‘De afhankelijke en kwetsbare mens moet worden beschermd’

Esther Pans gaf lezing over de ‘laatstewilpil’ en het recht

Op 30 april 2018 gaf mr. dr. Esther Pans, advocaat bij Kennedy van der Laan, een lezing voor de Jonge Balie in het teken van de ‘laatstewilpil’ van Coöperatie Laatste Wil. Na afloop van de lezing mochten wij haar nog een aantal vragen stellen over dit gecompliceerde vraagstuk.

Kunt u kort iets over uzelf en uw werk vertellen?
‘Alles wat ik doe, draait om recht en geneeskunde. Mijn praktijk als advocaat bij Kennedy Van der Laan is geheel gericht op de zorg. Ik zit in het Team Gezondheidszorg en doe medische aansprakelijkheid, medisch tuchtrecht en het klassieke gezondheidsrecht, zowel procedures als advisering, meestal aan de kant van de arts of de zorginstelling. Daarnaast ben ik lid-jurist van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam en lid van de Raad van Toezicht van de Levenseindekliniek. Ook zit ik in de redactie van het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht. De combinatie van advocatuur, bestuur en (tucht-)rechtspraak is fantastisch. Mijn achtergrond is wetenschappelijk: in 2006 ben ik aan de VU gepromoveerd op de euthanasiewet’.

Hoe gaat de Coöperatie Laatste Wil te werk, en waarom is daar zoveel ophef over ontstaan?
‘De CLW, zoals ik ze maar even kortheidshalve noem, geeft leden informatie over een middel waarmee ze hun leven kunnen beëindigen: de “laatstewilpil”. En niet alleen informatie: ook helpt de CLW haar leden aan dit middel te komen. De verspreiding gaat via inkoopgroepen. De CLW gaat uit van zelfbeschikking. Dat is een uiterst belangrijk leidend beginsel voor alles wat ze doen. Daaruit volgt dat er weinig eisen worden gesteld aan de mensen die dat middel willen hebben: ze gaan ervan uit dat mensen voor zichzelf de afweging kunnen maken of ze dood willen of niet. De enige eisen die CLW stelt is dat een lid 18 jaar of ouder is en 6 maanden lid is. Daarnaast zijn er bij de verstrekking van het middel enkele waarborgen ingebouwd, zoals een kluis die kan worden geopend met een vingerafdruk waarin het middel wordt bewaard en de verwerking van een indigo-blauwe kleurstof in het middel, zodat bij overledenen zichtbaar is dat ze het middel van CLW hebben gebruikt: ze hebben dan een blauwe tong. Er is zoveel onrust over ontstaan omdat de waarborgen wel erg summier zijn. Wie garandeert dat het CLW-lid wilsbekwaam is? Wie checkt of degene die dat poeder bestelt niet bijvoorbeeld een depressie heeft die nog behandelbaar is? Welke waarborgen zijn er om misbruik uit te sluiten? Bijvoorbeeld doordat de zorg voor je demente moeder toch wel erg zwaar wordt en wie weet onder de redenering: die demente staat had moeder nooit gewild. Je krijgt zo heel schimmige situaties, terwijl het gaat om leven en dood. Je brengt een dodelijk middel in de samenleving waarmee grote schade kan worden aangericht. Dat moet je uiterst zorgvuldig doen en in de opzet van de CLW is het risico op misbruik en ongelukken wat mij betreft nog te veel aanwezig. Dat is ook waarom de CLW recent, onder zware druk van het OM, heeft laten weten haar activiteiten te staken’.

Zorgt de geheimzinnigheid rondom de distributie van de pil niet juist voor de huidige politieke onrust en zou gepaste regulering op dit vlak deze zorgen volgens u niet weg kunnen nemen?
‘Tja, het is erg moeilijk om een zorgvuldige regulering te verzinnen. De risico’s zijn gewoon erg groot. Al sinds 1991, toen Huib Drion in NRC Handelsblad een zeer aansprekend essay schreef over het zelfgewilde levenseinde, wordt er door juristen, politici en beleidsmakers over nagedacht. En tot nu toe heeft dat nog niets opgeleverd. Het idee is prachtig en legitiem, maar op de operationalisering ervan is iedereen tot nu toe stuk gelopen. En dat is tragisch, want er is een grote vraag naar. Het zou heel veel, vooral oudere, mensen een enorme rust geven als zij over zo’n laatstewilpil konden beschikken. Het zou hen de kracht kunnen geven door te leven tot het echt niet meer gaat en dan zelf het laatste moment te bepalen. Nu moeten mensen soms “te vroeg” om euthanasie vragen omdat zij bang zijn dat zij als zij te lang wachten niet meer wilsbekwaam zijn. Ook zijn mensen nu erg afhankelijk van hun arts. Euthanasie is een verzoek aan je arts, geen recht, en de arts kan het verzoek om allerlei redenen weigeren. Bijvoorbeeld omdat hij vindt dat jouw lijden (nog) niet ondraaglijk en uitzichtloos is. Of omdat hij twijfelt over de vrijwilligheid en weloverwogenheid van jouw euthanasieverzoek. Als patiënt verkeer je in een afhankelijke positie ten opzicht van je arts’.

In hoeverre is de verstrekking van de laatstewilpil volgens u met voldoende juridische waarborgen omkleed?
‘Het plan van CLW bevat echt te weinig waarborgen, en is nu dus ook in de ijskast gezet. Het opzettelijk beëindigen van een leven blijft in beginsel een zwaar misdrijf, een levensdelict. In het strafrecht gaan we uit van de zwakste schakel in de keten: niet de hoogopgeleide, assertieve, onafhankelijke mens is de norm, maar de zwakke, afhankelijke en kwetsbare mens. Die moet beschermd worden. Het gevaar van misbruik is gewoon enorm. Over familieverhoudingen moet je niet naïef zijn. Mensen kunnen elkaar de gruwelijkste dingen aandoen. Er is een strafzaak van een jaar of tien geleden waarin een 27-jarige man, een chemicus, een dodelijk middel op de boterhammen van zijn vriendin had gesmeerd, onder de pindakaas. De reden was dat hij geen kind wilde en zij wel. Een paar uur later, op haar werk, toen zij haar lunchpakket opat, stierf zij. Het ging waarschijnlijk om hetzelfde middel als CLW gebruikt. Bij het overlijden van een persoon zijn grote belangen gemoeid, zowel emotioneel als financieel. Daar moet je superzorgvuldig mee omgaan’.

De Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (de Euthanasiewet) dateert uit 2002. Is deze wet toe aan vernieuwing?
‘Daarop zeg ik volmondig: nee. De Euthanasiewet is een heel bijzondere en ook mooie wet. De wet gaat uit van open normen: ondraaglijk en uitzichtloos lijden en vrijwillig en weloverwogen verzoek. Dat is een principiële keuze van de wetgever geweest. Zo kan, door de jaren heen, ruimte worden gegeven aan nieuwe inzichten en ontwikkelingen op het gebied van medische ethiek, recht en geneeskunde. Wat is lijden? De inzichten daarover kunnen veranderen. Zo is recent door de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie bepaald dat een “stapeling van ouderdomsklachten” bij (hoog-)bejaarden tot ondraaglijk lijden kan leiden en dus grond kan zijn voor euthanasie. De optelsom van een hele trits van, op zichzelf bij de ouderdom behorende, gebreken, klachten en kwalen, kan voor een individu ondraaglijk worden. Daar horen vaak ook geestelijke, existentiële klachten bij. Sinds 2012 kunnen mensen ook terecht bij de Levenseindekliniek, als hun eigen arts niet wil of kan helpen met euthanasie. Daar wordt zeer zorgvuldig en met grote menselijke betrokkenheid bekeken of een verzoek binnen de wet valt en natuurlijk ook of er echt geen andere oplossing is. Het is erg goed dat de Levenseindekliniek er is, maar het beste blijft het natuurlijk als de eigen arts bereid is het te doen’.

De toetsingscommissie voor Euthanasie toetst achteraf op basis van een verslag van de arts of de euthanasie inderdaad binnen de wet viel. Waarom toetsing achteraf?
‘Toetsing vooraf is door de wetgever afgewezen omdat dan de persoon die dood wil, als het ware, voor een “doodscommissie” moet verschijnen. Dat werd onkies en niet wenselijk geacht. Wel moet de arts die het euthanasieverzoek overweegt te accepteren, een tweede, onafhankelijke arts om advies vragen, meestal een zogeheten SCEN-arts. Die geeft zijn oordeel over alle wettelijke zorgvuldigheidseisen, zodat in feite dan ook een soort toetsing vooraf plaatsvindt. Het is echter wel slechts een advies. In de praktijk worden die vaak gevolgd door de eerste arts, maar het hoeft niet’.

Worden artsen vaak vervolgd?
‘Sinds de inwerkingtreding van de Euthanasiewet in 2002 is er nooit een arts vervolgd, maar recent, sinds 2017, heeft het OM zijn beleid op dit punt gewijzigd. Op dit moment lopen er vier strafrechtelijke onderzoeken jegens artsen die een euthanasie hebben verricht. Voor artsen is dit enorm bedreigend en afschrikwekkend. Ik maak mij hier grote zorgen om. Euthanasie was “gedejuridiseerd”, het strafrecht was op afstand geplaatst, en dat was ook de opzet van de Euthanasiewet. Nu lijkt dat te worden teruggedraaid. Terwijl de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie, die bestaan uit een jurist, een arts en een ethicus, goed werk doen en elke euthanasiemelding zorgvuldig beoordelen. Ik hoop dat het OM beseft hoe kostbaar en kwetsbaar onze Nederlandse euthanasiepraktijk is’.