Op 17 september is het gerechtelijk jaar geopend. Dit jaar verzamelden Amsterdamse advocaten en leden van de zittende en de staande magistratuur zich in de theaterzaal van Mike’s Badhuistheater in Amsterdam-Oost. Centraal stond de vraag hoe de kloof tussen instituties en samenleving te dichten.

Tekst: Karim Abarra

Het was een bijzondere editie omdat ook jongeren waren uitgenodigd om deel te nemen. Bart van Meegen, president van de rechtbank Amsterdam, lichtte dit toe: “Het leek ons goed een belangrijk thema als polarisatie en de rechtsstaat bij de kop te pakken, door juist met burgers en vooral met jongeren in gesprek te gaan.”

Namens het openbaar ministerie was onder meer Marjolein Hoogland, landelijk hoofdadvocaat-generaal, aanwezig. Kimberley Snijders, voormalig voorzitter van de Nationale Jeugdraad, gaf als moderator leiding aan de gesprekken. Ze trapte af met de stelling ‘Ik polariseer zelf’, die op weinig bijval kon rekenen. Maar een rechter in de zaal vertelde gedurfd dat dat voor hem niet gold: “Het ligt een beetje aan de definitie, maar ik geef graag tegengas. Soms geef ik een grote bek terug.” Hij gaf wel enige nuance: “Maar niet in mijn functie als rechter, dat doe ik dan als burger.”

Bert Bakker, als onderzoeker communicatiewetenschappen verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, viel de rechter bij: “Een beetje polarisatie is niet automatisch uitholling van de democratie. Als wetenschapper probeer ik natuurlijk niet te polariseren, maar het mag best even schuren. Met elkaar oneens zijn in een maatschappij is juist gezond. Vrouwenrechten, burgerbewegingen, Zwarte Piet. Zonder tegengas en schuring waren veranderingen op die thema’s nooit ontstaan.”

Aan de president van de rechtbank Amsterdam werd de vraag gesteld hoe hij kijkt naar de samenhang tussen polarisatie en de rechtsstaat. “We zien een verharding in het politieke klimaat en een politiek die niet altijd antwoorden weet te geven op maatschappelijke vragen. Een deel van die vragen komt vervolgens bij de rechter terecht. Wij krijgen vragen over stikstof of asiel en dan is het aan ons om daar antwoord op te geven. Maar in een verhard klimaat vindt de politiek dat niet altijd prettig en dat kan leiden tot het diskwalificeren van rechters.”

Stichting TIME OUT was uitgenodigd voor een bijzonder onderzoekstheater. Ze hadden jongvolwassenen geïnterviewd over wat de rechtsstaat voor hen betekent en vertaalden deze opvattingen naar het toneel. Acteurs luisterden via een oortje naar de interviews en speelden de antwoorden direct na. Wat opviel, was dat het voor de geïnterviewde jongeren niet altijd even makkelijk was om onder woorden te brengen wat de rechtsstaat inhoudt. Daar lijkt nog een rol weggelegd voor advocaten om daar in het maatschappelijke debat uiting aan te geven.

De avond werd feestelijk afgesloten met een borrel die werd aangeboden door de Amsterdamse Balie. Hier troffen magistraten en advocaten elkaar traditiegetrouw op een informelere manier dan in de rechtszaal.