Van de Deken – Herijking gedragsregels verrijking

De Commissie Herijking Gedragsregels heeft haar voorstel tot herziening van de gedragsregels bij de Algemene Raad ingediend. Daarmee zijn wij in de volgende fase beland, de inspraakronde waarbij de gelegenheid is geboden om op het voorstel te reageren. Daarna buigt de commissie zich er weer over. De bedoeling is dat het eindadvies dit najaar wordt uitgebracht, waarna de Algemene Raad over het vervolg beslist. Daarbij lijkt het niet onlogisch dat de Algemene Raad een voorstel tot aanpassing aan het College van Afgevaardigden zal voorleggen.  De commissie heeft er veel werk van gemaakt en is er in geslaagd om het aantal regels terug te brengen van 39 naar 27, een reductie van meer dan een kwart. Een deel daarvan wordt verklaard doordat een aantal van de huidige gedragsregels sinds 1 januari 2015 ook een plek in de Voda gevonden heeft, maar los daarvan heeft de commissie een aantal regels als overbodig gekwalificeerd, in het bijzonder regels ten behoeve van de onderlinge collegiale bescherming.

De meer algemene regel dat advocaten zich niet onnodig grievend dienen uit te laten wordt in het advies overigens gehandhaafd zonder in de toelichting specifiek op de communicatie tussen advocaten onderling in te gaan. Wel wordt in de toelichting benadrukt dat de integriteit van rechters en de deken tegen onheuse aantastingen moet worden beschermd; rechters omdat die beperkt zijn in hun mogelijkheden om zich te verweren tegen aanvallen op hun integriteit en dus kwetsbaar zijn.

In de toelichting wordt niet ingegaan op de interpretatie van het woordje ‘onnodig’ hetgeen in de context van ‘grievend’, wat mij betreft in het rijtje met ‘zinloos geweld’, ‘opzettelijke belediging’ en dergelijke blijft staan.

Indeling gedragsregels
Ook de indeling van de gedragsregels is in het advies veranderd. Er zijn vier groepen: 1) de maatschappelijke rol van de advocaat, 2) de advocaat in de verhouding tot de cliënt, 3) de advocaat in de verhouding tot andere deelnemers aan de rechtspleging en 4) de advocaat in de verhouding tot zijn beroepsgroep. Een aantal regels is aangepast aan veranderde inzichten sinds de vaststelling van de huidige gedragsregels in 1992, dus in de loop van 25 jaar.  Een voorbeeld is de voorgestelde aanpassing van gedragsregel 2, die nu een absoluut verbod inhoudt om als advocaat aan anderen een beloning of provisie toe te kennen of te ontvangen voor het aanbrengen van een zaak. Daarop is volgens het voorstel een uitzondering mogelijk indien door de betaling of ontvangst van beloning of provisie op geen enkele wijze de vrijheid en onafhankelijkheid in de uitoefening van het beroep in  gevaar kunnen komen. De aansluiting van een advocaat bij een zogenaamde koppelsite blijft dus mogelijk zolang de tegenprestatie van de advocaat aan de beheerder van de site de onafhankelijkheid van de advocaat niet in gevaar brengt. Dit sluit aan bij het huidig beleid van de lokale dekens bij het toezicht op de naleving van gedragsregel 2.

De commissie stelt wel een nieuwe gedragsregel voor voor het beroep in rechte op confraternele correspondentie en de inhoud van tussen advocaten gevoerd schikkingsoverleg, de gedragsregels 12 en 13. In het advies wordt aansluiting gezocht bij de gedragscode voor Europese advocaten van de CCBE, die in regel 5.3 een van de gedragsregels 12 en 13 afwijkende regeling bevat die in het advies is overgenomen.

Vertrouwelijkheid
In de voorgestelde nieuwe regeling is het uitgangspunt dat een of meer mededeling(en) van de ene advocaat aan de andere alleen dan als vertrouwelijk worden beschouwd indien de advocaat die deze vertrouwelijkheid wenst dit duidelijk kenbaar maakt voor de verzending van de eerste van deze mededelingen. Daarop dient de geadresseerde aan te geven of hij aan de te ontvangen mededeling(en) een vertrouwelijk karakter wenst te geven waarbij de vertrouwelijkheid niet geldt zolang de geadresseerde niet uitdrukkelijk met de vertrouwelijkheid instemt. Daar is dan geen misverstand meer over. Dit geldt dus zowel voor de uitwisseling van standpunten als voor schikkingsoverleg tussen partijen. De voorgestelde aanpassing sluit aan bij de wensen uit de rechterlijke macht die een beroep op ‘confraternele’ en daarmee voor de rechter ‘verboden’ communicatie tussen advocaten vaak als een belemmering ervaart, in het bijzonder wanneer tijdens een zitting een mogelijke oplossing tussen partijen wordt besproken.

De commissie heeft niet alleen bij deze regeling over de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen advocaten aan de CCBE Gedragscode gerefereerd maar ook een nieuwe gedragsregel geadviseerd op grond waarvan een advocaat bij het verrichten van grensoverschrijdende werkzaamheden binnen de Europese Unie en het Europees economisch gebied de CCBE gedragscode voor Europese advocaten in acht dient te nemen. Een dergelijke nieuwe gedragsregel zal zeker leiden tot de toename van het bewustzijn in dit opzicht.

Mijn eerste indruk is dat zowel de advocatuur als de toezichthouders op de advocatuur met de voorgesteld aanpassingen goed uit de voeten kunnen. Dat is knap werk.

De integere advocaat is
per definitie behoorlijk

Uiteraard blijft het zo dat de gedragsregels voor de advocatuur maar een deel van de regels inhouden waaraan een advocaat zich te houden heeft. Het zijn hulpmiddelen voor de invulling van de algemene norm dat de advocaat zich heeft te houden aan de voor het beroep geldende  kernwaarden: integriteit, onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid en vertrouwelijkheid. Zie, in iets andere  volgorde, artikel 10a, lid 1 Advocatenwet,waarbij ik zelf de integriteit als eerste noem omdat de andere kernwaarden  daar eigenlijk afgeleiden van zijn.

De toets door de tuchtrechter blijft die op voet van artikel 46 Advocatenwet: het handelen dat een behoorlijk advocaat betaamt, waarbij de toevoeging ‘behoorlijk’ wat mij betreft  geen enkele meerwaarde heeft. De integere advocaat is immers per definitie behoorlijk.

De aardigste definitie van een voor een beroepsgroep geldende gedragsregel is: een gedragsregel is een regel waarnaar de beroepsuitoefenaar zich gedraagt ook wanneer het geen gedragsregel zou zijn. Het blijft dus altijd zelf nadenken geblazen.