Categorie archief: Editie september 2017

Interview – ‘Ik wil altijd meer’

Jan de Bie Leuveling Tjeenk gaat terug naar de universiteit

Per 1 april 2017 is Jan de Bie Leuveling Tjeenk benoemd tot bijzonder hoogleraar Corporate Litigation aan de Vrije Universiteit. Een nieuwe uitdaging die hij met beide handen heeft aangegrepen. Zijn positie bij De Brauw Blackstone Westbroek hoeft hier niet voor te wijken. Een gesprek over langlopende civiele procedures, massaclaims, civiele cassatieprocedures en zijn komende wetenschappelijke agenda.

Tekst: Lara Smeets en Tomasz Kodrzycki

Enkele uren voorafgaand aan het interview heeft Tjeenk nog staan pleiten in het kort geding tussen AkzoNobel en de activistische aandeelhouder Elliott Advisors. Het onderwerp betrof de houding van onder meer president-commissaris Antony Burgmans van AkzoNobel ten aanzien van de overnamevoorstellen van PPG Industries. Een zaak die we allemaal hebben kunnen volgen in de media. Dergelijk grote zaken zijn Tjeenk niet vreemd, leren we later in het gesprek. Het kort geding heeft hoorbaar (kleine zucht) energie gekost, hetgeen niet verrassend is, gezien de grote belangen die een rol in die zaak spelen. Die zucht na inspanning moet echter absoluut niet worden geïnterpreteerd als iets negatiefs, want procederen in kort geding is leuk, zegt Tjeenk. Het is echter niet iets dat de overhand heeft in zijn praktijk, want een klein onderzoek op google had ons al geleerd dat juist de grote langslepende kwesties zijn dossierkast vullen.


‘Een kort geding is leuk, maar het is een fact of life dat sommige zaken gewoon lang duren. Op zich is de lengte van de zaak niet per se leuk, maar het zijn vaak wel zeer interessante zaken.’ Het gesprek over dit onderwerp gaat al snel richting de procedure waarin Tjeenk het hoofdkantoor van Shell in Nederland bijstaat en welke procedure voor dat bedrijf uniek is. ‘Het is voor het eerst dat in een zaak die gaat om schade ten gevolge van een lekkage uit een oliepijpleiding in het buitenland, in dit geval Nigeria, de holdingmaatschappij wordt gedagvaard en er in Nederland wordt geprocedeerd, aangezien de meer voor de hand liggende keus is het in rechte betrekken van de vennootschap die de oliepijpleiding die heeft gelekt exploiteert. Het betreft dus meestal de “lokale Shell”, de dochteronderneming. In deze procedure hebben eisers het standpunt ingenomen dat het beleid dat heeft geleid tot de schade is gemaakt op het hoogste niveau.’

Nigeriaans recht
Gevraagd naar hoe lang deze procedure dan al duurt, zegt Tjeenk: ‘De procedure tikt al bijna het decennium aan.’ Na deze enigszins verbijsterende informatie en de vraag wat er zo bijzonder aan deze procedure is, klinkt enigszins teleurstellend dat het een gewone civiele procedure is. Het betreffen strikt genomen vijf afzonderlijke procedures die gevoegd worden behandeld. De lange duur wordt verklaard doordat het een complexe materie betreft, zowel wat de feiten betreft als het recht (Nigeriaans recht is van toepassing). Verder is er eerst in eerste aanleg en later ook in hoger beroep een beroep gedaan op de onbevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van de vorderingen tegen de Nigeriaanse Shell-dochter, waarna eisers een beroep hebben gedaan op de exhibitieplicht van artikel 843a Rechtsvordering. ‘De memorie van grieven moet nog worden genomen. Nu zijn de deskundigen bezig met feitenonderzoek, maar dat is niet makkelijk na tien jaar. De deskundigen gaan het bestaande materiaal onderzoeken, zoals papierwerk en video’s van destijds. Onderzoek in Nigeria op locatie is op dit moment te onveilig.’

‘Onderzoek in Nigeria op locatie
is op dit moment te onveilig.’

De zaken van Tjeenk die het decennium aantikken zijn niet de enige factoren die lang in zijn leven blijven. Buiten zijn gezin, waarover later meer, is De Brauw Blackstone Westbroek ook een stabiele factor. Negentien jaar geleden, in 1998, klonk het startschot voor zijn carrière als advocaat. ‘Ik voelde me tijdens de sollicitatiefase al echt gewaardeerd om wie ik was. De gesprekken werden allemaal een op een gevoerd, waardoor je allemaal andere gesprekken kreeg en er oprechte interesse in de kandidaat werd getoond. Deze aanpak hanteren we nu nog steeds.’

Bijzonder spanningsveld
’Ik had echt het idee dat ik me hier thuis zou voelen.’ Na negentien jaar constateren wij dat dat gevoel waarschijnlijk terecht is geweest. Zijn tweede thuis is Corporate Litigation geworden. De twee secties corporate en litigation hebben schotten die niet waterdicht zijn. De focus voor Tjeenk ligt naast Corporate Litigation ook op massaclaims. ‘Daar gaat mijn hart sneller van kloppen. In dergelijke procedures is er sprake van een bijzonder spanningsveld. Alle partijen beseffen dat het eigenlijk geen doen is als je iedere zaak individueel gaat behandelen. Het doel is dan ook altijd een uitspraak met een breder toepasbare oplossing. De aansprakelijk gestelde partij wil dit soort zaken graag achter zich laten, maar uiteraard niet tegen iedere prijs. De cliënt dient dan ook te worden begeleid naar een oplossing, in welk traject ook bijna altijd de vraag dient te worden beantwoord wanneer je schikt. Dit doe je in het begin of je kijkt eerst hoe het zich ontwikkelt. Deze laatste strategie kan gunstig zijn voor een gedaagde, maar ook zij willen vaak niet blijven hangen in het verleden, waarnaast ook een kostenoverweging plaatsvindt. Daarnaast worden rechters vaak strenger naarmate het langer voortduurt. De zaak krijgt dan vaak een eigen werkelijkheid. Partijen hebben zich ingegraven en de standpunten verharden, waarbij iedere steen wordt omgedraaid. Het vereist lef van beide partijen om een dergelijke procedure te kiezen boven een schikking.’

Oratie
Naast alle onderhandelingen en het pleiten komt er binnenkort een ander soort spreken bij, namelijk college geven aan een zaal vol studenten. Tijdens de lezing van dit artikel zal Tjeenk zijn eerste schreden zetten in de collegezaal van de Vrije Universiteit. Doceren is hem echter niet vreemd, aangezien hij dit de afgelopen jaren ook heeft gedaan. Tjeenk gaf PO-cursussen en colleges aan studenten van de Radboud Universiteit Nijmegen. Het onderwerp betrof de Wet collectieve afwikkeling massaschade. Tjeenk ontving zijn studenten echter bij De Brauw in Amsterdam, vermoedelijk toch een andere belevenis dan een collegezaal op maandagochtend op de Vrije Universiteit. Toch heeft Tjeenk er zin in en ook in het doen van wetenschappelijk onderzoek. ‘Als eerste staat de oratie op de planning, waarin ik mijn onderzoeksagenda bekend maak. De datum zal zijn ergens begin volgend jaar. Ik heb al diverse ideeën, zoals rechtsvorming in ondernemingsrechtelijke geschillen. Dit is heel breed, maar je kan dan denken aan vragen zoals hoe rechters de regels die ze toepassen in concrete situaties vinden. Neem de situatie waarin de rechter beslist dat het bestuur van een onderneming op een bepaald moment iets juist wel of niet had moeten doen. Waar haalt die rechter de concrete norm vandaan? Bij deze vraagstukken worden ook het Europese recht en de wisselwerking met het nationale recht betrokken. Een voorbeeld daarvan is de betekenis van de Richtlijn Aandeelhoudersrechten, zoals vanochtend het onderwerp was in kort geding. Wanneer mogen aandeelhouders het ontslag van bestuurders op de agenda plaatsen?’

Civiele cassatie
Een andere tak van sport die Tjeenk niet onverdienstelijk beoefent, is het specialistische werk van een civiele cassatieadvocaat. Niet zelden loodst hij zijn eigen cliënten door dit proces, ook confrères weten hem met regelmaat hiervoor te vinden. Het cassatiewerk trekt vanwege de juridische diepgang en het rechtsvormende potentieel. Een keer heeft Tjeenk kunnen pleiten bij de Hoge Raad: een buitenkans waar hij mooie herinneringen aan koestert.

‘Van massaclaims
gaat mijn hart
sneller kloppen’

Tjeenk is een geboren Amsterdammer en een getogen Oegstgeester. Groningen was zijn thuis tijdens zijn studie. ‘Ik ben naast mijn studie geschiedenis gestart met de studie rechten. Ik vond dat een hele saaie studie. Pas in de laatste fase heb ik het licht gezien. Na mijn scriptie geschiedenis over een Amerikaanse rechter in de negentiende eeuw heb ik dat onderwerp uitgewerkt en ook gebruikt voor rechten.’ Dat Tjeenk toen gegrepen werd door het recht blijkt uit zijn proefschrift en zijn tijdens zijn promotie ontstane wens om advocaat te worden.

In 2012 is hij met zijn gezin verhuisd van de Amsterdamse Prinsengracht naar Heemstede. Zijn vrouw is partner bij DLA Piper in Amsterdam; beiden leiden dus drukke levens. Daar hebben zij een goede modus in gevonden, die hen voldoende kans geeft tijd met zijn vrouw en zonen van negen, acht en zes door te brengen. Doordeweeks komen daar wel twee au pairs aan te pas. In Heemstede genieten ze van de rust en ruimte, en na vijf jaar weg te zijn uit Amsterdam maken ze tevreden de balans op, zonder verhuisplannen. ‘Natuurlijk, Amsterdam is fantastisch, maar het is zonder de stad al druk genoeg. In de stad moet je altijd wat gaan doen met de kinderen, hier kunnen ze makkelijker naar buiten. Er is rust over ons neergedaald.’ Het wonen buiten Amsterdam heeft Tjeenk zelfs aan het racefietsen gebracht, terwijl hij altijd een hardloper was. Hij fietst nu met enige regelmaat van Heemstede naar kantoor aan de Zuidas. Het houdt hem fit en mentaal scherp. ‘Ik heb een pak op kantoor klaar hangen.’

Central staffing
De borrel met AkzoNobel wacht op Tjeenk, waardoor we moeten afronden. Nog snel een vraag over de toekomst. ‘Van het hoogleraarschap moet ik iets moois maken en ik heb daar veel zin in. Verder vind ik de advocatuur zoals ik die bedrijf echt leuk en zie ik mij dat ook nog een hele tijd doen. Ik besef dat mijn praktijk slechts een klein stukje van de balie is en de advocatuur veel breder is. Ik werk iedere dag met zoveel verschillende mensen, we zijn een echt team. Iedereen levert zijn eigen bijzondere bijdrage aan de dienst die je gezamenlijk levert. Het teamwerken hebben we bij De Brauw verder uitgediept met het concept van central staffing. Central staffers zijn medewerkers die vier tot zes jaar ervaring als advocaat hebben binnen ons kantoor, maar uit de praktijk stappen en in een andere rol binnen kantoor doorgaan. Zij stellen voor iedere nieuwe zaak een team samen. Zij kennen de dynamiek van de zaken en alle advocaten persoonlijk. Als je knel zit in een zaak kan je ook bij hun naar binnen lopen. Het geeft een enorm teamgevoel.’

Tjeenk sluit af met de zin ‘ik wil altijd meer’, refererend naar zijn gecombineerde loopbaan de komende jaren. ‘In de advocatuur kan ik mijn ei voldoende kwijt, maar ik krijg energie van de gedachte dat ik na twintig jaar weer meer tijd kan maken voor de wetenschap.’

Borrelpraat – Wasabi-ijsjes verslaan bitterbal

Het ABB was dit keer te gast bij de zomerborrel van Lexence in het voormalige ING-hoofdkantoor op de Zuidas. Dat is een pand met een smoel, en de borrel bleek niet minder. Wij troffen jonge, frisse advocaten en genoten van champagne met aardbeien en vruchtenpunch.

Tekst: Nick van den Hoek en Quirine des Tombe

In het voorjaar werden we uitgenodigd voor dé zomerborrel van Lexence. Meer dan anders bleek dit een toepasselijke naam, de borrel is namelijk op de warmste (en mogelijk de enige echt warme) dag van 2017. Zo benauwd als het buiten is, zo open voelt het binnen. Op de zesde verdieping van het voormalige ING-hoofdkantoor, in de volksmond ook al langer bekend als de schoen, de kruimeldief, het strijkijzer dan wel de klapschaats, worden we enthousiast ontvangen door advocaat partner Timo Jansen en manager Business Development Stella Donselaar. Op de vraag of het (relatief) nieuwe pand bevalt, antwoordt Jansen dat hij blij is dat het een pand met smoel is. Nu eens kijken of de borrel ook smoel heeft.


Bruine kroeg
Bij binnenkomst valt meteen op dat, hoewel de dresscode niet casual is, de sfeer dat wel is. De dik gevoerde gordijnen en de houten bar creëren de sfeer van een bruine kroeg, waardoor iedereen al met één been in het weekend lijkt te staan. De borrel is drukbezocht, met name door jonge, fris ogende advocaten. Met het overwerken valt het kennelijk wel mee bij Lexence, althans men weet in ieder geval de gezichten in de plooi te houden. Verder is het secretariaat, zo merkt Donselaar op, ook goed vertegenwoordigd; dat is natuurlijk altijd gezellig!

Aan drank en goede happen ontbreekt het hier ook niet. De biertjes worden deze vrijdag getapt door de sectie Corporate Litigation, en die blijkt naast fluitjes uitstekend halve liters te kunnen tappen. Jansen vertelt dat elke partner een keer in de zoveel tijd bardienst heeft met diens sectie, maar dat hij vanwege het feit dat hij het ABB ontvangt, deze keer aan de goede kant van de bar mag staan. Naast de gebruikelijke alcoholische versnaperingen, is er champagne met aardbeien vanwege de zomer, en vruchtenpunch. De keuze is absoluut reuze. Op het moment dat de eerste bitterbal in beeld komt, merken we dat de sfeer even gespannen wordt: ‘Hier worden we op beoordeeld toch, dé bitterbal?’, vraagt Wesley Vader met een knipoog. De bitterbal was lekker, maar de wasabi-ijsjes beter.


Koning van de dancehall
Kantoor-dj-by night en arbeidsrecht advocaat overdag Jordi Rosendahl heeft een duidelijke voorkeur voor de Jamaicaanse koning van de dancehall Sean(-a) Paul. Hoewel het van dansen niet komt, wordt er hier en daar wel stiekem met de muziek mee gedeind. Tegen het einde van de borrel worden we erop gewezen dat we niet naar huis kunnen zonder de ‘playboy van kantoor’ (waarom blijft in nevelen gehuld) gesproken te hebben. ‘Vooruit dan maar’, denkt Thijs Verstraten, die het gesprek expres zakelijk insteekt: ‘De deals die Lexence “draait” staan minder vaak in de krant vergeleken met die van collega’s verderop de Zuidas, maar daar staat tegenover dat je bij Lexence sneller zelf eigen verantwoordelijkheden krijgt’. Nadat wij hem eraan herinneren dat wij voor de borrel komen en niet voor een pitch, lacht hij gul en gaat hij naadloos en geroutineerd over in een mooi verhaal over café Hans. Ervaring leert dat als café Hans ter sprake komt, het tijd wordt om te gaan.

Founders – ‘Wij piekeren er niet over om te stoppen’

Heeft de sociale advocatuur nog toekomst? Ja, zeggen Sanne van ­Andel en Tineke Klijnstra, beiden werkzaam bij Westhoff Advocaten, dat is gespecialiseerd in het sociale zekerheidsrecht en historische banden heeft met de Rechtswinkel Amsterdam. Het kantoor staat nog immer op de bres voor de belangen van de gewone man (en vrouw).

Tekst: Soeradj Ramsanjhal en Victor van Campen

In het centrum van Amsterdam, om de hoek van Patisserie Holtkamp, ligt het kantoor van Westhoff Advocaten. Het kantoor heeft diepe wortels in het oplossen van de juridische problemen van de gewone man. Die wortels gaan terug tot de oprichting van de Rechtswinkel Amsterdam in de jaren ‘70. Klijnstra: ‘In die tijd waren er nauwelijks advocaten gespecialiseerd in rechtsgebieden waar de gewone man wat aan had: sociale zekerheid, huurrecht en arbeidsrecht. Dit gebrek werd eerst opgelost door de Rechtswinkel en vervolgens met de opkomst van het Bureau Rechtshulp, de “voorloper” van het Juridisch Loket. Het was ongelofelijk druk, echt niet normaal! We zagen wel ongeveer 50 cliënten per week’.

Klijnstra vervolgt: ‘Via via kwamen de cliënten binnen, vanuit buurthuizen, via maatschappelijk werkers. Leuk om te weten is dat ook Khadija Arib, nu voorzitter van de Tweede Kamer, in die tijd betrokken was als student en tolk. Spreekuren waren gemoedelijk en er werd nauwelijks geklaagd, ook al moest men soms uren wachten. Ik heb nu nog cliënten van toen’.

V.l.n.r.: Ed van den Bogaard, Taco de Jonge, Tineke Klijnstra en Sanne van Andel.

Ook oprichter Marjet Westhoff was als adviseur verbonden aan de Rechtswinkel, waar zij zich specialiseerde in het familierecht, vreemdelingenrecht en strafrecht. De verschillen tussen toen en nu zijn groot. Klijnstra: ‘Mede door de opkomst van de Rechtswinkel en Bureau Rechtshulp werden deze rechtsgebieden serieus genomen. Als burger hoefde je je niet langer neer te leggen bij nalatige verhuurders of onterechte overheidsbeslissingen. Binnen het huurrecht is sprake geweest van een machtsverschuiving, waar verhuurders eerst versteld van stonden. Binnen het vreemdelingenrecht werden beleidscirculaires aanvankelijk niet eens gepubliceerd. Afwijzingen werden vanuit de overheid gerechtvaardigd met een beroep op het beleid, dat dus niet openbaar was. Nu zien wij juist het omgekeerde, waarin de wetgeving veel te complex is geworden. Er is in die jaren veel bereikt, zoals de huurbescherming, maar de collectieve rechtshulp is daarna verminderd en de vakbonden zijn kleiner geworden’.

Sociale zekerheid
De aard van de zaken en de houding van cliënten zijn niet per se veranderd in de loop der jaren. ‘Wij beperken ons nu tot sociale zekerheid. Daarin is niet per se veel veranderd, maar de houding van de Dienst Werk en Inkomen is veel strenger geworden en de regelgeving scherper. De houding van de overheid richting mensen is ook harder geworden, soms onevenredig hard, totdat de overheid wordt teruggefloten. Maar dat gebeurt natuurlijk alleen als mensen ook daadwerkelijk in bezwaar en eventueel beroep gaan. Cliënten zijn op hun beurt wat dwingender en veeleisender geworden, omdat zij echt in het nauw gedreven worden. Complexe problemen, schulden, verlies van werk en stress leiden tot een vicieuze cirkel. De mensen willen wel, maar komen er niet uit’, zegt Klijnstra.
Van Andel vult aan: ‘Wij moeten blijven proberen de mensen toch aan hun recht te laten komen, maar wij zijn ook maar individuen. Aan de maatschappelijke ontwikkelingen kunnen wij niet veel doen, maar het is altijd mooi wanneer wij uiteindelijk gelijk krijgen van de Centrale Raad van Beroep – de rechter laten corrigeren wat fout gaat. Zo dragen wij op onze manier bij aan de maatschappelijke ontwikkelingen’.

‘Er is maatschappelijke noodzaak
voor de sociale advocatuur’


Goedkoper werken

We vervolgen ons gesprek met een discussie over de sociale advocatuur. Wij lezen in de media regelmatig dat meer dan de helft van de advocaten in de sociale advocatuur daar binnen twee jaar mee zal stoppen. Dit geldt volgens Van Andel niet voor haar en haar collega’s. Van Andel: ‘Wij hebben geen marmeren entree. Wij hebben kosten geschrapt en hebben weinig overhead. Dat laatste is wennen, maar hierdoor kunnen wij relatief goedkoper werken. Wij piekeren er niet over om te stoppen, ook al spreken wij regelmatig kantoren om ons heen die in zwaar weer zitten.’ Van Andel vervolgt: ‘Vanaf 2004 zijn de vergoedingen niet meer geïndexeerd. Het aantal punten dat vergoed wordt is structureel te laag. Daarnaast zijn de inkomensgrenzen om recht te maken op gefinancierde rechtsbijstand laag, waardoor er in verhouding tot die groep meer betalende cliënten komen.’

Wij vragen of er in de toekomst nog plek zal zijn voor de sociale advocatuur. Van Andel: ‘Er is maatschappelijke noodzaak voor de sociale advocatuur. De maatschappij en de regelgeving zijn complex geworden terwijl de gevolgen voor burgers, zoals ontslag of het ophouden van uitkering, groot zijn. Daarom doen wij ons werk en gaan wij gewoon door. Het maakt mij ook niet uit wat voor cliënten ik heb, alles is interessant. Wij zijn dan ook niet traditioneel sociaal, wij staan ook werkgevers bij, maar het rechtsgebied is wel sociaal. Ik heb wel vier keer in mijn toga op het Binnenhof gestaan om met anderen te protesteren tegen nieuwe bezuinigingen op de rechtsbijstand. Het is frustrerend als je door de politiek wordt weggezet als mensen die maar moeilijk doen, want wij doen serieus werk in een serieus rechtsgebied’.

Marjet Westhoff is sinds vorig jaar met pensioen. Van Andel: ‘Ze is nog heel lang op kantoor geweest. Nu is zij er even niet, al zou het mij niets verbazen als zij er zo weer is, want ze komt nog vaak langs. Niet voor inhoudelijke zaken, maar voor de gezelligheid. De naam hebben we behouden. Die staat ook ergens voor, wij zijn bekend in de markt’.

De Stelling – Hoe onaantastbaar is het fiscaal verschoningsrecht?

‘Aanpassing van het verschoningsrecht is niet nodig’, zo luidt de stelling in deze aflevering van het ABB. Achtergrond is het protest tegen het voornemen van staatssecretaris van Financiën Wiebes om het fiscaal verschoningsrecht aan te passen. Diana de Wolff (bijzonder hoogleraar Advocatuur aan de UvA) en Ludwijn Jaeger (fiscaal advocaat te Amsterdam) reageren.

Tekst: Nick van den Hoek en Mayk Koria

Staatssecretaris Wiebes heeft op 17 januari 2017 aangekondigd het fiscaal verschoningsrecht aan te willen passen. De reikwijdte van het fiscale verschoningsrecht zou te ‘breed en ongericht’ zijn. Op die aankondiging is door de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) fel gereageerd. De staatssecretaris zou het basisprincipe van het verschoningsrecht miskennen en zijn bezwaren jegens het verschoningsrecht in de huidige vorm niet goed motiveren. Op 6 juni 2017 heeft de staatssecretaris zijn voornemen tot het aanpassen van het fiscaal verschoningsrecht herhaald. Het gestampvoet van de NOvA heeft kennelijk nog niet het beoogde resultaat bereikt.

Hoe zit het nu eigenlijk met de reikwijdte van het ‘fiscale verschoningsrecht’? Artikel 53a lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) luidt: ‘Voor een weigering te voldoen aan de verplichtingen ten behoeve van de belastingheffing van derden kunnen […] advocaten […] zich beroepen op de omstandigheid, dat zij uit hoofde van hun […] beroep tot geheimhouding verplicht zijn’.

Om de discussie over het fiscale verschoningsrecht nader te duiden, bespreken Diana de Wolff (bijzonder hoogleraar Advocatuur aan de UvA) en Ludwijn Jaeger (fiscaal advocaat te Amsterdam) in deze rubriek de stelling ‘Aanpassing van het verschoningsrecht is niet nodig’.

Diana de Wolff

Geheimhouding verplicht
Diana de Wolff: ‘Advocaten zijn tot geheimhouding verplicht van informatie die zij – al dan niet rechtstreeks van hun cliënt – verkrijgen in het kader van hun beroepsuitoefening. Het belang daarvan is groot: iedereen, particulier of rechtspersoon, moet zich tot een advocaat kunnen wenden om zich te laten informeren over zijn of haar rechtspositie zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene. Zeker als het gaat om een rechtsgebied als het belastingrecht, met een veelheid aan gedetailleerde en vaak wijzigende regels en een overheidsorgaan met sterke sanctionerende bevoegdheden, is dat belang evident.
Beroepsuitoefening is niet beperkt tot het voeren van een procedure of de advisering daarover, maar omvat ook de louter adviserende rol. Daarmee is het verschoningsrecht ruim, maar niet absoluut. Ten eerste verspeelt een advocaat die bewust meewerkt aan fraude in zoverre het verschoningsrecht. Het medeplegen van een misdrijf kunnen we immers niet rekenen tot de beroepsuitoefening van een advocaat. Ten tweede geldt het recht op verschoning alleen als de advocaat ook daadwerkelijk in zijn hoedanigheid van advocaat optreedt, dus juridische diensten verleent. Stel dat een advocaat in cc e-mailcorrespondentie ontvangt van een belastingplichtige en (niet-verschoningsgerechtigde) derde. De inhoud van die e-mails kan niet reeds daarom worden aangemerkt als wetenschap die aan de advocaat “in het kader van diens juridische dienstverlening” is toevertrouwd (vgl. ECLI:NL:HR:2016:110). Als een belastingplichtige een advocaat vraagt om bij een bespreking aanwezig te zijn, louter om ervoor te zorgen dat het verslag van de bespreking onder het verschoningsrecht valt, geldt mijns inziens een analoge benadering.

Geen dekmantel
Artikel 53a lid 1 AWR is wat mij betreft niet te ongericht of ruim. De staatsecretaris heeft overigens geen enkel concreet voorbeeld van een situatie genoemd die onder het verschoningsrecht valt, maar daar naar zijn mening niet thuishoort of waardoor het bestrijden van belastingontduiking wordt gefrustreerd. Wel is van belang de betekenis van de woorden “uit hoofde van hun beroep” steeds goed voor ogen te houden. Het verschoningsrecht van de advocaat kan geen dekmantel zijn voor samenspanning en mag niet worden misbruikt voor een ander doel dan waarvoor het in het leven is geroepen’.

Gebrekkige onderbouwing
Ludwijn Jaeger: ‘Staatssecretaris Wiebes heeft aangekondigd het fiscale verschoningsrecht te willen inperken. Die aankondiging heeft al veel afwijzende reacties vanuit advocatuurlijke hoek ontvangen: de aangedragen redenen voor inperking (en toegegeven, ze worden eigenlijk niet aangedragen en voor zover ze al ergens te ontwaren zijn, zijn ze veelal ondeugdelijk) zijn onvoldoende grondslag om iets te wijzigen. Tegen die stroom in, meen ik dat er wel degelijk reden is om wat aan het verschoningsrecht te doen. Hoe gebrekkig de gegeven onderbouwing voor die door de staatssecretaris gewenste aanpassing ook moge zijn.

Ludwijn Jaeger

Laat ik beginnen met op te merken dat het ontbreken van deugdelijke voorbeelden van misbruik allerminst wil zeggen dat iets om die reden moet blijven bij hoe het is. Naar de huidige letter van de wet kan een advocaat immers terecht een beroep doen op zijn verschoningsrecht, domweg omdat hij advocaat is, niet omdat “het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene om bijstand en advies tot hen moet kunnen wenden” (vlg. ECLI:NL:HR:2002:AE6324).

Wiebes schrijft dat hij overweegt om bij de beoogde aanpassing aan te sluiten bij de procesvrijstelling in de Wwft. Oftewel werkzaamheden voor een cliënt “betreffende de bepaling van diens rechtspositie, diens vertegenwoordiging en verdediging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding” zullen ook na aanpassing verschoningsgerechtigd blijven (artikel 1, lid 2, Wwft). Met een aanpassing langs deze lijn voldoet Wiebes aan de aanbeveling in een rapport van de OESO uit 2013 waarnaar hij verwijst, waarin het volgende is opgemerkt: “It is recommended that the Netherlands’ authorities make it clear that the privilege which can be claimed by lawyers under Article 53(a) of the GSTA only relates to confidential communication produced for the purpose of seeking or providing legal advice or produced for the purpose of use in existing or contemplated legal proceedings”.

Het te beschermen maatschappelijk belang blijft volledig intact. Informatie die is verkregen bij dienstverlening die betrekking heeft op fiscale procedures, maar ook informatie ten behoeve van advieswerkzaamheden, blijft geheim en openbaarmaking is niet te vrezen. Deze materiële benadering van het verschoningsrecht is derhalve nauwelijks reden om van mening te zijn dat er vooral niets moet veranderen.

Verandering toe te juichen
Voorgaande is ook geen reden om wel wat te veranderen. Er zijn echter drie redenen om de verandering toch toe te juichen. De eerste is dat uitvoerende werkzaamheden, daar waar het verschoningsrecht nimmer voor is bedoeld, nu binnen het verschoningsrecht vallen, straks niet meer. De tweede is dat ook andere dienstverleners op grond van het soort activiteiten dat ze uitoefenen, onder het verschoningsrecht gebracht kunnen worden, waarbij ik dan primair denk aan de procederende belastingadviseur. De derde reden, weliswaar een slechte, is dat na aanpassing het om de zo veel jaar terugkerende gezeur over het verschoningsrecht de komende decennia hopelijk achterwege kan blijven. De terugkerende discussie is schadelijk voor de (onjuiste) beeldvorming over onze beroepsgroep’.

Bouwstenen – ‘Het enige vrijstaande kantoor op de Zuidas’

Den Teuling Advocatuur

Amsterdam kent enkele tientallen brugwachtershuisjes en in één daarvan is Den Teuling Advocatuur is gehuisvest. Het is daarmee misschien wel het meest uniek gelegen advocatenkantoor van Amsterdam en derhalve een absolute must see voor het ABB. Oprichter, naamgever en enig partner Doeke den Teuling geeft ons op een regenachtige ochtend de kans om deze bijzondere ruimte te bekijken.

Tekst: Quirine des Tombe en Tomasz Kodrzycki

Brug 417, officieus ook wel de ‘Beethovenbrug’, is een vaste, brede brug over het Zuider Amstelkanaal, aan de Beethovenstraat tussen de Stadionkade en de Cornelis Dopperkade. De brug is ontworpen door Piet Kramer (architect van onder meer de Haagse Bijenkorf en van honderden bruggen in Amsterdam), in een late periode van de Amsterdamse School. Aan de noordzijde van de brug staan beelden van Hildo Krop (verantwoordelijk voor het beeldhouwwerk aan vele bruggen en panden in Amsterdam) op sokkels waarop vier windrichtingen staan aangegeven. Aan de zuidzijde van de brug staan twee huisjes: een elektriciteitshuisje en een huisje dat tot eind 2008 in gebruik was als kiosk. In laatstgenoemd huisje is Den Teuling Advocatuur gevestigd.

Het huisje
De eerste vraag die rijst, is waarom een vaste brug (die dus nooit open heeft gekund) een brugwachtershuisje nodig heeft. Wie het weet mag het zeggen. Het vermoeden is dat het nooit bedoeld is als brugwachtershuisje. Het huisje is van de gemeente en Den Teuling huurt het sinds 2013 voor onbepaalde tijd. Op totaal een kleine vijftig vierkante meter, verdeeld over twee verdiepingen, heeft Den Teuling alles wat hij nodig heeft: een spreekkamer, een werkkamer, een kleinste kamertje en een koffiezetapparaat. Omdat het een huisje is zoals je dat als kind tekende, voelt het meteen vertrouwd. De spreekkamer op brugniveau biedt een weids uitzicht over de Beethovenstraat, in het souterrain kijk je uit over het water en wat daar zoal overheen vaart.


De hele zomer lang heeft Den Teuling uitzicht op een optocht van (vooral) plezierbootjes. Is werken hier eigenlijk wel mogelijk? Voor een wachtruimte was geen ruimte. Althans, niet binnen in het huisje. Het lijkt echter wel alsof de architect het heeft voorzien: buiten aan het huisje gebouwd bevindt zich een keurig bankje, met uitzicht op het water en de ingang van het Beatrixpark. ‘Gekscherend noem ik dit wel mijn wachtruimte’, aldus Den Teuling.

Veilige haven
Den Teuling Advocatuur is gespecialiseerd op het gebied van aansprakelijkheid, verzekering, transport en internationale handel. Het kantoor voert een internationale, gemengde advies- en procespraktijk. De cliëntenkring bestaat onder meer uit vervoerders, expediteurs en andere logistieke dienstverleners, goederenhandelaren, en verzekeraars. Den Teuling heeft altijd in Utrecht gewoond en in Amsterdam gewerkt. Buiten het feit dat zijn zakelijke netwerk dus in Amsterdam zit, heeft hij het idee dat het voor internationale cliënten de voorkeur heeft om in Amsterdam gevestigd te zijn. ‘Bovendien heeft Utrecht nauwelijks een haven, dus het is duidelijk waar ik moet zitten’, aldus Den Teuling. Tot slot is de ligging van het kantoor binnen Amsterdam perfect: vlakbij station Amsterdam-Zuid, de rechtbank en de winkels en cafés van de Beethovenstraat. Veel bekijks trekt hij wel, niet alleen passanten vertragen op zijn minst hun tred bij het voorbijlopen, ook de buurtbewoners – veel ouderen – komen geregeld een praatje maken. Zelfs tijdens ons gesprek worden we aangesproken door twee Franstalige toeristen op zoek naar het volgens ons niet bestaande Beethovenplein.

Geen naambordje
Het valt ons op dat Den Teuling Advocatuur geen naambordje heeft. Daar zijn meerdere redenen voor. De leukste vat Den Teuling in de volgende vergelijking samen: ‘Het kantoor van J.P. Morgan op Wall Street heeft ook geen bordje, maar iedereen weet dat die bank daar zit’. Verder wil Den Teuling ervoor waken dat zijn kantoor een soort juridisch loket wordt. Mensen kunnen vlak langs het raam en de voordeur lopen. Mét naambordje, is het niet ondenkbaar dat er om de haverklap aangebeld zal worden om een ‘korte juridische vraag’ te stellen. Nee dank u. Tot slot is er het risico op vandalisme. Er is al eens een plantenbak in het water gegooid.

Eenzaamheid de beste voedster van wijsheid
Wordt Den Teuling hier niet af en toe eenzaam? Nee, hij gaat genoeg de boer op en kan altijd sparren met bevriende advocaten. Wel vindt hij dat je het beste alleen kunt zijn als je een goed processtuk of advies wil schrijven. Mocht hij al achter zijn bureau in slaap dreigen te vallen – hetgeen wij de energieke Den Teuling overigens niet snel zouden zien doen – is er altijd Lijn 5 van het GVB die hem elke paar minuten luidruchtig begroet. De tram rijdt over de brug en het deels onder straatniveau gelegen brughuisje lijkt wel als een soort klankkast te fungeren.
Den Teuling prijst zichzelf terecht gelukkig met misschien wel het meest unieke advocatenkantoor van Amsterdam. ‘Het enige vrijstaande kantoor op de Zuidas’, zo noemt Den Teuling het. Aan weggaan denkt hij niet. Jaloers fietsen wij weg.

Lawyers for Lawyers – Thaise advocate laat zich niet in het nauw drijven

Winnares L4L-Award 2017 onder grote druk

De Thaise Mensenrechten-advocate Sirikan (‘June’) Charoensiri, winnares van de Lawyers for Lawyers Award 2017, staat onder grote druk. Momenteel lopen er drie strafzaken tegen haar, die stuk voor stuk verband lijken te houden met haar verdediging van studenten-activisten. Lawyers for Lawyers volgt de zittingen en biedt waar mogelijk steun.

Tekst: Lawyers for Lawyers – Sophie de Graaf/Johan van Uffelen

De strafklachten tegen Charoensiri lijken allemaal verband te houden met haar verdediging van studenten-activisten. Op 2 augustus jl. moest zij zich weer melden bij de politie en het OM. ‘Ze moest ’s ochtends opdraven bij de officier van justitie en ‘s middags werd zij verwacht op het politiebureau in verband met een andere aanklacht. Ze houden haar goed bezig’, vertelt Milena Latuputty van de focusgroep Zuidoost-Azië van Lawyers for Lawyers (L4L), die momenteel in Thailand woont.

Latuputty begeleidde June op 2 augustus namens L4L, samen met een groep internationale mensenrechtenorganisaties en vertegenwoordigers van ambassades. ‘Het is goed om te zien dat June breed wordt gesteund’, vertelt ze. ‘Maar het is natuurlijk heel triest dat het nog steeds nodig is’.

Klacht tegen agenten
Charoensiri moest zich bij de officier van justitie melden omdat ze twee jaar geleden weigerde in te stemmen met een doorzoeking van haar auto door de politie. De politie wilde toen kennelijk bewijs vergaren in een zaak tegen haar cliënten: veertien studenten die op 26 juni 2015 werden gearresteerd na het bijwonen van vreedzame protesten. June diende een klacht in tegen de politieagenten die alsnog haar auto in beslag namen. Vervolgens werd zij zelf aangeklaagd voor het verduisteren van bewijsmateriaal en het niet-opvolgen van een ambtelijk bevel.

Ruim een jaar na dat incident werd er een tweede zaak tegen haar geopend. Ditmaal voor het overtreden van een verbod op politieke bijeenkomsten van vijf of meer personen en voor opruiing. Op 2 augustus moest June zich bij de politie melden in verband met een derde zaak. De politie beschuldigt haar van ‘het geven van valse informatie met betrekking tot een strafbaar feit’. De opsporingambtenaar stelt dat haar klacht over het doorzoeken van de auto een valse aantijging is, omdat de agenten wel een bevoegdheid zouden hebben gehad om de auto te doorzoeken en in beslag te nemen. Charoensiri ontkent alle aantijgingen. Zij zal binnen twee weken de Royal Thai Police verzoeken een andere opsporingsambtenaar aan te stellen. Eind september 2017 dient ze een schriftelijke verklaring in bij de politie.

Ongelofelijke druk
‘June staat onder ongelofelijke druk, maar ze blijft positief’, meldt Milena Latuputty. Eerder verklaarde June zelf: ‘Let us not forget that our work is far from over’. In het voorjaar ontving June de Lawyers for Lawyers Award 2017. Zij werd door de jury geprezen om haar moed en niet aflatende inzet. L4L volgt haar zaak op de voet en blijft haar steunen in de strijd voor gerechtigheid.

Steun L4L
Lawyers for Lawyers (L4L) is een onafhankelijke en non-politieke Nederlandse stichting die tot doel heeft het goed functioneren van de rechtsstaat te bevorderen door het nastreven van een vrije en onafhankelijke beroepsuitoefening van de advocatuur. Wij doen dit door advocaten die in hun werk worden bedreigd of onderdrukt, wereldwijd te ondersteunen. Weten wat u kunt doen? Kijk op onze website www.lawyersforlawyers.org en/of doneer!

Actualiteit – Is uw kantoor klaar voor de Europese privacy-verordening?

Privacy is een ‘hot topic’. Onze huidige Wet bescherming persoonsgegevens is gebaseerd op de Europese Privacyrichtlijn uit 1995. Deze richtlijn zal per 25 mei 2018 plaatsmaken voor een nieuwe Europese privacyverordening. In de media wordt veel aandacht besteed aan dit onderwerp. Data zijn het nieuwe goud, wordt wel gezegd. Waar moet je als advocatenkantoor rekening mee houden?

Tekst: Benjamin Bijl en Marloes van den Eeckhout

‘Verandering is noodzakelijk, omdat de huidige wetgeving uit 1995 dateert. De dataverwerking heeft de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen, waardoor de wetgeving voor verandering klaar was’, aldus Herwin Roerdink, privacy-specialist bij Vondst Advocaten. De Europese Commissie presenteerde in januari 2012 voorstellen voor herziening van de privacyregelgeving. Dat resulteerde eind 2015 in een hoofdlijnenakkoord tussen de lidstaten. Op 27 april 2016 werd uiteindelijk de tekst gepubliceerd van de Algemene Verordening inzake Gegevensbescherming (2016/679). Per 25 mei 2018 is deze verordening van toepassing.


Wijzigingen
‘Qua uitgangspunten verandert er niet heel veel ten opzichte van de huidige wetgeving, alleen qua uitwerking daarvan wel. Er komen meer verplichtingen voor degenen die persoonsgegevens verwerken en de consumenten krijgen meer rechten’, aldus Roerdink. Bovendien wordt een zwaar boetesysteem geïntroduceerd. De boetes kunnen oplopen tot 20 miljoen euro of 4 procent van de wereldwijde omzet. Roerdink verwacht dat de boetes wel zullen worden opgelegd, hoewel de Autoriteit Persoonsgegevens eerst wel over fors meer mankracht zal moeten beschikken om alle eventuele overtredingen te beboeten. Los van eventuele boetes zal een onzorgvuldige aanpak van dataverwerking kunnen leiden tot reputatieschade. Bijvoorbeeld een datalek, dat binnen mum van tijd viral gaat op social media.

‘Er komen meer verplichtingen en de
consumenten krijgen meer rechten’

Datalek
Een datalek kan snel plaatsvinden, denk aan een hack van je computersysteem, een usb-stick die je vergeten bent in de trein of een laptop die gestolen wordt. Sinds januari 2016 bestaat een meldplicht wanneer er een datalek plaatsvindt. Deze plicht geldt dus al enige tijd, maar voor zover bekend zijn er nog geen boetes opgelegd. Niettemin is het goed dat er openheid wordt gegeven over inbreuken in verband met persoonsgegevens en betrokkenen zodoende op de hoogte zijn van de mogelijke risico’s.

Verwerkersovereenkomst
Ook voor advocatenkantoren heeft deze wetgeving de nodige gevolgen. ‘Als kantoor verwerk je persoonsgegevens. Je bent een dienstverlener. Je bent daardoor zelf verantwoordelijk voor die gegevensverwerking, omdat je zeggenschap hebt over die gegevens. Op het moment dat je de verwerking daarvan uitbesteedt aan een derde, dien je afspraken te maken over onder meer het gebruik van die data en de beveiliging daarvan in een zogeheten verwerkersovereenkomst. Verder is het van belang daarin op te nemen dat wanneer zij een datalek ontdekken, de verantwoordelijke onmiddellijk wordt ingelicht zodat de nodige acties kunnen worden ondernomen en ook de toezichthouder binnen 72 uur kan worden bericht’, aldus Roerdink. Een ander belangrijk punt om op te nemen is het recht om een audit te kunnen uitvoeren bij de verwerker. Op die manier kan worden gecontroleerd of de nodige maatregelen ook daadwerkelijk worden genomen.

Nulmeting
Roerdink raadt ieder kantoor (en zijn cliënten) aan om een nulmeting te doen.’Welke gegevens verwerk ik? Wat is de risicocategorie van die gegevens? Is de beveiliging op orde? En ga zo maar door. Op basis daarvan kun je nagaan of er verder actie moet worden ondernomen die moet leiden tot een verantwoordelijk en transparante verwerking van persoonsgegevens’.

Bewustzijn
Het begrip ‘persoonsgegevens’ is veelomvattend en lijkt steeds breder te worden uitgelegd. Het is aan de orde van de dag dat die persoonsgegevens opgeslagen en gedeeld worden. De nieuwe privacyregels moeten dat enorme dataverkeer in goede banen leiden. Bovendien leidt de hernieuwde aandacht voor dit onderwerp ertoe dat consumenten meer bewust worden welke gegevens zij verstrekken, de risico’s daarvan kunnen inzien en de mogelijkheid hebben deze gegevens te corrigeren of zelfs te laten verwijderen. De nieuwe verordening zal daar een bijdrage aan leveren.

Zorgvuldig
‘In deze tijd waarin zoveel data wordt verzameld en het zo gemakkelijk is om deze op te slaan, te delen of te koppelen met andere systemen, wordt van iedereen verwacht dat zorgvuldig met deze gegevens wordt omgegaan. Door de komst van de verordening wordt dit punt op de agenda gezet en dat is een goede zaak’, besluit Roerdink.

Van de Deken – Herijking gedragsregels verrijking

De Commissie Herijking Gedragsregels heeft haar voorstel tot herziening van de gedragsregels bij de Algemene Raad ingediend. Daarmee zijn wij in de volgende fase beland, de inspraakronde waarbij de gelegenheid is geboden om op het voorstel te reageren. Daarna buigt de commissie zich er weer over. De bedoeling is dat het eindadvies dit najaar wordt uitgebracht, waarna de Algemene Raad over het vervolg beslist. Daarbij lijkt het niet onlogisch dat de Algemene Raad een voorstel tot aanpassing aan het College van Afgevaardigden zal voorleggen.  De commissie heeft er veel werk van gemaakt en is er in geslaagd om het aantal regels terug te brengen van 39 naar 27, een reductie van meer dan een kwart. Een deel daarvan wordt verklaard doordat een aantal van de huidige gedragsregels sinds 1 januari 2015 ook een plek in de Voda gevonden heeft, maar los daarvan heeft de commissie een aantal regels als overbodig gekwalificeerd, in het bijzonder regels ten behoeve van de onderlinge collegiale bescherming.

De meer algemene regel dat advocaten zich niet onnodig grievend dienen uit te laten wordt in het advies overigens gehandhaafd zonder in de toelichting specifiek op de communicatie tussen advocaten onderling in te gaan. Wel wordt in de toelichting benadrukt dat de integriteit van rechters en de deken tegen onheuse aantastingen moet worden beschermd; rechters omdat die beperkt zijn in hun mogelijkheden om zich te verweren tegen aanvallen op hun integriteit en dus kwetsbaar zijn.

In de toelichting wordt niet ingegaan op de interpretatie van het woordje ‘onnodig’ hetgeen in de context van ‘grievend’, wat mij betreft in het rijtje met ‘zinloos geweld’, ‘opzettelijke belediging’ en dergelijke blijft staan.

Indeling gedragsregels
Ook de indeling van de gedragsregels is in het advies veranderd. Er zijn vier groepen: 1) de maatschappelijke rol van de advocaat, 2) de advocaat in de verhouding tot de cliënt, 3) de advocaat in de verhouding tot andere deelnemers aan de rechtspleging en 4) de advocaat in de verhouding tot zijn beroepsgroep. Een aantal regels is aangepast aan veranderde inzichten sinds de vaststelling van de huidige gedragsregels in 1992, dus in de loop van 25 jaar.  Een voorbeeld is de voorgestelde aanpassing van gedragsregel 2, die nu een absoluut verbod inhoudt om als advocaat aan anderen een beloning of provisie toe te kennen of te ontvangen voor het aanbrengen van een zaak. Daarop is volgens het voorstel een uitzondering mogelijk indien door de betaling of ontvangst van beloning of provisie op geen enkele wijze de vrijheid en onafhankelijkheid in de uitoefening van het beroep in  gevaar kunnen komen. De aansluiting van een advocaat bij een zogenaamde koppelsite blijft dus mogelijk zolang de tegenprestatie van de advocaat aan de beheerder van de site de onafhankelijkheid van de advocaat niet in gevaar brengt. Dit sluit aan bij het huidig beleid van de lokale dekens bij het toezicht op de naleving van gedragsregel 2.

De commissie stelt wel een nieuwe gedragsregel voor voor het beroep in rechte op confraternele correspondentie en de inhoud van tussen advocaten gevoerd schikkingsoverleg, de gedragsregels 12 en 13. In het advies wordt aansluiting gezocht bij de gedragscode voor Europese advocaten van de CCBE, die in regel 5.3 een van de gedragsregels 12 en 13 afwijkende regeling bevat die in het advies is overgenomen.

Vertrouwelijkheid
In de voorgestelde nieuwe regeling is het uitgangspunt dat een of meer mededeling(en) van de ene advocaat aan de andere alleen dan als vertrouwelijk worden beschouwd indien de advocaat die deze vertrouwelijkheid wenst dit duidelijk kenbaar maakt voor de verzending van de eerste van deze mededelingen. Daarop dient de geadresseerde aan te geven of hij aan de te ontvangen mededeling(en) een vertrouwelijk karakter wenst te geven waarbij de vertrouwelijkheid niet geldt zolang de geadresseerde niet uitdrukkelijk met de vertrouwelijkheid instemt. Daar is dan geen misverstand meer over. Dit geldt dus zowel voor de uitwisseling van standpunten als voor schikkingsoverleg tussen partijen. De voorgestelde aanpassing sluit aan bij de wensen uit de rechterlijke macht die een beroep op ‘confraternele’ en daarmee voor de rechter ‘verboden’ communicatie tussen advocaten vaak als een belemmering ervaart, in het bijzonder wanneer tijdens een zitting een mogelijke oplossing tussen partijen wordt besproken.

De commissie heeft niet alleen bij deze regeling over de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen advocaten aan de CCBE Gedragscode gerefereerd maar ook een nieuwe gedragsregel geadviseerd op grond waarvan een advocaat bij het verrichten van grensoverschrijdende werkzaamheden binnen de Europese Unie en het Europees economisch gebied de CCBE gedragscode voor Europese advocaten in acht dient te nemen. Een dergelijke nieuwe gedragsregel zal zeker leiden tot de toename van het bewustzijn in dit opzicht.

Mijn eerste indruk is dat zowel de advocatuur als de toezichthouders op de advocatuur met de voorgesteld aanpassingen goed uit de voeten kunnen. Dat is knap werk.

De integere advocaat is
per definitie behoorlijk

Uiteraard blijft het zo dat de gedragsregels voor de advocatuur maar een deel van de regels inhouden waaraan een advocaat zich te houden heeft. Het zijn hulpmiddelen voor de invulling van de algemene norm dat de advocaat zich heeft te houden aan de voor het beroep geldende  kernwaarden: integriteit, onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid en vertrouwelijkheid. Zie, in iets andere  volgorde, artikel 10a, lid 1 Advocatenwet,waarbij ik zelf de integriteit als eerste noem omdat de andere kernwaarden  daar eigenlijk afgeleiden van zijn.

De toets door de tuchtrechter blijft die op voet van artikel 46 Advocatenwet: het handelen dat een behoorlijk advocaat betaamt, waarbij de toevoeging ‘behoorlijk’ wat mij betreft  geen enkele meerwaarde heeft. De integere advocaat is immers per definitie behoorlijk.

De aardigste definitie van een voor een beroepsgroep geldende gedragsregel is: een gedragsregel is een regel waarnaar de beroepsuitoefenaar zich gedraagt ook wanneer het geen gedragsregel zou zijn. Het blijft dus altijd zelf nadenken geblazen.

IN – Jill van den Heuvel

Wanneer bent u beëdigd?
Op 9 augustus 2017 ben ik beëdigd.

Waar bent u werkzaam?
Nadat ik in 2013 de Master Jeugdrecht aan de Universiteit van Leiden heb afgerond, ben ik als juridisch adviseur bij Jeugdbescherming Regio Amsterdam (Jeugdbescherming) aan de slag gegaan. Jeugdbescherming is een gecertificeerde instelling die bijdraagt aan de bescherming en veilige ontwikkeling van kwetsbare kinderen. De werkzaamheden van Jeugdbescherming hebben betrekking op het uitvoeren van een kinderbeschermingsmaatregel, zoals een ondertoezichtstelling, voogdij of jeugdreclassering. Daarnaast kan Jeugdbescherming ook zonder een maatregel worden ingezet.

In mijn werkzaamheden voor Jeugdbescherming adviseer en ondersteun ik medewerkers in complexe casuïstiek met een juridisch component. Op deze wijze draag ik, vanuit een juridisch perspectief, bij aan (het vergroten van) de veiligheid van kinderen. Mijn grootste drijfveer is om het verschil te kunnen maken voor deze kwetsbare kinderen zodat zij zich veilig kunnen ontwikkelen naar volwassenheid. Het belang van het kind staat centraal in mijn werkzaamheden.

Binnen Jeugdbescherming is mij de kans geboden om de stap naar de advocatuur te maken. Per 9 augustus 2017 ben ik als advocaat-stagiaire (in dienstbetrekking) werkzaam bij Jeugdbescherming.

Waarom heeft u voor de advocatuur gekozen?
Als juridisch adviseur werkte ik vaak nauw samen met de advocaat in dienstbetrekking van Jeugdbescherming. Hierdoor kwam ik ook vaker in aanraking met andere rechts-gebieden en kreeg ik een kijkje in de keuken van de advocatuur. Dit heeft mijn interesse voor de advocatuur vergroot. Na vier jaar te hebben gewerkt als juridisch adviseur was het tijd voor een nieuwe uitdaging en een volgende stap in mijn ontwikkeling. De advocatuur sluit hier goed op aan.

Waar gaat u zich mee bezig houden?
Bij Jeugdbescherming zal ik mij bezig (blijven) houden met het familie- en jeugdrecht, in het bijzonder de kinderbeschermingsmaatregelen, het jeugdstrafrecht en internationale kinderrechten. Daarnaast zal ik mij ook bezig gaan houden met aansprakelijkstellingen en bestuursrechtelijke aangelegenheden.

Jill van den Heuvel werk bij de Jeugdbescherming

OUT – Hanneke Holthuis

Wanneer bent u beëdigd?
Begin 2007.

In welke rechtsgebieden heeft u zich gespecialiseerd?
Ik heb mij gespecialiseerd in het intellectuele eigendomsrecht, met een focus op het auteursrecht. Daarnaast heb ik mij gespecialiseerd in het contractenrecht. In 2015 heb ik de Grotius specialisatieopleiding Nationaal en Internationaal Contracteren afgerond.

Welke zaak zal u het beste bijblijven?
Ik heb veel mooie uitgebreide procedures met grote belangen gevoerd, maar één van de zaken die me het meest bijgebleven is, is een sympathieke, relatief kleine zaak van een bekende kinderboekenillustratrice tegen de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Prachtige tekeningen van deze illustratrice waren onherstelbaar beschadigd doordat de bibliotheek ze gedurende een tentoonstelling maandenlang in de zon had gehangen. Ontzettend treurig en het was evident dat de bibliotheek hierdoor onrechtmatig gehandeld had. Toch moest het tot een procedure komen voordat er een schadevergoeding betaald werd. Als dank voor mijn bijstand kreeg ik van de illustratrice in kwestie een mooie handgetekende kaart over mijn “strijd” in deze zaak. Deze heb ik ingelijst en boven mijn bureau thuis opgehangen.

Wat gaat u doen?
Ik word General Counsel/hoofd juridische zaken bij Pictoright. Dat is de auteursrechtorganisatie voor visuele makers (kunstenaars, fotografen, ontwerpers, etc.) in Nederland. Mijn werk bij Pictoright zal breder en beleidsmatiger zijn dan mijn werk als advocaat, zeg maar van auteursrechtinbreuken op het werk van kunstenaars zoals Matisse en Picasso tot lobbyen voor een betere positie van visuele makers in Nederland Europa. Een heel veelzijdige functie met voldoende ruimte voor juridische diepgang. Ik heb het er maar mee getroffen.

Wat gaat u het meest missen?
De lead hebben in een zaak. Bij Pictoright blijf ik heel betrokken bij procedures, maar ik zal – als het eenmaal echt aankomt op procederen – toch een belangrijk deel uit handen moeten geven aan advocaten. Dat lijkt me moeilijk, omdat ik gewend ben op een bepaalde manier te werken en er – zoals de meeste advocaten – stiekem wel van overtuigd ben dat dat de beste is. Maar laat ik het vooral positief benaderen en (ook) dit aspect in mijn nieuwe baan vooral als een leerzame uitdaging zien!

Hanneke Holthuis werkte bij Griffiths Advocaten