Het zijn sowieso geen vrolijke tijden in de advocatuur. Als u dit leest, hebben we al drie maanden leren leven met een nieuwe werkelijkheid. Een werkelijkheid waarin – zo staat wel zo goed als vast – een advocaat is vermoord omdat hij zijn beroep uitoefende. Maar al voor die moord nam ik mij voor dit keer in ABB over een ander serieus onderwerp te schrijven: hoe is het eigenlijk gesteld met de Nederlandse advocatuur als we het hebben over me too? En je kan het ook wat breder trekken: hoe is het gesteld met de veilige werkomgeving die advocatenkantoren aan stagiaires en medewerkers zouden moeten bieden?

Je kunt natuurlijk beginnen met de constatering dat ons tot zover pijnlijke schandalen bespaard zijn gebleven. Waar NRC Handelsblad de gevallen die zich voordeden in de medische en academische wereld breed heeft uitgemeten, is het over de advocatuur oorverdovend stil gebleven. Als dat zou betekenen dat dit alles zich niet voordoet in de advocatuur, kan je aan die optimistische constatering zelfs toevoegen dat me too de advocatuur dus alleen maar nieuwe zaken oplevert.

En toch ben ik er niet van overtuigd dat me too-gevallen zich niet voordoen in de Nederlandse advocatuur. Vraag er maar eens naar bij stagiaires en medewerkers, als ze durven aan te nemen dat hetgeen met je wordt gedeeld, ook vertrouwelijk wordt behandeld. En als lid van de raad komt, als mentor van stagiaires, ook het een en ander op je pad. En wie die blik op het buitenland richt, ziet het verhaal dat een groot kantoor in Londen overweegt tot 20 procent van het winstdeel in te houden als partners zich schuldig maken aan (seksueel) wangedrag.
Geen reden dus voor tevredenheid, en al helemaal niet voor zelfingenomenheid. Het zal bij ons niet snel Weinstein-achtige proporties aannemen, maar brandschoon zijn we nu ook weer niet. Dan is de volgende vraag wat we er als advocatuur – en als advocatenkantoren – aan gaan doen. Ik denk zelf aan een paar dingen.

Allereerst wil ik de komende maanden met de raad meer aandacht vragen voor het onderwerp; door zoals bij deze gelegenheid erover te schrijven – maar hoeveel advocaten lezen dit eigenlijk? – maar vooral door samen met de Jonge Balie en mentoren van de beroepsopleiding het onderwerp aan de orde te stellen, te bespreken en daar ruchtbaarheid aan te geven.

Werkgeversverantwoordelijkheid
Verder zullen advocatenkantoren meer dan voorheen moeten beseffen dat we het hebben over een werkgeversverantwoordelijkheid (en dus over een potentiële werkgevers-aansprakelijkheid). Die verantwoordelijkheid komt erop neer dat advocatenkantoren een regeling moeten hebben op het gebied van seksuele intimidatie en moeten zorgen voor een veilige werkomgeving. Want het gaat om méér dan wat vroeger ongewenste intimiteiten heette: van te grote (werk)druk, discriminatie, horkerig gedrag, verbaal geweld (bullying) tot – ik verzin het niet – een partner die van de stagiaire op zijn kamer verlangt dat zij verlof vraagt om naar de WC te gaan.

Een dergelijke regeling is niet alleen een kwestie van fatsoen (of zoals we het in de advocatuur zo mooi zeggen: betamelijkheid); er is ook nog de Arbowet die tal van voorschriften op dit vlak kent, dat alles ter voorkoming van psychosociale arbeidsbelasting. Arbeidsrechtadvocaten weten er alles van, maar een half uurtje googelen biedt meer dan voldoende inspiratie om ermee te beginnen.

Ik weet het; uw kantoor zit niet te wachten op wéér een regeling die moet worden opgesteld én nageleefd. Maar me too-voorvallen en een veilige werkomgeving zijn zaken waarvoor we de ogen niet kunnen sluiten. In de eerste plaats omdat het gaat om de bescherming van hardwerkende stagiaires en medewerkers. Maar óók omdat we als advocatuur graag willen voorkomen dat we de voorpagina van landelijke dagbladen bereiken met me too-gevallen. Daarom zou ieder kantoor – ook de kleinere – ten minste een vertrouwenspersoon moeten aanwijzen die stagiaires en medewerkers kunnen vertrouwen. Dat kan een interne kracht zijn – als die voldoende onafhankelijk is ten opzichte van partners, bestuur en HR – maar het kan ook een externe kracht zijn.