Alle berichten van ABBbulletin

De Robijnen bef

In deze rubriek worden advocaten die 40 jaar in het vak zitten in het zonnetje gezet. Deze keer:

 

 

 

 

 

 

Inleiding

Later dit jaar is het 40 jaar geleden dat ik in de advocatuur in Amsterdam begon en de advocateneed heb afgelegd. De Amsterdamse Orde van Advocaten heeft mij gevraagd op deze periode terug te kijken. Om het mij makkelijk te maken heeft zij mij een 7-tal vragen voorgelegd.

1. Mijn keuze voor de advocatuur

Die stond eigenlijk al vast nog voordat ik in Dublin aan mijn studie rechten begon. Eigenzinnig en lastig als ik was stond mij een vrij beroep voor ogen. Gezien mijn studie Engels (Iers) recht aanvankelijk als barrister in Londen. Na wat omzwervingen en studie in de avond ben ik eind 1979 bij het Amsterdamse kantoor van Loeff & Van der Ploeg begonnen.

2. Gedenkwaardige zaken

Die eerste zaken die je geheel zelfstandig mag doen blijven natuurlijk altijd in je geheugen gegrift. Zo ook mij bewindvoerderschap over een klein vleesfabriekje buiten Amsterdam, waar ik – naïef als ik toen was – de omzet trachtte te verbeteren door het plaatsen van een omzetgrafiek in de fabriekshal. Het heeft niet mogen baten. En 25 jaar later betrokkenheid bij de eerste grote internationale fusie tussen twee nationale luchtvaartmaatschappijen, KLM en Air France. Vanuit regelgeving was het terra incognita, maar aan beide kanten bestond er een grote wil om te slagen, niet in het minst te danken aan twee voortreffelijke leiders: Leo van Wijk en Jean-Cyril Spinetta.

3. De advocatuur in beweging

Bij mijn komst in de advocatuur heerste er nog een sterk traditionele cultuur. De advocaat nam zo nodig afstand van zijn cliënt en reclame of affichering van zijn specialisme lieten de gedragsregels uit 1968 niet toe. Brieven werden getekend met “uw dienstwillige confrère” of, iets vriendelijker “steeds gaarne, t.t.”. Als advocaat van een van de grote kantoren liep je in een donkergrijs of blauw pak, anders dan je collega’s bij de advocatencollectieven, die bij voorkeur in een spijkerpak rondliepen en soms bezwaar maakten om in toga in de rechtszaal aan te treden. Deze tweedeling in de advocatuur is met de jaren verdwenen, evenals het krampachtig vasthouden aan formeel taalgebruik. In de jaren negentig voltrok zich de grote verandering. Dat ging gepaard met toenemende wet- en regelgeving op talloze gebieden. De grote kantoren openden vestigingen in het buitenland en de groei in de advocatuur werd uiteindelijk geconsolideerd met de komst van de grote Engelse kantoren. De advocatuur als beroep verdween een beetje naar de achtergrond en in de ogen van velen werd de advocatuur vooral een rechtsbedrijf.

4. Advocatuur en overheid

De advocaat is in de eerste plaats een bemiddelaar tussen de rechtzoekende, de rechter of het recht. Efficiënte en goede rechtsbedeling is niet mogelijk zonder een onafhankelijke en goed functionerende advocatuur. Zaken kunnen ook en steeds meer via mediation worden afgedaan. Ik weet niet of de overheid zich hiervan altijd voldoende rekenschap heeft gegeven. Er worden enorme sommen gespendeerd om de rechterlijke macht beter te laten functioneren. Steun en ook geldelijke steun van de overheid is daarom van groot belang. Als het rechtsbedrijf goed functioneert, draagt dat bij in het vertrouwen van ons democratisch bestel. Ik hoop dat mijn oud compagnon Ferdinand Grapperhaus het tij nog weet te keren.

5. Leuke aspecten van het vak

Ik ben altijd werkzaam geweest in de zakelijke kant van de advocatuur en vooral op het gebied van ondernemingsrecht. Voor de rechter staan en een zaak winnen geeft natuurlijk altijd voldoening. Maar in het algemeen maakt de afwisseling van zaken en van ontmoetingen met mensen van heel verschillende aard het vak van advocaat erg aantrekkelijk. Steeds opnieuw word je voor problemen gesteld en moet je het vertrouwen zien te winnen van je opdrachtgever. De advocatuur vereist ook onderzoek en kennisneming van nieuwe juridische ontwikkelingen. De wereld van de advocaten, je collega’s, is over het algemeen heel plezierig.

6. Welke leeftijd met pensioen

Ik weet niet of er een ideale leeftijd voor de pensionering van de advocaat bestaat. Ik heb genoeg mensen gekend die, nog in de 50, een bed and breakfast of wijnhandel in Frankrijk begonnen. Ik neem op dit moment een tendens waar dat mensen blijven werken, ook al hebben zij hun oude kantoor verlaten wegens het bereiken van de pensioenleeftijd. Ik zou dus een flexibele pensioenleeftijd voorstaan, maar bij mij is die horizon nog lang niet bereikt.

7. Tips voor junioren

Het eerste wat naar boven komt is: sta open in die wereld die erg aan het veranderen is en blijf zeker niet in je eigen advocatuurcocon steken. Je kunt alleen maar goed adviseren als je inzicht en begrip hebt van nieuwe ontwikkelingen en opvattingen. Blijf vasthouden aan een aantal traditionele waarden, onafhankelijkheid, integriteit en het goed bijhouden van je vak. Van elke zaak leer je opnieuw, ook na 40 jaar.

Jonge Balie Amsterdam – Justitia

Traditiegetrouw staat bij de Jonge Balie Amsterdam de maand mei grotendeels in het teken van het jaarlijkse evenement ‘Justitia’. In eerdere nieuwsbrieven is hier al kort aandacht aan besteed. Voordat we hier dieper op ingaan, blikken we eerst terug op de andere Jonge Balie activiteiten die afgelopen maand hebben plaatsgevonden.

Jonge Balie lezing

Op 25 april is voormalig advocaat Amy de Vlieger tijdens de Jonge Balie lezing ingegaan op bekende “struggles” die jonge advocaten over het algemeen ervaren en hoe een advocaat-stagiaire meer grip op zijn/haar stagetijd kan krijgen. De eerste jaren in de advocatuur zijn niet altijd even gemakkelijk en Amy’s ervaring is dat steeds meer jonge advocaten tijdens of in de eerste jaren na hun stage een ander beroep kiezen. Na deze interessante lezing hebben de leden hierover kunnen napraten tijdens de maandelijkse borrel.

Combiborrel

De Jonge Balie Amsterdam organiseert haar activiteiten en borrels doorgaans alleen voor advocaten. Eén keer per jaar vindt echter een gezamenlijke borrel plaats voor alle jonge advocaten, fiscalisten en kandidaat-notarissen in Amsterdam. In samenwerking met de JoKaNo’s (Jonge Kandidaat Notarissen) en de JOB (Jonge Orde van Belastingadviseurs) organiseerde de Jonge Balie Amsterdam deze gecombineerde borrel op 9 mei in de Kopstootbar. De avond was een groot succes! De dank gaat mede uit naar sponsor Norton Rose Fulbright.

Justitia

Zoals gezegd is in eerdere nieuwsbrieven kort aandacht besteed aan het jaarlijkse driedaagse evenement ‘Justitia’. Justitia is het grootste jaarlijkse evenement van de Amsterdamse Orde van Advocaten. Dit evenement wordt georganiseerd door Stichting Justitia, met steun van de Amsterdamse Orde van Advocaten en de Jonge Balie Amsterdam. Jaarlijks bezoeken ruim duizend Amsterdamse advocaten en genodigden Justitia. Dit jaar vindt Justitia plaats van woensdag 22 mei tot en met vrijdag 24 mei. Omdat het programma van Justitia 2019 enigszins anders is dan voorgaande jaren, maken wij in deze nieuwsbrief graag gebruik om het programma nader toe te lichten.

Op woensdag 22 mei zal het driedaagse evenement worden geopend met de Amsterdamse pleitwedstrijden. Een selectie van twaalf aanstormende talenten zal met elkaar de strijd aangaan tijdens de pleitwedstrijden, waarna de jury een winnaar zal aanwijzen.

De jury bestaat dit jaar uit de deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten mr. Evert-Jan Henrichs, de president van de rechtbank Amsterdam, mr. Christa Wiertz-Wezenbeek en raadsheer in de Hoge Raad prof. mr. Edgar du Perron. De casus is eveneens geschreven door prof. mr. Edgar du Perron en gaat over het thema van Justitia ‘Fake News’. De pleitwedstrijden vinden dit jaar plaats in de A’DAM Toren. Aansluitend wordt met de deelnemers, de juryleden en de overige betrokkenen gedineerd.

In aanvulling op het gebruikelijke programma zal dit jaar een symposium gehouden worden op donderdag 23 mei. Dit symposium wordt georganiseerd door de Amsterdamse Orde van Advocaten en Stichting Lawyers for Lawyers. Het symposium gaat over de ontwikkelingen rond het voorgenomen Europees verdrag ter bescherming van advocaten. Er zullen in de Rode Hoed twee paneldiscussies plaatsvinden rondom dit thema. Sprekers zijn onder meer François Moyse (Vice-Chair of the CCBE European Convention Working Group), Mikolaj Pietrzak (president of the Warsaw Bar Association) en de voormalige Award-winnaars en advocaten Sirikan ‘June’ Charoensiri (Thailand), Magamed Abubakarov (Rusland) en Alec Muchadehama (Zimbabwe). Tijdens het symposium wordt ook de Laywers for Lawyers Award 2019 uitgereikt, dit jaar aan Selçuk Kozağaçlı Mensenrechten- advocaat uit Turkije. Het symposium is voor iedereen toegankelijk, ook voor niet-advocaten of advocaten die niet (meer) lid zijn van de Amsterdamse Orde van Advocaten. Aan deelname aan het symposium worden 2 PO-punten toegekend.

Op vrijdag 24 mei vindt het hoofdprogramma plaats met dit jaar als thema Fake News in de Westergasfabriek. De dag begint met een inhoudelijk seminar met als dagvoorzitter Merel Westrik. Diverse sprekers, waaronder Madeleine de Cock Buning en Wouter Kurpershoek zullen daar verschillende aspecten van ‘Fake News’ bespreken. Het seminar wordt traditiegetrouw afgesloten door een cabaretier, een walking dinner en een zinderend eindfeest. Het seminar is toegankelijk voor alle advocaten, ook indien zij niet (meer) lid zijn van de Jonge Balie Amsterdam of de Amsterdamse Orde van Advocaten.

Ter afsluiting

Ook na Justitia staat de agenda nog vol met leuke en interessante activiteiten. Zo vinden in juni verschillende meeloopdagen met deurwaarderskantoor Armaere plaats en organiseert de Jonge Balie een tentamentraining burgerlijk recht. Verder staan het Jeu de Boules toernooi en de Jonge Balie wijnproeverij op de agenda. Tijdens de zomer kunnen de zomerborrels bij De Waterkant en Strand Zuid uiteraard niet ontbreken, maar daarover in de volgende ABB nieuwsbrief meer.

Door: Barbara Elion, secretaris Jonge Balie Amsterdam

2e Amsterdams Rechtspraak Kampioenschap Wielrennen

Wanneer? 26 mei 2019 van 14 – 17 uur.

Waar? Wielerbaan sportpark Slooten bij A.S.C. Olympia (buitenbaan)

Wie mogen meedoen? Iedereen die werkzaam of woonachtig is binnen het Hof ressort Amsterdam (heel Noord-Holland dus) en die werkzaam is in de rechtspraak (dus niet alleen de togaberoepen) met een racefiets, een helm en een redelijke fietsconditie. Onder rechtspraak valt de ZM, OM en advocatuur.

Wat kost het? Inschrijfgeld € 12,- (een eventueel overschot gaat naar een goed doel), te voldoen bij ophalen van het rugnummer.

Waar kan ik mij inschrijven?
Werkzaam bij de rechtbank Amsterdam of Noord-Holland: r.van.de.water1@rechtspraak.nl
Werkzaam bij het OM: r.a.kloos@om.nl
Werkzaam bij het Hof: j.piena@rechtspraak.nl
Werkzaam in advocatuur: coumans@cvgs.nl

Wat moet ik doorgeven bij inschrijving? Naam, leeftijd op 26 mei 2019, man of vrouw, voorkeur voor groep 1 of 2.

Voor wanneer moet ik mij inschrijven? Voor 1 mei 2019.

Wat zijn de categorieën? Bij de vrouwen is er 1 categorie. Bij de mannen 45 min en 45 plus.

Wat is de afstand? Er zijn twee wedstrijden. Groep 1 start om 14.00 uur en rijdt 40 km. Groep 2 start om 15.30 uur en rijdt 30 km. Groep 1 is de snelle groep (ongeveer 40 km/u gemiddeld) en groep 2 rijdt wat langzamer (ongeveer 30 km/u gemiddeld).

Zijn er prijzen te verdienen? Ja, allereerst eeuwige roem en daarnaast zijn er gesponsorde prijsjes voor de eerste drie aankomende renners per categorie.

Waar gaat het eigenlijk om? Een leuke inspannende middag met na afloop een derde helft (pastamaaltijd) in de kantine van A.S.C. Olympia voor alle sterke wielrenverhalen.

Is het veilig? De wielerbaan Slooten is een brede buitenbaan zonder scherpe bochten. Het dragen van een helm is verplicht. Veiligheid gaat boven winnen.

Kort na 15 mei 2019 krijgen alle deelnemers nadere informatie.

Bij vragen een mail naar r.vandewater1@rechtspraak.nl

 

De verkorte civiele procedure bij rechtbank Amsterdam: het loket is nu echt open

Sinds twee weken is het bij de rechtbank Amsterdam mogelijk te kiezen voor een verkorte procedure in civiele handelszaken. Het Abb interviewde rechters Blankevoort en Jongeneel om meer te weten te komen over dit experiment.

Tekst door: Nick van den Hoek en Benjamin Bijl

 

Waarom een verkorte procedure?

De primaire reden om een verkorte procedure in te richten is versnelling van de doorlooptijden voor eenvoudige zaken. Hiermee combineren we een aantal voordelen van de kortgeding- en bodemprocedure. Een kortgedingprocedure heeft als voordeel de snelheid en de laagdrempeligheid, maar ook wel een aantal beperkingen, zoals de voorwaarde van spoedeisendheid en dat je alleen een voorlopige voorziening kunt krijgen. En een bodemprocedure heeft op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Landelijk procesreglement een langere doorlooptijd. Als je de goede elementen van een kort geding en een bodemprocedure kunt combineren, dan krijg je een mooie mix. Dat is de verkorte procedure: een condemnatoire, declaratoire of constitutieve beslissing binnen een termijn die vergelijkbaar is met die van een kort geding.

Wij denken dat met deze procedure veel tijdswinst te behalen is omdat we bij veel zaken al redelijk snel een idee hebben waar het heen zou moeten. Dan is het zonde dat je volgens het stramien van een handelszaak moet werken, omdat dat onnodige vertraging oplevert.

Wat voor soort zaken lenen zich voor de verkorte procedure?

Wij denken dat op veel flanken behoefte bestaat aan een snelle en laagdrempelige procedure met een definitieve uitkomst. Bij een procedure op basis van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering duurt het al snel 10 tot 12 maanden voordat je een beslissing hebt, terwijl wij inschatten dat misschien wel 80% van de zaken relatief eenvoudig is, zodat je daar geen ingewikkelde procedure voor op hoeft te tuigen. Een snelle uitkomst kan voor partijen bijvoorbeeld van belang zijn als zij nog met elkaar verder moeten, bijvoorbeeld in een geschil tijdens een bouwproject. Dan is het belangrijk snel te weten wie verantwoordelijk is. De verkorte procedure is ook geschikt voor het beslissen van een deelgeschil in een grotere zaak, waarna partijen de zaak samen verder uitonderhandelen.

Hoe ziet de procedure eruit?

De verkorte procedure begint doordat een advocaat een concept dagvaarding aan ons toestuurt. Aan de hand daarvan beoordelen wij of de zaak geschikt is voor de verkorte procedure. Wij hebben daarbij als eis gesteld dat het belang minstens € 5.000 moet bedragen en dat er professionele procesvertegenwoordiging is, dus een advocaat of deurwaarder. Zo kunnen we bindende afspraken maken en weten partijen waarvoor ze kiezen.

Omdat met de verkorte procedure wordt afgeweken van Rechtsvordering is de verkorte procedure op basis van vrijwilligheid, dus ook de gedaagde moet instemmen. Als alle partijen hebben ingestemd en de zaak geschikt is voor de verkorte procedure, dan plant de rechtbank een zitting op termijn van zes tot tien weken na ontvangst van de concept dagvaarding. Vóór die zitting moeten alle stukken gewisseld zijn, ook de stukken in een eventuele reconventie en incident. Vervolgens doet de rechter indien mogelijk mondeling uitspraak op zitting of vier weken later schriftelijk. Alleen als de zaak nog niet gereed is voor uitspraak, bijvoorbeeld omdat er nog bewijslevering of deskundigenonderzoek moet plaatsvinden, volgt verwijzing naar de rol.

Wat betekent de verkorte procedure voor de doorlooptijden van de overige zaken?

Wij verwachten dat de verkorte procedure een positief effect heeft op de werkvoorraad, omdat we de zaken sneller kunnen afhandelen. Bijvoorbeeld door de mondelinge uitspraak, die levert tijdwinst op omdat je geen uitspraak hoeft te schrijven. Partijen krijgen wel een proces-verbaal van de zitting, maar dat kost veel minder tijd dan het schrijven van een uitspraak. Verder merken we nog op dat de wet forumkeuze voor de rechtbank Amsterdam mogelijk maakt (art. 108 Rv.), dus vanuit het hele land kunnen zaken bij ons worden aangebracht voor de verkorte procedure.
Meer informatie over de verkorte procedure bij rechtbank Amsterdam (inclusief procesreglement, aanvraagformulier en instemmingsformulier) vindt u hier.

Jonge Balie Amsterdam – Het is lente!

Het kan de lezer niet zijn ontgaan: de bloesem siert de bomen langs de Amsterdamse grachten en als we ’s ochtends naar kantoor vertrekken en –– naar huis gaan, is het weer licht. Een wereld van verschil! Voordat we vooruit kijken, eerst een terugblik op enkele activiteiten die afgelopen maand plaatsvonden.

Samenwerking met Entrée
Om het voorjaar goed in te luiden, heeft de Jonge Balie Amsterdam op 28 maart in samenwerking met Entrée (de grootste zelfstandige culturele jongerenvereniging van Nederland) een fantastische avond georganiseerd in het Concertgebouw Amsterdam. Na een interessante Jonge Balie lezing van Sander Petit over de juridische aspecten van de dance-industrie, hebben onze leden het vioolconcert van Schumann en Brahms Symfonie nr. 3. bijgewoond. Na afloop van de lezing en het concert werd lang nagepraat tijdens onze borrel in het café van het Concertgebouw.

Werkbezoek Rechtbank Amsterdam
Ieder jaar organiseert de strafrechtcommissie van de Jonge Balie Amsterdam een evenement voor jonge (strafrecht)advocaten. Dit jaar vond een bijzonder en uniek werkbezoek plaats bij de Rechtbank Amsterdam. Leden kregen een zeldzaam kijkje in de besluitvorming en de taken van twee rechters, een rechter-commissaris en een forensisch medewerker.

EYBA Spring Conference
Van 4 tot en met 7 april was de Jonge Balie Amsterdam in Chișinău, Moldavië om de European Young Bar Association Spring Conference te bezoeken. Het congres was drukbezocht door advocaten en jonge balies uit verschillende Europese landen en de Verenigde Staten. Bijzonder was dat deze keer ook de Oost-Europese landen goed vertegenwoordigd waren doordat een grote delegatie aanwezig was. Internationale sprekers hielden lezingen over onder meer de harmonisatie van Europees recht en uitspraken van het Europees Hof van Justitie met nationaal recht en de strijd tegen witwassen en financiering van terrorisme. Naast het inhoudelijke programma was er ook tijd voor een bezoek aan Cricova, één van de grootste (ondergrondse) wijnkelders ter wereld. Ter afsluiting was er een gala in traditionele stijl.

Samenwerking met NL Cares
Leden van de Jonge Balie Amsterdam hebben op 11 april  hun handen uit de mouwen gestoken tijdens de Nacht van de Vrijwilliger, een initiatief van NL Cares. Tijdens de Nacht van de Vrijwilliger organiseert NL Cares diverse activiteiten bij maatschappelijke instellingen in Amsterdam, met als doel om andere stadsgenoten te ontmoeten en kennis te maken met vrijwilligerswerk. Dit jaar bezochten leden Stichting Welzijn Doven Amsterdam, waar zij genoten van een Silent Dinner en een silent moordspel (bekend van de Lama’s). Het was een groot succes!

De blik vooruit: Jonge Balie lezing
De eerste jaren in de advocatuur zijn niet altijd even gemakkelijk. Zowel vanuit de Orde als de Beroepsopleiding wordt hier aandacht aan besteed, onder meer door het ter beschikking stellen van een mentor en een patroon. Ook bij Jonge Balie Amsterdam staat dit onderwerp hoog op de agenda. In de eerstvolgende editie van het ABB staat bijvoorbeeld een interview met mr. Catie Oberman, die vanuit de Jonge Balie Amsterdam als coach is aangesteld en tot wie leden zich gratis kunnen wenden. Daarnaast zal voormalig advocaat Amy de Vlieger tijdens de Jonge Balie lezing van 25 april ingaan op bekende “struggles” die jonge advocaten over het algemeen ervaren. Amy’s ervaring is dat steeds meer jonge advocaten tijdens of in de eerste jaren na hun stage een ander beroep kiezen. Vaak gebeurt dit niet met de juiste redenen, maar meer omdat advocaten het moeilijk vinden om hun grenzen aan te geven of balans te vinden tussen werk en privé. Tijdens de lezing zal Amy bespreken hoe een advocaat-stagiaire meer grip op zijn/haar stagetijd kan krijgen.

Ter afsluiting
Het voorjaar hangt in de lucht en dat is te merken! De agenda staat vol met leuke en interessante activiteiten. Zo zal de Jonge Balie Amsterdam op 9 mei een combi-borrel organiseren met jonge fiscalisten en kandidaat-notarissen en vindt van 22 tot en met 24 mei  Justitia plaats. Tijdens de pleitwedstrijden, het nieuwe symposium (in samenwerking met Lawyers  4 Lawyers) en het hoofdprogramma op 24 mei  zal uitgebreid worden stilgestaan bij de invloed en bestrijding van Fake News en daaraan gerelateerde vragen (zie voor meer informatie ook: www.stichtingjustitia.nl). In juni staan onder meer het Jeu de Boules toernooi en de Jonge Balie proeverij op de agenda, maar daarover in de volgende ABB nieuwsbrief meer.

Door: Barbara Elion, secretaris Jonge Balie Amsterdam

Jonge Balie Amsterdam – maart roert zijn staart!

Maart is doorgaans een bedrijvige maand voor de leden van de Jonge Balie Amsterdam. Niet alleen op werk heeft men een volle agenda; ook de Jonge Balie Amsterdam draait op volle toeren! Met name eind maart vindt een aantal leuke activiteiten plaats. Zoals gebruikelijk, staan wij in deze bijdrage eerst kort stil bij recente activiteiten, waarna gekeken zal worden naar komende activiteiten.

Jonge Balie lezing 21 februari 2019

De Brexit houdt de gemoederen bezig, zo ook bij de Jonge Balie. Op 21 februari sprak Matthias Haentjes (Universiteit Leiden) ruim 200 leden toe bij Roeivereniging De Amstel over de gevolgen van een Brexit voor de Europese financiële sector. Hij adviseerde eerder het Europees Parlement over deze kwestie en kon dus veel ervaringen met onze leden delen. Na afloop van de lezing werd er lang nagepraat tijdens onze maandelijkse borrel.

Jonge Balie Bowlingtoernooi 14 maart 2019

Het Jonge Balie Bowlingtoernooi is een begrip onder onze leden. Elk jaar komen onze leden bij elkaar bij Bowlingcentrum Knijn om te laten zien dat zij als geen ander kunnen bowlen. Ongeveer 30 teams streden dit keer om de eer zichzelf het beste team te kunnen noemen. Na het toernooi kon men de dorst lessen bij Café d’Overkant (heel toevallig gelegen tegenover Knijn). De Jonge Balie Amsterdam kan terugkijken op weer een geslaagde activiteit!

De blik vooruit: 28 maart 2019: Jonge Balie lezing in samenwerking met Entrée

Aanstaande donderdag 28 maart zal de Jonge Balie Amsterdam in samenwerking met Entrée (de grootste zelfstandige culturele jongerenvereniging van Nederland) een fantastische avond organiseren in het Concertgebouw Amsterdam.

De avond in het Concertgebouw Amsterdam begint met een lezing van Sander Petit in. Sander is advocaat in de creatieve sector en heeft een sterke focus op de dance scene. Hij is gespecialiseerd in media- en entertainmentrecht. Sander staat inmiddels bekend als ‘De Dance-advocaat’ en spreekt als zodanig op diverse muziekopleidingen en -beurzen. Hij zal een lezing geven over de juridische aspecten van de dance-industrie. In zijn lezing zal hij onder andere uitleggen hoe muziekrecht in elkaar zit, hoe collectief rechtenbeheer werkt, waarom er telkens zo’n gedoe is bij Buma/Stemra, waarom artiesten zeuren over hun royalty’s en waar de sappige ruzies van Martin Garrix, Roger Sanchez en Afrojack precies over gingen.

Aansluitend op de lezing zullen onze leden het vioolconcert van Schumann en Brahms Symfonie nr. 3. bezoeken. Zowel het vioolconcert van Robert Schumann als de derde symfonie van Johannes Brahms zijn nauw verbonden met de Hongaarse violist Joseph Joachim. Schumann componeerde zijn vioolconcert in 1853 voor Joachim, maar deze oordeelde dat Schumanns mentale achteruitgang (waar de componist een paar jaar later aan overleed) erin te horen was en wilde het werk niet publiekelijk uitvoeren. Sinds de verlate première in 1937 is het niet meer uit de concertzaal verdwenen.

Ter afsluiting: maart smaakt naar meer!

Wie dacht dat maart een drukke maand was, staat een verrassing te wachten. Ook april en mei zitten boordevol met interessante activiteiten van de Jonge Balie Amsterdam. Zo zal de Jonge Balie Amsterdam samen met NL Cares een vrijwilligersevenement organiseren tijdens de Nacht van de Vrijwilliger op donderdag 11 april 2019. Verder zal in april weer een maandelijkse lezing worden georganiseerd. Van 22 tot en met 24 mei 2019 vindt Justitia plaats, met als thema ‘Fake News’. Bij de Westergasfabriek zullen onze leden meer te weten komen over dit onderwerp. Daarnaast zullen de jaarlijkse Justitia Pleitwedstrijden worden georganiseerd. Het belooft weer een mooie editie van Justitia te worden!

Door: Thijs Verstraten, voorzitter Jonge Balie Amsterdam

 

De robijnen bef

In deze rubriek worden advocaten die 40 jaar in het vak zitten in het zonnetje gezet. Deze keer:

1. Waarom heeft u destijds voor de advocatuur gekozen
Van jongs af aan heb ik interesse voor de contouren van recht en onrecht en de mogelijke subjectieve percepties van de werkelijkheid gehad.

2. Welke zaak is u het meest bijgebleven?
Grote overnames, faillissementen en procedures ten spijt, is een grote strafzaak tegen een cliënt mij het meest bijgebleven. Ik was daar als civilist slechts zijdelings bij betrokken. Van nabij heb ik zo wel mogen zien hoe zwaar deze zaak door politie en OM werd georkestreerd. Naar mijn blijvende overtuiging  is de cliënt ten onrechte veroordeeld en, nog erger, voor het leven zowel psychisch als fysiek geheel gebroken. Grotere strafzaken lijken meer algemeen een alibi te zijn geworden voor de publieke steniging. Dat werpt de beschaving wat mij betreft enkele millennia terug in de tijd.

3. Wat is de belangrijkste verandering geweest in de tijd dat u advocaat bent.
De advocatuur heeft door een extreem sterke specialisatie en bijvoorbeeld de navolging van de Angelsaksische praktijk met eigen ‘bijbels’, zijn eigen werk gecreëerd en in prijs aanzienlijk kunnen verhogen. In hoeverre de kwaliteit van de rechtspleging daardoor vooruit is gegaan, is maar de vraag. In ieder geval is, in samenhang met de kosten van rechtsbijstand en de regeldrift van de wetgever, de toegankelijkheid en begrijpelijkheid van het recht sterk verminderd. Dat geldt niet alleen voor de burger of mkb-er, maar ook voor bestuurders van grote ondernemingen en overheidsinstanties. Is er bijvoorbeeld nog wel iemand die na de crisis het totale overzicht over het financiële recht heeft? Terugkeren op deze weg is echter zeer moeilijk zo niet onmogelijk.

4. Vindt u dat de overheid voldoende rekening houdt met het vak van de advocaat.
Ik denk dat de overheid vooral onvoldoende rekening houdt met het vak van de rechter. Er is sprake van een overbelasting door tijdsdruk, omvang en complexiteit, die de kwaliteit niet altijd ten goede komt. Dat heeft op zijn beurt invloed op het vak van de advocaat. De gevolgen zijn zeer divers. Bijvoorbeeld, er zijn rechters die mij bij een ingewikkelde zaak vragen in vertrouwelijkheid te klankborden. Maar er is ook de rechter die bij pleidooi letterlijk meldt ‘eigenlijk niet geïnteresseerd’ te zijn in de repliek.

5. Wat vindt u het leukst aan uw vak? Indien u het allemaal overnieuw zou mogen doen, zou u dan een ander beroep hebben gekozen?
De veelzijdigheid en flexibiliteit vind ik het mooist. Contact met de maatschappelijke en menselijke werkelijkheid en tegelijk intellectuele uitdagingen. Die behoefte aan veelzijdigheid geldt voor mij temeer omdat ik de advocatuur na mijn stage goed heb kunnen combineren met het zijn van beeldend kunstenaar met bijv. een oeuvreprijs op de Triënnale van Rome. Ook had ik ruimte te promoveren en ben ik plv. raadsheer in opleiding geweest. Dat alles naast een rijk familieleven. Er is geen reden voor spijt.

6. Er is veel te doen over de pensioenleeftijd; wat vindt u de ideale pensioenleeftijd voor een advocaat.
Dit verschilt. Dat gezegd hebbend meen ik dat sommige grote kantoren hun partners wel erg vroeg wegsturen. Dat heeft iets van dis-loyale leeftijdsdiscriminatie. Er zijn ook advocaten die moeilijk lijken te onderkennen wanneer hun eigen snelheid van geest en het tijdsgevoel tanende zijn. Oók de advocatuur is een zwaar en veeleisend beroep. Ik vermoed dat de grens gemiddeld het beste iets vóór de huidige aow leeftijd zou moeten liggen. Ik onderken in ieder geval dat het einde voor mij met rasse schreden nadert.

7. Heeft u nog tips voor (jonge) advocaten?
Ik heb in de 40 jaar als mens en advocaat het meest geleerd van een meerdaagse cursus interview technieken.  Dat hielp niet alleen in de contacten met de cliënt en de wederpartij. Je leert opvattingen  te relativeren of zelfs eenvoudig te vervalsen, sneller door te dringen tot de kern, veelvuldige miscommunicaties te onderkennen en vermijden, eigen vooroordelen buiten spel te zetten en, last but not least, je leert jezelf beter kennen.

 

Interview – ‘Geen compromissen waar het gaat om mensenrechten’

Strafrechtadvocaat Michiel Pestman
contra de erosie van de rechtsstaat

Strafrechtadvocaat Michiel Pestman deed als stagiair onderzoek naar de betrokkenheid van Servië en Montenegro bij de oorlog in Bosnië, voerde de verdediging bij het Cambodja-tribunaal en het Sierre Leone-tribunaal, deed recent een aantal terrorismezaken en werd opgepakt tijdens een demonstratie tegen Zwarte Piet. Alle reden voor een interview met de naar Los Angeles vertrokken strafpleiter. ‘In Nederlandse strafzaken, en zeker in terrorismezaken, wordt niet met gelijke wapens gestreden.’

Tekst: Quirine van Voorst en Benjamin Bijl

We spraken deze keer op een atypische manier met een atypische advocaat. Strafrechtadvocaat Michiel Pestman van kantoor Prakken d’Oliveira woont tegenwoordig in Los Angeles en de kas van het ABB laat een live interview niet toe. Dus interviewen wij hem telefonisch. Hoewel Pestman vooraf aangaf dat hij niet zoveel te melden had, blijkt al gauw het tegendeel.

Defending Brother Nr. 2
Voordat wij Pestman spreken, is ons aangeraden de documentaire Defending Brother Nr. 2 te bekijken. Deze gaat over de verdediging van de nummer twee van de Rode Khmer, het schrikbewind van Pol Pot, die ook wel ‘Brother nr. 1’ werd genoemd. Die nummer twee heet Nuon Chea en deze werd in 2007 opgepakt en aangeklaagd door het speciaal daarvoor opgerichte Cambodja-tribunaal. Zijn verdediging werd gevoerd door Pestman en (later) zijn kantoorgenoot Victor Koppe. De documentaire geeft een interessante inkijk in de processtrategie en de manier waarop de twee advocaten hun tijd doorbrengen in Cambodja en omgaan met hun rol als verdediger van een man die de boeken zal ingaan als een van de grootste (oorlog)misdadigers uit de Cambodjaanse geschiedenis. De documentaire biedt ook inzicht in het karakter van Pestman. Hij staat voor zijn cliënt en laat zich niet makkelijk sturen. Zeker als hij meent dat regels van een eerlijk proces in de wind worden geslagen. Dat uit zich al vroeg in de procedure. De voorzitter van het tribunaal wil dat Pestman op het openingsstatement van de aanklager ingaat, terwijl Pestman de inhoud daarvan nog niet met Nuon Chea heeft kunnen bespreken. Pestman weigert en krijgt een en ander over zich heen van de voorzitter. Toch houdt hij voet bij stuk en de voorzitter besluit dan dat Pestman zijn beurt voorbij is. Als Pestman na de zitting door een journalist wordt bevraagd of hij wel de juiste keuze heeft gemaakt, spreekt zijn gezicht boekdelen. Er is namelijk geen andere optie: Pestman werkt niet mee aan een oneerlijk proces.

Pakketje schroot met dun laagje chroom
We vragen Pestman wat meer te vertellen over die tijd. Vanaf 2007 behandelde hij de zaak en in 2010 verhuisde hij, met zijn gezin, naar Phnom Penh. Pestman kijkt er op terug als een heel leuke ervaring die (a) hem – via een cliënt – een zeer interessante ontmoeting met een stuk geschiedenis heeft gebracht en (b) het uiterste heeft gevergd van zijn creativiteit als advocaat. De discussie vond in die zaak namelijk voornamelijk plaats buiten de rechtszaal en het was leuk om aan die discussie deel te nemen, en zo niet alleen de discussie te beïnvloeden maar ook de gang in de rechtszaal, aldus Pestman. Maar de zaak veroorzaakte ook frustratie en teleurstelling. De corruptie en politieke beïnvloeding in Cambodja bleken veel institutioneler dan in andere landen waar hij eerder mee te maken had gehad. Het duurde even voordat Pestman doorhad wat het betekende dat de meerderheid van de rechters in deze zaak Cambodjaans waren; en de internationale rechters hadden geaccepteerd dat de lat voor een eerlijk proces heel laag lag. ‘Dan is niks beter dan iets wat niet deugt’, legt Pestman uit. ‘Ik heb geprobeerd duidelijk te maken dat het geen eerlijk proces was, maar dat kwam niet aan. De regering bepaalde uiteindelijk wat er gebeurde, niet het tribunaal. Het was een pakketje schroot met een dun laagje chroom.’

‘We moeten meer naar
het common law-systeem’

Om die reden besloot Pestman zich vroegtijdig terug te trekken uit het tribunaal. Die beslissing ging niet over één nacht ijs, nu hij zijn cliënt niet alleen aan de goden wilde overleveren. Dat zijn toenmalige kantoorgenoot Victor Koppe nog wel heil zag in het proces en wilde overkomen, maakte die beslissing gemakkelijker. ‘We denken er inmiddels overigens hetzelfde over’, zegt Pestman. Hij vervolgt: ‘Dit experiment moet niet worden herhaald, daar is iedereen het wel over eens. We kunnen geen genoegen nemen met minder omdat het een moeilijk land betreft en kunnen geen compromissen sluiten waar het gaat om mensenrechten. We hebben niet voor niets internationale minimumnormen. Het is onomstreden dat Nuon Chea onderdeel was van de Khmer Rouge, maar dat wil niet zeggen dat hij geen eerlijk proces moest krijgen.’

Michel Pestman en zijn confrère.

Moreel kompas
We vragen Pestman of een zaak als deze zijn visie op wat goed en slecht is nog heeft beïnvloed. Hij antwoordt dat een dergelijke visie niet relevant is voor een advocaat, maar dat dat wel de eerste keer was dat hij merkte dat zijn morele kompas niet dat van de rechters was. En dat is ingewikkeld. Pestman heeft in die tijd een paar keer overleg gevoerd met de Amsterdamse Deken omdat de zogenoemde Trial Chamber een klacht had ingediend over Pestman’s gedrag in de rechtbank en daarbuiten. Het citeren uit songteksten werd bijvoorbeeld niet gepruimd. Verder trok Pestman zich niets aan van sommaties van het tribunaal om lijsten van te horen getuigen en allerlei andere stukken (ten onrechte) geheim te houden. Het Nederlands tuchtrecht heeft Pestman destijds beschermd, in die zin dat hij als Nederlandse advocaat uiteindelijk vooral aan het Nederlands tuchtrecht was onderworpen. Dat tuchtrecht is er immers ook om advocaten die zich aan de regels houden, tegen oneigenlijke aanvallen te beschermen. De klacht uit 2011 hangt waarschijnlijk in het rariteitenkabinet, er is in elk geval nog steeds geen uitspraak gedaan.

Advocaat uit armoede
Om een beter beeld te krijgen bij hoe Pestman in een dergelijke zaak gerold is, gaan we terug naar het begin. Na de saaie rechtenstudie in Leiden – een onpersoonlijke leerfabriek, aldus Pestman – besluit hij nooit meer iets met rechten te maken te willen hebben. Tot zo ver geen uniek verhaal. Kort nadat hij vervolgens naar Amsterdam verhuist, wordt Pestman opgeroepen voor de militaire dienstplicht. Hij weigert echter en werkt een tijd bij theater De Balie. Omdat hij niet goed weet wat hij wil, vertrekt hij vervolgens naar Londen om een master politieke wetenschappen te doen. Dit alles in de hoop om ooit nog eens journalist te worden. Als dat niet lukt, of in ieder geval niet houdbaar blijkt te zijn, wordt hij in 1994 ‘uit armoede’ toch maar advocaat. Via de kleinste internationale organisatie die er bestaat, de Conférence de la Haye de droit international privé – ook wel de Haagse conferentie voor internationaal privaatrecht – komt hij terecht bij Prakken d’Oliveira, het enige kantoor waarvoor hij wilde werken en nog steeds werkt. Dit kantoor is begonnen als het advocatencollektief Nieuwezijds en is groot gemaakt door onder meer Ulli d’Oliveira, Ties Prakken en Phon van der Biesen. Het kwam voort uit het golfje advocatencollectieven dat eind jaren zeventig, begin jaren tachtig opkwam. Het huidige kantoor is daar dus een kindje van. Het was een vooruitstrevend en bevlogen kantoor; en er zaten geen advocaten van het soort dat Pestman vreselijk vond (de Zuidas-advocaat toen er nog geen Zuidas was). Pestman: ‘Veel leuke zaken, maatschappelijk betrokken en jezelf inzetten voor de minder bedeelde mens. Helaas een trend die je tegenwoordig nog weinig ziet’.

‘Het is een combinatie van
ijdelheid en nieuwsgierigheid’

Pestman begon als onbetaalde student-stagiaire met een jongensdroom van een opdracht. De Bosnische regering had begin jaren negentig een zaak aangespannen tegen Servië en Montenegro bij het internationaal gerechtshof vanwege schending van het genocideverdrag; en hier moest feitenonderzoek naar gedaan worden. Hoe is dit gelopen? Zoals veel leuke dingen, puur toeval. Pestman sprak redelijk Engels en werd als manusje van alles ingezet op de zaak. Hij moest als jongste bediende ook veel werken in en vanuit Sarajevo. ‘Het was heel spannend, er gingen geen reguliere vluchten naartoe en het was landen tussen de kraters’. De oorlog was nog niet voorbij, vertelt Pestman. Op het ministerie van veiligheid aldaar moest hij documenten inzien die waren gevonden op het slagveld. Samen met een tolk werden die gedocumenteerd. De eerste vijf jaar van zijn carrière heeft Pestman aan deze zaak gewerkt. Pestman over die tijd: ‘Ik deed onderzoek in primaire bronnen. Dat doe je als strafadvocaat zelden. Wat toen bleek, is dat het conflict in Bosnië en de massamoord op de moslims en Kroaten niet een spontane uitbarsting was, maar een zorgvuldig vanuit Belgrado voorbereide coup. Uiteindelijk zijn Servië en Montenegro door het internationaal gerechtshof veroordeeld voor medeplichtigheid aan genocide, een unicum in het internationaal recht.’

Compos mentis?
Tegelijkertijd was hij voor de (destijds) minimale opleidingsverplichtingen in Nederland en deed hij een aantal zaken ernaast op het gebied van strafrecht, en zelfs familierecht. Met een zelf geschreven stageverklaring rondde hij zijn advocatenstage af. In het eindgesprek met de Orde werd hem gevraagd of hij wel compos mentis was, maar met een andere reden dan het verhaal zou doen vermoeden. Hij had al die tijd voor het minimumloon gewerkt.

Sierra Leone
Internationale strafzaken waren in eerste instantie geen onderdeel van het pakket van zijn kantoor. Toen Pestman in 2003 gevraagd werd om een zaak bij het Speciaal Hof voor Sierra Leone te doen, was de eerste reactie dan ook: ‘Wie staat de fietsendieven dan nog bij?’ Een volstrekt terechte vraag wat Pestman betreft, maar uiteindelijk is besloten om hier toch voor te gaan. Onze vraag is dan: Hoe komt zo een zaak bij jou terecht? Hij antwoordt: ‘Omdat ik mensen kende. Na de “Joegoslavië-zaak” kende ik mensen bij het Joegoslavië-tribunaal (hoewel die zaak niet daar speelde). Daar heb ik ook mijn vrouw ontmoet, die daar werkte. Verder had en heeft het kantoor nauwe banden met Doughty Street Chambers, het kantoor van onder meer Amal Clooney. Ik denk ook dat ze op zoek waren naar mensen met een wat andere kijk op het recht, een niet-common law visie. Tot slot heb ik niet de illusie dat ik de eerste ben die gevraagd is, ik denk dat niemand anders er naartoe wilde!’

Spookstad
Pestman vervolgt: ‘Door het zogeheten Defence Office kreeg ik een verdachte toegewezen die werd verdacht van misdrijven tijdens de burgeroorlog tussen 1991 en 2002. Sierra Leone was in de jaren tachtig en negentig op bescheiden schaal nog een toeristische trekpleister vanwege de prachtige stranden, maar na de burgeroorlog was de hoofdstad Freetown een spookstad met bij wijze van spreken twee restaurants. Ik ben er tot 2007 actief geweest maar heb er niet permanent gezeten. De verdachte heeft zes jaar gekregen, wat voor hem – Moinina Fofana, zelfverklaard director of war – een gunstige uitkomst was. In hoger beroep is die straf overigens exponentieel verhoogd, maar daar was ik niet bij betrokken. Ik heb geen spijt van deze tijd, het was de eerste strafzaak waarbij ik zelf onderzoek kon doen. Daar was geld voor.’
Voor ons is het moeilijk voor te stellen dat je getuigen moet vinden en spreken die overal en nergens wonen. Dat ging destijds met een helikopter van de VN om de binnenlanden in te gaan of met een bootje om de moerassen te trotseren, vertelt Pestman. Ook is hij met leden van zijn team naar alle buurlanden geweest, bijvoorbeeld Liberia; en naar Nigeria en Ethiopië. Pestman wijst erop dat dit allemaal mogelijk was omdat het tribunaal was geschoeid op Engelse leest, waar zulk onderzoek vanzelfsprekend is. Daarnaast functioneerde het Sierra Leone-tribunaal omdat – ook in tegenstelling tot het Cambodja-tribunaal – de meerderheid van de rechters internationale rechters waren en de regering een (soort van) democratie was. Corruptie was er zeker ook, onrecht veel minder.

‘In Somalië sliepen we met een
helm en bomvest onder het bed’

Zelfstandig onderzoek
De noodzaak van zelfstandig onderzoek door de verdediging is een onderwerp dat een aantal keer terugkeert tijdens het gesprek. Pestman ziet het gebrek hieraan als een tekortkoming van het Nederlandse systeem. ‘Er is voor de verdediging in Nederland niet zo veel meer te doen als een dossier wordt aangeleverd. We moeten meer naar het common law-systeem, waar de waarheid ergens in het midden ligt en niet in het dossier dat door de politie is samengesteld. De verdediging moet eigen onderzoek kunnen doen om alternatieve scenario’s te kunnen presenteren en bepleiten. In een common law-systeem wordt de verdediging geacht zelfstandig onderzoek te doen en worden alle getuigen op zitting gehoord. Dit is, in ieder geval in potentie, een veel eerlijker systeem’, aldus Pestman.

Frustratie
Door zijn internationale ervaringen is Pestmans’s frustratie in strafzaken die hij in Nederland deed en doet, gegroeid. Hij licht dit toe: ‘Eind jaren negentig begon de Nederlandse staat mensen in Nederland te vervolgen op basis van universele jurisdictie. Ik heb een aantal zaken gedaan van mensen die in andere landen verdacht werden van oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid. Mensen uit Afghanistan, Rwanda, Somalië, die soms toevallig in Nederland waren en asiel aanvroegen. Ik heb geprobeerd om die zaken te doen op de “internationale manier”, maar het was moeilijk om rechters ervan te overtuigen dat er geld nodig was voor de verdediging om eigen onderzoek te doen. In Den Haag en Rotterdam is het een aantal keren gelukt om de rechters zo ver te krijgen om een potje ter beschikking te stellen voor het zoeken naar getuigen aldaar. De Nederlandse politie vindt daar namelijk niks. Deze onderzoeken hebben ook daadwerkelijk tot nieuwe inzichten geleid. Ik ben een keer met mijn collega Göran Sluiter voor een “piratenzaak” naar Somalië geweest om daar onder anderen een getuige te vinden van wie iedereen zei dat hij dood was. Je moet je voorstellen dat de getuigen allemaal uit een dorpje aan de kust kwamen en, omdat het te gevaarlijk was voor ons om daar naartoe te gaan, zij naar Mogadishu moesten komen. Dat zijn logistieke uitdagingen van een hele andere orde. De getuigen werden dan op een later moment nog gebeld door de rechter-commissaris in Nederland. Deze trip heeft wel degelijk nieuw licht op de zaak geworpen, dat anders nooit geworpen was.’
‘Achteraf realiseerden wij ons dat dat tripje ook een risico vormde voor de rechters die het avontuur hadden gesubsidieerd, nu het maar de vraag was of dat avontuur goed zou aflopen’, licht Pestman toe. Somalië is namelijk een failed state (zelfs minister Blok had dat mogen zeggen) waar war lords het voor het zeggen hebben. Pestman: ‘We moesten onze eigen beveiliging regelen, waarbij het van cruciaal belang is om je goed te laten informeren over naar wie die beveiliging zou luisteren. We sliepen met een helm en bomvest onder het bed en zaten regelmatig vlakbij de safe room: een soort kalasjnikov-museum, maar dan in een grote kluis die van binnenuit hermetisch kon worden afgesloten in het geval van een aanval op de compound.’
Na al deze spannende verhalen vragen we Pestman: ‘What’s in it for you?’ Hij antwoordt: ‘Het is een combinatie van ijdelheid en nieuwsgierigheid. Advocaten, en zeker strafrechtadvocaten, die zeggen dat ze het werk doen omdat ze het zo belangrijk vinden dat hun cliënten een eerlijk proces krijgen, zou ik wantrouwen.’ Wij laten Pestman met een knipoog weten het interview te zullen vervolgen met een gezonde dosis wantrouwen.

Beklag over rechtsstaat
Pestman heeft in de afgelopen jaren meermaals zijn beklag gedaan, zowel in de media als in de rechtszaal, over de staat van de Nederlandse rechtsstaat. Dit onder meer over het afluisteren van advocaten door de AIVD en de MIVD, de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, en de feitelijke omkering van bewijslast in zaken van teruggekeerde jihadisten. Wij vragen hem dan ook hoe hij vindt dat we er in Nederland aan toe zijn. ‘De manier waarop de terrorismezaken die ik gedaan heb, behandeld zijn en het gemak waarmee er veroordeeld is, hebben mijn beslissing om naar Amerika te gaan wel vergemakkelijkt. Het is wat mij betreft onbegrijpelijk dat Laura H. is veroordeeld. Dat zij in Syrië geweest is, wil niet zeggen dat zij het oogmerk had om daar terroristische misdrijven voor te bereiden of daarbij te helpen. Dat wordt veel te gemakkelijk aangenomen. Ik hoop dat de rechters uit Rotterdam die haar hebben veroordeeld het boek lezen dat over Laura is verschenen. Er staat een enorme druk op rechters vanuit de politiek en de maatschappij om tot veroordeling over te gaan. Je zou kunnen zeggen dat afreizen op zichzelf al strafbaar is, al voordat het strafbaar is gesteld. Er valt hier dan ook weinig eer meer aan te behalen voor strafrechtadvocaten. De veroordelingen bij verstek in dit soort zaken zijn al helemaal idioot. Doet het er dan echt niet meer toe wat een verdachte te zeggen heeft?’

‘Doet het er dan echt niet meer toe
wat een verdachte te zeggen heeft?’

Advocatenstaking
Het interview vindt plaats op 16 januari 2019, de dag van de advocatenstaking. Pestman ondersteunt die staking van harte. Pestman: ‘De inhoud van de brief van Sander Janssen van Cleerdin & Hamer aan de Raad voor Rechtsbijstand onderschrijf ik. Het is lastig te verkroppen dat het uiteindelijk altijd de advocaat is die aan het einde van het etentje met de rekening wordt opgescheept. Er wordt misbruik gemaakt van het feit dat advocaten, ook als de staat de geldkraan dichtdraait, hun cliënten niet in de steek mogen of willen laten. Advocaten zijn heel plichtsgetrouw, is mijn ervaring, financiële belangen van de advocaat ruimen in de regel altijd het veld voor het belang van de cliënt. Er zijn weliswaar minder zaken dan vroeger, maar de zaken zijn oneindig veel ingewikkelder dan vroeger. Enerzijds ben ik voor het eisen van meer specialisatie, omgekeerd merk ik dat ik nu word afgerekend op ervaring. Ik zou een zaak volgens de Raad voor Rechtsbijstand om die reden in minder tijd moeten kunnen doen. Ik heb vele discussies met de Raad voor Rechtsbijstand gevoerd. Ik heb bijvoorbeeld aangegeven die terroristenzaken eigenlijk niet te kunnen doen voor het forfaitaire bedrag, maar dat leidde nergens toe. De budgetten voor het Openbaar Ministerie zijn overigens nog steeds veel groter dan die van de Raad voor Rechtsbijstand voor de advocaten; dat klopt niet. In Nederlandse strafzaken, en zeker in terrorismezaken, wordt niet met gelijke wapens gestreden.’

Naïef
Tot slot, de Zwarte Pieten-discussie. Deze staat Pestman na aan het hart. Uiteindelijk zijn het, wat Pestman betreft, witte mensen die een beetje domme zwarte mensen nadoen en is het naïef om te denken dat dat niet racistisch is. ‘Ik begrijp dat niet iedere aanhanger van zwarte piet de intentie heeft te discrimineren, maar diezelfde aanhanger mag niet de ogen sluiten voor het effect dat die zwarte pieten op zwarte Nederlanders heeft. Sinterklaas is niet voor iedereen in Nederland een feest. In Amerika is dit eigenlijk vanzelfsprekend. Black face is hier eenvoudigweg onacceptabel. Hier hoef je niet met roetvegen aan te komen.’ Dat hij werd opgepakt tijdens een demonstratie tegen zwarte piet, vindt hij nog steeds bizar. Uiteindelijk is hem wel aangegeven dat hij ten onrechte is aangehouden en is hem een schadevergoeding aangeboden; maar hij wacht nog altijd op een excuus.

California Dreaming
Pestman en zijn gezin zijn voor de verdediging van Nuon Chea verhuisd naar Cambodja. Nu naar Los Angeles is hij degene die is meeverhuisd. Pestman zijn vrouw Kate Mackintosh heeft afgelopen zomer een baan gekregen bij de universiteit van Californië in Los Angeles. Zij is directeur geworden van het Promise Institute for Human Rights en heeft een – in Pestmans ogen – astronomisch bedrag gekregen om dit verder uit te bouwen. Deze klus duurt in ieder geval twee jaar en was te leuk om te laten schieten. Op de vraag of Pestman mag meedenken over waar de twintig miljoen dollar naar toegaan, antwoordt hij lachend: ‘Ik denk zeker mee, maar of ze naar me luistert? Laten we het houden op klankborden.’

Adviserende rol
Pestman zegt er geen probleem mee te hebben voor huisman te spelen in de tussentijd. Hij werkt ondertussen ook gewoon door voor Prakken D’Oliveira, al is het op een lager pitje. Hij wist vooraf dat het een meer adviserende rol zou gaan worden nu hij cliënten moeilijk kan bezoeken, maar het valt hem tegen hoe zeer zijn werk toch aan Nederland gebonden is. Wat dat betreft had hij liever in New York gezeten. Pestman heeft het overigens prima naar zijn zin in Los Angeles. ‘Niet alleen ligt het dichter bij Azië waar ook altijd van alles gebeurt, het is een interessante tijd om in Amerika te zijn. Zeker met alles wat er in de politiek gebeurt op het moment. En Californië is onderdeel van de resistance.’ Gelet op het motto dat Pestman op zijn pagina van de kantoorwebsite heeft staan: ‘Only dead fish follow the stream’, gaan wij er vanuit dat Pestman zich in LA als een vis in het water zal voelen.

‘De financiële belangen van de
advocaat ruimen het veld voor
het belang van de cliënt’

Daarnaast is Pestman bezig met het voorbereiden van de Amerikaanse BAR exam, het zwaarste examen van Amerika (87% failure rate). Uiteindelijk is het doel om ook in Californië advocaat te worden op het gebied van strafrecht en/of mensenrechten. ‘Het strafrecht is hier heel anders en leuker; en er gebeurt veel op het gebied van mensenrechten en milieu. Daar zijn ze hier een stuk verder in dan in Nederland.’ Tot die tijd kan Pestman ook bij UCLA aan de slag als een academische hulpsinterklaas, zodra zijn work permit binnen is. Hoe lang dat gaat duren, is nog maar de vraag. Pestman had in eerste instantie al problemen bij het verkrijgen van een visum. Daarbij hielp niet dat Pestman op het aanvraagformulier naar waarheid had ingevuld dat hij in drie van de vijf landen van de ‘zwarte lijst’ was geweest. Voor zijn werk bezocht Pestman eerder onder andere Syrië, Irak en Afghanistan. Hij kon hier ook nog eens weinig over vertellen vanwege zijn geheimhoudingsplicht. Het gaf scheve ogen en tot op heden wordt hij – zoals laatst ook zijn dochters – bij binnenkomst in de VS apart aan een (kruis)verhoor bij de douane onderworpen.

Toekomstplannen
Als fervent fietser – zelfs in Cambodja werd er een uur heen en uur terug gefietst van en naar de rechtbank – heeft hij aan LA ook een leuke uitdaging. Vanuit zijn huis zit hij meteen in de heuvels die nog niet zo makkelijk te befietsen zijn ‘op zijn leeftijd’. Hij heeft de Strava-app geïnstalleerd, waarmee je jezelf kan vergelijken met andere fietsers in de buurt. ‘Ik sta in het klassement tussen de dikke buiken en lange baarden, waar ik tot mijn verdriet ook gewoon thuis hoor.’ Hij heeft de tijd om van de omgeving te genieten en om over de toekomst na te denken. Als wij hem vragen wat hij over vijf jaar doet, antwoordt hij: ‘Geen idee. Ik doe niet zo aan vijfjarenplannen. En eigenlijk ga ik ook een beetje gebukt onder gebrek aan ambitie.’

Borrelpraat – Weids uitzicht en schalen met sushi

Een grote delegatie van de ABB-redactie trotseerde de ijzige kou van begin januari en bezocht de borrel van advocatenkantoor Florent. Florent is gevestigd in NoMA (North of Mahler), een ­modern kantoorgebouw op de Zuidas. Onder het genot van een drankje en met weids uitzicht leerden wij het team beter kennen.

Tekst: Mayk Koria, Juliëtte Daniels, Quirine van Voorst en Victor van Campen

Rond een uur of zes worden wij op de benedenverdieping van het gebouw verwelkomd door Hester van Woudenberg, een van de advocaten van Florent. Eenmaal door de poortjes en omhoog met de lift, betreden wij een van de ruime, heldere verdiepingen van het kantoor. Wat direct opvalt is de moderne kantoorinrichting en de vele kunstwerken aan de muren. Daarnaast heerst er een open sfeer door het glas dat is gebruikt om ruimtes te scheiden. De borrel wordt gehouden rond een bartafel die zich bevindt aan de rand van de ruimte die als kantine wordt gebruikt. Door de grote ramen zien wij het terras, dat wij vanwege de winterse omstandigheden (deze keer) niet betreden. Op de bar staan nootjes, bitterballen, chips en schalen met sushi: vooral dat laatste is een aangename verrassing na een lange werkdag.

Kantoor-cabaret
Bart Jan Hermans, een van de advocaten van het kantoor, vertelt ons dat het kantoor kort geleden het nieuwe jaar inluidde met een lunch in Haarlem, een kantoor-cabaret (hard doch rechtvaardig) en, voor de liefhebbers, een bezoek aan de Blauwe Engel. Het zal geen verbazing wekken dat het kantoor zich dicht bij het hart van de Zuidas bevindt. Ons bezoek aan de borrel van Florent had overigens niet uitgesteld moeten worden: een week later vertrekt een grote groep van het kantoor op de jaarlijkse skireis naar Kaprun, zo vertelt Bart Jan ons. Zo te horen heeft het kantoor de sociale activiteiten goed op orde.
Florent bestaat sinds 2017 en is ontstaan uit een samenvoeging van advocaten die eerder werkzaam waren bij de advocatenkantoren Höcker en Blix. Het begon allemaal toen Hanneke De Coninck-Smolders (BLIX) en Kees van de Meent (Höcker) benoemd werden als curator in het faillissement van V&D. De samenwerking tussen de curatoren en de advocaten – die betrokken waren bij dit faillissement – was zodanig goed dat ze besloten samen een kantoor te beginnen. Yvette Borrius, een van de partners van het kantoor vertelt: ‘Wij richten ons op de hele levenscyclus van een onderneming: van start-up tot overname en van investeringsronde tot financiële tegenwind.’ Wij spreken advocaten met verschillende specialismen: ondernemingsrecht, fusies en overnames, insolventie en vastgoed. De sfeer is gezellig en de opkomst bij de borrel is goed.
Wij hebben vernomen dat het kantoor van plan is om in de zomer, wanneer de ijzige wind vervangen is door een zacht briesje, een borrel te geven op het ruime dakterras van Florent. De redactie houdt zich graag aanbevolen!

Founders – ‘Met zorgvuldige communicatie heb je bijna geen advocaten meer nodig’

Anita Verbeek koppelt arbeidsrecht aan liefdevolle betrekkingen

Ruim dertig jaar ervaring in de advocatuur brachten Anita Verbeek bij de meest uiteenlopende kantoren, van NautaDutilh tot Van der Biesen Prakken Böhler. Zelf riep ze diverse kantoren in het leven, waarvan VerbeekdeCaluwé de meest recente is. Een interview met een advocate pur sang over haar overgang van strafrecht naar arbeidsrecht, haar ervaringen in het buitenland en het belang van liefdevolle verbanden op het werk.

Tekst: Benjamin Bijl en Nick van den Hoek

Het ABB treft de enthousiaste Anita Verbeek op het tijdelijke adres van haar kantoor in het Olympisch Stadion. Omdat Verbeek aan de wieg stond van meerdere kantoren kan zij zich met recht founder noemen. Haar huidige kantoor, ­VerbeekdeCaluwe, vernoemde zij naar zichzelf en haar moeder(snaam). ‘Het klinkt goed en in de marketing wordt gesteld dat veel e’s in de naam een gevoel van vertrouwen opwekt’. Achterin het geïmproviseerde kantoor nemen we haar rijke carrière door.

U zit al dertig jaar in de advocatuur en dit is dus niet het eerste kantoor waar u werkt. Kunt u in vogelvlucht door uw carrière gaan?
‘Ik ben beëdigd in oktober 1988, vorig jaar dus dertig jaar in het vak. Mijn kantoorgenoten hebben een geweldige surpriseparty georganiseerd in november, daar kan ik nog jaren op teren. Ik begon bij Dutilh, dat later fuseerde met Nauta. Ik heb eerst na mijn studie anderhalf jaar bij de rechtbank gewerkt als griffier in de kort gedingen sector en in de strafsector. Ik zag al die advocaten voorbij komen en besloot na enige tijd dat de advocatuur wel iets voor mij zou kunnen zijn. Ik solliciteerde bij Dutilh. Spannend, want in die tijd was de arbeidsmarkt overladen met afgestudeerden. Honderd sollicitaties doen en nog steeds geen baan hebben, was geen uitzondering. Maar tot mijn – ik moet toegeven geringe, – verbazing werd ik gelukkig aangenomen.’

U begon bij Dutilh als strafrechtadvocaat. Waarom heeft u de overstap gemaakt naar het arbeidsrecht?
‘Op een gegeven moment dacht ik: dat strafrecht, daar raak ik gedeformeerd van. Ik vond niks meer erg. Als vrienden dan iets vertelden over dat er iets was gebeurd ging ik nadenken over wanneer de verdachte in verzekering was gesteld, zou de hulpofficier er tijdig bij zijn geweest? Ik verloor uit het oog wat voor impact zo’n gebeurtenis op iemand kan hebben.’

Dat is juist goed toch?
Ja, dat is goed voor het vak, maar ik merkte dat ik sociaal de noodzakelijke empathie verloor en ook langzamerhand wat bedrukt werd door de inhoud van de zaken. Ik denk dat je wel een bepaalde karakterstructuur moet hebben voor het strafrecht. En daarbij komt dat goede degelijke strafrechtadvocaten vaak slecht in de pers worden afgeschilderd. Daar moet je tegen kunnen.’ Dus heb ik het strafrecht verlaten en ingeruild voor het arbeidsrecht; dat lag er het dichtst bij. Maar het is wel een beetje lokaal manoeuvreren. Ik zag op een gegeven moment iedereen naar het buitenland gaan en dacht toen: “Ik wil ook naar het buitenland!” Dat werd het zusterkantoor van NautaDutilh in Brussel. Het was de bedoeling dat ik maar een half jaar in Brussel bleef, een ontzettend leuke tijd overigens. Er was een deel francofone advocaten en een deel Vlaamse advocaten, dat noemde ik “het Vlaams blok”. Later zagen ze daar de humor wel van in. Ik vond het leuk om te zien hoe arbeidsrechtelijke situaties in België werden aangepakt. Omdat er geen advocaat beschikbaar was op dat moment ben ik een keer door het kantoor naar Zaventem gestuurd om een directeur van een cliënte uit Engeland bij te staan. Hij wist dat ik eraan kwam en landde daar met zijn eigen vliegtuig. Hij was een zoon van een miner en vertelde mij dat met onverholen trots terwijl hij zijn bretellen op zijn fenomenale buik liet knallen. Ik was meteen ook trots op hem. Wij moesten een general manager van zijn bedrijf in België ontslaan. Dat gebeurde in een hotelkamer in het Ibis hotel in Zaventem. Dat is heel gek, je zit aan een tafel, er staat een bed en er is een badkamer en dan ga je door alle dingen heen die deze man heeft gedaan en vervolgens ga je hem ontslag aanzeggen. Die man kreeg het helemaal warm en ellendig. Ik ook. Het was een soort creepy misdaadfilm. Hij vroeg of hij even naar de badkamer mocht en dat duurde en duurde maar en ik vroeg de zoon van de miner, die er ook niet gerust op was, even te gaan kijken. Hij zou zichzelf toch niet iets hebben aangedaan? Hij kwam er uiteindelijk een beetje opgefrist uit, nog wel over z’n toeren. Mijn toeren waren ook niet meer in orde. Ik weet nog dat ik een paar dagen daarna nog steeds de schrik in de benen had.’

U gaf aan dat u het strafrecht bent uitgegaan en dat u bent gaan kijken naar wat hier het meest op lijkt en toen kwam u bij arbeidsrecht uit. Dat is interessant, want op welke manier lijkt dat op strafrecht?
Omdat het echt om ingrepen in het leven gaat. Het gaat om iets dat ingrijpt in je toekomst en in je omgeving. Als je je baan verliest, heeft dat directe gevolgen voor jezelf, je omgeving et cetera. Er speelt dus veel meer gevoel mee, net zoals in het strafrecht voor de cliënt zelf. Als je opgepakt wordt en in het gevang gegooid wordt, dan is dat ook voor jezelf niet zo leuk en heeft dat een grote invloed op je hele omgeving. En als je daar iets in kunt doen als advocaat – of dat nu vanuit de procesmatige manier is of in ieder geval vanuit ondersteuning – als je daar iets in kunt betekenen, dan heeft dat een grotere impact dan wanneer het gaat om ondernemingsrechtelijke kwesties.’

Voerde u ook Franstalige procedures?
Voordat ik naar Brussel ging, was ik een week naar de nonnen in Vught gegaan omdat kantoor wel wilde dat ik goed Frans sprak voordat ik erheen ging. Dus ik sprak natuurlijk vervolgens goed Frans. Dus ja, in Franstalige procedures heb ik gewerkt en daarnaast ben ik ook naar het paleis van justitie geweest om strafzittingen bij te wonen. Er was een hele juicy zaak van de rector van de Brusselse universiteit die zijn vrouw had vermoord. Onder grote publieke belangstelling en met jury werd het hele proces gevoerd en je werd er een beetje naar van, van wat hij allemaal bedacht had. Zo zie je maar weer dat moord in de beste kringen voorkomt.
‘Na mijn tijd in Brussel ben ik blijven wonen in Antwerpen, want ik begon met werken in Eindhoven. Inmiddels zat NautaDutilh ook in Eindhoven en daar zochten ze medewerkers. Het leuke was dat mijn pleegbroer en zijn vrouw daar ook werkzaam waren. We waren een hecht team en hadden in feite een klein kantoor in een groot kantoor.’

‘Het mooie is als je boven
een zaak kan zweven’

Bij welke kantoren heeft u nog meer gewerkt?
‘Na NautaDutilh heb ik bij Van der Biesen Prakken Böhler gezeten. Toen ik daar ben weggegaan met Christiaan Oberman hebben wij het kantoor Palthe Oberman opgericht. Ik ben dus inderdaad overgestapt naar een best wel reactionair kantoor. Ze deden daar zaken die bij NautaDutilh niet gedaan werden. En er werkte een heel ander type mens, dat vond ik ontzettend leuk. De enorme passie voor de zaak en voor de cliënt vond ik ook verfrissend.’

Waren er nog andere verschillen?
‘Ik vind dat je bij NautaDutilh veel commerciëler bezig bent. In mijn kantoor is er meer ruimte voor een veel persoonlijkere aanpak. Mijn motto is: houd de dossiers zo dun mogelijk. Het liefst heb ik dat na een bespreking het gevoel overheerst van “we gaan het zo aanpakken, opgelost die zaak”. Natuurlijk moet je ook de noodzakelijke diepgang hebben, maar hoe langer je in de advocatuur zit, hoe gemakkelijker je boven de materie kan zweven en hoe sneller je een oplossing kan bedenken. Ik probeer me altijd voor te stellen wat ik zou willen als ik tegenover een advocaat zou zitten. Je wilt natuurlijk dat het niet te lang duurt en je wilt ook goed inzicht hebben in wat je kiest, wat er dan vervolgens gaat gebeuren. De strategie moet van aanvang af duidelijk zijn.’

Dat is dan ook een ander type cliënt op dat kantoor?
‘Ja, het type cliënt is anders. Bij de grote bedrijven is het belangrijk dat ze met een grote naam kunnen schermen naar een wederpartij. Dan is het minder belangrijk hoe het persoonlijke contact met de cliënt is en of er een heel team op zit en of er bijvoorbeeld allemaal jongeren meegaan. In een kleinere setting is de band met je cliënt veel hechter en werk je kostenbewuster.
‘Ze zeiden vroeger altijd dat je cliënten kreeg die bij je passen, dat vond ik toen onzin. Maar nu besef ik wel dat dit het geval is als je in een wat kleinere setting werkt. Je bent in een groter verband meer een deel van het geheel.’
Heeft een klein kantoor ook nadelen?
‘Jawel. Samen met Olga (huidig kantoorgenoot Olga Rote) heb ik niet lang geleden een pitch gedaan bij een groot bedrijf omdat ze een reorganisatie wilden. Maar wij kwamen daar met z’n tweeën en dat vonden ze toch een probleem. Wij kunnen dat met een flexibele schil oplossen, maar ik ben daar geen voorstander van. Je hebt minder zicht op de kwaliteit van degene die je flexibel inhuurt, dus dat vind ik best ingewikkeld.

‘Wij hadden een goede pitch, maar ze hebben toch gekozen voor een groter kantoor, omdat die wel meerdere (eigen) medewerkers hadden die ze konden inzetten. Ik snap dat. Want zij dachten als die Verbeek omvalt, hebben we een probleem. Drie dagen voor die pitch was ik door een glazen deur gevallen, dus wellicht kregen ze een indruk van een brokkenpiloot. Dat helpt natuurlijk ook niet.

‘We hebben nu een kleine setting met mensen die elkaar door en door kennen. Hoewel ik de uitdrukking “het hebben van een klik” altijd wat raar vind, denk ik toch dat dit een redelijk goede beschrijving is van de sfeer hier. We kennen elkaar al decennia, mijn secretaresse Frederiek Sennema werkte ook al voor mij bij Van den Biesen Prakken Böhler. We passen goed bij elkaar en we lachen ons af en toe echt een hoedje hier op kantoor. Soms zijn we ook heel geërgerd, maar dan kunnen we ook tegen elkaar zeggen van: tjonge, wat zit die Hans (kantoorgenoot Hans de Savornin Lohman) grumpy achter zijn bureau of met Olga moet je vandaag echt niet praten (en andersom natuurlijk met mij ook weleens niet).’

Belangrijk hè, dat je dingen tegen elkaar kunt zeggen?
‘Precies, en dat is prettig. Maar nu hebben we ook gewoon mensen nodig, want ik zit dag en nacht te werken omdat ik ook het uitzoekwerk zelf doe, de memo’s schrijf, etc. En dat bereken ik natuurlijk niet allemaal, want ik vind dat werk waar mijn cliënten niet mijn volle uurtarief voor zouden moeten betalen. Maar goed, we hebben straks drie verdiepingen en we zitten dan op een heel mooi stuk in het Olympisch Stadion in het nieuwe pand. Dus ja, twee à drie medewerkers erbij en dan kunnen we weer een beetje op stoom raken. Toen ik eerder met al die medewerkers zat deden wij ook gewoon reorganisaties bij grote bedrijven die het fijn vonden om bij een klein gespecialiseerd kantoor te zitten.’

Dus een grote reorganisatie is niet minder leuk, omdat het ontslaan van mensen sowieso niet leuk is?
‘Nee, als je het maar goed aanpakt. Communicatie is wat dat betreft key. Wat ik wel door mijn hele praktijkjaren heen heb gezien, is daar waar het misgaat, het ontbreekt aan respectvolle en goede communicatie. Heel veel zaken komen bij ons terecht omdat ze bij de voordeur niet hebben gezegd: ‘’Kom, we gaan zitten, we zijn hiermee bezig, we denken deze kant op te gaan, maar wat vind jij? En hoe zie jij jouw rol hierin?’’. Als werkgever heb je daar heel veel mee te winnen.
‘In dat kader ga ik dan ook medio februari een masterclass van twee dagen bij de Erasmus Universiteit volgen over liefde op het werk. Nu zie ik jullie al kijken van “huh?”, maar het is niet wat jullie denken, het gaat meer over “liefdevolle” samenwerkingsverbanden. De titel van de workshop is natuurlijk een beetje een marketingtruc, maar het zal gaan over zorgvuldigheid op de werkplek en ik denk ook dat we iets te winnen hebben aan echt zorgvuldig met elkaar omgaan. Als je zorgvuldig als werkgever met je werknemers omgaat heb je veel minder conflicten, veel minder ellende, veel minder onrust op de werkvloer. Andersom mag je dat ook van een werknemer verwachten, dus een werknemer moet ook zorgvuldig zijn in hoe hij omgaat met zijn werkgever, werktijden en arbeidsvoorwaarden en zo kan hij ook conflicten vermijden.
‘En dat heeft alles te maken met welke bedrijfscultuur je hebt en hoe je met elkaar omgaat. Ik ben benieuwd of ik iets nieuws hoor daar, ben benieuwd naar wat daar gepredikt wordt. Ik ben ervan overtuigd dat je met zorgvuldige communicatie over en weer, bijna geen advocaten meer nodig hebt.’

‘We gaan gewoon ten onder
aan oppervlakkigheden’

Maar dat is toch niet de rol van de advocaat bij dat eerste gesprek?
‘Nee, zodra een advocaat naar binnen komt zweven, weet je al dat het hommeles is. Je kunt natuurlijk wel je cliënten opvoeden. Dat klinkt een beetje pedant, maar je kunt wel adviseren over hoe dat in de toekomst moet en hoe ze zorgvuldiger ermee kunnen omgaan, om dit soort conflicten te vermijden. Soms is het niet te vermijden, dat is natuurlijk zo, maar ik heb zo vaak managers en bestuurders hier gehad die dan tegen mij zeggen: ‘’Ik zit hier wel, maar ik wil hier eigenlijk helemaal niet zitten. Als mijn board of mijn raad van commissarissen mij van het begin af aan had meegenomen in deze verandering, dan was ik nu niet hier gaan zitten en had ik nu niet gezegd: ik hang ze aan de hoogste boom en probeer de hoogste vergoeding eruit te krijgen’’. Dat komt vaak voor en toch wordt dat vergeten. En dat komt denk ik ook omdat onze maatschappij gewoon veel te snel, veel te individualistisch geworden, veel te veel op geld gericht, we gaan gewoon ten onder aan oppervlakkigheden en verliezen ons hart op de verkeerde manier. We zitten niet meer in het hart bij elkaar en dat is de ondergang van onze soort.’

U had het net over uw werkstijl, hoe is deze en hoe is deze veranderd?
‘Ik ben een beetje een laatbloeier, als je stagiaire bent weet je niet hoe de praktijk precies werkt. Je hebt dan vooral veel theoretische kennis in je hoofd. Zo weet ik nog dat ik voor het eerst een zaak helemaal ging uitzoeken. Dat ging over levensbeëindigend handelen bij pasgeborenen, nou, dat was toen echt wel een issue. En dat je dan dingen vindt die je kan gebruiken in zo’n zaak en dat je dat in de memo opschrijft, dat vond ik prachtig. Ik had toen wel de belevenis dat ik het verschil kan maken met de theoretische kennis die ik heb. Die kennis is natuurlijk in al die jaren erna vergroot, verbeterd en verfijnd, waardoor ik snelle oplossingen kan bedenken. Ik kan mensen helemaal “ontzorgen”. Ze komen hier met een dossier en omdat je als ervaren rot al heel veel aspecten in arbeidszaken in deze jaren hebt gezien kun je snel doorschakelen, direct een strategie meegeven en een cliënt geruststellen, waardoor hij of zij die zorgen gelijk kan vergeten’.

Waarom bent u dan eigenlijk een laatbloeier?
‘Ik merkte dat ik in het begin nog best onzeker was. Ik weet nog dat ik bij een cliënt van een compagnon zat en dat de HR-adviseur iets wilde zeggen en dat de HR-manager over mij zei: “Ssst, ze is aan het adviseren.” Ik dacht: “Moet dat nou? Wat overdreven!” Ik schrok er op dat moment ook een beetje van, hoezo zijn mijn adviezen zo belangrijk, terwijl ik dat nu natuurlijk niet meer zou hebben.’, zegt ze. Met een glimlach.: ‘Er moet uiteraard heel goed naar mijn adviezen worden geluisterd’.

Wat heeft u in de jaren door aan nevenactiviteiten gedaan?
‘Tijdens mijn tijd bij NautaDutilh zong ik en deed ik aan cabaret. En met de Jonge Balie gingen we altijd skiën. Ik heb in de openingsopera van de Rotterdamse schouwburg gespeeld en tussendoor ben ik nog voorzitter van de Jonge Balie Rotterdam en Dordrecht en de Jonge Balie Nederland geweest. Ik heb jaren in het College van Afgevaardigden gezeten en ben al jaren toezichthouder en bestuurder bij diverse stichtingen en verenigingen. Recent heb ik samen met anderen een nieuwe middelbare school opgericht, de eerste humanistische school van Nederland.’

‘Ik heel blij ben dat ik bij een
groot kantoor ben begonnen’

Welk advies zou u uzelf hebben gegeven met de kennis die u nu heeft?
‘Ik denk, als ik terugkijk, dat ik heel blij ben dat ik bij een groot kantoor ben begonnen en opgeleid, want je wordt daar in het diepe gegooid, waardoor eerder ook bepaalde competenties duidelijker worden. Ik heb toen ontdekt dat ik het heel leuk vond om als een soort rechercheur door een dossier te gaan en juist de sterke punten eruit te pakken. En dan dat belang van de cliënt vooropstellen, dat is mooi.

‘Want toen ik als griffier bij de rechtbank zat, vond ik het toch een beetje saai. Ik was ook eigenlijk, denk ik, een te fel mens om zo redelijk te zijn. Ik kan soms ook helemaal niet redelijk zijn, dat klopt. Ik moet mezelf soms echt tot de orde roepen. Maar die plons in het diepe, met hoge verwachtingen die aan je worden gesteld, maakt ook dat je snel aanscherpt in allerlei competenties.’

Na dertig jaar dat gevoel, dat is wel mooi toch?
‘Ja, ik houd wel heel erg van het vak. Elke dag is weer anders en ik vind het ook heel leuk om iets te vinden waarvan je denkt: “Oh, ja, dat kan ook nog”. Het mooie is als je boven een zaak kan zweven, je ook elementen uit een andere discipline kan halen, waardoor de cirkel rond wordt. Ik word daar heel blij van. Ik zeg altijd : ‘’Als je je hersenen maar bij je hebt, ben je een gelukkig mens’’. Het opzetten van de kantoren in de afgelopen jaren heeft mij niet in de weg gezeten, integendeel. Je raakt er steeds meer bedreven in en daardoor kun je ondertussen ook je praktijk gewoon door laten gaan. Maar het kantoor waar ik nu zit vind ik wel echt het leukste kantoor.’