Op 17 september 2026, precies 83 jaar na zijn dood in Auschwitz, is de voormalige Amsterdamse advocaat Hans Polak herdacht en geëerd met een struikelsteen voor zijn oude huis aan het Amsterdamse Olympiaplein.

Tekst: Hanneke Bannink en Gerrit Jan Pulles (oud-advocaten in Amsterdam)

Johan Ernst Polak, roepnaam Hans, werd op 3 juli 1911 geboren in Amsterdam als zoon van Jules Polak, procuratiehouder en makelaar in granen, en Louise Henriette Leon. Hij groeide op in de Minervalaan in een Joods Amsterdams milieu waarin studie, maatschappelijke betrokkenheid en beroepseer belangrijk waren. Na het gymnasium ging hij rechten studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Daar viel hij op door zijn intelligentie: zowel zijn kandidaatsexamen in 1930 als zijn doctoraalexamen op 3 juli 1933 legde hij cum laude af. Na zijn afstuderen vestigde hij zich als advocaat en procureur in Amsterdam, onder meer aan de Keizersgracht, waar hij ook werkte als curator in faillissementen.

Op 17 juli 1940 verloofde Hans zich met de Amsterdamse fotografe Helena Wilhelmina Maria Elisabeth (“Puck”) Voûte. Hun op 25 maart 1942 geplande huwelijk is nooit voltrokken. Op die dag voerde de Duitse bezetter in Nederland een huwelijksverbod in voor ‘gemengde’ huwelijken tussen Joden en niet-Joden.

Vanaf 1942 verhevigde het door de nazi’s opgelegde antisemitisme en de Jodenvervolging in Amsterdam zodanig dat het voor Polak niet langer mogelijk was zijn beroep uit te oefenen. In april van dat jaar staakte hij zijn advocatenpraktijk. In deze periode raakte hij betrokken bij verzetsactiviteiten. Eind maart 1943 werd hij gearresteerd omdat hij wapens voor het verzet had verborgen. Polak werd overgebracht naar de strafgevangenis in Scheveningen, het beruchte Oranjehotel, waar veel verzetsmensen en politieke gevangenen werden vastgehouden. Na drie maanden in het Oranjehotel werd Polak op de trein naar kamp Westerbork gezet. Ongelofelijk genoeg lukte het hem om op 7 juni 1943, de dag van zijn aankomst in Westerbork, te ontsnappen. Hij dook onder, maar zijn vrijheid duurde slechts enkele maanden. Op 13 september 1943 werd hij in Groningen opnieuw opgepakt en naar Westerbork teruggebracht. Deze keer zou hij niet meer terugkomen. Al de volgende dag, 14 september 1943, werd hij op transport gesteld naar Auschwitz. Direct na zijn aankomst op 17 september 1943 werd hij daar vermoord. Hij was 32 jaar oud.

Net als haar verloofde Hans was ook Puck actief in het verzet en hielp Joodse onderduikers. Zij overleefde de oorlog met haar zoon Jan, die zij had uit een eerdere relatie en voor wie Polak in de jaren dat zij samen waren een vader was geweest. De weduwe van Jan, Hanneke van der Baan, was een bijzondere eregast bij het plaatsen van de gedenksteen, waarbij ook de waarnemend deken van de Amsterdamse Orde, familieleden van Puck en wijzelf, als (verre) familie van Hans, aanwezig waren.

Hans Polak staat vermeld op de Erelijst van Gevallenen 1940-1945 en in de Dodenboeken van het Oranjehotel. Daaraan worden nu de Stolperstein aan het Olympiaplein 166 en deze korte biografie toegevoegd. Daarmee wordt hij hopelijk niet alleen herinnerd als slachtoffer, maar ook als individu en advocaat die weerstand bood in een tijd waarin vrijheid en menselijkheid onder zware druk stonden.

Johan Polak met zoon Jan, circa 1940.