De meeste advocaten starten hun loopbaan na hun afstuderen in loondienst bij een bestaand advocatenkantoor. Sommige advocaten kiezen er echter voor om direct als zelfstandig ondernemer verder te gaan of zijn dat al voordat zij advocaat worden. Suzanne Knottnerus van Griph in Amsterdam is zo’n advocaat. Na acht jaar zelfstandig ondernemerschap als fiscalist en adviseur ondernemingsrecht wordt zij op 24 februari 2021 beëdigd als advocaat. Het ABB sprak met Suzanne over haar keuzes voor het zelfstandig ondernemerschap, de advocatuur en het stagiaire-ondernemerschap.

Tekst: Jeroen Wendelgelst

Suzanne begint haar loopbaan in 2002 als fiscalist in loondienst, eerst bij NautaDutilh en daarna bij een boutique kantoor. Daar houdt zij zich vooral bezig met de internationale belastingadviespraktijk. In 2013 sluit zij zich aan bij Griph als zelfstandig fiscalist en ondernemingsrecht adviseur. Ook is Suzanne betrokken bij de oprichting van juridisch internetplatform blended.law.

Waarom heb je in 2013 gekozen voor het zelfstandig ondernemerschap?

“Ik werkte op dat moment in loondienst waar ik als fiscalist vooral werkzaam was in de internationale transactiepraktijk. Ik merkte dat ik daar toch niet helemaal op mijn plek zat. Hoewel binnen het kantoor ook zeker ruimte was voor eigen ondernemerschap, had ik eigen ideeën die ik graag wilde realiseren. Binnen traditionele advocatenkantoren is dat lastiger. In 2013 kwam ik in contact met Griph en ik besloot mij als zelfstandig fiscalist bij het kantoor aan te sluiten. Ik merkte gelukkig al snel dat het zelfstandig ondernemerschap de nieuwe impuls aan mijn werk gaf die ik zocht.”

Hoe heeft je praktijk zich sindsdien ontwikkeld?

“De eerste jaren deed ik nog veel fiscaal advieswerk, maar gaandeweg kwam daar steeds meer ondernemingsrechtelijk advies bij. Op de Zuidas had ik in de transactiepraktijk al kennisgemaakt met de combinatie fiscaal recht en ondernemingsrecht. Mijn fiscale adviespraktijk verschoof bij Griph van internationaal belastingrecht naar Nederlands belastingrecht, vooral voor MKB-ondernemers. Die gaf ik ook steeds vaker ondernemingsrechtelijk advies. Mijn cliënten komen nu uit allerlei branches, van fashion tot IT-bedrijven, maar ook detailhandel en vastgoed fondsen. Die afwisseling maakt het werk echt leuk.”

Waarom ben je in 2021 alsnog advocaat geworden?

“De laatste jaren raakte ik als adviseur al steeds meer betrokken bij procedures. Fiscale procedures voerde ik voor die tijd natuurlijk al, maar bij Griph kwamen daar ook steeds vaker civielrechtelijke procedures bij. Zo ben ik onder meer betrokken bij een aansprakelijkheidsprocedure tegen een groot Nederlands accountantskantoor. Het heeft dan echt meerwaarde om advocaat te zijn, omdat je die procedures dan ook zelfstandig kunt voeren. Ook mijn privé-situatie laat deze nieuwe stap toe. Mijn kinderen zijn inmiddels wat ouder en dat geeft meer ruimte in mijn agenda.”

Hoe verliep het proces van beëdiging?

“Om stagiaire-ondernemer te kunnen worden heb je eerst goedkeuring van de Orde nodig. Je moet hiervoor veel documenten aanleveren. Hier ben ik zeker twee, drie weken mee bezig geweest. Wat natuurlijk scheelde was dat ik al een solide financiële basis had door mijn bestaande praktijk. En dat mijn kantoorgenoot Jaap Stikkelbroeck fungeert als mijn patroon, waardoor ook al sprake was van een goede ‘inbedding’ in zijn kantoor. Het is flink wat papierwerk, maar uiteindelijk wel te doen. De Orde gaf goedkeuring en toen kon ik mijn beëdigingsverzoek formeel indienen.”

 Hoe verloopt het contact met je patroon?

“Eigenlijk niet heel anders dan voor mijn beëdiging. Wij zijn immers al jaren kantoorgenoten en werkten al veel samen in zaken. In de praktijk is daar dus niet echt veel veranderd. Mijn eigen werk is nu wel meer gericht op het voeren van procedures, het schrijven van processtukken en het bijwonen van zittingen. Ik heb ook collega’s in Haarlem en Utrecht die veel procederen, dus van hen leer ik ook veel.”

Hoe ervaar je de beroepsopleiding?

“Ik behoor tot de eerste lichting van de nieuwe beroepsopleiding. De lessen waren de afgelopen twee jaar vanwege corona vooral online. Dat was op zich wel goed georganiseerd, met break out rooms tussendoor, zodat je toch ook wat persoonlijk contact met elkaar had. Binnen mijn opleidingsgroep ben ik wel één van de ouderen, maar dat maakt eigenlijk helemaal geen verschil. Het enige is dat ik het sociale gebeuren in de avonden grotendeels aan mij voorbij laat gaan. Ik heb immers ook nog een gezin, een kantoor en een fulltime praktijk. Mijn huiswerk maak ik vooral in het weekend. Vaak gelijktijdig met mijn zoon, die in de tweede klas van de middelbare school zit, dus dat is in ieder geval heel gezellig.”

Hoe zie je de toekomst?

“Ik ben nu halverwege de beroepsopleiding. Ik heb voor alles een voldoende. In april begint de tweede ronde, dus ik hoop de opleiding begin volgend jaar af te ronden. Ik merk dat ik het procederen erg leuk vind en dat ik dit nog meer wil doen. Het advocaat-zijn heeft voor mij dus echt meerwaarde.”