Anno 2026 is een vrouwelijke rechter alleen bij het Gerechtshof Amsterdam geen raadsheer meer, bij andere hoven nog steeds wel net als in de wet. In 2021 stelden wij al aan de kaak dat een rechter van het Gerechtshof of de Hoge Raad nog altijd met de archaïsche titel ‘raadsheer’ wordt aangesproken. Deze titel geldt los van de vraag of iemand nu man, vrouw of genderfluïde is – ze zijn allemaal raadsheer. Dit terwijl in de wet het begrip Koning wordt gehanteerd, maar Beatrix zich geen koning hoefde te noemen. Gek genoeg was haar man dan wel prins-gemaal, maar mag Máxima zich koningin noemen. De koningin is dus nog steeds een treetje lager, want vrouw.

Tekst: Hannah Brenninkmeijer

In arresten van de Hoge Raad worden bovendien consequent met de term ‘hij’ verwezen, ongeacht naar wie wordt verwezen. Dit geldt dus ook als het evident over een vrouwelijke rechter, officier van justitie, advocaat of vrouwelijk slachtoffer gaat. Waarom duurt het zo lang de termen in het recht aan te passen naar de realiteit waarin het merendeel van de rechters en advocaten vrouw is?

Het ABB sprak met Rosa van Zijl, advocaat en partner bij Jebbink Soeteman Advocaten. Zij schreef samen met haar kantoorgenoot Willem Jebbink al in maart 2019 een brandbrief aan de Hoge Raad met daarin de oproep meer inclusieve taal in zijn arresten te gebruiken. Sindsdien is ruim zeven jaar verstreken, maar nog altijd is de wet niet aangepast en moet een groot deel van de vrouwelijke rechters zich raadsheer noemen en wordt naar haar verwezen met hij en hem. Hoog tijd dus voor een interview met degene die deze misstand al in 2019 heeft geadresseerd.

Rosa van Zijl, advocaat en partner bij Jebbink Soeteman Advocaten.

Wat was de trigger voor het initiatief in 2019?

“Ik weet niet meer wat voor Willem en mij destijds de aanleiding was die brief aan de Hoge Raad te schrijven met het verzoek meer inclusief taalgebruik te hanteren. Ik denk dat wij een arrest lazen en ons erover hebben verbaasd dat iedereen een hij is ongeacht diens geslacht. Zelfs een zwangere vrouw is een hij. We vonden dat allebei een vreemd gegeven en hebben daarover met elkaar hebben gesproken. Het verzoek dat wij toen aan de Hoge Raad hebben gedaan was eigenlijk relatief simpel. Waarom wordt in de arresten altijd aan een man gerefereerd, ook als het evident om een vrouw gaat. Dan kun je toch benoemen dat het een vrouw is en verwijzen met zij? Dat is toch eigenlijk een kleine moeite?

Een vrouwelijke advocaat wordt beoordeeld aan de hand van wat van een redelijk handelend raadsman kan worden gevergd, maar wij zijn haar in de volksmond wel raadsvrouw gaan noemen. Waarom zou dat niet ook voor andere partijen in het strafrecht kunnen? Om die reden hebben wij die brief aan Hoge Raad geschreven. We dachten: “Laten we eens kijken wat gebeurt als je daarover een vraag stelt.”

De Hoge Raad heeft ons destijds geantwoord dat ook hij inclusief taalgebruik belangrijk vindt en ons toegezegd ernaar te zullen kijken. Daarbij is het destijds gebleven. Het is uiteindelijk op niets uitgelopen.

De brief zag niet specifiek op het gebruik van het woord raadsheer. We hebben het in de brief wel benoemd dat het vreemd is dat vrouwen het normaal moeten vinden dat zij een raadsheer zijn. Wij hebben de Hoge Raad erop gewezen dat de strafkamer geen niet-man-inclusieve taal gebruikt. Het ging ons zoals gezegd in eerste instantie met name om het gebruik van het mannelijk verwijswoord. Iedereen is altijd hij. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens verwijst wel met niet-man-inclusieve taal en schrijft heel geduldig over hij en zij, ook als dat heel vaak moet. Ook als het Hof naar rechters of officieren verwijst.

Het is onzes inziens terecht dat het Europese Hof op deze wijze verwijst. Dat zou ook in Nederland zo moeten zijn, want meer dan de helft van de deelnemers aan het proces is vrouw. Dus het blijven spreken van uitsluitend hij komt niet meer overeen met de werkelijkheid. We hebben daarbij ook gewezen op de term raadsheer. Wij hebben de Hoge Raad gevraagd het woord raadsdame te gebruiken, dit in parallel met de termen raadsman en raadsvrouw die wel worden gebruikt.

Onze brief is twee jaar later, in 2021, opgepakt door een aantal andere juristen. Ook deze juristen is het gebruik van de term raadsheer een doorn in het oog, in het algemeen al, laat staan voor vrouwen. Zo is het balletje gaan rollen. Samen hebben wij een werkgroep opgesteld en is de actie voor een mannelijke rechter die zich als raadsdame in het publieke domein begeeft gestart. Daarover is destijds ook een artikel in het baliebulletin gepubliceerd.”

Wat is nadien gebeurd?

“Nadien hebben Willem en ik een artikel voor Strafblad geschreven dat in het themanummer (nr. 5 van 2021) is geplaatst. In dit artikel hebben wij ons idee en de door ons in dat verband uitgevoerde acties uiteengezet. Ook hebben wij alle juristen opgeroepen zelf actief inclusief taalgebruik te hanteren. Wij hebben gevraagd ervoor te zorgen dat je als lezer zelf niet voortdurend met hij (en dus naar mannen) verwijst, maar naar het juiste geslacht. Wij hebben onze lezers erop gewezen dat je de termen al anders kunt gebruiken, ook als deze termen niet zo in de wet zijn vermeld. Voor het gebruik van andere termen is het niet nodig dat het wetboek gewijzigd is. Dat is natuurlijk wel het einddoel. Wij verwachten dat dat einddoel sneller wordt bereikt als meer mensen actief de nieuwe termen hanteren, zodat het gemeengoed wordt.

Voor wat betreft dat wijzigen van de wet. Toegezegd is destijds dat dat zou worden opgepakt. Uiteindelijk heeft Sander Dekker de kwestie doorgeschoven naar een nieuw kabinet. Het kabinet Schoof heeft de kwestie niet opgepakt. De bal ligt nu dus bij het huidige minderheidskabinet.

Deze kwestie leeft met name op als wij er aandacht aan besteden en daarna valt het in het algemeen weer stil. We proberen met de werkgroep telkens opnieuw aandacht aan dit punt te geven. Veel mensen zijn er niet van op de hoogte en verbazen zich erover dat deze termen nog steeds niet zijn gewijzigd. Voor niet-juristen is de term raadsheer bovendien een onbegrijpelijke term, zeker als het een vrouw betreft, en verwijzen met hij als het overduidelijk een zij is, wordt in het algemeen ook niet begrepen.

Sannah Hübel is rechter in hoger beroep in Amsterdam. Op bordjes bij het Gerechtshof Amsterdam is vermeld dat zij rechter in hoger beroep is. Sannah heeft de nieuwe bordjes met de term rechter in hoger beroep via LinkedIn gedeeld en dat bericht is viral gegaan. Vervolgens is het in de media weer opgepakt en is er weer aandacht voor. Zo zijn berichten hierover in het Parool  en mr Online geplaatst. We moeten het belang van inclusieve taal onder de aandacht blijven brengen totdat er wat mee wordt gedaan.”

Is het Hof Amsterdam spontaan overgestapt of is achter de schermen veel gelobbyd?

“Dat weet ik niet. Ik ben daarbij niet betrokken geweest.”

Denken jullie dat jullie de huidige regering zover kunnen krijgen de wet aan te passen?

“Zeg nooit nooit. Ik denk dat het een kwestie van tijd is voordat de termen worden aangepast. Het is niet normaal dat je als vrouw als man wordt aangesproken. Een man wordt ook nooit als vrouw aangesproken. Ook de overtuiging dat genderexclusief taalgebruik symptomatisch is voor ongelijke kansen, is steeds meer gesteund. Als je altijd van politiemannen in plaats van agenten spreekt, denk je als meisje niet dat je agent kunt worden. Het is ook niet moeilijk andere termen te hanteren. Laten we daar met z’n allen naar streven.

Tegelijkertijd zie je in reacties op de LinkedInpost dat we er nog niet zijn. We bemerken veel weerstand. Daarom moeten we de boodschap van het belang van gendergelijkheid blijven uitdragen.”

Wat zijn de negatieve reacties?

“Wat je veel ziet, is dat we zouden breken met een traditie. Dat vind ik geen valide argument. Ik zie niet in waarom we zouden moeten vasthouden aan een traditie die jonge meisjes het idee geeft dat zij geen rechter kunnen worden bij het Hof of de Hoge Raad. In dat verband geldt dat we met meer tradities in de geschiedenis hebben gebroken omdat ze onrechtvaardig zijn of onrechtvaardige gevolgen kunnen hebben.

Wat ook wordt gezegd: “Is het nou echt zo erg? Heb je nou niet alles wat je wil als vrouw?” Mijn reactie daarop is dat vrouwen nog steeds harder moeten werken om op dezelfde plek te komen als een man. Daarnaast verdienen zij ook nog steeds minder dan mannen. Ja, we hebben grote stappen gemaakt, maar we zijn er nog niet.

Wat voor verschil maakt het nou? Zo’n naam? Dat is ook een reactie die ik vaak terugzie. In mijn optiek maakt het juist een groot verschil. Het is symptomatisch dat het zo ingebakken is in de maatschappij het normaal te moeten vinden als vrouw naar een mannentitel te luisteren. Het is toch ook raar als een man de naam van een vrouw moet hanteren? Waarom vinden we dat andersom dan wel gewoon? We zeggen ook niet dat Piet raadsvrouw is. Dat voelt vreemd. Maar andersom is het blijkbaar wel oké. Het zit diep in onze opvattingen dat vrouwen het maar moeten accepteren dat ze als man worden geadresseerd.

Een ander tegenargument komt neer op ‘Whataboutism’? Kun je je niet beter druk maken om relevantere zaken? Het feit dat ik mij hierover druk maak, betekent niet dat ik me niet ook over andere zaken druk maak. Natuurlijk is het erger dat mensen worden geëxecuteerd om hun afkomst dan dat een vrouw een raadsheer wordt genoemd, maar dat is een oneerlijke tegenstelling. Daarmee doe je iets af als onbelangrijk omdat er nog ernstiger zaken zijn. Daarmee zou ieder leed kunnen worden gerelativeerd, omdat er altijd groter leed is.

Bovendien, de verandering zelf is niet ingewikkeld. Het is alleen een andere naam. Ze zeggen waar maak je je druk over. Maar andersom geldt ook, wat is de moeite nou eigenlijk? Het betreft een beperkte inspanning, dat wijzigen van die bordjes. Je kunt je druk maken om tekortkomingen in de strafrechtketen en tegelijkertijd het naambordje wisselen van raadsheer naar rechter in hoger beroep. Kleine moeite, groot plezier.”

Wat vind je van manosphere en tradwives?

“Het is een tegenbeweging. Het betreft de opkomst van de opvatting dat het daadwerkelijk zo zou moeten zijn dat mannen meer kansen in het leven zouden moeten hebben dan niet-mannen. Ik vind dat moeilijk te begrijpen. Het gaat mij er niet om dat ik vind dat mannen of vrouwen een gelijke rolverdeling moeten ambiëren. Ze moeten niets van mij. Ik veroordeel het niet als iemand er zelf voor kiest geen carrière te willen. Bijvoorbeeld omdat diegene zegt dat haar partner voor het inkomen zorgt. Iedereen zou dezelfde vrijheid moeten hebben voor het maken van keuzes.

En daarom vind ik de opgelegde norm juist lastig. Het is nog steeds de verwachting dat mannen carrière maken en dat vrouwen een stap terug doen. Vrouwen krijgen nog altijd minder betaald. Dat veroordeel ik wel. Daarmee wordt keuzevrijheid van mensen die het anders dan de norm willen doen beperkt. Het is voor vrouwen nog steeds moelijker op dezelfde plek te komen dan voor mannen. Vrouwen moeten harder werken om op hetzelfde niveau te komen en verdienen dan vaak nog steeds minder.

Dat is met name wat ik niet goed vind vanuit manosphere. Die denkbeelden worden opgelegd aan anderen. Omdat die vrouwen niet willen werken, mogen ook andere vrouwen niet werken. Dat begrijp ik niet. Daarmee beperk je de keuze van mannen en vrouwen die de taken wel eerlijker willen verdelen. In mijn optiek zou iedereen gelijke kansen en een eigen keuze moeten hebben.”

Wat is jouw wens?

“In aanvulling op wat ik net zei. Het is voor mij een blik naar de toekomst. Vrouwen die op goede posities zitten, denken vaak: “Ik ben er ook gekomen. Het kan wel.” Maar dat je er zo trots op bent dat je het hebt gehaald, toont des te meer aan dat het moeilijk is op een hogere positie te komen.

Bovendien, deze acties zijn niet bedoeld voor de 30ers en 40ers van nu. Ze zijn ervoor bedoeld dat jonge vrouwen en jonge meisjes geen belemmeringen in hun toekomstdromen zien. Dat ze zonder meer kunnen zeggen: “Ik wil rechter worden bij de Hoge Raad.” Op dit moment voelt het nog alsof je daarvoor eigenlijk een man zou moeten zijn. Je wordt immers een raadsheer. Probeer dat maar aan een jong meisje uit te leggen, dat je je raadsheer moet noemen als je die positie bekleedt. Dat is toch vreemd? Andersom is het toch ook vreemd aan een jongetje te moeten uitleggen dat hij een meisjestitel moet hanteren als hij een bepaalde positie ambieert?

Ik wil dat alle kinderen denken: “Als ik mijn best doe en hard studeer dan kan ik rechter worden bij de Hoge Raad. Het maakt niet uit of ik een jongetje of meisje ben. Ik kan mijzelf een functietitel geven die bij mij past.””