Actualiteiten – Minder pleittijd bij gerechtshof Amsterdam: meer tijd voor interactie

Al enige tijd denken de raadsheren van het hof Amsterdam na over hoe de pleidooizittingen ­efficiënter kunnen worden ingericht. Dit heeft er toe geleid dat in sommige zaken de spreektijd van dertig minuten wordt verkort naar tien. Mrs. Melissen en Meijer, raadsheren van het Amsterdamse hof geven ­uitleg: ‘Advocaten mogen best met de deur in huis vallen’.

Tekst: Nick van den Hoek en Benjamin Bijl

‘Iedereen schiet nog weleens in de vertrouwde modus van een pleitnota te maken, waarna het hof die pleidooien gaat zitten aanhoren’. Het geeft een statische vorm aan de zittingen. Nu de mondelinge behandeling in toenemende mate een centrale plaats krijgt in de procedure is het Amsterdamse hof gaan nadenken of het pleidooi een actievere inrichting kon krijgen. Bij het (sub-)team Bouw & Vastgoed binnen het Amsterdamse hof is men gaan experimenteren. ‘Wat wij merkten is dat de pleidooien vaak op een vaste manier plaatsvinden’. Zo staat in het rolreglement dat de vaste tijd voor een pleidooi dertig minuten is. Veel advocaten denken de zaak dan van voor af aan uiteen te moeten zetten. Het resultaat is dat je als raadsheer minimaal een uur aan het luisteren bent (meer indien er meerdere partijen zijn), naar toch vaak dingen die je in belangrijke mate al wist. De raadsheren hebben voorafgaand aan de zitting namelijk het dossier al helemaal doorgenomen en hebben daar dikwijls vragen over. Die vragen worden niet altijd door het pleidooi weggenomen. Omdat de raadsheren de advocaten vaak eerst hun verhaal willen laten doen, wordt er dus eerst een uur geluisterd voordat kan worden begonnen met de vragen aan de raadslieden én aan partijen. Daarnaast wil het hof tijdens de zitting nog graag onderzoeken of de zaak tussen de partijen op een andere manier kan worden opgelost.

Mrs. W.A.H. Melissen (links) en C.C. Meijer.

Er is echter maar beperkte tijd voor een pleidooi(zitting) en alle voornoemde aspecten hier in krijgen lukt in de meeste gevallen simpelweg niet. Daarom is nagedacht over een meer efficiënte manier om met de tijd om te gaan. Het pleidooi, de mondelinge behandeling van een zaak, wordt namelijk door de raadsheren zeer op prijs gesteld; ‘de zaak kan dan echt uit de verf komen’. Het is dan wel van belang dat met de partijen en hun advocaten in gesprek kan worden gegaan. Het is dus zeker niet zo dat het hof minder pleidooizittingen wil, de benutting van de beschikbare tijd moet alleen anders.

Minder tijd voor het pleidooi, meer tijd voor interactie
De visie van het hof is dat wanneer de pleidooien worden ingekort, partijen meer aan het woord kunnen komen en er meer tijd is voor de behandeling van vragen. Op die manier komt beter uit de verf wat partijen daadwerkelijk belangrijk vinden. Van de (maximaal) dertig minuten die normaal staan voor een pleidooi, blijven er nu (slechts) tien over. ‘Wij stimuleren de advocaten daarmee om in het pleidooi tot de kern te komen’. Het huidige rolreglement van de gerechtshoven geeft ruimte om zittingen op deze manier in te richten.
Door dit ‘verplicht’ te stellen worden advocaten gedwongen om beter naar hun pleidooi te kijken. Te vaak wordt een pleidooi begonnen met ‘ik wil niet in herhaling vallen, máár…’, waarna toch een opsomming volgt van de feiten, of standpunten, die de raadsheren allang kennen. Het kan tevens makkelijker aan een cliënt worden uitgelegd dat er gewoonweg geen ruimte is om het gehele verhaal nog een keer bij pleidooi uit de doeken te doen. Uit eerdere berichten van advocaten zou namelijk blijken dat de cliënt graag wil dat juist op de zitting de feiten nog eens worden herhaald, om zeker te weten dat het hof alles heeft gehoord. Met deze regeling heeft de advocaat voldoende munitie in handen om aan die wens voorbij te gaan.

Meer maatwerk
Het palet van pleidooien wordt breder. Niet langer worden zaken automatisch in een bepaalde vorm van pleidooizittingen geduwd. Door deze nieuwe werkwijze bij het hof Amsterdam zijn er, naast de tien-minuten-pleidooien, nog steeds de reguliere pleidooien en de verlengde spreektijd-pleidooien. Niet iedere zaak is immers geschikt voor een kort(er) pleidooi. Bij het subteam B&V wordt in beginsel in alle pleidooien verkort gepleit, bij de andere subteams wordt vooraf door het hof gekeken of de zaak zich ervoor leent. De rolformulieren helpen hierbij. Daarop kan worden aangegeven dat het een zaak betreft die maatwerk vereist. Dit zijn bijvoorbeeld de zogenoemde megazaken. Wordt een zaak geselecteerd, dan krijgen de advocaten voorafgaand aan het pleidooi een brief waarin de gang van zaken wordt uitgelegd: tien minuten spreektijd, twee á drie pagina’s spreekaantekeningen. Daar moet de advocaat het mee doen. Het klinkt wellicht eng, maar de ervaring van de raadsheren is dat de advocaten daadwerkelijk doelgerichter gaan pleiten. De advocaat wordt namelijk gedwongen om extra te gaan nadenken op welke punten hij zich wil gaan focussen. En in de beperking toont zich immers de meester. Daarnaast worden advocaten in de brief erop gewezen dat het treffen van een schikking tot de mogelijkheden zal gaan behoren.

Pleidooien die op de nieuwe manier zijn ingericht leiden overigens niet tot kortere zittingen. Er wordt dus nominaal geen tijd gewonnen, maar daar is het het hof ook niet om te doen. De inhoud van de zitting wordt interactiever (partijen krijgen meer ruimte om hun verhaal te doen) en effectiever (er is meer ruimte voor de onderwerpen die de raadsheren willen bespreken en voor het onderzoeken van de mogelijkheid om tot een oplossing te komen). Op die manier moeten alle partijen het gevoel krijgen dat alle informatie over het voetlicht is gebracht en dat het hof alle informatie heeft die belangrijk is.

De nieuwe werkwijze is reeds ingevoerd
Bij het subteam Bouw&Vastgoed is men inmiddels begonnen met deze vernieuwde vorm van pleidooizittingen voeren. De eerste indrukken zijn zeer positief en daarom is het hof al zover dat is besloten om in alle zaken (dus ook bij de andere secties) te beoordelen of deze aanpak geschikt is. Komende tijd zullen de raadsheren hun ervaringen met de nieuwe aanpak onderling bespreken en deze waar nodig verfijnen. Hierover wordt op regelmatige basis overleg met de Deken gevoerd. Advocaten kunnen daarom altijd hun ervaringen (positief en negatief) delen met de Deken.