Alle berichten van ABBbulletin

De Robijnen Bef

In deze rubriek worden advocaten die 40 jaar in het vak zitten in het zonnetje gezet. Deze keer:

 

1. 40 jaar
Eigenlijk zit ik al 45 jaar in het vak. Ik ben in 1978 herbeëdigd na een jaar advocatuur op Curaçao. Ik heb nadien in de jaren 80 nog eens zeven jaar praktijk gedaan op Curaçao. Ik heb mij nadien op de onteigeningspraktijk gestort.

2. Waarom hebt u destijds voor de advocatuur gekozen?
De hoogleraren burgerlijk recht in Amsterdam, waar ik studeerde, waren beiden uit de advocatuur afkomstig. Hun praktijkgerichte benadering van het juridisch vak sprak mij aan. Daarnaast had ik van huis uit een voorkeur voor het vrije beroep meegekregen.

3. Welke zaak is u het meest bijgebleven?
Een onteigening voor verhoging zeewering op het voormalige eiland Wieringen. De zaak begon met een bezichtiging bij straffe noordwestenwind en schuimkoppen op het Marsdiep en eindigde een jaar later met een debat bij de Rechtbank Alkmaar over bijzondere geschiktheid van het onteigende omdat het al bijna op Deltahoogte lag.

4. Wat zijn de belangrijkste veranderingen geweest in de tijd dat u advocaat bent?
De groei van de Balie en de groei van de grote kantoren. De eerste leidende tot vermindering van de cohesie; de tweede leidende tot toename van kennis en kunde door specialisatie binnen en buiten de grote kantoren doch ook tot een overwegend bedrijfsmatige aanpak van de praktijkvoering.

5. Vindt u dat de overheid voldoende rekening houdt met het vak van de advocaat?
Het goede nieuws is dat wij nog steeds volstrekt onafhankelijk van de overheid kunnen adviseren en procederen. Zorgwekkend vind ik het gemak waarmee over inbreuken op de vertrouwelijkheid tussen advocaat en cliënt wordt gesproken.

6. Wat vindt u het leukst aan uw vak? Indien u het allemaal overnieuw zou mogen doen, zou u dan een ander beroep hebben gekozen?
Er is voor mij niet een enkel aspect. Ik doe veel deskundigenpraktijk. Dan houd ik van het zoeken naar een aanpak die tot een rechtvaardige en billijke uitkomst leidt. Het onderzoek brengt vaak met zich mee dat ik in weinig bekende uithoeken van ons land moet zijn, bij onteigenden die al heel lang om aandacht voor hun zaak vragen. Het is werk dat inspireert. Ik zou geen ander beroep willen uitoefenen.

7. Heeft u nog tips?
Vooral jonge advocaten die in hun stage veel transactie-praktijk doen zou ik aanbevelen ervoor te zorgen dat ze zich ook een tijd, meer dan minimaal voorgeschreven, bekwamen in de procespraktijk. En zoek naar zaken waarin je  de eerst verantwoordelijke binnen kantoor kunt zijn.

8. Er is veel te doen over de pensioenleeftijd: wat vindt u de ideale pensioenleeftijd voor een advocaat?
Je moet enthousiasme kunnen opbrengen voor de zaken die je behandelt. Als dat begint te ontbreken is het tijd om te stoppen.

 

Tuchtrecht

Sommatiebrief gericht aan een andere advocaat blijft confraternele correspondentie

Na een paar rustigere zomermaanden zien we in de maand oktober het aantal tuchtrechtuitspraken weer oplopen. Opvallend hierbij zijn uitspraken die zien op klachten over (onnodig) grievende uitlatingen van advocaten. Zo was er de bekende strafpleiter die zich grievend zou hebben uitgelaten over een mediator[1]. En de familierechtadvocaat die tegen de man van zijn cliënte ‘oprotten!’ had geroepen[2]. De klachten tegen beide advocaten werden ongegrond verklaard. In beide zaken stelde de raad voorop dat de advocaat een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen van zijn cliënt te behartigen en dat die vrijheid slechts wordt beperkt bij het uiten van feitelijk onjuistheden of doen van onnodig grievende uitlatingen. Advocaten mogen zich dus (gelukkig) redelijk vrij uiten.

Een terugkerend fenomeen in de tuchtrechtspraak is echter het overleggen van confraternele correspondentie[3]. De advocaat van bank X sommeerde een wederpartij tot betaling uit hoofde van een civiele vordering. De sommatie ging via de advocaat van die partij en deze advocaat reageerde per e-mail dat zijn cliënt geen reden zag om over te gaan tot betaling. Als reactie werd gedagvaard en de sommatiebrief werd als productie bij die dagvaarding in het geding gebracht. Volgens de advocaat gaat het niet om confraternele correspondentie. Volgens hem betreft het louter een sommatiebrief. “Wanneer deze brief tot onderhandelingen zou hebben geleid over de betaling van een bepaald bedrag, zou de vervolgcorrespondentie tot confraternele correspondentie geleid kunnen hebben. Er zijn echter geen schikkingsonderhandelingen ontstaan, zodat de brief niet confraterneel is”, aldus de advocaat.

De raad van discipline maakt korte metten met dit standpunt en verduidelijkt nog eens dat in rechte geen beroep mag worden gedaan op correspondentie van de ene advocaat aan de andere advocaat bij de behandeling van een zaak, ongeacht de inhoud. Dit is alleen anders indien het belang van de cliënt dit bepaaldelijk vordert, maar ook dan geldt dat eerst toestemming van de andere advocaat nodig is en eventueel advies van de deken moet worden ingeroepen. In dit geval is weliswaar (nog) geen sprake is van schikkingsonderhandelingen, maar betreft het wel correspondentie van de ene advocaat aan de andere en die mag dus in beginsel niet in het geding worden gebracht. De klacht met betrekking tot het overleggen van deze correspondentie is gegrond verklaard, maar gelet op de omstandigheden van het geval vond de raad van discipline het niet nodig een maatregel op te leggen.

Hierbij is overigens wel van belang dat is getoetst aan de oude gedragsregels. De nieuwe/huidige gedragsregel 26 geeft een iets andere draai aan het gebruik van ‘vertrouwelijke mededelingen’. Maar daarover later meer.

Door: Benjamin Bijl

 

 

[1] Raad van discipline Amsterdam 10 oktober 2018, ECLI:NL:TADRAMS:2018:200.

[2] Raad van discipline Amsterdam 10 oktober 2018, ECLI:NL:TADRAMS:2018:201.

[3] Raad van discipline Amsterdam 10 oktober 2018, ECLI:NL:TADRAMS:2018:202.

De Robijnen Bef

In deze rubriek worden advocaten die 40 jaar in het vak zitten in het zonnetje gezet. Deze keer:

 

 

  1. Waarom heeft u destijds voor de advocatuur gekozen

Ik heb in jaren zeventig gestudeerd, de advocatuur leek mij de beste manier om op te komen voor degenen die dat het hardst nodig hadden. Noblesse oblige: dat ik mocht studeren was een voorrecht, daar hoor je wat voor terug te doen tot nut van het algemeen.

  1. Welke zaak is u het meest bijgebleven?

Mij is vooral een periode bij gebleven: de tijd dat ons kantoor met andere sociaal advocaten optrad voor de krakers. Roerige tijden, waarin het recht door het gezag steeds verder werd opgerekt om de boel onder controle te krijgen c.q. te houden. Dat gaf grote zaken, zowel civiele als strafzaken, waar je met meerdere collega’s rechtsbijstand verleende in unieke, tot dan toe niet eerder vertoonde, situaties. En al waren we bloedserieus in onze verdediging, er viel ook altijd wat te lachen. Dat doen we op ons kantoor gelukkig nòg.

  1. Wat is de belangrijkste verandering geweest in de tijd dat u advocaat bent.

Dan moet ik toch wel de in toenemende mate repressieve regelgeving noemen, gepaard aan de afbraak van de sociale advocatuur, de ondermijning van de Trias Politica. Toen ik als advocaat begon was het ondenkbaar dat een parlement zich zou bemoeien met een strafmaat. Nu lijkt men ieder maatschappelijk probleem enkel met strengere wetgeving te lijf te gaan, tegen beter weten in.
En er is een ontwikkeling gaande waarbij geschilbeslechting belangrijker wordt dan rechtspraak. Of we daar blij mee moeten zijn weet ik nog niet, mede omdat geschilbeslechting momenteel in mijn ogen vooral bezien wordt vanuit het kostenaspect: als het maar goedkoper is, dan is het al gauw goed.

  1. Vindt u dat de overheid voldoende rekening houdt met het vak van de advocaat.

Al geruime tijd niet meer. De kernwaarden van de advocaat zijn diens onafhankelijkheid en de vertrouwensrelatie met de cliënt, en ik zie daar toch wel aan getornd worden door de terugkerende discussie over het verschoningsrecht. Maar ook het steeds verder terugdringen van de mogelijkheden voor burgers om een advocaat in te schakelen doet het beroep geen goed.

  1. Wat vindt u het leukst aan uw vak? Indien u het allemaal overnieuw zou mogen doen, zou u dan een ander beroep hebben gekozen

Sinds 2005 ben ik behalve advocaat ook mediator. Voor mij ligt dat in elkaars verlengde. Ik zou geen enkel ander beroep weten dat mooier is. Het leukste vind ik dat je met je cliënten echt een vertrouwensband opbouwt, soms van korte duur, soms van wat langere duur. Maar, zoals één van mijn cliënten die mij dringend wilde spreken ooit zei: “Het gáát namelijk ergens over!”

  1. Er is veel te doen over de pensioenleeftijd; wat vind u de ideale pensioenleeftijd voor een advocaat.

Die is voor iedereen anders, en dat is goed. Ik ben nog niet uitgewerkt!

  1. Heeft u nog tips voor (jonge) advocaten?

Vaar je eigen koers, dan haal je met gemak je 40-jarig jubileum.

Jonge Balie Amsterdam – de blaadjes vallen, de kop is van het verenigingsjaar!

Wie in deze tijd van het jaar over straat loopt, zal merken dat het herfst is. Het wordt kouder, natter en de bladeren vallen langzaam maar zeker van de bomen. Herfst is voor velen een teken dat het einde van het jaar in zicht komt, maar voor de Jonge Balie is dat zeker niet het geval. Ons verenigingsjaar is pas net begonnen en de kop is er vanaf!

Terugblik EYBA International Weekend 2018

Na de geslaagde Jonge Balie studiereis naar Boedapest, was de Jonge Balie Amsterdam aanwezig op het jaarlijkse EBYA International Weekend in Londen. Dit weekend wordt georganiseerd door de Junior Lawyers Division of the Law Society of England, the Young Barristers Committee of the Bar Council, the European Young Bar Association en the London Young Lawyers Group en bestaat uit een mix van lezingen, sociale activiteiten en de algemene ledenvergadering van de EYBA. Overigens zijn alle Jonge Balie leden via de Stichting Jonge Balie Nederland lid van de EBYA en uiteraard van harte welkom op de volgende EYBA conferentie die in het voorjaar zal plaatsvinden in Chișinău, Moldavië! 

Terugblik: Anglo-Dutch Exchange 2018

Aansluitend aan het EBYA International Weekend vond van 1 tot en met 5 oktober de Anglo-Dutch Exchange 2018 plaats in Londen. De Anglo-Dutch Exchange bestaat sinds 1966 en is een tweejaarlijks uitwisselingsprogramma tussen enerzijds de Jonge Balies van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag en anderzijds de Young Barristers’ Committee of the General Council of the Bar of England and Wales, de London Young Lawyers’ Group en de Junior Lawyers’ Division of the Law Society of England and Wales.

Het programma van de Anglo-Dutch Exchange bestond dit jaar uit een bezoek aan onder meer de hoogste rechterlijke instantie van het Verenigd Koninkrijk (the Supreme Court), verschillende strafrechtelijke rechtbanken, the University of Oxford en advocatenkantoren. Uiteraard is ook het sociale aspect van de uitwisseling niet onderbelicht gebleven. Zo is er een gezamenlijke pubquiz georganiseerd en is de week afgesloten met een galadiner. Men kan terugkijken op een geslaagde uitwisseling en wij kijken ernaar uit om de volgende editie in 2020 in Nederland te organiseren!

De blik vooruit

Een korte blik richting de toekomst: wat staat er binnenkort op de agenda?

Donderdag 25 oktober 2018 – Jonge Balie lezing

Op donderdag 25 oktober aanstaande zal mr. Niels Jansen (universitair docent aan de UvA) een arbeidsrechtelijke lezing geven over ‘overgang van onderneming en ontslag van werknemers wegens ETO-redenen’.

Onder welke omstandigheden is ontslag (of wijziging van arbeidsvoorwaarden) na een overgang van onderneming toegestaan? Het is een vraag waar de overname-, insolventie- en arbeidsrechtspraktijk geregeld mee worstelen. Dat ontslag wegens de overgang niet is toegestaan, maar dat dit ontslagverbod geen beletsel is voor ontslag wegens ‘ETO-redenen’ is weliswaar een antwoord op de vraag, maar voor de praktijk niet echt een bevredigend antwoord. Immers, wanneer is sprake van ontslag wegens overgang en wat zijn precies ETO-redenen? Is ieder verband tussen de ETO-redenen en de overgang ‘verboden’, of is dat verband niet relevant en gaat het erom dat de aangevoerde ETO-redenen op zichzelf beschouwd een ontslag of wijziging kunnen rechtvaardigen? Dit zijn vragen die Niels Jansen zal beantwoorden tijdens de lezing.

De lezing vindt traditiegetrouw plaats bij Roeivereniging de Amstel. Daar kunnen onze leden luisteren naar de lezing van Niels Jansen, waarna ze onder het genot van een drankje kunnen napraten over het onderwerp.

Primeur: combinatie-evenement met hoofdsponsor Rabobank

Rabobank is sinds bijna twee jaar de hoofdsponsor van de Jonge Balie Amsterdam. Op 27 november aanstaande zullen de Jonge Balie Amsterdam en Rabobank gezamenlijk een evenement organiseren bij het Stedelijk Museum. Dit evenement zal in het teken staan van startende advocaat-stagiaire ondernemers en heeft als titel: “Hoe start ik mijn eigen kantoor?”

De avond zal, kort gezegd, bestaan uit een hapje en een drankje, gevolgd door een lezing van de Jonge Balie Amsterdam en Rabobank gezamenlijk en tot slot een sneak preview van de Wintertentoonstelling van het Stedelijk Museum. Het is voor het eerst dat de Jonge Balie Amsterdam en Rabobank samen een dergelijk evenement organiseren en wij hebben er zin in!

Ter afsluiting

Hoewel het vierde kwartaal van 2018 qua temperatuur voor koude omstandigheden zal zorgen, heeft de Jonge Balie meer dan genoeg activiteiten om haar leden warm te houden, waaronder de traditionele Kerstborrel. Wij hopen veel leden te mogen ontvangen tijdens de komende activiteiten en kijken uit naar de komende maanden!

Door: Thijs Verstraten – Voorzitter van de Jonge Balie Amsterdam

Jonge Balie

Jonge Balie Amsterdam: een frisse start!

 Het nieuwe verenigingsjaar is begonnen en op 18 september heeft onze jaarlijkse algemene ledenvergadering plaatsgevonden. Tijdens die vergadering heeft er een bestuurswissel plaatsgevonden. Graag stel ik het nieuwe bestuur aan u voor:

  • Mr. Thijs Verstraten, Lexence N.V. (Voorzitter)
  • Mr. Ewoud van der Leek, Houthoff Coöperatief U.A. (Vice-voorzitter, PR & Acquisitie)
  • Mr. Sietse Piekaar, Van Diepen Van der Kroef (Penningmeester)
  • Mr. Barbara Elion, Loyens & Loeff N.V. (Secretaris)
  • Mr. Jolien Derksen, Bos & Partners Advocaten B.V. (Evenementen)
  • Mr. Charlotte Waterman, Liber Dock B.V. (Opleidingen & Lezingen)
  • Mr. Lilach Zalait, Boontje Advocaten B.V. (Justitia)

Deze zeven enthousiaste advocaten gaan komend verenigingsjaar de Jonge Balie Amsterdam leiden en fantastische activiteiten organiseren voor haar leden.

De Jonge Balie heeft afgelopen zomer niet stilgezeten. Zo zijn er twee geslaagde zomerborrels georganiseerd bij de Waterkant (26 juli) en StrandZuid (30 augustus) en vond begin september de traditionele zomerpubquiz plaats. Onder leiding van een nieuwe quizmaster is de parate kennis van onze leden tot het uiterste op de proef gesteld. RESOR ging er uiteindelijk met de prijs vandoor, maar werd op de hielen gezeten door meerdere kantoren!

Ter afsluiting van de zomer, maar ook als begin van het nieuwe jaar, is de Jonge Balie van 12 september tot 15 september naar Boedapest gegaan voor haar jaarlijkse studiereis. 42 leden hebben daar een bezoek gebracht aan het parlement, een lokaal advocatenkantoor en de lokale orde van advocaten. Daarnaast hebben de leden tijdens een tuk tuk tour en andere sociale activiteiten alle leuke kanten van Boedapest gezien. Kortom, we kunnen terugkijken op een mooie zomer.

De eerste lezing van het nieuwe verenigingsjaar werd, zoals gebruikelijk, gehouden bij Roeivereniging de Amstel en werd verzorgd door Ginio Beij van M2 Advocaten. Hij gaf een lezing over de juridische en maatschappelijke aspecten van Airbnb en andere vormen van short stay verhuur. Het verhuur van (sociale) woonruimte via Airbnb houdt de gemoederen al enige tijd bezig. Een erg actueel en interessant onderwerp!

Lustrum

In 2019 bestaat de Jonge Balie tachtig jaar en dat zestiende lustrum moet natuurlijk goed gevierd worden. De Jonge Balie zal gedurende meerdere dagen een aantal fantastische evenementen organiseren. Immers, wie jarig is, trakteert! Wij zullen u in de loop van komend verenigingsjaar meer vertellen over het lustrum.

Coach

De afgelopen jaren heeft mr. Catie Oberman de leden van de Jonge Balie bijgestaan als coach. De stap naar een patroon of een mentor van de Amsterdamse Orde kan soms (te) groot lijken, terwijl er wel behoefte is om bepaalde vragen te bespreken met iemand die niet behoort tot kantoor of vrienden en familie. Leden kunnen zich kosteloos wenden tot Catie Oberman en tot nu toe is de samenwerking tussen de Jonge Balie en Catie Oberman zeer succesvol gebleken. Daarom zal zij ook komend jaar als coach beschikbaar zijn voor de leden van de Jonge Balie.

De blik vooruit

Het bestuur van de Jonge Balie is volop bezig met het opzetten van allerlei activiteiten voor haar leden voor het komende verenigingsjaar. Daarnaast zal het bestuur de Jonge Balie in de nabije toekomst vertegenwoordigen in binnen- en buitenland.

Van 27 tot en met 30 september zal het bestuur van de Jonge Balie naar Londen afreizen voor het International Weekend van de European Young Bar Association in Londen. Advocaten vanuit heel Europa zullen tijdens dit weekend met elkaar kennismaken en ervaringen uitwisselen. Op een dergelijk internationaal evenement kan Amsterdam als wereldstad uiteraard niet ontbreken en het bestuur van de Jonge Balie zal daar dan ook aanwezig zijn om de Jonge Balie te vertegenwoordigen.

Verder zal op 1 en 2 november de Stichting Jonge Balie Nederland haar jaarlijkse congres organiseren. Dit jaar zal het congres plaatsvinden in Breda en het belooft weer een mooi evenement te worden. Het bestuur van de Jonge Balie Amsterdam zal ook aanwezig zijn.

Ter afsluiting

Zoals in alle voorgaande jaren het geval was, is het bestuur ook dit jaar vastberaden om een mooi verenigingsjaar te organiseren. Wij hebben er alle vertrouwen in dat die doelstelling wordt behaald en wij zullen u ook komend jaar op de hoogte houden van onze activiteiten.

Door: Thijs Verstraten – Voorzitter van de Jonge Balie Amsterdam

Tuchtrecht

Klacht over kwaliteit dienstverlening: kennelijk ongegrond[1]


Op grond van artikel 46j Advocatenwet kan de voorzitter van de raad van discipline een klacht kennelijk ongegrond verklaren. De klacht is dan nog niet ter zitting behandeld maar voorafgaand hieraan door de voorzitter afgedaan, ook wel een voorzittersbeslissing. In deze zaak heeft de voorzitter zich uitgesproken over een klacht over de kwaliteit van dienstverlening van een advocaat. Omdat de voorzittersbeslissing altijd met redenen omkleed moet zijn, komen hier dikwijls lezenswaardige overwegingen naar voren. In dit geval betreft het een kwestie die iedere advocaat treft; de vraag hoe de kwaliteit van dienstverlening moet worden beoordeeld.

Klager in deze zaak is van mening dat de dienstverlening van zijn advocaat beneden de maat is. De advocaat zou zijn belangen onvoldoende hebben behartigd door tijdens een zitting niets (in het voordeel van klager) te hebben gezegd. De klager is tijdens een strafzaak veroordeeld tot een gevangenisstraf voor het stelen van een fiets en een fietslamp. Klager is in hoger beroep gegaan en heeft vervolgens cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Uit de conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad en een proces-verbaal van een zitting bij de politierechter blijkt dat de advocaat wel degelijk een verdedigingslinie heeft opgeworpen voor de klager. Er is dus geen feitelijke grondslag voor de klacht en is daarom kennelijk ongegrond.

De voorzitter wijdt echter nog wel een overweging aan de beoordeling van de kwaliteit van dienstverlening. De voorzitter overweegt dat bij de beoordeling van die dienstverlening aan een cliënt ‘rekening moet worden gehouden met de vrijheid die de advocaat heeft met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak behandelt’. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de ‘keuzes – zoals over procesrisico en kostenrisico – waar de advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan’. Kwaliteit van de dienstverlening wordt in beginsel dus bepaald aan de hand van de omstandigheden van de zaak.

De vrijheid om te bepalen hoe een zaak moet worden behandeld, wordt echter begrensd door de ‘eisen die aan de advocaat als opdrachtnemer in de uitvoering van die opdracht mogen worden gesteld’. Die dienstverlening moet verder voldoen aan datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt. Dit lijkt aan te sluiten bij rechtspraak van de Hoge Raad, maar blijft enigszins afhankelijk van de omstandigheden.[2]

Door Benjamin Bijl

 

 

[1] Beslissing van de voorzitter van de raad van discipline Amsterdam 27 augustus 2018, ECLI_NL_TADRAMS_2018_173.

[2] Vgl. HR 7 maart 2003, NJ 2003/302: 3.4.2: “Door uit te gaan van de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht, heeft het Hof de juiste maatstaf aangelegd.”

Actueel

Omvangrijke uitkeringsfraude arbeidsmigranten

Begin september onthulde Nieuwsuur dat Poolse arbeidsmigranten op grote schaal frauderen met werkloosheidsuitkeringen. Uit onderzoek van Nieuwsuur blijkt dat valse handtekeningen, nepsollicitaties en adresfraude worden aangewend om uitkeringen te innen, terwijl sommige arbeidsmigranten in Polen werken of vakantie vieren. Daarbij worden zij bijgestaan door malafide tussenpersonen die zich presenteren als boekhouder of administratiekantoor en tegen betaling adviseren en helpen bij het omzeilen van controles van uitkeringsinstantie UWV. Twee Tilburgers liepen eerder tegen de lamp bij het verrichten van dergelijke diensten. Zij zijn veroordeeld tot een taakstraf van tachtig uur en een maand voorwaardelijke gevangenisstraf.

Het UWV verklaart in Nieuwsuur dat het wil gaan overleggen met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over strengere wet- en regelgeving op dit gebied.

Jos B. overgebracht naar Nederland

Op 6 september werd Jos B., verdacht van betrokkenheid bij de dood van Nicky Verstappen, vanuit Spanje overgebracht naar Nederland. Hij blijft nu in beperking en mag de komende tijd geen contact hebben met de buitenwereld, behalve met zijn advocaat Gerald Roethof, zo bepaalde de rechter-commissaris. Een in verzekering gestelde verdachte kan aan zo’n beperking worden onderworpen op grond van artikel 62 Wetboek van Strafvordering.

De zaak heeft onder meer veel aandacht gekregen nadat de Nationale Politie eind augustus bekendmaakte dat er een belangrijke doorbraak was in het onderzoek naar de dood van Nicky Verstappen. De donor van verdachte sporen op de kleding van Verstappen was bekend: Jos B. Bij die bekendmaking deed de Nationale Politie een oproep aan het publiek om informatie te delen die zou kunnen leiden tot het aanhouden van Jos B. Aan deze oproep werd gehoor gegeven: er volgden ruim duizend tips en B. is op 26 augustus aangehouden in Spanje.

Een eerste verhoor door de rechter-commissaris heeft inmiddels plaatsgevonden. De komende weken zullen uitwijzen hoe de inhoudelijke rechtszaak van Jos B. er uit zal zien.

Lili en Howick mogen toch blijven

Schril was het contrast tussen de terugkomst van Jos B. in Nederland en de dreigende uitzetting naar Armenië van tieners Lili en Howick. Tien jaar geleden kwamen zij samen met hun moeder naar Nederland. Hun moeder ontving in 2009 een afwijzing op hun asielaanvraag, waarover lang geprocedeerd is. In 2017 werd de moeder van Lili en Howick uitgezet, waarna de tieners onder toezicht kwamen van Nidos, een voogdijinstelling, en bij een pleeggezin zijn ondergebracht.

Eerder oordeelde de Raad van State dat ook Lili en Howick konden worden uitgezet en zag de bestuursrechter in Amsterdam na lang beraad geen reden om hun uitzetting uit te stellen. Na publieke ophef lijkt op 10 september een einde te zijn gekomen aan de slepende uitzettingszaak: het Ministerie van Justitie en Veiligheid maakte bekend dat de tieners toch in Nederland mogen blijven.

Patricia Scholtes, de advocaat die de belangen van Lili en Howick behartigt, reageert in de Volkskrant op de zaak: ‘Fantastisch nieuws dat Lili en Howick in Nederland mogen blijven. We zijn heel blij dat staatssecretaris Mark Harbers van Justitie en Veiligheid tot inkeer is gekomen en heeft besloten dat de kinderen niet uitgeleverd worden aan Armenië.’ Inmiddels heeft Scholtes aan het AD laten weten dat een verzoek tot gezinshereniging nog dezelfde week zou uitgaan. Zei zegt daarover in het AD: “Het kan heel snel gaan, maar ik verbaas me nergens meer over na alles wat er in deze zaak is gebeurd. Ik kan alleen maar hopen dat betrokken instanties met dit verzoek welwillend omgaan”.

Op 12 september bleek dat een meerderheid van de Tweede Kamerpartijen de gang van zaken rond de voorkomen uitzetting van Lili en Howick geen reden vindt voor verruiming van het kinderpardon. Erkennend dat het kinderpardon voor 400 kinderen zoals Lili en Howick geen soelaas biedt, stelde staatssecretaris Harbers (Justitie & Veiligheid) in dat debat: “Dat is ook precies de bedoeling. Zo is het bedoeld toen het werd ingesteld”.

Helikopterkaping: “forse kwajongensstreek”

 De verijdelde bevrijding van topcrimineel Benaouf A., waarbij bijna een helikopter werd gekaapt, was volgens advocaat Jan-Hein Kuijpers zo slecht geregeld, dat dit een teken aan de wand is dat het meer een forse kwajongensstreek is geweest. Kuijpers verklaarde aan het AD: “U heeft de tapgesprekken gehoord op de zitting. Het is tot op de laatste minuut overleggen en vragen wat er moet gebeuren. Niemand weet wat precies wat er waar en wanneer plaats moet vinden. Dus de professionaliteit is ver te zoeken”.

Stijn Franken, advocaat van één van de andere verdachten, had op de zitting van 12 september reeds betoogd dat het nooit is gekomen tot een strafbare kapingspoging vanwege het ingrijpen van de politie. De rechtbank doet op 12 november uitspraak. Over een mogelijke verfilming van de bevrijdingspoging is bij de redactie nog geen nieuws bekend.

Door: Victor van Campen

Interview: ‘Advocaten in Nederland zijn een beetje blasé geworden’

Boris Dittrich over tien jaar campagne voor homorechten

Na ruim tien jaar in de frontlinie tegen anti-homogeweld en ­discriminatie stopt voormalig advocaat en rechter Boris Dittrich met zijn werk voor Human Rights Watch om een gooi te doen naar een zetel in de Eerste Kamer voor zijn partij D66. Zijn missie voor gelijke rechten lijkt nu urgenter dan ooit.

Tekst: Nick van den Hoek en Annelies van Ochten

Meer dan tien jaar na zijn eerste interview aan het ABB treffen we Boris Dittrich opnieuw, ditmaal op het terras van café De Jaren in Amsterdam, vlak voor de Pride-week, die hij ieder jaar trouw bezoekt. Tijdens het interview in 2006 was de voormalige advocaat en rechter net gestopt als fractievoorzitter van D66 in de Tweede Kamer. Inmiddels is hij meer dan tien jaar homorechtenactivist voor Human Rights Watch (HRW), maar met dat werk zal hij met ingang van 1 oktober 2018 stoppen om zich kandidaat te stellen voor de Eerste Kamer voor D66. Hij blijft wel als mensenrechtenactivist actief.

Hoe bent u de Amsterdamse advocatuur ingerold?
Boris Dittrich: ‘Toen ik nog rechten studeerde in Leiden wist ik al dat ik dolgraag in Amsterdam wilde wonen na mijn studie. Het lag dus voor de hand mijn studentstage bij een Amsterdams kantoor te doen. Ik woonde nog in Leiden dus ik dacht: laat ik een kantoor kiezen dat dichtbij het Centraal Station ligt. Ik kwam uit bij Stibbe – waar ik nog nooit van had gehoord – aan het Rokin. Ik werd uitgenodigd voor een interview met twee heren in driedelig pak en dikke sigaar – in de rooksalon –, die heel erg van “wij Stibbe” waren. Ik was erg naïef en antwoordde op de vraag waarom ik bij Stibbe wilde werken: het ligt zo lekker dicht bij het Centraal Station. Ze dachten dat ik een grapje maakte en één van die partners (Frans Corpeleijn) zei: “Wij hebben iemand met humor nodig”. Mijn baan bij Stibbe was een feit. Vervolgens deed ik tijdens mijn studentstage één keer iets slims en werd ik aangenomen als advocaat-stagiair’. Zo simpel kan het zijn. Bij Stibbe hield Dittrich zich bezig met zaken op het gebied van onroerend goed, ook huurrecht. Het behandelen van strafrechtelijke kwesties of zaken op andere socialere gebieden werd niet gestimuleerd. Na zijn stage kwam ­Dittrich terecht bij Ingelse, waar hij zich bezig hield met strafrecht en vreemdelingenrecht, en zaken behandelde op toevoegingsbasis. Daarnaast is hij voorzitter geweest van de Jonge Balie.

Dittrich: ‘Meestal duurt het voorzitterschap van de Jonge Balie een jaar, maar bij mij iets langer. Dat kwam omdat het bestuur voor ons ruzie kreeg. Er verscheen een oproep in het ABB dat de Jonge Balie nieuwe bestuursleden zocht en dat kwam voorbij toen ik zelf net uit de kast was. “Kan je dit wel doen als je homo bent?”, vroeg ik me af. Ik heb toch maar gesolliciteerd en ik werd aangenomen’.

Splitsing
‘In die tijd had je een duidelijke splitsing tussen de commerciële advocatuur en de sociale advocatuur en die advocaten praatten onderling niet met elkaar. Die zagen elkaar als vijanden. De commerciële advocaten werden gezien als handlangers van het kapitalisme en de sociale advocaten als idealistische oproerkraaiers, bij wijze van spreken. Ik zat bij Stibbe, maar mijn hart ging uit naar de sociale advocatuur. We bedachten dat de enige manier om beide partijen bij elkaar te brengen via cultuur is; evenementen organiseren die iedereen leuk vindt. We hebben toen alle advocaten uitgenodigd voor bijeenkomsten met Youp van ‘t Hek en Adèle Bloemendaal. Die waren toen erg populair. En we nodigden ook rechters uit – als lokkertje – en die kwamen ook allemaal. Dat werkte. Er was een borrel na afloop en daar bleven ook de sociale advocaten hangen, die met het bestuur van de Jonge Balie maar ook met aanwezigen uit de andere groep in gesprek gingen’.

‘Ik zat bij Stibbe, maar mijn hart
ging uit naar de sociale advocatuur’

Was u toen al uit de kast op uw werk?
‘Toen ik bij Stibbe werd aangenomen had ik een relatie met een vrouw. Kort daarna ontdekte ik dat ik niet bi- maar homoseksueel ben en ontmoette ik mijn vriend, nu mijn man. Toen mijn patroon het leuke idee had een diner te organiseren bij hem thuis voor alle stagiaires inclusief partners, zei hij tegen mij: “En dan neem jij je vriendin mee”. Die had hij weleens ontmoet. Ik moest dus wel opbiechten dat ik inmiddels een vriend had in plaats van een vriendin. Mijn patroon reageerde: “Dus jij bent zo?” en trok de uitnodiging in omdat hij eerst met zijn vrouw wilde overleggen. Het duurde vervolgens een week tot hij zei: “Ik heb het er met mijn vrouw over gehad en we hebben besloten dat je met je vriend mag komen, maar alleen als het een bestendige relatie is”. En dat beaamde ik toen, al wist ik dat natuurlijk nog niet. Inmiddels zijn we 36 jaar samen. Jaren daarna is zijn zoon uit de kast gekomen. Hij vertelde me op een Stibbe-reünie dat hij – als streng katholiek – door het ontmoeten van mijn man opener is geworden over homoseksualiteit. Dat vond ik wel mooi’.

Boris Dittrich: ‘Ik deed tijdens mijn studentstage één keer iets slims
en werd aangenomen als advocaat-stagiair.’

Hoe zit het met out zijn binnen de advocatuur in de andere landen waar u werkzaam bent of bent geweest?
‘In het buitenland loopt men voor op Nederland. In de VS zijn de advocaten veel militanter. Uit de kast komen is daar bijna een politieke daad, omdat het in de algemene maatschappij moeilijker ligt. Daar wordt het gevierd als je uit de kast komt als advocaat en krijg je zelfs een diner aangeboden’.
‘Op dit moment werk ik aan een toespraak voor de Balie van São Paulo, over eenzaamheid. Eenzaamheid voor je coming out, dat delen veel lhbt’ers [lhbt is de afkorting voor lesbisch, homo, biseksueel en transgender, red.] Als je op seksueel vlak anders bent, dan isoleer je jezelf van je omgeving. Dat is anders dan samen anders zijn, bijvoorbeeld als gezin op grond van huidskleur, dan heb je steun aan elkaar voor de discriminatie die je ervaart. Hoe je omgeving eruitziet en hoe sterk je zelf in de schoenen staat is bepalend voor hoe je met die gevoelens van isolement kunt omgaan. Op dat vlak doet Nederland het overigens redelijk goed’.

‘In de VS is uit de kast komen
bijna een politieke daad’

Vanuit uw huidige functie kwam u onder meer op voor de Afrikaanse advocaat Michel Togúe, de winnaar van de Geuzenpenning in 2016.
Dittrich: ‘Michel Togúe is advocaat in Kameroen, waar homoseksualiteit strafbaar is. Homo’s worden daar opgepakt en in de gevangenis gezet – vaak zonder advocaat en soms jarenlang – tussen enge types als drughandelaren en moordenaars; ze worden daar in elkaar geslagen en verkracht. Mijn onderzoekers hebben daar met gevangenen, familieleden en stakeholders gesproken. Het is mijn taak als global advocacy director om met dat rapport met overheden om de tafel te gaan om te zorgen dat de mensenrechtenschendingen stoppen’.

Doodsbedreigingen
‘Michel Togúe is bijzonder. Hij is hetero, heeft een vrouw en kinderen. Hij deed veel commercieel werk en hij vond het als idealist bizar dat homo’s geen advocaat kunnen krijgen. Hij had succes. Hij heeft soms lhbt’ers vrij gekregen en werd daardoor erg gediscrimineerd. Hij ontving meerdere doodsbedreigingen voor zijn vrouw en kinderen. Mede door mijn bemiddeling heeft zijn gezin asiel gekregen in de Verenigde Staten. Hij reist nog regelmatig naar Kameroen om daar cliënten te verdedigen. Togúe kreeg de Geuzenpenning omdat hij ondanks de sociale druk en bedreigingen doorging met het verdedigen van lhbt’ers. Toen Togúe een bezoek bracht aan de Amsterdamse Orde sloeg toenmalig deken Kemper met de vuist op tafel en riep: “Dit kunnen we niet accepteren”. Kemper heeft toen een brief geschreven aan de Balie in Kameroen dat de systematische uitsluiting van lhbt’ers niet acceptabel is en dat Togue beschermd moest worden in plaats van tegengewerkt. Geen idee overigens of hij daar ooit reactie op heeft gekregen’.
Hoe ziet uw werk voor Human Rights Watch er verder uit?

Boris Dittrich op bezoek bij de president van Malta voor
een gesprek over transgenderrechten en abortus.

‘Wij zijn een vrij kleine divisie binnen HRW, dat in totaal vijfhonderd medewerkers heeft. Ik werk met zeven mensen, die werken vanuit Afrika, Berlijn en New York en we zijn gespecialiseerd in onderzoek. Ik ben net terug van een reis in het Caribisch gebied waar elk eiland homoseksueel gedrag strafbaar stelt, met zelfs levenslange gevangenisstraf in Barbados. Daar hebben we onderzoek gedaan naar de vraag wat de invloed is van een wettelijke strafbaarstelling op het leven van lhbt’ers. Elke keer als ik met parlementsleden en ministers praat zeggen ze: “Deze bepaling is wel in de wet opgenomen, maar passen we niet toe”. Ons onderzoek toont aan dat lhbt’ers door het bestaan van de wet tweederangsburgers worden. Ze zijn daardoor vatbaar voor chantage, worden ontslagen of door familie uitgesloten. Daar gaat zo’n rapport over. Ik praat met rechters, advocaten, parlementsleden en probeer ze ervan te doordringen dat zo’n wet in strijd is met allerlei verdragen en dan hoop je dat dat invloed heeft’.

En heeft het invloed?
‘In Mozambique is de strafbaarstelling in 2015 uit het wetboek gehaald. Daardoor mogen homo’s zich verenigen en ontstaat er een civil society. Toen ik elf jaar geleden ben aangetrokken was de reactie van de meeste diplomaten met wie ik sprak: “Wij praten niet over seks”. Ze hadden niet door dat het niet om seks maar om mensenrechten gaat. Inmiddels zijn resoluties aangenomen en er is een expert op het gebied van seksuele oriëntatie en genderidentiteit bij de VN aangesteld. Dat was overigens een zwaar gevecht met allerlei landen’.

Is het soms te onveilig om ergens te werken?
‘Ja, bijvoorbeeld in Iran. Daar zou ik graag werken. Er zijn nogal wat rechterlijke uitspraken die nadelig uitpakken voor de lhbt-gemeenschap. De jurisprudentie is erg ondoorzichtig. Het is vaak niet helemaal duidelijk waarvoor men wordt veroordeeld en daar zou ik graag onderzoek naar doen, maar dat is te gevaarlijk. Ik ben niet zozeer bang dat mij wat wordt aangedaan, maar ik kan worden opgepakt. HRW wordt gezien als een Amerikaanse organisatie – het hoofdkwartier zit in New York – en dat maakt het te risicovol. Als ze zeggen dat je een Amerikaanse spion bent en je daarvoor oppakken, dan kan het zomaar vijf jaar duren voordat je vrijkomt’.

‘Het gaat niet om seks,
maar om mensenrechten’

Gebruikt u in uw huidige werk vaardigheden die u heeft geleerd als advocaat?
‘Jazeker, al is moeilijk aan te wijzen wat precies uit mijn advocatentijd komt. Wat ik uit de advocatuur heb meegenomen is dat je niet emotioneel betrokken moet zijn bij een zaak. Een tijd geleden wilde men in Oeganda de doodstraf invoeren op homoseksueel gedrag. Daar zijn wij het niet mee eens, dus ik ben naar Oeganda gegaan. Ik was toen net begonnen bij HRW en mede daarom heel enthousiast. Ik had een afspraak met de minister die hiervoor verantwoordelijk was en het betreffende wetsvoorstel zou gaan indienen. Ik was dus op het juiste moment in Oeganda. Ik had eerst (undercover) gesproken met de homogemeenschap en had me goed voorbereid. Ik wist bij welke verdragen Oeganda was aangesloten, welke waren geratificeerd en waar ze voetnoten bij hadden geplaatst. En de commissies die over die verdragen gaan hebben gezegd: niet discrimineren tegen seksuele minderheden. Ik overhandigde de minister dat pakket aan onderzoek en hij zei: “Do you know what we do with human rights?” En hij gooit het pakket door de kamer tegen de muur. “That’s what we do with human rights.” En vervolgens steekt hij van wal dat ze ergere problemen hebben, zoals armoede en werkloosheid. Hij beweerde ook dat er geen homo’s zijn in Oeganda. Ik bleef kalm en zei dat ik ze die morgen nog had gesproken. Toen was ik wel blij dat ik advocaat ben geweest. Ik kan zo’n gesprek daardoor beter aan. Als ik die ervaring niet had gehad was ik misschien wel boos opgestapt. Maar wie heeft daar wat aan? Zeker de homogemeenschap in Oeganda niet. Die krijgen zo’n man nooit te spreken. Bij het uitgeleiden zei hij: “You know that we have elections in three weeks, right? I can’t do anything with human rights, otherwise I won’t get re-elected.”

Dat klinkt meer als mediation dan als pleiten.
‘In dat geval zeker. Ik word ook weleens in parlementen opgeroepen als expert, bijvoorbeeld in Nieuw-Zeeland. Daar heb ik een aantal jaar geleden in het parlement voor openstelling van het huwelijk gepleit. Dat is echt vergelijkbaar met het voordragen van een pleitnota’.

Zou u als advocaat verdachten van homo-geweld bijstaan?
‘Ja, dat zou ik wel doen. Iedereen heeft recht op een verdediging en ik zou ook benieuwd zijn wat zo iemand daartoe aanzet. Onder omstandigheden kan ik me voorstellen dat je een zaak niet aanneemt, maar in beginsel zou ik dat zeker doen en dat heb ik ook gedaan. Ik heb een aantal zaken gedaan van potenrammers en ook van slachtoffers, die dan naar de politie gingen en daar werden uitgelachen. Daarom heb ik er als Kamerlid voor gezorgd dat homo-gerelateerd geweld werd geregistreerd. De politieman of -vrouw die de aangifte opneemt, moet hiervan melding maken en zodoende hebben we daar nu cijfers over. Tegenwoordig is homogeweld groot nieuws maar in de jaren ’80 gebeurde het net zoveel, denk ik, misschien nog wel vaker, maar het was onzichtbaar. Als rechter zag ik heel vaak dat iemand om die reden in elkaar was geslagen, maar in de tenlastelegging werd dat niet vermeld. De bloedneus wel, daar kan je een foto van maken, maar dat de verdachte daar “vuile poot” of “lesbo, ik zal je eens” bij had geroepen, dat stond er niet in. Dat is ook lastig te bewijzen’.

Toen u in Nederland pleitte voor openstelling van het huwelijk, was het COC tegen dat plan. Hoe zat dat?
‘In 1993 was ik rechter en begon ik met campagne voeren, in 1994 werd ik gekozen als Kamerlid. Ik kreeg een brief van het COC met als strekking: “Hebben we eindelijk iemand die openlijk homoseksueel is in de Kamer en dan wil hij het huwelijk openstellen”. Daar waren ze niet blij mee. Dat heeft me toen wel slapeloze nachten bezorgd. Het bestuur van het COC – een groep oude mannen – vond dat het huwelijk moest worden afgeschaft omdat het een “hetero normatief en onderdrukkend instituut” zou zijn. Ik heb ze toen uitgenodigd in de Kamer en zei: “Als je niet wil trouwen dan moet je niet trouwen, maar je moet anderen niet de keuze ontnemen”. Eerst gelijkstellen en dan (misschien) afschaffen. Er is een nieuw bestuur gekomen dat vóór was, wat uiteraard hielp. In de begintijd zeiden de tegenstanders: “Nergens in de wereld kan je als homo trouwen en dan kom jij als jurist met dat idee van het homohuwelijk. Dat kan vast niet en bovendien is je eigen achterban (het COC) ook geen voorstander”.

Boris Dittrich is ook als schrijver van literaire thrillers actief.

Staatscommissie
‘De grootste hobbel was toen dat de meeste niet-juristen zeiden dat het niet kon omdat het nergens kon. Er is een Staatscommissie (Kortmann) gekomen om onderzoek te doen. Daar zaten negen mensen in die in grote meerderheid hebben geoordeeld dat het wel degelijk kan en dat het een politieke keuze is. Dat was een goed argument. Er moest gekozen worden: ben je voor of tegen? Na de volgende verkiezingen was ik betrokken bij de onderhandelingen voor de kabinetsvorming voor D66 en er waren twee weken waarin de PvdA en VDD concludeerden dat een tweede paars kabinet zonder D66 niet mogelijk was. D66 wilde euthanasie, openstelling huwelijk, verruimde adoptie en meer geld naar onderwijs. En dat stond toen binnen no time in het reageerakkoord. Het was enkel nog een kwestie van doorzetten.’

De huidige coalitie heeft de aanbevelingen van de Staatscommissie Herijking ouderschap in de ijskast gezet. Is dat ook een kwestie van tijd?
‘Ik hoop dat er haast gemaakt wordt, want het is belangrijk dat kinderen een goede juridische relatie hebben met hun ouders. Daarover kan wel redelijk wat geworden geregeld in convenanten, maar het is beter als het een wettelijke grondslag heeft’.

Onlangs heeft de rechtbank in Roermond geoordeeld dat een derde geslachtsaanduiding op een paspoort of ID-kaart mogelijk moet zijn. Gaat genderidentiteit altijd boven biologie?
‘Absoluut. Wat ik heel mooi vind aan die uitspraak is dat de rechtbank de Yogyakarta-beginselen citeert. Daarin staat dat mensen moeten kunnen zijn hoe ze zich voelen. De rechtbank onderschrijft dat. Ik heb op afstand geholpen de Yogyakarta-beginselen op te stellen toen ik nog Kamerlid was. Alle mensenrechten zijn daarin vertaald naar seksuele oriëntatie en genderidentiteit. Dat maakt heel inzichtelijk dat er veel mensenrechten zijn die iedereen respecteert, behalve als het om homo’s gaat. De rechtbank in Roermond haalt ook uitspraken aan van rechters uit Nepal en India. Een collega van mij uit India vindt dat geweldig, dat een rechter uit het westen zich laat inspireren door landen in The Global South. Zij heeft daar een artikel over geschreven en dat is weer overgenomen door andere media. Zo steken wij een hart onder de riem van activisten die daar jaren voor hebben gestreden in hun land en nu over de band invloed hebben op het westen’.

Er is veel kritiek op de Nederlandse asielprocedure voor lhbt’ers. Houdt HRW zich daar ook mee bezig?
‘We hebben een aparte divisie vluchtelingen. We zijn van ver gekomen. Toen ik Kamerlid was hadden we Rita Verdonk als minister van integratie en die was erg streng. Zij wilde Iraanse homo’s terugsturen, ze moesten van haar gewoon weer terug in de kast. Geen haan zou er nog naar kraaien volgens haar. Ik ben daarvoor gaan liggen en dreigde met een kabinetscrisis. Premier Balkenende stelde vervolgens voor dat er een soort scheidsrechter moest komen om de patsstelling te doorbreken. HRW is vervolgens gevraagd hier onderzoek naar te doen, waarna een lange brief volgde dat het zeer zeker niet veilig is en dat het tegen de mensenrechten is om van iemand te verlangen zo een belangrijk deel van de eigen identiteit geheim te houden. Verdonk haalde bakzeil’.

‘Dat neemt niet weg dat er wel eens misbruik wordt gemaakt van het feit dat homoseksualiteit recht kan geven op verblijf in Nederland. Daarom moet goed bekeken worden of iemand daadwerkelijk om die reden gevlucht is. Het probleem daarbij is dat veel vluchtelingen niet gewend zijn over hun geaardheid te praten, zeker niet in het bijzijn van hen onbekende tolken. Misschien kennen die hun familieleden wel of zeggen ze in plaats van te vertalen dat homoseksualiteit smerig is. Kom er dan nog maar eens voor uit’.
U ziet veel leed en ook veel vooruitgang. Hoe maakt u de balans op?

‘Met het krijgen van asiel is niet
gezegd dat je ook veilig bent’

‘Er is geen eenduidig antwoord op de vraag hoe het gaat met de homorechten. Sommige instituties zoals de VN of de Organisatie van Amerikaanse Staten doen het heel goed. In landen als Taiwan, Chili, Costa Rica , Cuba en Oostenrijk wordt het debat over openstelling van het huwelijk gevoerd. Twintig jaar geleden werd ik nog uitgelachen in de Tweede Kamer en op straat. Nu wonen meer dan 1 miljard mensen in een land waar het huwelijk is opengesteld. Tegelijkertijd is er in Rusland wetgeving waarin staat dat het verboden is om in het openbaar positief over homoseksualiteit te spreken. Rusland heeft veel invloed in de regio en er zijn ook landen in Afrika die die wetgeving hebben overgenomen’.

Om maar niet te spreken over de situatie in Tsjetsjenië…
‘Een collega van mij is Tsjetsjenië-specialist en wat nu gebeurt met de homo’s in die regio is al eerder gebeurd met woekeraars. Dat zijn mensen waar je je toekomst kan laten voorspellen en die gokspellen aanbieden. Ook vrouwen die geen hoofddoek wilden dragen zijn gemarteld en verdwenen. Daarna waren de homo’s aan de beurt. Dat heeft alles te maken met het feit dat Tsjetsjenië erg islamitisch is geworden onder de huidige leider Kadyrov. Waar ik van ben geschrokken is dat homo’s die hier asiel hebben gekregen van andere Tsjetsjenen foto’s van hun moeders krijgen doorgestuurd met de boodschap “kom terug, anders zijn we bang dat je moeder wat wordt aangedaan”. Ze vertelden mij: “We zijn wanhopig want we houden van onze moeder, maar als we terug gaan worden we gemarteld”. Een daarvan had een Tsjetsjeen gesignaleerd in Amsterdam die hem in de gaten hield. In Berlijn en Toronto zijn Tsjetsjeense agenten gezien die vluchtelingen onder druk hebben gezet om terug te gaan. Ook bij de Nederlandse veiligheidsdiensten is het bekend dat Tsjetsjenië zijn tentakels in Europa uitspreidt. Dus met het krijgen van asiel is niet gezegd dat je ook veilig bent’.

Heftige verhalen. Hoe gaat u om met het leed dat u tegenkomt tijdens uw werk?
‘Soms kan ik wel van slag zijn. Als er mensen vermoord worden die ik ken. Zoals de moord op David Kato, homorechtenactivist uit Oeganda met wie ik in Oeganda had samengewerkt. Kato is in 2011 vermoord en dat verwerken kost tijd. Mijn methode is om te lezen en om te schrijven. In 2011 ben ik als fictieschrijver begonnen. Ik ben ook gevraagd het geschenk te schrijven voor de Spannende Boekenweek (het ABB ontvangt twee exemplaren van het boekje BARST, waarvoor dank). De fictieve wereld die ik zelf heb bedacht is een ontsnapping aan de harde werkelijkheid. In een verhaal, een plot, ben ik de baas. Ik bepaal wie wordt vermoord, wie onderzoek doet en wie de zaak oplost. Ik heb met HRW afgesproken dat ik tijdens mijn reizen en vluchten geen rapporten hoef te lezen, maar dat ik die tijd mag gebruiken om te lezen en schrijven’.

Bent u ook in Amsterdam tijdens de Pride-week?
‘Ja, daar ben ik elk jaar bij. Ik ben niet zo’n feestvarken maar ik ben altijd actief bij de mensenrechtenevenementen die tijdens Pride worden georganiseerd. Zo ben ik dit jaar moderator bij Rights Out There 2018, een evenement in de Lutherse kerk, en modereer ik de conferentie van het College voor de Rechten van de Mens. Zij willen uitdragen dat je met een klacht over discriminatie op grond van seksuele oriëntatie bij het College terecht kan.’

Wereldreligieboot
‘In 2016 heb ik op de Wereldreligieboot gestaan, dat leek me interessant omdat er een rabbijn, imam en een priester zouden meevaren. Mijn man en ik gingen mee als humanisten. Op de kade troffen we de priester bedroefd aan, die had net van de bisschop uit Haarlem te horen gekregen dat hij niet mee mocht varen. De bisschop zou hebben gezegd: “Dit is liederlijk gedrag en ik wil niet dat je je daarmee afficheert”. De priester ging dus niet meer mee. De rabbijn had ook afgezegd omdat het te gevoelig lag dat er een imam zou meevaren en de imam bleek ook afwezig om een soortgelijke reden. Kortom, de problemen van wereldreligies op microniveau. De grap was dat niemand ervan wist en de wereldreligieboot een prijs won omdat het zo’n verbindend initiatief was’.
‘Ik vind het ’t leukst als er buitenlandse gasten zijn. Het is zo leuk met hen mee te varen. Een aantal jaren terug voer ik met twee Afrikaanse lesbiennes mee. Die vroegen: “Waarom zwaaien die mensen naar ons…? Maar wij zijn lesbisch”. Die vonden het te overweldigend en moesten even benedendeks gaan zitten. Ik zei tegen hen: die mensen zwaaien naar jullie ómdat jullie lesbisch zijn. De Syrische jongens met wie ik heb meegevaren vonden het geweldig. Die waren uitgedost en gingen helemaal los’.

Heroes is het thema van de Amsterdamse Pride van dit jaar. Wie zijn uw helden?
‘Ik heb juridische helden. Raphael Lemkin, een Joods jurist, uit Polen gevlucht in de jaren ’30. Lemkin heeft de term genocide bedacht en heeft zich ervoor ingezet dat genocide strafbaar is gesteld. Er is ook een verdrag tegen genocide gekomen. Daarnaast is Lemkin openbaar aanklager geweest in Neurenberg. Dit terwijl zijn hele familie door de nazi’s om het leven is gebracht in vernietigingskampen. Ik vind het mooi dat iemand vanuit die ellende met constructieve ideeën bijdraagt aan een betere samenleving’.

Universele Verklaring Rechten van de Mens
‘Een andere held van mij is René Cassin. Cassin is goeddeels verantwoordelijk voor het schrijven van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Hij is na de ellende net na de 2e wereldoorlog niet bij de pakken neer gaan zitten maar zei: “Hier moeten we van leren”. Cassin heeft een systeem weten te volmaken waar de mensheid wat aan heeft en op basis waarvan we nu nog steeds werken’.

Waar bent u zelf het meest trots op?
‘Het meest trots ben ik op de euthanasiewet. Ik was woordvoerder euthanasie en heb hiervoor veel samengewerkt met Els Borst. Het was een ingewikkeld dossier. Toen die wet speelde heb ik stage gelopen bij artsen die bij euthanasie betrokken waren. Ik heb nog een amendement op de wet ingediend dat is aangenomen. De wet zit goed in elkaar en ik vind het een teken van beschaving dat het mogelijk is in Nederland. Er zijn weinig andere landen waar euthanasie uit de achterkamertjes is gehaald. Ik ben trots dat ik daar een bijdrage aan heb kunnen leveren. Mijn moeder is vorig jaar overleden en zij wilde euthanasie. Toen heb ik het van dichtbij meegemaakt’.

‘Het meest trots ben ik op de euthanasiewet’

Is er nog iets dat u kwijt wil?
‘Ja! ik wil nog kwijt dat Lawyers for Lawyers een belangrijke club is. Phon van den Biesen is daarvoor actief. Mijn eerste kort geding in 1983 bij Stibbe was tegen Van den Biesen, die als linkse rakker en een bijtertje bekend stond. Ik heb Phon aan Michael Togúe voorgesteld. Zij zijn samen naar Genève gegaan om een vergadering over verdrukking van advocaten in Kameroen bij te wonen’.

‘Als ik Nederland vergelijk met andere landen lijkt het dat de advocaten in Nederland een beetje blasé zijn geworden en niet meer zo maatschappelijk betrokken zijn. In het buitenland zijn veel advocaten met wie ik werk tevens activist en doen iets in het kader van de vrijheid van meningsuiting of bezoeken bijvoorbeeld gevangenen. Zij zijn betrokken bij de opbouw van de samenleving. Lawyers for Lawyers springt er positief uit. Dus ik sluit af met deze positieve noot’.

Daar kunnen we wat mee. Onder de indruk verlaat het ABB het zonovergoten terras.

Borrelpraat – Hey Mrs. DJ!

Dit keer geen borrelpraat bij een kantoor maar een ‘uitje’ met onze eigen redactie. We spreken af bij Roest. Niet helemaal een willekeurige keuze, want we willen ook een beetje kunnen dansen. Die avond staat ‘Jonge Vogels’ op het programma, een initiatief van DJ School Amsterdam dat een podium biedt aan ‘upcoming’ DJ’s.

Tekst: Quirine van Voorts, Nick van den Hoek & Yvette Kouwenberg

Een van hen is Cheryl Leunissen. Overdag advocaat, ’s avonds is zij DJ LadyLegit. Dat kunnen we niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Haar set begint die avond om half 10 dus er is nog tijd voor wat korte vragen. We zijn benieuwd hoe lang ze al lang DJ is. Leunissen: ‘Ik draai nu inmiddels een paar jaar. Op een gegeven moment heb ik me voorgenomen om ieder jaar een nieuwe uitdaging aan te gaan naast mijn werk als advocaat. Om iets te doen uit je comfort zone. Zo heb ik eerst een postdoc aanbestedingsrecht gevolgd aan de VU, daarna een opleiding tot Ashtanga yoga docent gevolgd. Toen ik die opleidingen had afgerond wilde ik iets doen met mijn andere passie, muziek. Bij de DJ School Amsterdam heb ik DJ lessen genomen en ik vond het meteen geweldig leuk.’

Van wat lessen naar een optreden bij Roest lijkt ons alsnog een behoorlijke stap. Leunissen: ‘Het DJ-en vind ik ontzettend leuk. Natuurlijk het draaien op het moment zelf maar ook de voorpret om je muziek voor een set samen te stellen. Ik denk dat ik er ook wel gevoel voor heb. Op een gegeven moment vroeg mijn leraar Welly Ibrahim of ik een keer wilde draaien mét publiek erbij. Heel spannend natuurlijk maar ik was meteen enthousiast. Ik ben toen begonnen met het draaien in een aantal cafés, meer bedoeld als achtergrond. En later in tenten als Club NL, 5&33 en Roest. Daarnaast draai ik ook regelmatig op het strand bij Rapa Nui’. Leunissen vervolgt: ‘Mijn nieuwe uitdaging is op vinyl kunnen draaien.’

We zijn benieuwd hoe het (nacht)leven als DJ valt te combineren met haar werk als advocaat. ‘Dat is eigenlijk heel goed te doen. Ik ben zelfstandig ondernemer dus heb ik de vrijheid om mijn uren in te delen. Dat betekent dat ik soms wat later op kantoor ben als ik de avond ervoor heb gedraaid’, vertelt Leunissen. Ze is advocaat-partner bij SOURCE, een samenwerkingsverband voor zelfstandige advocaten. SOURCE is strategisch partner van SOLV Advocaten. Ze is gespecialiseerd in vastgoedrecht en houdt zich voornamelijk bezig met vastgoedtransacties en projectontwikkeling. Leunissen: ‘Dat doe ik met mijn collega Frank Leijendeckers. Frank is gespecialiseerd in projectontwikkeling en omgevingsrecht dus samen vormen we een goed team. Frank is hier trouwens ook vanavond!’
We zien zelfs nog meer kantoorgenoten van SOURCE en SOLV. Naar blijkt zijn ze er regelmatig bij als ‘hun’ DJ LadyLegit weer eens achter de draaitafels staat. Een echte fanclub dus.

Onder het genot van een koud biertje zijn we in afwachting van de eerste tunes van DJ LadyLegit. Dan is het zover en gaat het los. De rest van de avond zijn we alleen nog maar op de dansvloer te vinden en genieten we van een mix van urban, hiphop, disco en house classics. Wat een topavond. Absoluut voor herhaling vatbaar. En dat kan: 23 augustus a.s. is er weer een Jonge Vogels bij Roest.

Founders – WIJ advocaten

WIJ Advocaten adviseert en procedeert op het terrein van het aansprakelijkheids-, verzekerings-, en gezondheidsrecht. Voor een groot deel opereert het kantoor in een branche die van oudsher toch vooral een mannenbolwerk is. Hoe houden de dames van WIJ Advocaten zich daarin staande? Het ABB spreekt met drie oprichters van het kantoor.

Door Juliëtte Daniels & Yvette Kouwenberg

WIJ Advocaten is gevestigd aan de Veemkade, direct aan het IJ. De entree van het pand is wat lastig te vinden – althans was dat de ervaring van het ABB –, maar eenmaal binnen worden we blij verrast. Het kantoor bevindt zich op de eerste verdieping van het pand en bestaat uit een grote open ruimte. Maar dan ook echt open en niet voorzien van tussenschotten of iets dergelijks, zoals dat vaak gebeurt bij advocatenkantoren die zeggen in een kantoortuin te werken. De ruimte is bijzonder smaakvol ingericht. Design werkplekken, een gezellige zithoek, een mooie vergaderzaal met een glazen pui, hier en daar wat groen en prachtige kunst aan de muur. Zakelijk maar met een vrouwelijke ‘touch’.
We worden warm onthaald door Daphne Gouweloos, Margje Benningen en Suzanne Bordewijk. Drie van de zes oprichters van het kantoor.

V.l.n.r.: Suzanne, Margje en Daphne.

Hoe zijn jullie bij elkaar gekomen?
Gouweloos: ‘We kennen elkaar allemaal van Houthoff. Zo is het contact ontstaan. Buiten kantoor zochten we elkaar ook op. In de loop der jaren is het contact gebleven, ook nadat we een volgende stap in onze carrière hadden gemaakt. We zijn elkaar altijd in groepsverband blijven zien. Tijdens een etentje zeiden we tegen elkaar, moeten we niet voor ons zelf gaan beginnen? En zo is het idee ontstaan.’

Naar blijkt was niet iedereen direct ‘om’. Benningen: ‘Een paar van ons was de advocatuur inmiddels uit of uit geweest. Een van ons heeft bijvoorbeeld bij een verzekeraar gewerkt en een ander, Suzanne [Bordewijk, red.] werkte bij de rechtbank. Dan is het best een stap om én de advocatuur terug in te gaan, én tegelijk een nieuw kantoor te starten.’ Bordewijk beaamt dat maar merkt aansluitend op dat de advocatuur voor haar altijd was blijven lonken: ‘Na wat soul searching ontdekte ik dat de advocatuur toch beter bij me paste dan de rechtspraak. De vrijheid die je als advocaat hebt miste ik enorm.’ Gouweloos vult aan: ‘En wij misten de expertise van Suzanne. Zij moest er gewoon bij. We waren daarom enorm blij toen ze ja zei. De groep was weer compleet. Het klopte. Je weet het wanneer je iets moois in handen hebt. We kennen elkaar goed, zowel zakelijk als privé en dat maakte dat we er alle vertrouwen in hadden een mooi kantoor neer te zetten.’

We vragen hoe dat vervolgens in zijn werk is gegaan. Gouweloos antwoordt: ‘Twee van ons zijn vervolgens een business plan gaan schrijven. Een ander is met IT aan de slag gegaan en weer een ander heeft de Orde benaderd om te bezien wat er nodig was. Je bent met zes dus we konden de taken goed verdelen. Iedereen pakt van nature op waar men goed in is.’

Hoe is de naam tot stand gekomen?
Benningen: ‘De naam hebben we zelf bedacht, toen wij nota bene bij een marketingbureau in de wachtkamer zaten. We vonden het leuk om iets met het IJ te doen. Zes namen op de gevel is gewoon te veel. We zaten hardop na te denken en te spelen met wat steekwoorden: Wij… ik en jij, jij, Wij aan het IJ. WIJ Advocaten. Het marketingbureau was ook enthousiast dus zijn we ervoor gegaan.’

Hoe verlopen de partnermeetings?
Gouweloos lacht: ‘Dat is altijd de eerste vraag die we krijgen: is het geen kippenhok met zes vrouwen? Nee, dat is het niet. We runnen een kantoor en zijn daarnaast serieus met ons vak bezig. Als een groep professionals uit alleen maar vrouwen bestaat verwacht men op de een of andere manier dat er binnen twee jaar ruzie zal uitbreken. Bij mannen komt die vraag niet op. Terwijl je mannenmaatschappen toch sneller uit elkaar ziet gaan.’ Benningen voegt daaraan toe: ‘En realistisch bezien is het natuurlijk geven en nemen. Dat is in ieder gezelschap zo dus ook bij ons. Je kunt nu eenmaal niet allemaal altijd op één lijn zitten. Dat willen we overigens ook niet. Zo houden we elkaar scherp.’

Dat de dames hun kantoor en vak serieus nemen blijkt wel uit het feit dat ze eens in de zoveel tijd een coach inschakelen. Bordewijk: ‘Dat doen we om uiteenlopende redenen. Bijvoorbeeld om na te gaan of de neuzen nog steeds dezelfde kant op staan, voor acquisitietraining of om leidinggevende kwaliteiten te ontwikkelen en te verbeteren. Daarnaast vinden we het belangrijk om op een goede manier met elkaar in gesprek te blijven. Met behulp van een coach proberen we dingen op tafel te leggen die doorgaans misschien wat minder makkelijk bespreekbaar zijn. Kennelijk werkt het want na zeven jaar zijn we nog steeds samen.’

Daarnaast houden de partners een keer per jaar een heidag. Gouweloos: ‘Vaak is dat op een dinsdag in januari. Dan gaan we lekker lunchen, wandelen en brainstormen. We bespreken de leermomenten van het afgelopen jaar en onze visies voor het volgende jaar.’
Natuurlijk is er ook genoeg ruimte voor gezelligheid. Regelmatig gaan ze op stap met het hele kantoor. Benningen: ‘De organisatie rouleert steeds zodat iedereen een keer aan bod komt.’ Het blijken niet de minste uitjes. Dit jaar hebben de dames een workshop “ukulele spelen” gehad en zijn ze daarna gaan varen door de grachten met een salonboot voor een champagneproeverij. Benningen vervolgt: ‘Vorig jaar hebben we een graffityworkshop gedaan in Noord en andere jaren hebben we met kerst samen een kookworkshop gedaan. Dat is ontzettend leuk om te doen en je leert elkaar weer op een andere manier kennen.’

Wat is volgens jullie het onderscheidend vermogen van WIJ Advocaten?
Gouweloos: ‘We zijn transparant. Bij de oprichting van kantoor hebben we bewust voor een aantal uitgangspunten gekozen die we belangrijk vinden. Een van die uitgangspunten is een transparante werkwijze die ook tot uitdrukking komt in onze kantoorruimte. De klant moet weten waar hij aan toe is. Dat betekent voor ons helder en to the point communiceren en adviseren. Daarnaast maken we geen geheim van onze uurtarieven dus die staan gewoon op de website. We vinden het verder belangrijk om het schrijven van dubbele uren te voorkomen. De cliënten betalen bij ons niet voor de opleiding van jongere medewerkers. We hanteren een strikt vier ogen beleid. Ook de partners kijken elkaars stukken na, maar dat komt niet voor rekening van de cliënt. Tot slot is een klant altijd klant van kantoor en niet van een bepaalde partner of medewerker. Wij hanteren meer een expertiseverdeling dan een klantenverdeling. Komt er nieuwe zaak binnen dan kijken we binnen welke expertise het valt en wie van ons binnen dat vakgebied beschikbaar is. Zo bezien kun je zeggen dat we uitwisselbaar zijn.’ Benningen: ‘De focus ligt dus altijd op WIJ, op het kantoor in zijn geheel en niet op individuele partners. Klanten moeten voelen: bij dat kantoor moet ik zijn.’

Bordewijk: ‘We zijn daarnaast praktisch ingesteld. Een zaak moet tenslotte gewoon opgelost worden. Ook dat hebben we op onze website staan. Sommige advocaten hebben de neiging om eindeloos te procederen. Daar is de klant niet altijd bij gebaat en dat geldt vaak ook voor de andere kant. Soms moet je als advocaat een beetje voor breekijzer spelen.’

‘Bij Houthoff hebben we een goede inhoudelijke opleiding gehad, maar we hoefden er niet te acquireren. Het werk kwam vanzelf op ons bureau’, merkt Gouweloos op. ‘Toen we met het kantoor startten hadden we niets: geen cliënten en geen dossiers. We moesten onze klantenkring opbouwen, maar hadden aanvankelijk geen idee hoe. Toen het niet direct storm liep met de dossiers na onze start, bedachten we dat het handig was om bij potentiële klanten langs te gaan voor een kop koffie. We zijn verder overal zichtbaar en missen geen borrel. In het begin hadden we ook geen ervaring met pitches. Als de opdracht aan onze neus voorbij ging gingen we terug naar de opdrachtgever met de vraag wat er niet goed was gegaan zodat we daar voor een volgende keer van konden leren. Dat heeft ontzettend veel positieve reacties opgeleverd. Het is zelfs een keer voorgekomen dat we de klant alsnog hebben binnengehaald.’

Zijn er ambities om te groeien?
Benningen: ‘Dat is wel het idee maar we willen het natuurlijk laten verlopen. Dus niet groeien om te groeien, maar meer omdat het organisch zo gaat omdat er meer zaken komen. Dat probeer je uiteraard voor te zijn, zodat je niet achter de feiten aanloopt. Voor de stabiliteit en continuïteit van het kantoor vinden we het goed om een iets bredere laag medewerkers te hebben. Er zijn er nu drie maar als er nu iemand weggaat dan voel je dat wel.’

Nemen jullie ook mannen aan?
Bordewijk: ‘Dat we alleen met vrouwen zijn is puur toeval. Tegelijkertijd vallen we daardoor wel op. Zeker in de verzekeringswereld is dat het geval. Die bestaat vooral uit mannen van een bepaalde leeftijd. Dan spring je er als “vrouwenkantoor” direct uit en pak je meteen de aandacht. Dat is mooi meegenomen. Natuurlijk draait het vervolgens om wat je kunt en of er een klik is. Maar het is onbedoeld toch een soort unique selling point geworden.’

Terug naar de vraag. Gouweloos: ‘Ook al zouden ons unique selling point daardoor kwijtraken, we staan er absoluut voor open om mannen aan te nemen, maar ook dat is geen doel an sich.’ Benningen: ‘We krijgen weleens brieven van mannen, maar op de een of andere manier hebben we nog geen geschikte mannelijke kandidaat gevonden. Wie weet komt daar binnenkort verandering in. We willen graag medewerkers aannemen…’

Hebben jullie nog tips voor advocaten die voor zichzelf willen beginnen?
Bordewijk: ‘Wat voor de een werkt hoeft voor de ander niet zo te zijn. Wat voor ons destijds erg goed voelde is dat we met een team zijn begonnen dat elkaar al door en door kende. Je gaat tenslotte een zakelijk avontuur aan met elkaar en dan moet je op elkaar kunnen bouwen en vertrouwen. Het helpt als je al een bepaalde voorgeschiedenis met elkaar hebt.’ Gouweloos: ‘Daarnaast is het verstandig om van te voren goed te bedenken wie je als klant wilt hebben en vervolgens te bedenken wat die klant nodig heeft. Wij geloven er erg in om vanuit de klant te denken en van daaruit je concept voor je kantoor vorm te geven.’