Bij een nieuwe uitdating tel ik vaak gewoon tot tien en dan doe ik het’.

Voor Ceder is het een uitdaging om de focus te blijven houden. ‘In elke kracht schuilt ook een valkuil, hierdoor kan het opzoeken van uitdagingen tot gevolg hebben dat je misschien oude taken dreigt te verwaarlozen’. Ceder is erg benaderbaar en toegankelijk, zo merken wij ook.

Anti-incasso
Een sterk gevoel voor rechtvaardigheid is iets dat Ceder kenmerkt. Hij vertelt dat hij het zich een aantal jaar geleden aantrok dat veel mensen niet wisten wat hun rechten waren bij incassogeschillen. Voordat hij de advocatuur in ging begon hij samen met anderen daarom met juristenkantoor Anti-incasso. Toentertijd gaf Ceder gratis workshops over de rechten en plichten van burgers bij een incassogeschil. Dat is iets wat hij vandaag de dag nog steeds doet. De cursus helpt bijvoorbeeld bij het leren lezen van juridische brieven.

Preventie en educatie
‘Ik vind het belangrijk om dergelijke workshops te blijven geven, want preventie en financiële educatie zijn wat mij betreft mogelijk nog belangrijker dan het beboeten van malafide incassobureaus. Kennis is wat dat betreft macht’.

‘Laat je niet helemaal meeslepen
in een geschil van een client’

Voordeel van de jeugd
Wij vragen Ceder of zijn jonge leeftijd (Ceder is 28) een voordeel of een nadeel is bij zijn werkzaamheden als advocaat en politicus. ‘Nieuwe cliënten keken mij in het begin bij kennis maken vreemd aan’, vertelt Ceder. ‘Ik snap het wel, want je moet jezelf bewijzen. Het heeft ook voordelen. Mensen praten anders met je. Ze vertrouwen je veel toe. Een jong advocaat die het wereldje van veel cliënten een beetje kent is wellicht een betere gesprekspartner dan een veel oudere advocaat, die eigenlijk in een totaal andere wereld leeft…’
Door de glazen voordeur van het kantoor ziet Ceder dat er buiten een cliënt staat te wachten. Wij vragen hem nog om een tip voor zijn Amsterdamse collega-advocaten. ‘Relax een beetje en laat je niet helemaal meeslepen in een geschil van een cliënt. Het is niet jouw conflict’.

L4L – Colombiaanse advocaat Castellanos luidt noodklok over ‘sociale genocide’

De Colombiaanse mensenrechtenadvocaat ­Rommel Durán Castellanos was enkele dagen in Nederland om krachtige steun te bepleiten voor zijn collega’s, die bloot staan aan bedreigingen en geweld. En ter voorbereiding van de internationale waarnemingsmissie ‘Caravana Internacional de Juristas’ die in augustus Colombia opnieuw zal bezoeken. Lawyers for Lawyers neemt ook deel met een afvaardiging en sprak met Durán over de penibele positie voor veel advocaten in zijn land.

Tekst Johan van Uffelen/ Lawyers for Lawyers

Rommel Durán Castellanos staat regelmatig bloot aan intimidaties en bedreigingen en werd naar eigen zeggen al twee keer arbitrair vastgezet. Hij vertelt er een soort van luchthartig over. Maar dan valt er toch een stilte…Zijn broer werd in 2016 vermoord. De advocaat blijft echter strijden voor rechtvaardigheid en respect voor de mensenrechten in Colombia. ’Nee’, zegt hij dan toch weer lachend in het interview met Lawyers for Lawyers. Hij heeft, desgevraagd, geen vriendin. Maar de ondertoon is bloedserieus. De 31-jarige advocaat kiest er bewust voor geen relatie aan te gaan. Hij is vaak langdurig en ver weg van huis, op het platteland waar veel mensen wonen voor wie hij opkomt. En nog veel belangrijker: hij zou zijn gezin niet willen confronteren met de gevaren van zijn werk. Familieleden van mensenrechten-activisten krijgen vaak te maken met represailles.

Vakantiebestemming
Colombia wordt tegenwoordig op toeristische websites weer aangeprezen als een prachtige, veilig te bereizen vakantiebestemming in Zuid-Amerika. De realiteit voor veel inwoners staat daar volgens Rommel ver vanaf. ‘Op de toeristische plekken is weinig voelbaar van de spanningen’, legt hij uit. De regering-Santos draagt volgens hem ook actief het beeld uit dat er – sinds het vredesakkoord met de FARC in 2016 – een einde is gekomen aan de burgeroorlog. Hij ziet dat totaal anders. ‘Het politieke geweld gaat onverminderd door. Voor de boeren en sociaal leiders, voor de mensen die hun nek uitsteken, is er niets veranderd. Integendeel. Wij zijn weer terug in de periode van het grote geweld. De jaren zestig, zeventig, de tijd van “la grande violencia”.

Op 11 maart waren er Congresverkiezingen. ‘Daarbij hebben de rechtse reactionairen gewonnen. Mensenrechten-activisten zoals ik en mensen in de sociale sector constateren dat er in praktijk een “sociale genocide” gaande is. Sociale leiders en mensenrechtenactivisten worden naar het leven gestaan, dus juist degenen die opkomen voor bevolkingsgroepen die hun rechten opeisen bij de staat’. Volgens Rommel Durán zijn er vorig jaar ruim tweehonderd voorvechters van mensenrechten en sociaal leiders om het leven gebracht.’En dat aantal is min of meer constant. Ieder jaar zijn er weer zoveel slachtoffers. De overheid erkent de moorden niet. Ze houden zulke cijfers verborgen, in het donker’.

Stigmatisering
Advocaten die opkomen voor de belangen van de kleine man, van politieke gevangen of die aangifte doen van mensenrechtenschendingen, lopen groot gevaar. Ze worden volgens Rommel geassocieerd met de partijen die zij verdedigen, of worden valselijk (strafrechtelijk) beschuldigd van ondermijning, corruptie of fraude. ‘Op het moment dat wij politieke gevangenen juridisch bijstaan, worden we gestigmatiseerd als terrorisme-advocaten. Omdat wij ook familieleden helpen van mensen die zonder enige vorm van proces zijn geëxecuteerd door het leger’.

Rommel Durán kan niet genoeg beklemtonen hoe belangrijk internationale aandacht is, zoals van de Caravana de Juristas. ‘Met die steun kunnen we de autoriteiten veel krachtdadiger aanspreken op onze veiligheidsrisico’s. Zij moeten ervan doordrongen zijn dat wij geen partij zijn, maar slechts juridisch strijden tegen rechteloosheid’.

Borrelpraat – ‘You just got served’

Door middel van een heuse dagvaarding werd de ABB-redactie gesommeerd tot een pingpong-duel tegen twee oud-redactieleden bij HJ Advocaten. Ellen Verkooijen en Loes van Kooten-Hendriks hakten ons finaal de pan in, maar betoonden zich wel meer dan voorbeeldige gastvrouwen bij de borrel.

Tekst: Annelies van Ochten

Licht opgewonden en enigszins angstig togen we vier vrouw sterk op wat de boeken in ging als de warmste 20 april sinds het begin van de officiële metingen richting Weesperzijde. Op een brede stoep aan de Amstel glom de tafeltennistafel ons al tegemoet. Daarnaast stond een gezellige picknicktafel met allerlei lekkernijen, van Franse kaasjes tot Turks brood met smeersels. Hier was duidelijk uitgepakt.

Na een korte rondleiding door het ruime, lichte en modern ingerichte kantoor, en met een vers gemixte gin tonic in de hand, begaven we ons naar de zonnige stoep. De opkomst was groot. Harstikke knap, als je bedenkt dat de dag voor alle werknemers van HJ Advocaten gestart was op het strand. Uiteraard vanwege de zon, maar ook vanwege secretaressedag. Want een betere manier om de dames in het zonnetje te zetten is er natuurlijk niet, aldus Ellen Verkooijen.

Tijd voor ontspanning
Dat er naast hard werken bij HJ Advocaten tijd is voor ontspanning werd ons al snel duidelijk. Niet alleen vanwege de ‘pingpong-boom’ waarmee collega’s elkaar kunnen uitdagen voor een potje tafeltennis of de wekelijkse pilates-class die op de zaak wordt gegeven, maar ook vanwege het feit dat het gehele kantoor zich heeft opgegeven voor de komende Dam-tot-Dam-loop. Sportieve lui. De moed zakte ons nog verder in de schoenen, maar er bleek geen ontkomen aan. Het duel moest worden gespeeld. Er werd ons zeker de ruimte gegeven om in te spelen. Jokers konden worden ingezet en er werd gestrooid met extra levens tijdens het ‘rondje om de tafel’ met alle aanwezigen. Zelfs de bitterballen vlogen ons om de oren.

Het mocht niet baten. De huidige redactie werd ingemaakt. Weggespeeld. We geven de gin tonics maar de schuld. En broeden op revanche. De ‘King Pong-trofee’ ging wel mee terug naar huis. Vanwege onze inzet en sportiviteit. Gelukkig hebben we de foto’s nog!

 

Founders – ‘We beoordelen elkaars werk regelmatig’

Gimbrère Advocaten

Gimbrère Advocaten begon weliswaar in Breda, maar opende via Madrid, Barcelona en ­Marbella uiteindelijk haar deuren in Amsterdam. We schuiven aan bij een van de Founders, Frank Penders, om erachter te komen wat het internationale kantoor Amsterdam te bieden heeft.

Tekst: Mayk Koria en Nick van den Hoek

De ‘echte’ Founder van Gimbrère advocaten is Tjaard Gimbrère. De eerste vestiging opende ruim 35 jaar geleden haar deuren in Breda. Voor zover we kunnen nagaan heeft de Bredase vestiging van Gimbrère Advocaten als enige kantoor in Nederland een inpandig theater, waar de advocatuur samenkomt met cultuur. In de jaren die volgden heeft Gimbrère zich ontpopt van een Brabants kantoor tot een internationaal kantoor met twee vestigingen in Nederland en drie in Spanje. De filosofie van Gimbrère gaat uit van de mens achter de persoon en in juridische kwesties worden cliënten vanuit dat perspectief bijgestaan. Pendelend tussen Nederland en Spanje wil Tjaard Gimbrère ook met zijn theater in Breda – met zestig zitplaatsen – mensen inspireren en vooral bij elkaar brengen. Met dat theater heeft hij een jongensdroom verwezenlijkt.

Op het terras bij Café Vrijdag, niet ver van de huidige vestiging van het kantoor in het Amstelgebouw, is Penders gevraagd of hij geïnteresseerd was samen met Claudie Gimbrère het Amsterdamse kantoor van Gimbrère te beginnen. Dat kantoor kwam er al snel, om de hoek bij het Amstelhotel. Bij afwezigheid van Claudie schuiven we aan bij Penders om hem te vragen wat zijn beweegredenen waren om samen met Claudie en Tjaard de uitdaging aan te gaan.

Frank Penders: ‘Ik heb het altijd wel een uitdaging gevonden om uiteindelijk partner te worden bij een kantoor. Het leek me leuk om naast het juridische aspect van het vak zelf op een vernieuwende manier te ondernemen. Een bedrijf runnen heb ik dus altijd al interessant gevonden. Dat werd bevestigd door mijn tijd als curator, waarbij ik failliete vennootschapen moest afwikkelen. Ik heb ook veel geleerd als curator, met name hoe je niet moet ondernemen. Toen ik werd benaderd door Tjaard en Claudie was ik op dat moment niet bewust bezig met idee om voor mezelf te beginnen, maar de kans om met hen te werken kon ik niet laten gaan. Tjaard is een goede advocaat en ondernemer die op een andere manier naar de advocatuur kijkt en op een creatieve manier onderneemt. Daarnaast wist ik dat ik met Claudie goed kan samenwerken, omdat we dat al jaren hadden gedaan bij ons voormalig kantoor en ze is een van de meest positieve personen die ik ooit heb ontmoet’.

Spaans recht
Ondanks dat het concrete plan van aanpak op een strand in Spanje is uitgestippeld, nemen Penders en Claudie hun werk en het runnen van een eigen kantoor bloedserieus. Penders vertelt ons dat zij nagenoeg geen klanten hebben meegenomen van het vorige kantoor en dat ze in het begin goed in het zadel zijn geholpen door de rest van Gimbrère. Zo heeft de Amsterdamse vestiging, die zich met name richt op arbeids-, ondernemings,- huur- en privacyrecht, ook de nodige ervaring met het Spaanse recht opgedaan. Via het interne netwerk komen met enige regelmaat cliënten uit Spanje. Het gaat veelal om Spaanse bedrijven die in Amsterdam en omgeving willen ondernemen.

Compacte omvang
Ondanks de steun van de rest van Gimbrère wilden Penders en Claudie zelf de broek op kunnen houden. Inmiddels staat het kantoor op eigen benen en bedient het met name Amsterdamse mkb-bedrijven. Penders: ‘Vanwege onze ervaring en de compacte omvang van het kantoor kunnen wij maatwerk leveren tegen een concurrerend tarief. Al snel lukte het ons om een goed lopende praktijk op te zetten. Dat komt mede doordat cliënten doorhadden dat wij er zin in hebben. Als je de cliënt over kan brengen dat je graag voor hen wil werken, dan gunnen ze je het vaak wel. Die aanwas van cliënten ging dus snel’.

Expansie
Penders omschrijft de werksfeer als ontspannen en gemoedelijk. Hijzelf, Claudie en Paul Zieltjens – die zich als partner ondernemingsrecht advocaat heeft gevoegd bij Gimbrère – hebben voorheen samengewerkt bij de Vos & Partners in Amsterdam. Zieltjens en Penders waren zelfs jarenlang kamergenoten. Onlangs is Paul Korver aangenomen als medewerker om hun team te versterken. De advocaten zijn in de dertig en werken graag samen. ‘We ondersteunen elkaar en beoordelen elkaars werk regelmatig. Daarnaast doen we weleens wat leuks samen, laatst kwamen we bijvoorbeeld bijeen voor een uitgebreide asperge-lunch bij mij thuis, zijn we naar Barcelona en Marbella gegaan en gaan we vaak gezellig borrelen’.

Het viertal probeert zich te onderscheiden door ‘ongelofelijk’ snel te reageren, de kwaliteit hoog te houden en het tarief scherp. Volgens Penders zijn deze drie elementen belangrijk om een cliënt tevreden te stellen. Daarnaast vinden ze het belangrijk en leuk om hun cliënten te bezoeken. ‘Persoonlijke aanpak staat bij ons hoog in het vaandel. Een bezoekje aan je cliënten om de onderneming te leren kennen doet wonderen. De cliënt waardeert het als er vanuit ons gemeende interesse wordt getoond in zijn werkzaamheden. Daarnaast is het inspirerend om een ondernemer te horen praten over zijn passie en onderneming’, aldus Penders. Volgens Penders is er mogelijkheid om uit te breiden, maar dat moet niet ten koste gaan van de kwaliteit.

Get2gethers
Mede om de naamsbekendheid van het kantoor te vergroten organiseert Gimbrère zogenoemde Get2gethers. Het kantoorverzamelgebouw waar het kantoor gevestigd is biedt daarvoor de ideale setting. Afgelopen 3 mei is er een Get2gether georganiseerd over de nieuwe privacy-verordening. Of het kantoor, net als de vestiging in Breda, een inpandig theater krijgt, laat Penders in het midden. ‘Waarschijnlijk niet, al is die creatieve manier van een kantoor runnen wel een grote inspiratiebron voor ons’.

Actualiteiten – De nieuwe realiteit van de AVG

Twee jaar nadat de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking trad, is deze op 25 mei 2018 van toepassing geworden. Genoeg voorbereidingstijd om nu compliant te zijn, zou je zeggen. Maar voor veel advocaten blijkt het vooralsnog een klok-klepelverhaal, zo bleek tijdens het drukbezochte NOvA-innovatieplatform over de verordening. Welke gevolgen heeft de AVG voor onze beroepsgroep?

Tekst: Quirine van Voorst

De AVG in een notendop
De AVG vervangt de Nederlandse Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), en de Europese privacyrichtlijn, waarvan de Wbp is afgeleid. De AVG zorgt voor verderstrekkende harmonisatie van de regels rond de bescherming van persoonsgegevens binnen de EU. Betekent dit dat de privacywetgeving binnen de EU nu compleet gelijk is? Helaas niet. Men heeft ervoor gekozen om de lidstaten op een aantal belangrijke onderwerpen ruimte te bieden om eigen regels vast te stellen. De Nederlandse Uitvoeringswet is op 15 mei 2018 door de Eerste Kamer aangenomen. Net op tijd zullen we maar zeggen.
De AVG moet worden gezien als een noodzakelijke update van de Wbp, die stamt uit 2001. Een groot deel van de verplichtingen die uit de AVG volgen, golden dus al onder de Wbp. De belangstelling voor de AVG zou dan ook zo maar eens gelegen kunnen zijn in de nieuwe sancties die staan op niet navolging. Wie niet aan de regels voldoet, riskeert hoge boetes die kunnen oplopen tot twintig miljoen euro of vier procent van de wereldwijde jaaromzet.

Het is belangrijk om scherp te hebben dat de AVG niet alles omtrent privacy regelt, maar één specifiek onderwerp behandelt: de bescherming van persoonsgegevens. De belangrijkste vraag is dan ook wat die persoonsgegevens precies zijn? Kort gezegd is dat elk stukje informatie dat, direct of indirect, tot de identificatie van een (levend!) natuurlijk persoon kan leiden. Een greep uit de voorbeelden van persoonsgegevens: naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres, foto, IP-adres en vingerafdruk. Er zijn ook zogenoemde ‘bijzondere persoonsgegevens’. Daaronder worden bijvoorbeeld verstaan persoonsgegevens die zien op godsdienst, ras, politieke voorkeur en gezondheid. U voelt het al aan: laatstgenoemde categorie persoonsgegevens moet beter beschermd worden dan de eerste. Alle handelingen die je vervolgens kunt uitvoeren met een persoonsgegeven, zijn een verwerking daarvan, bijvoorbeeld: verzamelen, structureren, opslaan, wijzigen, opvragen, verspreiden, en vernietigen.

Drie categorieën
De verplichtingen die de AVG ons oplegt kunnen – grofweg – onder drie categorieën worden geschaard:

  1. De rechten van betrokkenen dienen gewaarborgd te worden: bijvoorbeeld het recht op informatie, inzage, afschrift, wijziging, en dataportabiliteit; en het recht om vergeten te worden;
  2. Privacy by design, waaronder privacy by default: al tijdens de ontwikkeling van de diensten dient aandacht besteed te worden aan privacyverhogende maatregelen, de organisatie dient alleen die gegevens te verwerken die noodzakelijk zijn voor het doel van de verwerking; en de standaardinstellingen dienen altijd zo privacy-vriendelijk mogelijk zijn;
  3. Verantwoording: als organisatie moet je transparant zijn over hoe je aan de eerste twee verplichtingen voldoet. Je moet dit vastleggen om je te kunnen verantwoorden. ‘Nobody likes a show off’, behalve de Autoriteit Persoonsgegevens.

Om te kunnen beoordelen aan welke specifieke verplichtingen je als organisatie moet voldoen, moet duidelijk zijn welke persoonsgegevens binnen de organisatie worden verwerkt. Er moet dus eerst grondig geïnventariseerd worden. Welk type persoonsgegevens wordt verwerkt, met welk doel en is daar een geldige grondslag voor? Wie zijn de betrokkenen en wie zijn de ontvangers? Het meest simpele advies lijkt: verwijder alle persoonsgegevens die onnodig verwerkt worden binnen de organisatie en zorg ervoor dat deze ook niet meer verzameld worden. Wat je niet hebt, kun je ook niet onvoldoende beschermen!

De inventarisatie kan vervolgens gebruikt worden om (bijvoorbeeld):

  • te toetsen of de persoonsgegevens wel rechtsgeldig verwerkt worden;
  • te toetsen of de persoonsgegevens voldoende beveiligd worden;
  • het verplichte verwerkingsregister aan te leggen;
  • het privacystatement up to date te maken;
  • te bepalen met wie er zoal een verwerkersovereenkomst moet worden gesloten;
  • te bepalen of een functionaris voor de gegevensbescherming nodig is (en zo niet wie er binnen de organisatie voor gaat zorgen dat alles op rolletjes loopt);
  • te bepalen wanneer er een privacy impact assessment gedaan moet worden;
  • het verplichte datalekregister voor te bereiden; en
  • te toetsen of kan worden voldaan aan eventuele verzoeken van betrokkenen om een of meerdere van hun rechten uit te oefenen.

Concrete invulling
Bovenstaande verplichtingen gelden voor alle organisaties, groot en klein. Daarbij moet worden opgemerkt dat er meer wordt verwacht van een organisatie, naarmate de verwerkingen waarvoor deze verantwoordelijk is, meer risico’s voor betrokkenen met zich mee brengen. Verder zal er de komende tijd steeds meer duidelijk worden ten aanzien van de concrete invulling van alle verplichtingen. Om hiervan op de hoogte te blijven kan het bijvoorbeeld nuttig zijn om je te abonneren op de nieuwsbrief van de Autoriteit Persoonsgegevens en de website van de European Data Protection Board (voorheen de ‘Article 29 Working Party’) in de gaten te houden.
Zorg ervoor dat u niet die timmerman bent bij wie de deur kraakt, en ga met de AVG aan de slag!

De AVG, wat moeten we ermee?

‘De AVG, wat moeten we ermee?’, zo luidde de titel van het innovatieplatform dat de Nederlandse Orde van Advocaten op 25 april 2018 organiseerde. Ruim zeshonderd advocaten namen deel aan de bijeenkomst, die werd geleid door IT-specialist Brenno de Winter. In het panel van deskundigen zaten onder meer Gerrit-Jan Zwenne (hoogleraar Recht en de Informatiemaatschappij) en Thijs Drouen (Autoriteit Persoonsgegevens).

Na een stoomcursus AVG volgden vier stellingen. De meest opvallende was: ‘Dekentoezicht gaat vóór het toezicht van de Autoriteit Persoonsgegevens’. Het leek de NOvA en de Autoriteit Persoonsgegevens een goed idee om die middag uit te maken wie er als eerste bij een advocatenkantoor zou mogen binnenvallen als er stront aan de knikker is. Dit bleek de deelnemers echter een stap te ver te gaan. Die waren gekomen om te horen hoe advocaten de AVG aan de voorkant moesten inregelen en niet wie er aan de achterkant zou mogen komen straffen.

Er was veel vraag naar gedragsrichtlijnen en templates voor documenten die verplicht worden onder de AVG. De NOvA heeft inmiddels een aantal modellen op haar website geplaatst en er zal in de zomer een nieuw hoofdstuk over privacy verschijnen in het modelkantoorhandboek.

Een aantal tips vanuit het panel:

  1. Een goed begin is het halve werk: zorg dat de inventarisatie goed gebeurt.
  2. Outlook is niet veilig en dus is het aan te bevelen om op je website een (eenvoudig) portal te bouwen waar cliënten op kunnen inloggen en bestanden met persoonsgegevens kunnen uploaden en downloaden.
  3. Software is vaak niet gemaakt om gegevens te verwijderen. Dit moet – in het kader van de verplichte dataminimalisatie – wel worden ingeregeld. Ditzelfde geldt voor back-ups.
  4. AVG-compliant zijn is een ‘work in progress’ en moet binnen elk kantoor met een team worden aangepakt en onderhouden.

‘Het was nu of nooit’

Leven na de advocatuur

Dat er een leven bestaat na de advocatuur bewijst Joris ­Engelsma met zijn ­Wijnkoperij Au Paradis. Omringd door wijndozen uit verschillende Franse streken spraken wij met Engelsma over de advocatuur, de wijnhandel en zijn keuze om het roer om te gooien.

Tekst: Benjamin Bijl en Mayk Koria

Na tien jaar als advocaat te hebben gewerkt bij Labré advocaten, importeert Joris Engelsma tegenwoordig samen met zijn vriendin biodynamische, biologische of met respect voor de natuur geproduceerde wijnen uit Frankrijk. Naast het feit dat het productieproces van deze wijnen beter is voor het milieu, vindt Engelsma deze wijnen over het algemeen lekkerder dan ‘gewone’ wijnen. Au Paradis heeft momenteel een assortiment van 120 verschillende wijnen van 25 verschillende, veelal kleine, producenten.


Joris Engelsma: ‘Het is eigenlijk niets anders dan in de advocatuur’.

Schuld van vriendin
Engelsma grapt dat het de schuld van zijn vriendin is dat hij nu wijn importeert. Hij was altijd al geïnteresseerd in wijnen, maar zijn vriendin heeft ervoor gezorgd dat zijn interesse in een stroomversnelling kwam. Zij is een gediplomeerd wijnkenner en kan uitstekend wijnproeven. Zij is wat men noemt een ‘Weinakademiker’, van wie er maar een handjevol rondloopt in de Benelux. Om deze achtergrond en omdat ze simpelweg veel tijd met elkaar willen doorbrengen, begonnen zij een wijnkoperij. Zijn vriendin is namelijk ‘één van mijn meest favoriete mensen op de wereld’, zegt Engelsma. ‘Au Paradis is een uiting van onze gezamenlijke hartstocht en liefde voor wijn’.

Beaujolais-beurs
Met een glas champagne (‘de enige wijnsoort die óveral bij past’) in de hand luisteren we aandachtig naar Engelsma die vertelt over zijn komende trip naar Frankrijk. Engelsma: ‘Binnenkort ga ik met mijn vriendin weer naar het zuiden van de Bourgogne om een Beaujolais-beurs te bezoeken. Vervolgens gaan we een wijnhuis aandoen te Fuissé waar wij mee samenwerken. Daar gaan wij in het kasteel Château des Rontets overnachten. De volgende ochtend rijden we naar de noordelijke Rhône waar wij een ander wijnhuis gaan bezoeken waar we al mee samenwerken. Onze trip gaat vervolgens naar Beaune, het epicentrum van de Bourgogne, waar wij in drie dagen verschillende producenten zullen bezoeken die wij interessant vinden en met wie we willen samenwerken. Vanuit Beaune rijden we naar de Elzas om onze banden met twee domeinen te versterken. Onderweg doen we het domein Domaine Pignier in de Jura aan om hun dertiende-eeuwse kelder te zien’.

Exact weten waar de wijn vandaan komt, wie de producent is en hoe de sfeer op de wijngaard is, vindt Engelsma belangrijk. Er is een duidelijk andere dagindeling dan die van de advocaat waarneembaar.

‘Vertrouwen kweek je door
goede wijnen te leveren’

Zorgvuldig uitgekozen
De wijnhuizen waar Engelsma mee samenwerkt, heeft hij zorgvuldig uitgekozen. Eerst leest hij zich in over de wijn en de streek. Hij laat ons enkele flinke boeken over wijnen zien, waaronder een wijnencyclopedie, waar hij onder andere zijn informatie uit haalt. Als Engelsma aangetrokken wordt door een wijnhuis gaat hij ernaartoe om een goed gesprek met de wijnmaker te houden om zo de wijn te doorgronden. Om de communicatie met de Franse wijnboeren te bevorderen, volgt hij een cursus Frans. Als de wijn daarnaast van uitstekende kwaliteit is en heerlijk smaakt, neemt hij twee flessen mee terug naar Amsterdam. Een maand na het bezoek, proeft Engelsma weer de wijn om na te gaan of hij het nog ‘te gek’ vindt. ‘Dit doen wij omdat je vlak na het bezoek nog vol bent van de romantiek van de plek en daardoor alles lekker(der) smaakt’, aldus Engelsma. De portfolio van Au Paradise is voor negentig procent op deze wijze opgebouwd.

We vragen Engelsma of hij de advocatuur mist. Engelsma: ‘Ja, ik was gezegend met leuke collega’s, ik heb veel geleerd van de partner voor wie ik werkte en ik vond de manier van werken leuk. Daarnaast vond ik het uitstippelen van strategieën bij nieuwe zaken geweldig, vooral als het lukte op de wijze die ik voor ogen had’.

Avontuur
Ondanks het prettige leven als advocaat heeft Engelsma geen spijt van zijn keus. ‘De stap die ik had moeten maken na tien jaar advocatuur was partner worden en daar waren ook goede kansen voor. Als ik partner werd zou ik nooit meer iets buiten de advocatuur doen. Terwijl ik omgekeerd minder bezwaren zag. Als dit avontuur mis gaat dan kan ik altijd terug naar de advocatuur. Het was een nu of nooit moment’, vertelt Engelsma over zijn beweegredenen de advocatuur te verlaten.

Engelsma vertelt ons dat het een tijd heeft geduurd voordat hij kon wennen aan de koerswijziging. Hij heeft geen achtergrond in het importeren van wijn en er bestaat ook geen opleiding die je kan klaarstomen voor de wijnhandel. Het vak moet je dus leren door trial by error en dat bevalt hem goed. ‘Het is eigenlijk niets anders dan in de advocatuur. Na vijf jaar denk je als advocaat dat je alles weet van het rechtsgebied waarin je werkt, maar dan kom je erachter dat dat niet het geval is. De advocatuur is een prachtig vak, dat je niet op de schoolbanken leert of alleen uit de studieboeken. Je moet om het vak van advocaat te leren echt met je poten in de klei staan en dat is hetzelfde bij wat ik nu doe’, vertelt Engelsma.

Tijdens ons gesprek met Engelsma lopen regelmatig klanten de zaak binnen die belangstellend naar de tentoongestelde wijnflessen kijken. Engelsma vertelt hen met hartstocht over de wijnen en zonder uitzondering lopen ze met een fles in de hand de winkel uit. Engelsma vertelt ons dat het niet de bedoeling was om een winkel te openen waar particulieren binnen kunnen lopen. Aanvankelijk waren ze op zoek naar een pand waar zij een kleine voorraad konden opslaan, zodat restaurants die door hun flessen heen zijn bij hen terecht kunnen, en een plek waar zij met sommeliers wijn kunnen proeven. Vijfennegentig procent van de flessen die Engelsma verkoopt gaat naar de horeca. Dat het pand ook een winkelbestemming heeft, is een leuke bijkomstigheid waardoor particulieren op een laagdrempelige manier kennis kunnen maken met goede wijn.

Gunfactor
We vragen Engelsma hoe hij zijn klanten aantrekt. ‘Het is een kwestie van vertrouwen en gunnen. Het is wat dat betreft niet anders dan in de advocatuur. Je komt ergens binnen en je laat zien wat je hebt en bij de advocaat is dat onder andere de kennis en kwaliteit om problemen op te lossen. Bij wijn is dat hetzelfde. Je moet vertrouwen kweken en dat doe je door goede wijn te leveren. Niet onbelangrijk is dat je het horeca-wereldje moet kennen. Ons voordeel is dat we veel goede contacten hebben in dat wereldje, omdat we vaak restaurants bezoeken’.

Trendsetters
Dat het Engelsma wordt gegund blijkt uit het feit dat ze elk jaar flink groeien. Hij werkt ook graag samen met chefs en sommeliers die het anders willen doen dan de gevestigde orde. Zijn klanten zijn veelal jonge chefs die bij een gerenommeerd restaurant hebben gewerkt, maar kwalitatieve gerechten willen serveren in een ontspannen sfeer. Hij is trots dat hij met deze trendsetters mag werken en het lijstje restaurants die wijn inkopen bij Au Paradis groeit gestaag. Wederom erkenning dat Engelsma en zijn vriendin goede wijn leveren. Niet alleen de horeca gunt het Engelsma, maar ook steeds meer exclusieve wijnhuizen knopen een samenwerking aan met hem. Zo heeft Engelsma producten in zijn assortiment die in Nederland alleen door hem mogen worden verhandeld.

Tijdens ons gesprek met Engelsma heeft hij ook ons kennis laten maken met verschillende bijzondere wijnen. Fun facts over in hoeverre bijvoorbeeld de dikte van het wijnglas invloed kan hebben op de smaak en hoe het suikergehalte van de betreffende wijn tot stand is gekomen, bleven daarbij niet uit. Wij kunnen daarom al onze wijn-liefhebbende-lezers van harte aanraden om eens langs te gaan bij Au Paradis. Maar wees gewaarschuwd: men loopt daar zelden met lege handen weg.

Opkomen voor kinderen in de knel

Deel 2. Vereniging voor Jeugdrecht Advocaten Amsterdam

In deze aflevering van de rubriek specialisatieverenigingen nemen wij een kijkje achter de schermen bij de Vereniging voor Jeugdrecht Advocaten Amsterdam (JRAA). Voorzitter Jan-Hein van Dijk legt uit dat Nederland nog een inhaalslag heeft te maken om niet in gebreke te blijven bij internationale verdragen op het gebied van jeugdzorg.

Tekst: Yvette Kouwenberg en Victor van Campen

In mei 2013 richtten de advocaten Marije Jeltes, Michiel Kuyp en Rachida el Hessaini de Vereniging voor Jeugdrecht Advocaten Amsterdam (JRAA) op. De voornaamste doelstellingen van de vereniging zijn belangenbehartiging en deskundigheidsbevordering van alle jeugdrechtadvocaten in het arrondissement Amsterdam en Noord-Holland, die tevens bij de Raad voor Rechtsbijstand staan ingeschreven voor de specialisatie ‘jeugdzaken’. De werkzaamheden van deze advocaten kunnen zowel civiel jeugdrecht (zoals ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen) als jeugdstrafrecht betreffen. Jan-Hein van Dijk, sinds zes weken voorzitter van de JRAA: ‘We vinden het belangrijk om onze leden door middel van cursussen en lezingen op de hoogte te houden van zaken die spelen op juridisch gebied, maar ook van hele praktische zaken die spelen in het arrondissement’.

Aanspreekpunt
‘Naast het nastreven van deze doelstellingen is de JRAA opgericht omdat het belangrijk was dat de advocatuur structureel overleg had met het Amsterdamse Openbaar Ministerie, de Rechtbank, Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming. Het was ook belangrijk dat de advocatuur één aanspreekpunt kon bieden en zelf ook input kon leveren. Verder wilden de oprichters het kinderen en ouders gemakkelijker maken om een advocaat te vinden via de website. Dat is gelukt. Ook zij weten ons inmiddels goed te vinden’, vertelt Van Dijk. Op het moment van schrijven heeft de JRAA ongeveer 110 leden, welk aantal langzaam maar gestaag toeneemt. ‘De vereniging is vrij snel uitgegroeid tot een volwaardige gesprekspartner en vraagbaak in de regio’, aldus Van Dijk.

Het bestuur vergadert elke zes weken, organiseert jaarlijks vier gratis lezingen voor de leden, maakt en verspreidt digitale nieuwsbrieven voor de leden. Van Dijk: ‘We schuiven aan bij verschillende plaatselijke overlegstructuren. Verder geven we ook informatie aan rechtzoekende ouders en kinderen. De rechtsbescherming van de minderjarige staat hierbij voorop. Als voorzitter zit ik ook in een landelijk overleg met de voorzitters van andere bestaande jeugdrechtverenigingen en de landelijke Vereniging van Jeugdrecht Advocaten met nog wat fanatieke jeugdrechtadvocaten. Het doel daarvan is kennis delen en opkomen voor de belangen van kinderen in de knel’.

Wij vragen of de JRAA zich ook bezighoudt met het vertegenwoordigen van de belangen van de beroepsgroep, en zo ja, op welke manier dat gebeurt. Van Dijk: ‘Ons werk richt zich op versterking van de rechtsbescherming van en rechtsbijstand aan minderjarige rechtzoekenden/verdachten. We nemen deel aan het Rechtbank/Balie-overleggen, ketenpartneroverleg en de stuurgroep Kleinschalige Voorziening. Dat is een opvanglocatie waar justitiële jongeren tijdens de periode van voorlopige hechtenis kunnen verblijven, als alternatief voor de verder weg gelegen justitiële jeugdinrichtingen. Daarnaast neemt de JRAA deel aan het Arrondissementsparket Jeugd overleg van het OM en het TOP600 overleg van de politie, en nog vele andere kringen’.

Uiteenlopende belangen
We vagen ons af of er wellicht soms een spanningsveld bestaat vanwege het feit dat de JRAA als specialisatievereniging verschillende groepen met soms uiteenlopende belangen dient? Van Dijk: ‘Dat zit ‘m vooral in contact met organisaties als de Raad voor de kinderbescherming of Jeugdzorg. Het individuele belang van het kind is namelijk niet altijd hetzelfde als het pedagogische belang. Als je in een strafzaak bijvoorbeeld voor een vrijspraak gaat en dat lukt, dan valt daarmee meteen ook alle voorgestelde zorg weg, en dan kan een rechter ook niets. Dat is helaas van alle tijden, maar wel illustratief voor het feit dat de belangen die er spelen niet altijd met elkaar in de pas lopen’.

Adolescentenstrafrecht
Een belangrijke ontwikkeling in het specialisatiegebied van jeugdrechtadvocaten is volgens Van Dijk de invoering van het adolescentenstrafrecht per 1 april 2014 voor 16 tot 23-jarigen. ‘Tot dan werden jongvolwassenen onder de 18 jaar standaard berecht via het jeugdstrafrecht en jongeren boven de 18 jaar via het strafrecht voor volwassenen. Door het verdwijnen van de harde grens van 18 jaar, kunnen adolescenten voortaan beter op maat worden berecht. Het moet meer perspectief bieden aan jongeren’.

Van Dijk vertelt dat de verscherping van de specialisatie-eisen een andere ontwikkeling is die de afgelopen jaren heeft gespeeld. ‘Het werd wenselijk gevonden dat alle jeugdrechtadvocaten op beide rechtsgebieden (civiel en straf) bijstand zouden verlenen. Het idee was dat de jongere dan één advocaat, één aanspreekpunt had. Ook werden er zogenaamde combi-zittingen georganiseerd. Dit was een lovenswaardig streven, maar in de praktijk bleek het nauwelijks te werken. De Raad voor Rechtsbijstand splitst daarom de twee rechtsgebieden per 1 juni aanstaande weer op in twee aparte specialisaties’.

Van Dijk voorspelt dat de JRAA over tien jaar groter is en nog meer aanwezig. ‘Ik zou graag willen dat we iemand in vaste dienst kunnen nemen voor één of twee dagen in de week voor allerhande administratief werk. Het blijft nu toch vrijwilligerswerk. Leuk en inspirerend, dat natuurlijk wel’.

‘Vakinhoudelijk wens ik dat alle minderjarigen dan recht hebben op gratis rechtsbijstand voor en tijdens het politieverhoor, bij de officier van justitie en bij de rechter. Momenteel is dit nog niet zo voor jeugdige, niet-aangehouden verdachten of verdachten die na 20.00 uur worden heengezonden’. Van Dijk vervolgt: ‘Verder is er al geruime tijd sprake van een tekort aan passende jeugdhulp voor minderjarigen. Kinderen krijgen niet altijd de zorg en hulp die zij nodig hebben en verdienen. Kinderen blijven te lang in een gesloten instelling omdat er geen passende vervolgplek beschikbaar is. Dit is in strijd met internationale verplichtingen. Wij hopen echt dat het kabinet hier op zeer korte termijn werk van en geld voor vrij maakt’.

Lid worden van de JRAA kan via het inschrijfformulier op de website (link). Aspirant leden dienen ingeschreven te zijn bij de Raad voor Rechtsbijstand voor de specialisatie Jeugdzaken. Vanaf juli 2018 splitst de Raad voor Rechtsbijstand de specialisatie jeugdstrafrecht en de specialisatie civiel jeugdrecht (machtigingen plaatsing gesloten jeugdzorg). Lidmaatschap vereist dat per twee jaar acht studiepunten worden behaald. Dat geldt zowel voor het jeugdstrafrecht als het civiel jeugdrecht.