Vroeg stoppen met werken, lang voor de pensioengerechtigde leeftijd. Velen dromen er van, weinigen maken de stap. Just Janse de Jonge (53), tot voor kort partner bij DingemansVanderKind, heeft onlangs na 30 jaar zijn toga aan de wilgen gehangen. Hij bereidt zich voor op een nieuw leven dat zich in elk geval gedurende een groot aantal maanden per jaar op zee zal afspelen. Het Baliebulletin reisde af naar Marina Den Oever om daar meer over te weten.

Tekst: Martin van Duijn / Foto’s: Cock Koelewijn

Just Janse de Jonge is druk bezig met de voorbereidingen om zijn zeiljacht gereed te maken voor de eerste lange reis. Nadat hij heeft voorgedaan hoe je dat veilig doet, klimmen de landrotten van het Baliebulletin met voor hen halsbrekende capriolen aan boord van de eXtase – en over die naam later meer. “Tja, ik ben meer een timmerman en een knutselaar dan dat ik advocaat was”, verduidelijkt Janse de Jonge waarom hij de boot helemaal zelf van voor naar achter aan het nalopen is. “Al van jongs af aan was ik geïnteresseerd hoe dingen in elkaar steken. Fietsen, bromfietsen, auto’s, ik haalde altijd alles uit elkaar om te zien hoe het werkte. Later heb ik zelfs ons eigen huis gebouwd op IJburg, nadat wij door de aannemer waren opgelicht. Zelfs zaken als waterleiding en elektriciteit deed ik zelf en dat allemaal ’s avonds en in het weekeinde. Dat was wel een beetje pittig naast het werk als advocaat, maar ik heb het gelukkig overleefd.”

Dat de jonge Just later advocaat zou worden, stond zeker niet in de sterren geschreven. “Ik was een bèta-scholier en ik wilde naar de TU Twente om natuurkunde/werktuigbouwkunde te studeren. Ik ging naar een open dag, maar zag daar alleen maar nerds rondlopen. Ook alleen mannen. Dat was niks voor mij, dus techniek en bèta-richtingen vielen af. Nu kom ik uit een juridisch nest. Mijn vader was universitair docent strafrecht en ik had een oom en opa die notaris waren. Thuis kwamen dan ook veel juristen over de vloer. Rechters, maar die vond ik saai, wetenschappers, leuk maar niet echt flashy, maar soms ook advocaten. Die laatsten hadden een vlotte babbel, net wat betere pakken en mooiere auto’s. Dat leek mij wel wat. Maar het waren vooral hun verhalen die mij inspireerden. Zoals Cees Korvinus, die vertelde hoe hij een zaak voor een moeder met kinderen had gewonnen nadat zij vele jaren onterecht in het gevang had gezeten. Dat maakte indruk. Dus ben ik naar een kennismakingsdag bij de rechtenfaculteit van de UvA gegaan. Daar op de Oudemanhuispoort, in bruisend en zonnig Amsterdam, liepen ook nog eens vele mooie dames. Het contrast met Twente kon niet groter en de keus voor Amsterdam was snel gemaakt. De inhoud van de studie, en later het advocatenvak, was altijd meer bijzaak. Het ging mij om de leuke mensen en een prettige omgeving. Ik heb mij nooit echt advocaat gevoeld.”

Arbeidsrecht is geen wedstrijd

Janse de Jonge startte op zijn 23ste op de sectie ondernemingsrecht bij Höcker Rueb Doeleman, waar hij na anderhalf jaar wisselde naar arbeidsrecht. “Daarin kon ik mijn oplossingsgerichte en menselijke vaardigheden goed kwijt. Ik specialiseerde mij onder leermeester Otto Albers en kon partner worden toen ik 30 was. Maar het kantoor bleef groeien en dat vond ik na acht jaar in een grote maatschap teveel gedoe worden. Daarom ben ik in 2011 overgestapt naar het arbeidsrecht nichekantoor DingemansVanderKind. Hoewel dit een steengoed kantoor is, ging het mij vooral om de leuke mensen en het mooie pand in het centrum van Amsterdam.”
In het ontslagrecht kreeg hij vaak te maken met mensen die te horen kregen dat zij hun baan kwijtraakten. Een zaak waar hij met voldoening op terugkijkt, betrof een directrice van een onderwijsstichting. “Zij was goed in haar werk, daar viel niets op aan te merken. Maar het boterde gewoon niet met de raad van toezicht (RvT), die daarom van haar af wilde. Uiteindelijk werd het een gang naar de rechter waarbij wij wonnen. De voltallige RvT stapte op en de directeur kon blijven. Dit heeft de stichting behoorlijk wat geld gekost, want de advocaat van de RvT declareerde meer dan 2,5 maal zoveel dan ik had gedaan en conform de statuten moest de stichting de juridische kosten van de RvT vergoeden. Schandalig en vooral onnodig. Puur het gevolg van enkele te grote ego’s in de RvT,  die het ook nodig vonden om het veel te dure Zuidas-kantoor voor een eenvoudige arbeidsrechtszaak in te huren. Vreselijk.”
De meeste zaken werden overigens buiten de rechter om geregeld. “Ik zag mij veel meer als probleemoplosser dan als advocaat. Het is altijd mijn doel geweest om er samen met de andere partij op een redelijke en voor iedereen aanvaardbare manier uit te komen. In 99% van de gevallen lukt dat ook. Je kunt niet altijd het onderste uit de kan willen. Dat zou ik jonge advocaten in het arbeidsrecht ook willen meegeven. Het is geen wedstrijd. Je kan voor je ego wel proberen om er nog eens vijfduizend euro extra ontslagvergoeding uit te halen, maar wat heeft je cliënt daar aan?  Als het alleen maar meer stress oplevert, en het allemaal ook nog eens opgaat aan jouw declaratie?”

“Alsof je de loterij wint”

Ondanks dat zaken voldoening kunnen opleveren, besloot Janse de Jonge om te stoppen. “Het nadeel van de advocatuur is dat je cliënten jouw agenda bepalen. Als iemand aan het eind van de dag belt dat hij is ontslagen, of er is arbeidsrechtelijk gedonder bij een vaste cliënt, dan kan je niet zeggen dat ze de volgende dag mogen terugbellen. Dus dan moet je aan de bak, terwijl je natuurlijk liever iets anders doet met je vrije avond.” Dat zijn moeder overleed toen zij pas 68 was, zette hem ook aan het denken. “Bovendien kon het nu. Wij konden ons zelfgebouwde huis in Amsterdam goed verkopen en dat voelde alsof we de loterij hadden gewonnen. Over een paar jaar kan alles anders zijn. Minder tijd, bijvoorbeeld omdat je op kleinkinderen wilt passen of ouders zorg nodig hebben. Bovendien, als ik wacht totdat ik 67 ben, zie ik mijzelf de zeilen niet meer omhoog krijgen. Dan moet je met hydraulische systemen gaan werken, en daar heb ik geen zin in.” Dat de partners bij DingemansVanderKind wat minder enthousiast op zijn plannen reageerden, laat zich raden. “Bij mijn afscheid kreeg ik een ‘vonnis’ overhandigd, waarin ik werd veroordeeld om op straffe van een dwangsom van 10.000 euro per dag, maandag gewoon op kantoor te verschijnen. Mijn opzegging was vernietigd, wegens strijd met openbare orde, onmisbaarheid voor kantoor, en allerlei geniaal bedachte gronden”, lacht Janse de Jonge. “Het was een hartverwarmend afscheid, en ik geloof dat ze me gaan missen. Ik hun ook hoor, maar niet de advocatuur. Denk ik.”

Zeiler in hart en nieren

Zeilen zit Janse de Jonge in het dna. “Thuis hadden wij ook een zeilboot. En ik heb tegen mijn vrouw gezegd, dat ik met haar wilde trouwen op voorwaarde dat zij mee zou gaan op de boot. Nou is de keuze die we nu maken wel een proces van een jaar of tien geweest. Voor mijn vrouw is het best moeilijk om haar sociale leven tijdelijk achter zich te laten, want het plan is om het grootste deel van het jaar op de boot door te brengen. De eerste reis gaat naar het noorden. Best wel een beetje spannend, omdat je daar vaak op een andere manier moet aanleggen dan wij zijn gewend – je moet de boot bijvoorbeeld met pinnen tussen rotsspleten en touwen vastleggen. Maar de koudste wintermaanden brengen wij hier in Nederland door, in het appartement dat we hebben gekocht. Volgend jaar koersen we in het voorjaar naar het zuiden, tot de boter smelt. Dan kunnen we ook verder in de wintermaanden doorvaren, bijvoorbeeld in de Middellandse Zee, of de oceaan over richting de Carieb.”

eXtase

Janse de Jonge is nu een jaar of tien trotse eigenaar van de eXtase, een X-412, oftewel een 12,5 meter jacht van de Deense bouwer X-Yachts. “Dat is de Maserati onder de zeiljachten, snel en stijlvol. Eigenaren geven hun boot een naam waarin de X prominent naar voren komt. Vandaar eXtase.” Voordat Janse de Jonge en zijn vrouw koerszetten naar Scandinavië, moet er nog het nodige onderhoud worden verricht. “Op zee ben je helemaal op jezelf aangewezen. Je moet de boot van haver tot gort kennen en weten hoe alles werkt. Van elektrische lieren tot de buitenboordmotor van de bijboot. In mei willen wij hier de jachthaven uitvaren. Dan gooi ik letterlijk en figuurlijk het roer om.”