Tuchtrecht

De advocaat behoeft collega-advocaten niet te behoeden voor overtreding Gedragsregels[1]

Deze zaak gaat over het handelen van de advocaten mrs. V, A en M. Het gedrag van mr. V staat echter centraal in deze zaak. De nieuwsgierige lezer kan de beslissingen over de andere advocaten terugvinden op tuchtrecht.overheid.nl[2]. Over V is geklaagd dat er willens en wetens is meegewerkt aan het (spoiler alert) tuchtrechtelijk verwijtbare handelen van A en M.

A is advocaat van klager geweest tot begin 2017. In maart van dat jaar kreeg de klager een geschil met diens voormalig hoofd R&D, die op zijn beurt advocaat A inschakelde als advocaat. Gelet op eventuele belangverstrengeling gaf de klager hier echter geen toestemming voor en advocaat V werd verzocht het hoofd R&D van bijstand te voorzien. Bij het daarop volgende kennismakingsgesprek waren zowel het hoofd R&D als de advocaten V, A en diens kantoorgenoot M aanwezig. De band met de advocaten werd echter niet helemaal doorgesneden want er volgde een engagement letter tussen het kantoor van V en dat van A en M. Advocaat M heeft vervolgens verschillende werkzaamheden verricht voor de cliënt van V, zoals het redigeren van een conceptbrief. De klager stelt dat door deze werkwijze advocaat V het mogelijk maakt dat A en M alsnog, maar nu via V, optreden tegen de klager. V zou slechts fungeren als ‘spreekbuis’.

Hoewel A en M een waarschuwing opgelegd hebben gekregen voor hun ondoorzichtig handelen in deze zaak, stelt V dat hij als onafhankelijk advocaat optreedt voor zijn cliënt. De raad van discipline oordeelt hierover dat ook in het geval dat V wist dat A en M in strijd met de Gedragsregels handelden, dit hem niet kan worden aangerekend. Immers, advocaten hebben alleen hun eigen verantwoordelijkheid om de Gedragsregels na te leven. Omdat daarnaast niet kan worden bewezen dat V slechts als spreekbuis en daarmee niet onafhankelijk handelt, verklaart de raad de klacht ongegrond.

Door Benjamin Bijl

 

[1] Raad van discipline Amsterdam 4 juni 2018, ECLI_NL_TADRAMS_2018_122.

[2] Raad van discipline Amsterdam 4 juni 2018, zaken ECLI_NL_TADRAMS_2018_120 en ECLI_NL_TADRAMS_2018_121.