Bouwstenen – Werken in een filmdecor

Strafrechtadvocaat Jon Mul opereerde aanvankelijk vanuit een kantoor op de Wallen, maar belandde uiteindelijk in een kantoor gebouwd in de karakteristieke Amsterdamse School-stijl op de hoek van de Langestraat en de Blauwburgwal. Ondanks de horden van het massatoerisme bevalt dat nog altijd goed.

Tekst: Victor van Campen en Juliëtte Daniels

Er hangt geen groot uithangbord aan zijn kantoor en hij zoekt de media ook niet op. Jon Mul, strafrechtadvocaat, is dan ook enigszins verbaasd dat de redactie van het Amsterdams Balie Bulletin hem heeft gevraagd voor de rubriek Bouwstenen. Na onze kennismaking blijkt echter al gauw dat het kantoor van waaruit hij werkt een rijke historie kent.
Het gebouw is gelegen op de hoek van de Langestraat en de Blauwburgwal en is gebouwd in 1920 in opdracht van B. Cordemeijer, die daar een handel dreef in manufacturen en andere textielproducten. In het bovenlicht zijn in paars glas in lood de letters ‘B.C.’ te zien. De erkers, de deels verticale gemetselde bakstenen en de speelse kantelen van het gebouw zijn typerend voor de Amsterdamse School, de bouwstijl waarin architect J.J. Eijrond het kantoor ontworpen heeft.
Mul voert zijn praktijk sinds 1984 vanuit het kantoor aan de Langestraat. Daarvoor werkte hij vanuit een kantoor dat op de ­Wallen was gelegen, waar hij aanvankelijk verwachtte dat de cliënten spontaan binnen zouden lopen. Maar dat was niet zo en die locatie bleek evenmin ideaal. ‘Om een voorbeeld te geven: als een cliënte een echtscheidingszaak wilde bespreken, moest zij op weg naar het kantoor eerst langs de ramen van de Wallen lopen. Dat was toch een beetje ongemakkelijk’, vertelt Mul. Mede vanwege het feit dat zijn (strafrecht)cliënten toch de voorkeur gaven aan een advocatenkantoor met een statig pand, is Mul naar de hoek Blauwburgwal/Langestraat verhuisd.

Bombardement
In en op het gebouw zijn fraaie en soms vernuftige details aangebracht. In de gevel aan de Blauwburgwal-zijde is een oude gevelsteen te bewonderen. De gevelsteen heeft de verwoesting overleefd van het Blauwburgwal-bombardement in 1940, waarbij 44 doden en 79 gewonden vielen. Het kantoor heeft ook een garage, die op het eerste gezicht niet duidelijk herkenbaar is. Wij laten het verder aan de verbeeldingskracht van de lezer om te bedenken waar deze zich bevindt.
We vragen Mul of hij veel aan het kantoor heeft moeten verbouwen. ‘Toen de schrootjes in de hal verwijderd werden, kwam er op de muur daarachter een prachtige wandschildering tevoorschijn die was aangebracht in de jaren ‘20. Die was helaas niet meer te redden. Wel de lambrisering; het tegelwerk en de kozijnen. Verder is de indeling van de benedenverdieping – die helemaal was opgedeeld in kleine hokjes – geheel veranderd. Er is met de jaren veel aan het kantoor verbouwd.’

Verschraling
Mul vertelt ons over de sterke opkomst van het toerisme in de binnenstad en de daarmee gepaard gaande verschraling van het winkelaanbod in de omgeving van het kantoor. ‘Brasserie Bâton aan de Herengracht is gelukkig gespaard gebleven’, vervolgt Mul, ‘en daar wandel ik regelmatig naar toe om te lunchen of even koffie te drinken’. Mul vertelt verder dat de omgeving van het kantoor regelmatig het decor vormt voor series en films, zoals de film Kaas, naar de beroemde novelle van Willem Elsschot.