Categorie archief: Editie juni 2018

‘Ik hou van onmogelijke uitdagingen’

Don Ceder, advocaat en politicus uit overtuiging

De jonge Amsterdamse advocaat Don Ceder schreef politieke geschiedenis toen hij bij de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen voor de ChristenUnie een zetel in de wacht sleepte. Het ABB zocht de voormalige jurist van Anti-Incasso op in zijn kantoor en sprak hem over zijn drijfveren als politicus en als advocaat. ‘In elke kracht schuilt ook een valkuil’.

Tekst: Juliette Daniels en Victor van Campen

De telefoon staat roodgloeiend als Don Ceder de deur van de ontvangstruimte opendoet. Ceder deelt het pand met Charles van Dam, zijn voormalige patroon en inspirator. De bel gaat en Ceder wordt uitgebreid gefeliciteerd door een collega-politicus van partij De Blije Burgers. Of hij mee wil doen met een nieuw ambitieus initiatief: voedsel en kleding voor duizenden Amsterdammers. Na een uitgebreid relaas geeft Ceder zijn nummer. ‘Nee, ik heb hem niet ingehuurd!’, zegt hij ons lachend.

Historische zetel
Het eerste dat Ceder deed toen hij op 23 maart hoorde dat de ChristenUnie een historische zetel had bemachtigd, was een tweet online zetten: ‘Hij is binnen’. Ceder legt uit dat de partij tijdens de vorige verkiezingen in 2014 op het nippertje geen zetel had kunnen bemachtigen. ‘Het scheelde toen 162 stemmen. Nou, dat is echt niks.’ Ceder spreekt nu vol enthousiasme: ‘Ik heb al een verkennend gesprek met de burgemeester gehad’.

De komende tijd wordt een drukke periode voor Ceder. Er zijn in de Amsterdamse gemeenteraad veel partijen met uiteenlopende standpunten. De samenwerking zal op gang moeten komen. ‘Ik zou graag het goede voorbeeld geven en mijzelf constructief opstellen. Ik hoop dat de andere partijen er ook zo naar kijken. We zullen de samenwerking aangaan. Ik kan gelukkig met veel mensen goed overweg’, zegt Ceder. Hij zal zijn werk bij de gemeenteraad de komende periode combineren met de advocatuur. ‘Mijn werkzaamheden voor de gemeenteraad zijn voorlopig parttime.’

‘De plannen die ik voor Amsterdam heb de komende periode zijn het stimuleren en ondersteunen van het maatschappelijk krachtenveld. Vrijwilligers zijn onbetaalbaar. Zij dragen enorm bij aan het leefbaar maken van de stad. Meer naar elkaar omzien gaat bijvoorbeeld eenzaamheid tegen. De gemeente kan hierbij helpen door geld en andere middelen in te zetten om vrijwilligersorganisaties beter te bedienen. Het is niet de bedoeling dat de gemeente de werkzaamheden van deze organisaties overneemt, maar dat juist wordt gekeken en geluisterd naar de gemeenschappen en organisaties die al met hele mooie initiatieven bezig zijn. Amsterdammers zouden denk ik iets minder naar de gemeente moeten kijken wanneer een buurvrouw iets nodig heeft en zichzelf vaker de vraag stellen: wat kan ik doen om mijn buurvrouw te helpen?’

‘We moeten als gemeente vooral
even de tijd nemen om te luisteren’

‘Wat hebben deze organisaties nodig? In plaats van geld kan het bijvoorbeeld ook gaan om een ruimte om hun activiteiten te ontplooien. De gemeente kan daarin flexibel zijn, maar we moeten als gemeente vooral eens even de tijd nemen om te luisteren’, vertelt Ceder.

Tijdmachine
Op de vraag of hij een tijdmachine heeft om zijn drukke agenda bij te kunnen houden, geeft Ceder aan dat hij in principe al een aantal jaar een werkweek heeft van zes dagen. Hij vertelt dat het aankomt op vooruitplannen en flexibel zijn. Daarnaast is zijn adagium ‘sporten, goed eten en je moment pakken’. Ceder pakt dat moment door in het weekend in zijn hangmat te liggen en een paar uur naar het plafond te staren, de stilte op te zoeken, zo vertelt hij. Daarnaast gaat hij op zondag in Amsterdam naar de kerk, waar hij rust vindt en bezint. Ceder gelooft overigens ook heilig in de positieve werking van Chia-zaden en een glas warm water met citroen in de ochtend.

Ceder staat veelal mensen op toevoegingsbasis bij, maar ook steeds meer betalende klanten. Gevraagd naar wie hierbij zijn adviseur is, zegt Ceder: ‘Mijn patroon Charles van Dam. Van hem heb ik geleerd dat je in de advocatuur altijd op je allerscherpst moet zijn. Iedereen kan je vijand worden, ook je eigen cliënt. Daarom zijn goede afspraken altijd heel belangrijk’. Ceder legt uit dat hij van Van Dam de ruimte heeft gekregen zijn brede interesse te ontplooien. ‘Een goede patroon laat je opbloeien’.

‘Ik ben pas tevreden als ik
er alles aan heb gedaan’

In de drie jaar waarin hij nu bezig is heeft Ceder steeds meer geleerd om oplossingsgericht te werken. Ook zijn eigen cliënten hebben vaak niet altijd alles goed gedaan, dus is niet de schuldvraag maar het zoeken naar een aanvaardbare oplossing voor beide partijen vaak het uitgangspunt. ‘In het begin ging ik er meer met een gestrekt been in, en dat doe ik nog steeds bij volstrekte fouten en misstanden, maar anders stuur ik in principe niet aan op procedures. Het is voor alle partijen dan waardevoller om te bezien of een oplossing buiten de rechtbank kan worden bereikt’.

Christendom
De verworven zetel voor de ChristenUnie brengt ons op de vraag waar Ceder raakvlakken ziet tussen zijn geloof en zijn praktijk als advocaat. ‘Het christendom heeft mij meegegeven dat elk mens een persoon is van waarde: oud, jong, zwart, wit, huismoeder, bankier’, vertelt Ceder. ‘En dat werkt ook door in mijn werkwijze binnen de advocatuur, zowel de klant als de wederpartij is iemand van waarde en dient met respect en rechtvaardig behandeld te worden’.

Ceder is op dit moment werkzaam op meerdere rechtsgebieden die zijn interesse hebben: contractenrecht, familierecht, arbeidsrecht. Een algemene praktijk voeren wordt echter steeds minder gebruikelijk. Ceder gelooft in de noodzaak van specialisatie. ‘Het wordt wel lastig als je als generalist tegenover een specialist in de rechtszaal komt te staan. Daarnaast vraagt de huidige stand van de advocatuur om specialisatie. Ook de Orde stuurt erop aan. Het is overigens goed dat er toezicht is, de Orde heeft wat dat betreft een belangrijke functie. Je moet er als advocaat trouwens wel tegen kunnen dat er van alle kanten op je gelet wordt, maar als je daar tegen kunt is de advocatuur een prachtig vak’.

Rechtsstaat
We vragen hem wat hij vindt van de bezuinigingen op de gesubsidieerde rechtsbijstand. ‘De toegang tot het recht wordt afhankelijk gemaakt van een rijksbegroting, dus die is in feite per regeringsperiode weer anders. Dat vind ik geen goede zaak. Wij zijn een rechtsstaat en deze moeten we bewaken. Dan is het onlogisch om een politiek gestuurde begroting te handhaven. Tegelijkertijd bestaat er een beeld van advocaten als zakkenvullers, terwijl advocaten in de sociale advocatuur voornamelijk vanuit sociale motieven cliënten bijstaan. Het moet echter wel gewoon financieel haalbaar blijven voor de betreffende advocaat’.
Krijgt hij meer cliënten nu hij een bekende Amsterdammer is? Ceder: ‘Cliënten belden me tijdens de campagne wat vaker op als ze mij op een poster zagen, met de vraag hoe het met hun zaak staat’. De toegenomen aandacht is aldus Ceder ‘op zich prima’. Hij vervolgt: ‘Die aandacht vergt wel dat ik extra scherp moet zijn op de wijze waarop ik mijn praktijk voer’.

Voorbeeld
Op de vraag wie zijn voorbeeld is, antwoordt Ceder: ‘Dat is niet een specifiek persoon. Het zijn voornamelijk mensen die ik van dichtbij meemaak of heb meegemaakt. Dat zijn mensen die mij inspireren om een beter mens te zijn en alles uit mezelf te halen. Regina Mac-Nack bijvoorbeeld, oud-Amsterdammer van het jaar. Zij heeft al meer dan tien jaar een voedselbank in Amsterdam-Zuidoost waarmee ze honderden gezinnen per week te eten geeft’.

Wanneer is Ceder tevreden? Ceder: ‘Ik ben tevreden als ik weet dat ik er alles aan gedaan heb binnen mijn macht om iets realiseren, ongeacht het resultaat. Iedereen heeft zijn eigen capaciteit en potentie en ik vind het mooi wanneer mensen streven naar het volledig benutten van hun potentie. Als iedereen zijn volle potentie zou inzetten voor elkaar, dan geloof ik dat de wereld een nog mooiere plek zou zijn’.

‘In de advocatuur kan iedereen je
vijand worden, ook je eigen cliënt’

Onmogelijke uitdagingen
Wanneer is Ceder helemaal in zijn element? ‘Ik hou van ogenschijnlijk onmogelijke uitdagingen. Stagiaire-ondernemer zijn, lijsttrekker zijn, het uiterste uit jezelf halen. Het proces is erg interessant want je leert jezelf en ook anderen kennen. De weg ernaartoe is zo leerzaam. Ik ben niet iemand die supermoedig is, hoor. Bij een nieuwe uitdating tel ik vaak gewoon tot tien en dan doe ik het’.

Voor Ceder is het een uitdaging om de focus te blijven houden. ‘In elke kracht schuilt ook een valkuil, hierdoor kan het opzoeken van uitdagingen tot gevolg hebben dat je misschien oude taken dreigt te verwaarlozen’. Ceder is erg benaderbaar en toegankelijk, zo merken wij ook.

Anti-incasso
Een sterk gevoel voor rechtvaardigheid is iets dat Ceder kenmerkt. Hij vertelt dat hij het zich een aantal jaar geleden aantrok dat veel mensen niet wisten wat hun rechten waren bij incassogeschillen. Voordat hij de advocatuur in ging begon hij samen met anderen daarom met juristenkantoor Anti-incasso. Toentertijd gaf Ceder gratis workshops over de rechten en plichten van burgers bij een incassogeschil. Dat is iets wat hij vandaag de dag nog steeds doet. De cursus helpt bijvoorbeeld bij het leren lezen van juridische brieven.

Preventie en educatie
‘Ik vind het belangrijk om dergelijke workshops te blijven geven, want preventie en financiële educatie zijn wat mij betreft mogelijk nog belangrijker dan het beboeten van malafide incassobureaus. Kennis is wat dat betreft macht’.

‘Laat je niet helemaal meeslepen
in een geschil van een client’

Voordeel van de jeugd
Wij vragen Ceder of zijn jonge leeftijd (Ceder is 28) een voordeel of een nadeel is bij zijn werkzaamheden als advocaat en politicus. ‘Nieuwe cliënten keken mij in het begin bij kennis maken vreemd aan’, vertelt Ceder. ‘Ik snap het wel, want je moet jezelf bewijzen. Het heeft ook voordelen. Mensen praten anders met je. Ze vertrouwen je veel toe. Een jong advocaat die het wereldje van veel cliënten een beetje kent is wellicht een betere gesprekspartner dan een veel oudere advocaat, die eigenlijk in een totaal andere wereld leeft…’
Door de glazen voordeur van het kantoor ziet Ceder dat er buiten een cliënt staat te wachten. Wij vragen hem nog om een tip voor zijn Amsterdamse collega-advocaten. ‘Relax een beetje en laat je niet helemaal meeslepen in een geschil van een cliënt. Het is niet jouw conflict’.

L4L – Colombiaanse advocaat Castellanos luidt noodklok over ‘sociale genocide’

De Colombiaanse mensenrechtenadvocaat ­Rommel Durán Castellanos was enkele dagen in Nederland om krachtige steun te bepleiten voor zijn collega’s, die bloot staan aan bedreigingen en geweld. En ter voorbereiding van de internationale waarnemingsmissie ‘Caravana Internacional de Juristas’ die in augustus Colombia opnieuw zal bezoeken. Lawyers for Lawyers neemt ook deel met een afvaardiging en sprak met Durán over de penibele positie voor veel advocaten in zijn land.

Tekst Johan van Uffelen/ Lawyers for Lawyers

Rommel Durán Castellanos staat regelmatig bloot aan intimidaties en bedreigingen en werd naar eigen zeggen al twee keer arbitrair vastgezet. Hij vertelt er een soort van luchthartig over. Maar dan valt er toch een stilte…Zijn broer werd in 2016 vermoord. De advocaat blijft echter strijden voor rechtvaardigheid en respect voor de mensenrechten in Colombia. ’Nee’, zegt hij dan toch weer lachend in het interview met Lawyers for Lawyers. Hij heeft, desgevraagd, geen vriendin. Maar de ondertoon is bloedserieus. De 31-jarige advocaat kiest er bewust voor geen relatie aan te gaan. Hij is vaak langdurig en ver weg van huis, op het platteland waar veel mensen wonen voor wie hij opkomt. En nog veel belangrijker: hij zou zijn gezin niet willen confronteren met de gevaren van zijn werk. Familieleden van mensenrechten-activisten krijgen vaak te maken met represailles.

Vakantiebestemming
Colombia wordt tegenwoordig op toeristische websites weer aangeprezen als een prachtige, veilig te bereizen vakantiebestemming in Zuid-Amerika. De realiteit voor veel inwoners staat daar volgens Rommel ver vanaf. ‘Op de toeristische plekken is weinig voelbaar van de spanningen’, legt hij uit. De regering-Santos draagt volgens hem ook actief het beeld uit dat er – sinds het vredesakkoord met de FARC in 2016 – een einde is gekomen aan de burgeroorlog. Hij ziet dat totaal anders. ‘Het politieke geweld gaat onverminderd door. Voor de boeren en sociaal leiders, voor de mensen die hun nek uitsteken, is er niets veranderd. Integendeel. Wij zijn weer terug in de periode van het grote geweld. De jaren zestig, zeventig, de tijd van “la grande violencia”.

Op 11 maart waren er Congresverkiezingen. ‘Daarbij hebben de rechtse reactionairen gewonnen. Mensenrechten-activisten zoals ik en mensen in de sociale sector constateren dat er in praktijk een “sociale genocide” gaande is. Sociale leiders en mensenrechtenactivisten worden naar het leven gestaan, dus juist degenen die opkomen voor bevolkingsgroepen die hun rechten opeisen bij de staat’. Volgens Rommel Durán zijn er vorig jaar ruim tweehonderd voorvechters van mensenrechten en sociaal leiders om het leven gebracht.’En dat aantal is min of meer constant. Ieder jaar zijn er weer zoveel slachtoffers. De overheid erkent de moorden niet. Ze houden zulke cijfers verborgen, in het donker’.

Stigmatisering
Advocaten die opkomen voor de belangen van de kleine man, van politieke gevangen of die aangifte doen van mensenrechtenschendingen, lopen groot gevaar. Ze worden volgens Rommel geassocieerd met de partijen die zij verdedigen, of worden valselijk (strafrechtelijk) beschuldigd van ondermijning, corruptie of fraude. ‘Op het moment dat wij politieke gevangenen juridisch bijstaan, worden we gestigmatiseerd als terrorisme-advocaten. Omdat wij ook familieleden helpen van mensen die zonder enige vorm van proces zijn geëxecuteerd door het leger’.

Rommel Durán kan niet genoeg beklemtonen hoe belangrijk internationale aandacht is, zoals van de Caravana de Juristas. ‘Met die steun kunnen we de autoriteiten veel krachtdadiger aanspreken op onze veiligheidsrisico’s. Zij moeten ervan doordrongen zijn dat wij geen partij zijn, maar slechts juridisch strijden tegen rechteloosheid’.

Borrelpraat – ‘You just got served’

Door middel van een heuse dagvaarding werd de ABB-redactie gesommeerd tot een pingpong-duel tegen twee oud-redactieleden bij HJ Advocaten. Ellen Verkooijen en Loes van Kooten-Hendriks hakten ons finaal de pan in, maar betoonden zich wel meer dan voorbeeldige gastvrouwen bij de borrel.

Tekst: Annelies van Ochten

Licht opgewonden en enigszins angstig togen we vier vrouw sterk op wat de boeken in ging als de warmste 20 april sinds het begin van de officiële metingen richting Weesperzijde. Op een brede stoep aan de Amstel glom de tafeltennistafel ons al tegemoet. Daarnaast stond een gezellige picknicktafel met allerlei lekkernijen, van Franse kaasjes tot Turks brood met smeersels. Hier was duidelijk uitgepakt.

Na een korte rondleiding door het ruime, lichte en modern ingerichte kantoor, en met een vers gemixte gin tonic in de hand, begaven we ons naar de zonnige stoep. De opkomst was groot. Harstikke knap, als je bedenkt dat de dag voor alle werknemers van HJ Advocaten gestart was op het strand. Uiteraard vanwege de zon, maar ook vanwege secretaressedag. Want een betere manier om de dames in het zonnetje te zetten is er natuurlijk niet, aldus Ellen Verkooijen.

Tijd voor ontspanning
Dat er naast hard werken bij HJ Advocaten tijd is voor ontspanning werd ons al snel duidelijk. Niet alleen vanwege de ‘pingpong-boom’ waarmee collega’s elkaar kunnen uitdagen voor een potje tafeltennis of de wekelijkse pilates-class die op de zaak wordt gegeven, maar ook vanwege het feit dat het gehele kantoor zich heeft opgegeven voor de komende Dam-tot-Dam-loop. Sportieve lui. De moed zakte ons nog verder in de schoenen, maar er bleek geen ontkomen aan. Het duel moest worden gespeeld. Er werd ons zeker de ruimte gegeven om in te spelen. Jokers konden worden ingezet en er werd gestrooid met extra levens tijdens het ‘rondje om de tafel’ met alle aanwezigen. Zelfs de bitterballen vlogen ons om de oren.

Het mocht niet baten. De huidige redactie werd ingemaakt. Weggespeeld. We geven de gin tonics maar de schuld. En broeden op revanche. De ‘King Pong-trofee’ ging wel mee terug naar huis. Vanwege onze inzet en sportiviteit. Gelukkig hebben we de foto’s nog!

 

Founders – ‘We beoordelen elkaars werk regelmatig’

Gimbrère Advocaten

Gimbrère Advocaten begon weliswaar in Breda, maar opende via Madrid, Barcelona en ­Marbella uiteindelijk haar deuren in Amsterdam. We schuiven aan bij een van de Founders, Frank Penders, om erachter te komen wat het internationale kantoor Amsterdam te bieden heeft.

Tekst: Mayk Koria en Nick van den Hoek

De ‘echte’ Founder van Gimbrère advocaten is Tjaard Gimbrère. De eerste vestiging opende ruim 35 jaar geleden haar deuren in Breda. Voor zover we kunnen nagaan heeft de Bredase vestiging van Gimbrère Advocaten als enige kantoor in Nederland een inpandig theater, waar de advocatuur samenkomt met cultuur. In de jaren die volgden heeft Gimbrère zich ontpopt van een Brabants kantoor tot een internationaal kantoor met twee vestigingen in Nederland en drie in Spanje. De filosofie van Gimbrère gaat uit van de mens achter de persoon en in juridische kwesties worden cliënten vanuit dat perspectief bijgestaan. Pendelend tussen Nederland en Spanje wil Tjaard Gimbrère ook met zijn theater in Breda – met zestig zitplaatsen – mensen inspireren en vooral bij elkaar brengen. Met dat theater heeft hij een jongensdroom verwezenlijkt.

Op het terras bij Café Vrijdag, niet ver van de huidige vestiging van het kantoor in het Amstelgebouw, is Penders gevraagd of hij geïnteresseerd was samen met Claudie Gimbrère het Amsterdamse kantoor van Gimbrère te beginnen. Dat kantoor kwam er al snel, om de hoek bij het Amstelhotel. Bij afwezigheid van Claudie schuiven we aan bij Penders om hem te vragen wat zijn beweegredenen waren om samen met Claudie en Tjaard de uitdaging aan te gaan.

Frank Penders: ‘Ik heb het altijd wel een uitdaging gevonden om uiteindelijk partner te worden bij een kantoor. Het leek me leuk om naast het juridische aspect van het vak zelf op een vernieuwende manier te ondernemen. Een bedrijf runnen heb ik dus altijd al interessant gevonden. Dat werd bevestigd door mijn tijd als curator, waarbij ik failliete vennootschapen moest afwikkelen. Ik heb ook veel geleerd als curator, met name hoe je niet moet ondernemen. Toen ik werd benaderd door Tjaard en Claudie was ik op dat moment niet bewust bezig met idee om voor mezelf te beginnen, maar de kans om met hen te werken kon ik niet laten gaan. Tjaard is een goede advocaat en ondernemer die op een andere manier naar de advocatuur kijkt en op een creatieve manier onderneemt. Daarnaast wist ik dat ik met Claudie goed kan samenwerken, omdat we dat al jaren hadden gedaan bij ons voormalig kantoor en ze is een van de meest positieve personen die ik ooit heb ontmoet’.

Spaans recht
Ondanks dat het concrete plan van aanpak op een strand in Spanje is uitgestippeld, nemen Penders en Claudie hun werk en het runnen van een eigen kantoor bloedserieus. Penders vertelt ons dat zij nagenoeg geen klanten hebben meegenomen van het vorige kantoor en dat ze in het begin goed in het zadel zijn geholpen door de rest van Gimbrère. Zo heeft de Amsterdamse vestiging, die zich met name richt op arbeids-, ondernemings,- huur- en privacyrecht, ook de nodige ervaring met het Spaanse recht opgedaan. Via het interne netwerk komen met enige regelmaat cliënten uit Spanje. Het gaat veelal om Spaanse bedrijven die in Amsterdam en omgeving willen ondernemen.

Compacte omvang
Ondanks de steun van de rest van Gimbrère wilden Penders en Claudie zelf de broek op kunnen houden. Inmiddels staat het kantoor op eigen benen en bedient het met name Amsterdamse mkb-bedrijven. Penders: ‘Vanwege onze ervaring en de compacte omvang van het kantoor kunnen wij maatwerk leveren tegen een concurrerend tarief. Al snel lukte het ons om een goed lopende praktijk op te zetten. Dat komt mede doordat cliënten doorhadden dat wij er zin in hebben. Als je de cliënt over kan brengen dat je graag voor hen wil werken, dan gunnen ze je het vaak wel. Die aanwas van cliënten ging dus snel’.

Expansie
Penders omschrijft de werksfeer als ontspannen en gemoedelijk. Hijzelf, Claudie en Paul Zieltjens – die zich als partner ondernemingsrecht advocaat heeft gevoegd bij Gimbrère – hebben voorheen samengewerkt bij de Vos & Partners in Amsterdam. Zieltjens en Penders waren zelfs jarenlang kamergenoten. Onlangs is Paul Korver aangenomen als medewerker om hun team te versterken. De advocaten zijn in de dertig en werken graag samen. ‘We ondersteunen elkaar en beoordelen elkaars werk regelmatig. Daarnaast doen we weleens wat leuks samen, laatst kwamen we bijvoorbeeld bijeen voor een uitgebreide asperge-lunch bij mij thuis, zijn we naar Barcelona en Marbella gegaan en gaan we vaak gezellig borrelen’.

Het viertal probeert zich te onderscheiden door ‘ongelofelijk’ snel te reageren, de kwaliteit hoog te houden en het tarief scherp. Volgens Penders zijn deze drie elementen belangrijk om een cliënt tevreden te stellen. Daarnaast vinden ze het belangrijk en leuk om hun cliënten te bezoeken. ‘Persoonlijke aanpak staat bij ons hoog in het vaandel. Een bezoekje aan je cliënten om de onderneming te leren kennen doet wonderen. De cliënt waardeert het als er vanuit ons gemeende interesse wordt getoond in zijn werkzaamheden. Daarnaast is het inspirerend om een ondernemer te horen praten over zijn passie en onderneming’, aldus Penders. Volgens Penders is er mogelijkheid om uit te breiden, maar dat moet niet ten koste gaan van de kwaliteit.

Get2gethers
Mede om de naamsbekendheid van het kantoor te vergroten organiseert Gimbrère zogenoemde Get2gethers. Het kantoorverzamelgebouw waar het kantoor gevestigd is biedt daarvoor de ideale setting. Afgelopen 3 mei is er een Get2gether georganiseerd over de nieuwe privacy-verordening. Of het kantoor, net als de vestiging in Breda, een inpandig theater krijgt, laat Penders in het midden. ‘Waarschijnlijk niet, al is die creatieve manier van een kantoor runnen wel een grote inspiratiebron voor ons’.

Actualiteiten – De nieuwe realiteit van de AVG

Twee jaar nadat de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking trad, is deze op 25 mei 2018 van toepassing geworden. Genoeg voorbereidingstijd om nu compliant te zijn, zou je zeggen. Maar voor veel advocaten blijkt het vooralsnog een klok-klepelverhaal, zo bleek tijdens het drukbezochte NOvA-innovatieplatform over de verordening. Welke gevolgen heeft de AVG voor onze beroepsgroep?

Tekst: Quirine van Voorst

De AVG in een notendop
De AVG vervangt de Nederlandse Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), en de Europese privacyrichtlijn, waarvan de Wbp is afgeleid. De AVG zorgt voor verderstrekkende harmonisatie van de regels rond de bescherming van persoonsgegevens binnen de EU. Betekent dit dat de privacywetgeving binnen de EU nu compleet gelijk is? Helaas niet. Men heeft ervoor gekozen om de lidstaten op een aantal belangrijke onderwerpen ruimte te bieden om eigen regels vast te stellen. De Nederlandse Uitvoeringswet is op 15 mei 2018 door de Eerste Kamer aangenomen. Net op tijd zullen we maar zeggen.
De AVG moet worden gezien als een noodzakelijke update van de Wbp, die stamt uit 2001. Een groot deel van de verplichtingen die uit de AVG volgen, golden dus al onder de Wbp. De belangstelling voor de AVG zou dan ook zo maar eens gelegen kunnen zijn in de nieuwe sancties die staan op niet navolging. Wie niet aan de regels voldoet, riskeert hoge boetes die kunnen oplopen tot twintig miljoen euro of vier procent van de wereldwijde jaaromzet.

Het is belangrijk om scherp te hebben dat de AVG niet alles omtrent privacy regelt, maar één specifiek onderwerp behandelt: de bescherming van persoonsgegevens. De belangrijkste vraag is dan ook wat die persoonsgegevens precies zijn? Kort gezegd is dat elk stukje informatie dat, direct of indirect, tot de identificatie van een (levend!) natuurlijk persoon kan leiden. Een greep uit de voorbeelden van persoonsgegevens: naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres, foto, IP-adres en vingerafdruk. Er zijn ook zogenoemde ‘bijzondere persoonsgegevens’. Daaronder worden bijvoorbeeld verstaan persoonsgegevens die zien op godsdienst, ras, politieke voorkeur en gezondheid. U voelt het al aan: laatstgenoemde categorie persoonsgegevens moet beter beschermd worden dan de eerste. Alle handelingen die je vervolgens kunt uitvoeren met een persoonsgegeven, zijn een verwerking daarvan, bijvoorbeeld: verzamelen, structureren, opslaan, wijzigen, opvragen, verspreiden, en vernietigen.

Drie categorieën
De verplichtingen die de AVG ons oplegt kunnen – grofweg – onder drie categorieën worden geschaard:

  1. De rechten van betrokkenen dienen gewaarborgd te worden: bijvoorbeeld het recht op informatie, inzage, afschrift, wijziging, en dataportabiliteit; en het recht om vergeten te worden;
  2. Privacy by design, waaronder privacy by default: al tijdens de ontwikkeling van de diensten dient aandacht besteed te worden aan privacyverhogende maatregelen, de organisatie dient alleen die gegevens te verwerken die noodzakelijk zijn voor het doel van de verwerking; en de standaardinstellingen dienen altijd zo privacy-vriendelijk mogelijk zijn;
  3. Verantwoording: als organisatie moet je transparant zijn over hoe je aan de eerste twee verplichtingen voldoet. Je moet dit vastleggen om je te kunnen verantwoorden. ‘Nobody likes a show off’, behalve de Autoriteit Persoonsgegevens.

Om te kunnen beoordelen aan welke specifieke verplichtingen je als organisatie moet voldoen, moet duidelijk zijn welke persoonsgegevens binnen de organisatie worden verwerkt. Er moet dus eerst grondig geïnventariseerd worden. Welk type persoonsgegevens wordt verwerkt, met welk doel en is daar een geldige grondslag voor? Wie zijn de betrokkenen en wie zijn de ontvangers? Het meest simpele advies lijkt: verwijder alle persoonsgegevens die onnodig verwerkt worden binnen de organisatie en zorg ervoor dat deze ook niet meer verzameld worden. Wat je niet hebt, kun je ook niet onvoldoende beschermen!

De inventarisatie kan vervolgens gebruikt worden om (bijvoorbeeld):

  • te toetsen of de persoonsgegevens wel rechtsgeldig verwerkt worden;
  • te toetsen of de persoonsgegevens voldoende beveiligd worden;
  • het verplichte verwerkingsregister aan te leggen;
  • het privacystatement up to date te maken;
  • te bepalen met wie er zoal een verwerkersovereenkomst moet worden gesloten;
  • te bepalen of een functionaris voor de gegevensbescherming nodig is (en zo niet wie er binnen de organisatie voor gaat zorgen dat alles op rolletjes loopt);
  • te bepalen wanneer er een privacy impact assessment gedaan moet worden;
  • het verplichte datalekregister voor te bereiden; en
  • te toetsen of kan worden voldaan aan eventuele verzoeken van betrokkenen om een of meerdere van hun rechten uit te oefenen.

Concrete invulling
Bovenstaande verplichtingen gelden voor alle organisaties, groot en klein. Daarbij moet worden opgemerkt dat er meer wordt verwacht van een organisatie, naarmate de verwerkingen waarvoor deze verantwoordelijk is, meer risico’s voor betrokkenen met zich mee brengen. Verder zal er de komende tijd steeds meer duidelijk worden ten aanzien van de concrete invulling van alle verplichtingen. Om hiervan op de hoogte te blijven kan het bijvoorbeeld nuttig zijn om je te abonneren op de nieuwsbrief van de Autoriteit Persoonsgegevens en de website van de European Data Protection Board (voorheen de ‘Article 29 Working Party’) in de gaten te houden.
Zorg ervoor dat u niet die timmerman bent bij wie de deur kraakt, en ga met de AVG aan de slag!

De AVG, wat moeten we ermee?

‘De AVG, wat moeten we ermee?’, zo luidde de titel van het innovatieplatform dat de Nederlandse Orde van Advocaten op 25 april 2018 organiseerde. Ruim zeshonderd advocaten namen deel aan de bijeenkomst, die werd geleid door IT-specialist Brenno de Winter. In het panel van deskundigen zaten onder meer Gerrit-Jan Zwenne (hoogleraar Recht en de Informatiemaatschappij) en Thijs Drouen (Autoriteit Persoonsgegevens).

Na een stoomcursus AVG volgden vier stellingen. De meest opvallende was: ‘Dekentoezicht gaat vóór het toezicht van de Autoriteit Persoonsgegevens’. Het leek de NOvA en de Autoriteit Persoonsgegevens een goed idee om die middag uit te maken wie er als eerste bij een advocatenkantoor zou mogen binnenvallen als er stront aan de knikker is. Dit bleek de deelnemers echter een stap te ver te gaan. Die waren gekomen om te horen hoe advocaten de AVG aan de voorkant moesten inregelen en niet wie er aan de achterkant zou mogen komen straffen.

Er was veel vraag naar gedragsrichtlijnen en templates voor documenten die verplicht worden onder de AVG. De NOvA heeft inmiddels een aantal modellen op haar website geplaatst en er zal in de zomer een nieuw hoofdstuk over privacy verschijnen in het modelkantoorhandboek.

Een aantal tips vanuit het panel:

  1. Een goed begin is het halve werk: zorg dat de inventarisatie goed gebeurt.
  2. Outlook is niet veilig en dus is het aan te bevelen om op je website een (eenvoudig) portal te bouwen waar cliënten op kunnen inloggen en bestanden met persoonsgegevens kunnen uploaden en downloaden.
  3. Software is vaak niet gemaakt om gegevens te verwijderen. Dit moet – in het kader van de verplichte dataminimalisatie – wel worden ingeregeld. Ditzelfde geldt voor back-ups.
  4. AVG-compliant zijn is een ‘work in progress’ en moet binnen elk kantoor met een team worden aangepakt en onderhouden.

‘Het was nu of nooit’

Leven na de advocatuur

Dat er een leven bestaat na de advocatuur bewijst Joris ­Engelsma met zijn ­Wijnkoperij Au Paradis. Omringd door wijndozen uit verschillende Franse streken spraken wij met Engelsma over de advocatuur, de wijnhandel en zijn keuze om het roer om te gooien.

Tekst: Benjamin Bijl en Mayk Koria

Na tien jaar als advocaat te hebben gewerkt bij Labré advocaten, importeert Joris Engelsma tegenwoordig samen met zijn vriendin biodynamische, biologische of met respect voor de natuur geproduceerde wijnen uit Frankrijk. Naast het feit dat het productieproces van deze wijnen beter is voor het milieu, vindt Engelsma deze wijnen over het algemeen lekkerder dan ‘gewone’ wijnen. Au Paradis heeft momenteel een assortiment van 120 verschillende wijnen van 25 verschillende, veelal kleine, producenten.


Joris Engelsma: ‘Het is eigenlijk niets anders dan in de advocatuur’.

Schuld van vriendin
Engelsma grapt dat het de schuld van zijn vriendin is dat hij nu wijn importeert. Hij was altijd al geïnteresseerd in wijnen, maar zijn vriendin heeft ervoor gezorgd dat zijn interesse in een stroomversnelling kwam. Zij is een gediplomeerd wijnkenner en kan uitstekend wijnproeven. Zij is wat men noemt een ‘Weinakademiker’, van wie er maar een handjevol rondloopt in de Benelux. Om deze achtergrond en omdat ze simpelweg veel tijd met elkaar willen doorbrengen, begonnen zij een wijnkoperij. Zijn vriendin is namelijk ‘één van mijn meest favoriete mensen op de wereld’, zegt Engelsma. ‘Au Paradis is een uiting van onze gezamenlijke hartstocht en liefde voor wijn’.

Beaujolais-beurs
Met een glas champagne (‘de enige wijnsoort die óveral bij past’) in de hand luisteren we aandachtig naar Engelsma die vertelt over zijn komende trip naar Frankrijk. Engelsma: ‘Binnenkort ga ik met mijn vriendin weer naar het zuiden van de Bourgogne om een Beaujolais-beurs te bezoeken. Vervolgens gaan we een wijnhuis aandoen te Fuissé waar wij mee samenwerken. Daar gaan wij in het kasteel Château des Rontets overnachten. De volgende ochtend rijden we naar de noordelijke Rhône waar wij een ander wijnhuis gaan bezoeken waar we al mee samenwerken. Onze trip gaat vervolgens naar Beaune, het epicentrum van de Bourgogne, waar wij in drie dagen verschillende producenten zullen bezoeken die wij interessant vinden en met wie we willen samenwerken. Vanuit Beaune rijden we naar de Elzas om onze banden met twee domeinen te versterken. Onderweg doen we het domein Domaine Pignier in de Jura aan om hun dertiende-eeuwse kelder te zien’.

Exact weten waar de wijn vandaan komt, wie de producent is en hoe de sfeer op de wijngaard is, vindt Engelsma belangrijk. Er is een duidelijk andere dagindeling dan die van de advocaat waarneembaar.

‘Vertrouwen kweek je door
goede wijnen te leveren’

Zorgvuldig uitgekozen
De wijnhuizen waar Engelsma mee samenwerkt, heeft hij zorgvuldig uitgekozen. Eerst leest hij zich in over de wijn en de streek. Hij laat ons enkele flinke boeken over wijnen zien, waaronder een wijnencyclopedie, waar hij onder andere zijn informatie uit haalt. Als Engelsma aangetrokken wordt door een wijnhuis gaat hij ernaartoe om een goed gesprek met de wijnmaker te houden om zo de wijn te doorgronden. Om de communicatie met de Franse wijnboeren te bevorderen, volgt hij een cursus Frans. Als de wijn daarnaast van uitstekende kwaliteit is en heerlijk smaakt, neemt hij twee flessen mee terug naar Amsterdam. Een maand na het bezoek, proeft Engelsma weer de wijn om na te gaan of hij het nog ‘te gek’ vindt. ‘Dit doen wij omdat je vlak na het bezoek nog vol bent van de romantiek van de plek en daardoor alles lekker(der) smaakt’, aldus Engelsma. De portfolio van Au Paradise is voor negentig procent op deze wijze opgebouwd.

We vragen Engelsma of hij de advocatuur mist. Engelsma: ‘Ja, ik was gezegend met leuke collega’s, ik heb veel geleerd van de partner voor wie ik werkte en ik vond de manier van werken leuk. Daarnaast vond ik het uitstippelen van strategieën bij nieuwe zaken geweldig, vooral als het lukte op de wijze die ik voor ogen had’.

Avontuur
Ondanks het prettige leven als advocaat heeft Engelsma geen spijt van zijn keus. ‘De stap die ik had moeten maken na tien jaar advocatuur was partner worden en daar waren ook goede kansen voor. Als ik partner werd zou ik nooit meer iets buiten de advocatuur doen. Terwijl ik omgekeerd minder bezwaren zag. Als dit avontuur mis gaat dan kan ik altijd terug naar de advocatuur. Het was een nu of nooit moment’, vertelt Engelsma over zijn beweegredenen de advocatuur te verlaten.

Engelsma vertelt ons dat het een tijd heeft geduurd voordat hij kon wennen aan de koerswijziging. Hij heeft geen achtergrond in het importeren van wijn en er bestaat ook geen opleiding die je kan klaarstomen voor de wijnhandel. Het vak moet je dus leren door trial by error en dat bevalt hem goed. ‘Het is eigenlijk niets anders dan in de advocatuur. Na vijf jaar denk je als advocaat dat je alles weet van het rechtsgebied waarin je werkt, maar dan kom je erachter dat dat niet het geval is. De advocatuur is een prachtig vak, dat je niet op de schoolbanken leert of alleen uit de studieboeken. Je moet om het vak van advocaat te leren echt met je poten in de klei staan en dat is hetzelfde bij wat ik nu doe’, vertelt Engelsma.

Tijdens ons gesprek met Engelsma lopen regelmatig klanten de zaak binnen die belangstellend naar de tentoongestelde wijnflessen kijken. Engelsma vertelt hen met hartstocht over de wijnen en zonder uitzondering lopen ze met een fles in de hand de winkel uit. Engelsma vertelt ons dat het niet de bedoeling was om een winkel te openen waar particulieren binnen kunnen lopen. Aanvankelijk waren ze op zoek naar een pand waar zij een kleine voorraad konden opslaan, zodat restaurants die door hun flessen heen zijn bij hen terecht kunnen, en een plek waar zij met sommeliers wijn kunnen proeven. Vijfennegentig procent van de flessen die Engelsma verkoopt gaat naar de horeca. Dat het pand ook een winkelbestemming heeft, is een leuke bijkomstigheid waardoor particulieren op een laagdrempelige manier kennis kunnen maken met goede wijn.

Gunfactor
We vragen Engelsma hoe hij zijn klanten aantrekt. ‘Het is een kwestie van vertrouwen en gunnen. Het is wat dat betreft niet anders dan in de advocatuur. Je komt ergens binnen en je laat zien wat je hebt en bij de advocaat is dat onder andere de kennis en kwaliteit om problemen op te lossen. Bij wijn is dat hetzelfde. Je moet vertrouwen kweken en dat doe je door goede wijn te leveren. Niet onbelangrijk is dat je het horeca-wereldje moet kennen. Ons voordeel is dat we veel goede contacten hebben in dat wereldje, omdat we vaak restaurants bezoeken’.

Trendsetters
Dat het Engelsma wordt gegund blijkt uit het feit dat ze elk jaar flink groeien. Hij werkt ook graag samen met chefs en sommeliers die het anders willen doen dan de gevestigde orde. Zijn klanten zijn veelal jonge chefs die bij een gerenommeerd restaurant hebben gewerkt, maar kwalitatieve gerechten willen serveren in een ontspannen sfeer. Hij is trots dat hij met deze trendsetters mag werken en het lijstje restaurants die wijn inkopen bij Au Paradis groeit gestaag. Wederom erkenning dat Engelsma en zijn vriendin goede wijn leveren. Niet alleen de horeca gunt het Engelsma, maar ook steeds meer exclusieve wijnhuizen knopen een samenwerking aan met hem. Zo heeft Engelsma producten in zijn assortiment die in Nederland alleen door hem mogen worden verhandeld.

Tijdens ons gesprek met Engelsma heeft hij ook ons kennis laten maken met verschillende bijzondere wijnen. Fun facts over in hoeverre bijvoorbeeld de dikte van het wijnglas invloed kan hebben op de smaak en hoe het suikergehalte van de betreffende wijn tot stand is gekomen, bleven daarbij niet uit. Wij kunnen daarom al onze wijn-liefhebbende-lezers van harte aanraden om eens langs te gaan bij Au Paradis. Maar wees gewaarschuwd: men loopt daar zelden met lege handen weg.

Opkomen voor kinderen in de knel

Deel 2. Vereniging voor Jeugdrecht Advocaten Amsterdam

In deze aflevering van de rubriek specialisatieverenigingen nemen wij een kijkje achter de schermen bij de Vereniging voor Jeugdrecht Advocaten Amsterdam (JRAA). Voorzitter Jan-Hein van Dijk legt uit dat Nederland nog een inhaalslag heeft te maken om niet in gebreke te blijven bij internationale verdragen op het gebied van jeugdzorg.

Tekst: Yvette Kouwenberg en Victor van Campen

In mei 2013 richtten de advocaten Marije Jeltes, Michiel Kuyp en Rachida el Hessaini de Vereniging voor Jeugdrecht Advocaten Amsterdam (JRAA) op. De voornaamste doelstellingen van de vereniging zijn belangenbehartiging en deskundigheidsbevordering van alle jeugdrechtadvocaten in het arrondissement Amsterdam en Noord-Holland, die tevens bij de Raad voor Rechtsbijstand staan ingeschreven voor de specialisatie ‘jeugdzaken’. De werkzaamheden van deze advocaten kunnen zowel civiel jeugdrecht (zoals ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen) als jeugdstrafrecht betreffen. Jan-Hein van Dijk, sinds zes weken voorzitter van de JRAA: ‘We vinden het belangrijk om onze leden door middel van cursussen en lezingen op de hoogte te houden van zaken die spelen op juridisch gebied, maar ook van hele praktische zaken die spelen in het arrondissement’.

Aanspreekpunt
‘Naast het nastreven van deze doelstellingen is de JRAA opgericht omdat het belangrijk was dat de advocatuur structureel overleg had met het Amsterdamse Openbaar Ministerie, de Rechtbank, Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming. Het was ook belangrijk dat de advocatuur één aanspreekpunt kon bieden en zelf ook input kon leveren. Verder wilden de oprichters het kinderen en ouders gemakkelijker maken om een advocaat te vinden via de website. Dat is gelukt. Ook zij weten ons inmiddels goed te vinden’, vertelt Van Dijk. Op het moment van schrijven heeft de JRAA ongeveer 110 leden, welk aantal langzaam maar gestaag toeneemt. ‘De vereniging is vrij snel uitgegroeid tot een volwaardige gesprekspartner en vraagbaak in de regio’, aldus Van Dijk.

Het bestuur vergadert elke zes weken, organiseert jaarlijks vier gratis lezingen voor de leden, maakt en verspreidt digitale nieuwsbrieven voor de leden. Van Dijk: ‘We schuiven aan bij verschillende plaatselijke overlegstructuren. Verder geven we ook informatie aan rechtzoekende ouders en kinderen. De rechtsbescherming van de minderjarige staat hierbij voorop. Als voorzitter zit ik ook in een landelijk overleg met de voorzitters van andere bestaande jeugdrechtverenigingen en de landelijke Vereniging van Jeugdrecht Advocaten met nog wat fanatieke jeugdrechtadvocaten. Het doel daarvan is kennis delen en opkomen voor de belangen van kinderen in de knel’.

Wij vragen of de JRAA zich ook bezighoudt met het vertegenwoordigen van de belangen van de beroepsgroep, en zo ja, op welke manier dat gebeurt. Van Dijk: ‘Ons werk richt zich op versterking van de rechtsbescherming van en rechtsbijstand aan minderjarige rechtzoekenden/verdachten. We nemen deel aan het Rechtbank/Balie-overleggen, ketenpartneroverleg en de stuurgroep Kleinschalige Voorziening. Dat is een opvanglocatie waar justitiële jongeren tijdens de periode van voorlopige hechtenis kunnen verblijven, als alternatief voor de verder weg gelegen justitiële jeugdinrichtingen. Daarnaast neemt de JRAA deel aan het Arrondissementsparket Jeugd overleg van het OM en het TOP600 overleg van de politie, en nog vele andere kringen’.

Uiteenlopende belangen
We vagen ons af of er wellicht soms een spanningsveld bestaat vanwege het feit dat de JRAA als specialisatievereniging verschillende groepen met soms uiteenlopende belangen dient? Van Dijk: ‘Dat zit ‘m vooral in contact met organisaties als de Raad voor de kinderbescherming of Jeugdzorg. Het individuele belang van het kind is namelijk niet altijd hetzelfde als het pedagogische belang. Als je in een strafzaak bijvoorbeeld voor een vrijspraak gaat en dat lukt, dan valt daarmee meteen ook alle voorgestelde zorg weg, en dan kan een rechter ook niets. Dat is helaas van alle tijden, maar wel illustratief voor het feit dat de belangen die er spelen niet altijd met elkaar in de pas lopen’.

Adolescentenstrafrecht
Een belangrijke ontwikkeling in het specialisatiegebied van jeugdrechtadvocaten is volgens Van Dijk de invoering van het adolescentenstrafrecht per 1 april 2014 voor 16 tot 23-jarigen. ‘Tot dan werden jongvolwassenen onder de 18 jaar standaard berecht via het jeugdstrafrecht en jongeren boven de 18 jaar via het strafrecht voor volwassenen. Door het verdwijnen van de harde grens van 18 jaar, kunnen adolescenten voortaan beter op maat worden berecht. Het moet meer perspectief bieden aan jongeren’.

Van Dijk vertelt dat de verscherping van de specialisatie-eisen een andere ontwikkeling is die de afgelopen jaren heeft gespeeld. ‘Het werd wenselijk gevonden dat alle jeugdrechtadvocaten op beide rechtsgebieden (civiel en straf) bijstand zouden verlenen. Het idee was dat de jongere dan één advocaat, één aanspreekpunt had. Ook werden er zogenaamde combi-zittingen georganiseerd. Dit was een lovenswaardig streven, maar in de praktijk bleek het nauwelijks te werken. De Raad voor Rechtsbijstand splitst daarom de twee rechtsgebieden per 1 juni aanstaande weer op in twee aparte specialisaties’.

Van Dijk voorspelt dat de JRAA over tien jaar groter is en nog meer aanwezig. ‘Ik zou graag willen dat we iemand in vaste dienst kunnen nemen voor één of twee dagen in de week voor allerhande administratief werk. Het blijft nu toch vrijwilligerswerk. Leuk en inspirerend, dat natuurlijk wel’.

‘Vakinhoudelijk wens ik dat alle minderjarigen dan recht hebben op gratis rechtsbijstand voor en tijdens het politieverhoor, bij de officier van justitie en bij de rechter. Momenteel is dit nog niet zo voor jeugdige, niet-aangehouden verdachten of verdachten die na 20.00 uur worden heengezonden’. Van Dijk vervolgt: ‘Verder is er al geruime tijd sprake van een tekort aan passende jeugdhulp voor minderjarigen. Kinderen krijgen niet altijd de zorg en hulp die zij nodig hebben en verdienen. Kinderen blijven te lang in een gesloten instelling omdat er geen passende vervolgplek beschikbaar is. Dit is in strijd met internationale verplichtingen. Wij hopen echt dat het kabinet hier op zeer korte termijn werk van en geld voor vrij maakt’.

Lid worden van de JRAA kan via het inschrijfformulier op de website (link). Aspirant leden dienen ingeschreven te zijn bij de Raad voor Rechtsbijstand voor de specialisatie Jeugdzaken. Vanaf juli 2018 splitst de Raad voor Rechtsbijstand de specialisatie jeugdstrafrecht en de specialisatie civiel jeugdrecht (machtigingen plaatsing gesloten jeugdzorg). Lidmaatschap vereist dat per twee jaar acht studiepunten worden behaald. Dat geldt zowel voor het jeugdstrafrecht als het civiel jeugdrecht.

Bouwstenen – ‘Niemand wil terug naar de Oudemanhuispoort’

Na meer dan tien jaar weerstand verruilde de rechtenfaculteit van de UvA vorig jaar
de geliefde Oudemanhuispoort voor een nieuw onderkomen op het Roeterseiland.
Directeur bedrijfsvoering Jan Dijk leidt het ABB rond in het nieuwe complex.

Tekst: Annelies van Ochten en Nick van den Hoek

De vorige locatie van de faculteit, de Oudemanshuispoort, is niet zonder slag of stoot verlaten. ‘Generaties studenten hebben hun keuze voor een rechtenstudie mede laten bepalen door deze unieke locatie’, schreven de hoogleraren in 2009 in een brief aan het bestuur. Ook studenten waren tegen, zij zagen de noodzaak van een verhuizing niet zo. Met een wisselende instroom van studenten en de kritiek dat er meer geld naar onderwijs en onderzoek moest, werd het de jaren daarna duidelijk dat afscheid van de historische locatie op den duur onvermijdelijk was. ‘Inmiddels wil niemand meer terug’, vertelt directeur bedrijfsvoering Jan Dijk, die weifelende reacties kreeg toen hij besloot de rechtenfaculteit te gaan leiden. ‘De rechtenfaculteit hing er toen een beetje bij’.

Naast de rechtenfaculteit huisvest Roeterseiland de faculteiten social sciences en economie en bedrijfskunde. Ook het bestuur van de UvA zetelt na de Maagdenhuisprotesten in 2015 op het Roeterseiland. ‘De nieuwe lichting bestuurders komt gewoon op de fiets naar hun werk, midden tussen de studenten’. Naast dat de nieuwe locatie aanvoelt als een echte campus, biedt de nieuwe locatie de universiteit meer flexibiliteit. ‘Collegezalen kunnen hierdoor beter worden gedeeld en de studenten kunnen ook op de andere faculteiten terecht voor een studieplek’. De Oudemanshuispoort is overigens niet verkocht, de faculteit wijsbegeerte is daar ingetrokken en ook andere faculteiten die met een grote instroom van studenten kampen gebruiken de locatie nog volop.

Eigen rechtbank
Omdat studenten meer dan vroeger op de faculteit aanwezig zijn, ook buiten de contacturen, heeft de nieuwe faculteit meer studieplekken, die handig zijn ingedeeld. ‘Er is goed geluisterd naar wat studenten willen’, aldus Jan Dijk. De studenten worden ook betrokken bij het aankleden van de faculteit, die nog wat kaal en steriel oogt. Niet kaal en steriel zijn de imposante kunstwerken van kunstenares Barbara Broekman die in het nieuwe complex hangen. Het kunstwerk ‘recht en onrecht’, 30 meter hoog, is een compositie van ongeveer driehonderd beelden historische, mythologische en Bijbelse beelden uit de westerse kunstgeschiedenis waarin goed en kwaad wordt weergegeven. In een ander kunstwerk heeft Broekman 250 beelden uit de kunst en populaire cultuur van het icoon van de rechtspraak gebruikt: Vrouwe Justitia.

Er zijn diverse collegezalen, waarbij de grootste zaal ruimte biedt aan 450 studenten en half rond gebouwd is, als een heus theater. De faculteit is ook erg blij dat de nieuwe locatie over een eigen rechtbank beschikt. Door moot courts worden studenten voorbereid op het togawerk en dat is onderdeel van het ‘nieuwe’ praktijkgerichte leren. En natuurlijk is de juridische bibliotheek (‘JB’) meeverhuisd. ‘De studieplekken in de JB zijn het meest populair. Vanwege de beschikbaarheid van literatuur en ook vanwege het mooie uitzicht op de stad’. Het ABB twijfelt hierover, omdat ook het voor studenten beschikbare dakterras in het zonnetje erg verleidelijk oogt.

Meer verbinding met de stad
Waar de Oudemanshuispoort nog enigszins naar binnen gekeerd was, heeft het nieuwe gebouw de ambitie om de verbinding te maken met de stad. De architecten werkten daarom volgens het inside out-principe. De transparantie van het gebouw zorgt ervoor dat het gebouw letterlijk en figuurlijk ‘de etalage’ van de UvA is. Om de verbinding te maken worden de vierkante meters aan de straatkant van het complex zoveel mogelijk verhuurd aan maatschappelijke organisaties die een bijdrage leveren aan de stad, zoals een juridisch loket of een belastingwinkel. Dat doet de UvA zelf trouwens ook. Dijk: ‘We stellen regelmatig ruimte beschikbaar. Laatst heeft het college van B&W van Amsterdam bijvoorbeeld vergaderd in onze faculteitskamer’. Ook komt er nog een grand café met een Italiaans restaurant. Duidelijk is dat het nieuwe onderkomen nog niet af is, maar de verhuizing is al wel geslaagd.

Youtube
Als u op Youtube.com zoekt op ‘The new Amsterdam Law School building’ vindt u een video van 4 minuten over het nieuwe onderkomen van de rechtenfaculteit met een toelichting van de architect. Ook legt de decaan, die ooit tegen verhuizing was, in de video met enige trots uit dat de faculteit nu midden in de stad staat.

Van de Deken – Vluchten kan niet meer

Als ik woensdag 18 april na mijn eerste ‘dekenberaad’ in Utrecht in de auto stap, verblijdt de mobiele telefoon mij met een ongevraagd bericht: het is niet erg druk op de weg naar je gebruikelijke bestemming. Die gebruikelijke bestemming blijkt de Amsterdamse Zuidas te zijn, de plek waar ik tot eind maart de praktijk uitoefende. Gek genoeg is zo’n vergissing van Google en Apple een opluchting: kennelijk weten ze ook weer niet álles van je. Want sinds begin april – ik vermijd de datum 1 april te noemen, want dat klinkt wat vreemd – is mijn werkplek verplaatst naar de Paulus Potterstraat. Met al hun big data en algoritmes hebben ze dat bij Apple en Google nog niet door.

Een op zich tamelijk onbeduidend voorval, maar door het moment wel het noemen waard. Velen van ons zijn wakker geschrokken door het Cambridge Analytica-schandaal; de big data-verzamelaars, in dat geval Facebook, weten wel érg veel over ons en die wetenschap kán misbruikt worden. En dan is er ook de invoering van de AVG per 25 mei jl.; regelgeving die precies over dat onderwerp gaat en ons zou moeten beschermen tegen al te gretig en ongevraagd gedrag van big data-verzamelaars. Door de AVG zullen alle advocatenkantoren, maar ook de Amsterdamse orde van advocaten, veel werk moeten verzetten. De AVG is immers onverkort op ons van toepassing. Wie zijn hoop had gevestigd op de ‘MKB-vrijstellingsclausule’ voor ondernemingen met minder dan 250 werknemers, zal teleurgesteld moeten worden. Aan de voorwaarden die de Autoriteit Persoonsgegevens voor deze vrijstelling gaat hanteren, zal geen advocatenkantoor kunnen voldoen.

Actualiteitencursus AVG
We kunnen klagen dat al die moeite nergens toe dient als het om advocatenkantoren gaat, dat de goeden weer eens onder de kwaden lijden, maar we zullen ons gewoon aan de AVG moeten houden. Daarbij zal de Amsterdamse orde zijn best doen de kantoren waar mogelijk te ondersteunen. Zo is inmiddels een Actualiteitencursus AVG voor advocaten gepland voor 13 juni a.s. en willen we stimuleren dat kantoren kennis delen en waar mogelijk gezamenlijk optrekken, omdat in veel gevallen het inhuren van specialistische ondersteuning nodig zal zijn. Daarnaast zal de invoering van de AVG ook bij het toezicht aan de orde komen, in eerste instantie vooral bij de kantoorbezoeken.

Het is maar één voorbeeld van het soort zaken waarmee ik mij – met de raad van de orde en de medewerkers van het bureau – de komende jaren mee bezig zal gaan houden. Maar het is wel een interessant voorbeeld: het laat zien dat gewoon je werk als advocaat enthousiast en toegewijd doen en de Gedragsregels een beetje in de gaten houden, niet meer voldoende is. In toenemende mate zal moeten worden voldaan aan regelgeving die zijn grondslag niet vindt in de Advocatenwet. De Wwft – ook een wet die het nodige werk met zich brengt – ging de AVG voor, maar buitelt er deze zomer weer overheen met aanpassingen die opnieuw extra werk meebrengen. Het is maar de vraag of het einde van deze ontwikkeling inmiddels in zicht is.

Af en toe een stukje schrijven voor het ABB is een ander onderdeel van mijn takenpakket. Ik houd het de eerste keer kort, omdat ik uitkwam bij een niet écht een vrolijk makend onderwerp. Ik zal mijn best doen de volgende keer een meer opbeurend onderwerp te vinden.
En de reis van mijn woning naar de Paulus Potterstraat leg ik zonder routeplanner per fiets of tram af, dus het zal nog wel even duren voordat ze bij Google weten dat ik deken ben.

‘De afhankelijke en kwetsbare mens moet worden beschermd’

Esther Pans gaf lezing over de ‘laatstewilpil’ en het recht

Op 30 april 2018 gaf mr. dr. Esther Pans, advocaat bij Kennedy van der Laan, een lezing voor de Jonge Balie in het teken van de ‘laatstewilpil’ van Coöperatie Laatste Wil. Na afloop van de lezing mochten wij haar nog een aantal vragen stellen over dit gecompliceerde vraagstuk.

Kunt u kort iets over uzelf en uw werk vertellen?
‘Alles wat ik doe, draait om recht en geneeskunde. Mijn praktijk als advocaat bij Kennedy Van der Laan is geheel gericht op de zorg. Ik zit in het Team Gezondheidszorg en doe medische aansprakelijkheid, medisch tuchtrecht en het klassieke gezondheidsrecht, zowel procedures als advisering, meestal aan de kant van de arts of de zorginstelling. Daarnaast ben ik lid-jurist van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam en lid van de Raad van Toezicht van de Levenseindekliniek. Ook zit ik in de redactie van het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht. De combinatie van advocatuur, bestuur en (tucht-)rechtspraak is fantastisch. Mijn achtergrond is wetenschappelijk: in 2006 ben ik aan de VU gepromoveerd op de euthanasiewet’.

Hoe gaat de Coöperatie Laatste Wil te werk, en waarom is daar zoveel ophef over ontstaan?
‘De CLW, zoals ik ze maar even kortheidshalve noem, geeft leden informatie over een middel waarmee ze hun leven kunnen beëindigen: de “laatstewilpil”. En niet alleen informatie: ook helpt de CLW haar leden aan dit middel te komen. De verspreiding gaat via inkoopgroepen. De CLW gaat uit van zelfbeschikking. Dat is een uiterst belangrijk leidend beginsel voor alles wat ze doen. Daaruit volgt dat er weinig eisen worden gesteld aan de mensen die dat middel willen hebben: ze gaan ervan uit dat mensen voor zichzelf de afweging kunnen maken of ze dood willen of niet. De enige eisen die CLW stelt is dat een lid 18 jaar of ouder is en 6 maanden lid is. Daarnaast zijn er bij de verstrekking van het middel enkele waarborgen ingebouwd, zoals een kluis die kan worden geopend met een vingerafdruk waarin het middel wordt bewaard en de verwerking van een indigo-blauwe kleurstof in het middel, zodat bij overledenen zichtbaar is dat ze het middel van CLW hebben gebruikt: ze hebben dan een blauwe tong. Er is zoveel onrust over ontstaan omdat de waarborgen wel erg summier zijn. Wie garandeert dat het CLW-lid wilsbekwaam is? Wie checkt of degene die dat poeder bestelt niet bijvoorbeeld een depressie heeft die nog behandelbaar is? Welke waarborgen zijn er om misbruik uit te sluiten? Bijvoorbeeld doordat de zorg voor je demente moeder toch wel erg zwaar wordt en wie weet onder de redenering: die demente staat had moeder nooit gewild. Je krijgt zo heel schimmige situaties, terwijl het gaat om leven en dood. Je brengt een dodelijk middel in de samenleving waarmee grote schade kan worden aangericht. Dat moet je uiterst zorgvuldig doen en in de opzet van de CLW is het risico op misbruik en ongelukken wat mij betreft nog te veel aanwezig. Dat is ook waarom de CLW recent, onder zware druk van het OM, heeft laten weten haar activiteiten te staken’.

Zorgt de geheimzinnigheid rondom de distributie van de pil niet juist voor de huidige politieke onrust en zou gepaste regulering op dit vlak deze zorgen volgens u niet weg kunnen nemen?
‘Tja, het is erg moeilijk om een zorgvuldige regulering te verzinnen. De risico’s zijn gewoon erg groot. Al sinds 1991, toen Huib Drion in NRC Handelsblad een zeer aansprekend essay schreef over het zelfgewilde levenseinde, wordt er door juristen, politici en beleidsmakers over nagedacht. En tot nu toe heeft dat nog niets opgeleverd. Het idee is prachtig en legitiem, maar op de operationalisering ervan is iedereen tot nu toe stuk gelopen. En dat is tragisch, want er is een grote vraag naar. Het zou heel veel, vooral oudere, mensen een enorme rust geven als zij over zo’n laatstewilpil konden beschikken. Het zou hen de kracht kunnen geven door te leven tot het echt niet meer gaat en dan zelf het laatste moment te bepalen. Nu moeten mensen soms “te vroeg” om euthanasie vragen omdat zij bang zijn dat zij als zij te lang wachten niet meer wilsbekwaam zijn. Ook zijn mensen nu erg afhankelijk van hun arts. Euthanasie is een verzoek aan je arts, geen recht, en de arts kan het verzoek om allerlei redenen weigeren. Bijvoorbeeld omdat hij vindt dat jouw lijden (nog) niet ondraaglijk en uitzichtloos is. Of omdat hij twijfelt over de vrijwilligheid en weloverwogenheid van jouw euthanasieverzoek. Als patiënt verkeer je in een afhankelijke positie ten opzicht van je arts’.

In hoeverre is de verstrekking van de laatstewilpil volgens u met voldoende juridische waarborgen omkleed?
‘Het plan van CLW bevat echt te weinig waarborgen, en is nu dus ook in de ijskast gezet. Het opzettelijk beëindigen van een leven blijft in beginsel een zwaar misdrijf, een levensdelict. In het strafrecht gaan we uit van de zwakste schakel in de keten: niet de hoogopgeleide, assertieve, onafhankelijke mens is de norm, maar de zwakke, afhankelijke en kwetsbare mens. Die moet beschermd worden. Het gevaar van misbruik is gewoon enorm. Over familieverhoudingen moet je niet naïef zijn. Mensen kunnen elkaar de gruwelijkste dingen aandoen. Er is een strafzaak van een jaar of tien geleden waarin een 27-jarige man, een chemicus, een dodelijk middel op de boterhammen van zijn vriendin had gesmeerd, onder de pindakaas. De reden was dat hij geen kind wilde en zij wel. Een paar uur later, op haar werk, toen zij haar lunchpakket opat, stierf zij. Het ging waarschijnlijk om hetzelfde middel als CLW gebruikt. Bij het overlijden van een persoon zijn grote belangen gemoeid, zowel emotioneel als financieel. Daar moet je superzorgvuldig mee omgaan’.

De Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (de Euthanasiewet) dateert uit 2002. Is deze wet toe aan vernieuwing?
‘Daarop zeg ik volmondig: nee. De Euthanasiewet is een heel bijzondere en ook mooie wet. De wet gaat uit van open normen: ondraaglijk en uitzichtloos lijden en vrijwillig en weloverwogen verzoek. Dat is een principiële keuze van de wetgever geweest. Zo kan, door de jaren heen, ruimte worden gegeven aan nieuwe inzichten en ontwikkelingen op het gebied van medische ethiek, recht en geneeskunde. Wat is lijden? De inzichten daarover kunnen veranderen. Zo is recent door de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie bepaald dat een “stapeling van ouderdomsklachten” bij (hoog-)bejaarden tot ondraaglijk lijden kan leiden en dus grond kan zijn voor euthanasie. De optelsom van een hele trits van, op zichzelf bij de ouderdom behorende, gebreken, klachten en kwalen, kan voor een individu ondraaglijk worden. Daar horen vaak ook geestelijke, existentiële klachten bij. Sinds 2012 kunnen mensen ook terecht bij de Levenseindekliniek, als hun eigen arts niet wil of kan helpen met euthanasie. Daar wordt zeer zorgvuldig en met grote menselijke betrokkenheid bekeken of een verzoek binnen de wet valt en natuurlijk ook of er echt geen andere oplossing is. Het is erg goed dat de Levenseindekliniek er is, maar het beste blijft het natuurlijk als de eigen arts bereid is het te doen’.

De toetsingscommissie voor Euthanasie toetst achteraf op basis van een verslag van de arts of de euthanasie inderdaad binnen de wet viel. Waarom toetsing achteraf?
‘Toetsing vooraf is door de wetgever afgewezen omdat dan de persoon die dood wil, als het ware, voor een “doodscommissie” moet verschijnen. Dat werd onkies en niet wenselijk geacht. Wel moet de arts die het euthanasieverzoek overweegt te accepteren, een tweede, onafhankelijke arts om advies vragen, meestal een zogeheten SCEN-arts. Die geeft zijn oordeel over alle wettelijke zorgvuldigheidseisen, zodat in feite dan ook een soort toetsing vooraf plaatsvindt. Het is echter wel slechts een advies. In de praktijk worden die vaak gevolgd door de eerste arts, maar het hoeft niet’.

Worden artsen vaak vervolgd?
‘Sinds de inwerkingtreding van de Euthanasiewet in 2002 is er nooit een arts vervolgd, maar recent, sinds 2017, heeft het OM zijn beleid op dit punt gewijzigd. Op dit moment lopen er vier strafrechtelijke onderzoeken jegens artsen die een euthanasie hebben verricht. Voor artsen is dit enorm bedreigend en afschrikwekkend. Ik maak mij hier grote zorgen om. Euthanasie was “gedejuridiseerd”, het strafrecht was op afstand geplaatst, en dat was ook de opzet van de Euthanasiewet. Nu lijkt dat te worden teruggedraaid. Terwijl de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie, die bestaan uit een jurist, een arts en een ethicus, goed werk doen en elke euthanasiemelding zorgvuldig beoordelen. Ik hoop dat het OM beseft hoe kostbaar en kwetsbaar onze Nederlandse euthanasiepraktijk is’.