Categorie archief: Editie maart 2019

Interview – ‘Geen compromissen waar het gaat om mensenrechten’

Strafrechtadvocaat Michiel Pestman
contra de erosie van de rechtsstaat

Strafrechtadvocaat Michiel Pestman deed als stagiair onderzoek naar de betrokkenheid van Servië en Montenegro bij de oorlog in Bosnië, voerde de verdediging bij het Cambodja-tribunaal en het Sierre Leone-tribunaal, deed recent een aantal terrorismezaken en werd opgepakt tijdens een demonstratie tegen Zwarte Piet. Alle reden voor een interview met de naar Los Angeles vertrokken strafpleiter. ‘In Nederlandse strafzaken, en zeker in terrorismezaken, wordt niet met gelijke wapens gestreden.’

Tekst: Quirine van Voorst en Benjamin Bijl

We spraken deze keer op een atypische manier met een atypische advocaat. Strafrechtadvocaat Michiel Pestman van kantoor Prakken d’Oliveira woont tegenwoordig in Los Angeles en de kas van het ABB laat een live interview niet toe. Dus interviewen wij hem telefonisch. Hoewel Pestman vooraf aangaf dat hij niet zoveel te melden had, blijkt al gauw het tegendeel.

Defending Brother Nr. 2
Voordat wij Pestman spreken, is ons aangeraden de documentaire Defending Brother Nr. 2 te bekijken. Deze gaat over de verdediging van de nummer twee van de Rode Khmer, het schrikbewind van Pol Pot, die ook wel ‘Brother nr. 1’ werd genoemd. Die nummer twee heet Nuon Chea en deze werd in 2007 opgepakt en aangeklaagd door het speciaal daarvoor opgerichte Cambodja-tribunaal. Zijn verdediging werd gevoerd door Pestman en (later) zijn kantoorgenoot Victor Koppe. De documentaire geeft een interessante inkijk in de processtrategie en de manier waarop de twee advocaten hun tijd doorbrengen in Cambodja en omgaan met hun rol als verdediger van een man die de boeken zal ingaan als een van de grootste (oorlog)misdadigers uit de Cambodjaanse geschiedenis. De documentaire biedt ook inzicht in het karakter van Pestman. Hij staat voor zijn cliënt en laat zich niet makkelijk sturen. Zeker als hij meent dat regels van een eerlijk proces in de wind worden geslagen. Dat uit zich al vroeg in de procedure. De voorzitter van het tribunaal wil dat Pestman op het openingsstatement van de aanklager ingaat, terwijl Pestman de inhoud daarvan nog niet met Nuon Chea heeft kunnen bespreken. Pestman weigert en krijgt een en ander over zich heen van de voorzitter. Toch houdt hij voet bij stuk en de voorzitter besluit dan dat Pestman zijn beurt voorbij is. Als Pestman na de zitting door een journalist wordt bevraagd of hij wel de juiste keuze heeft gemaakt, spreekt zijn gezicht boekdelen. Er is namelijk geen andere optie: Pestman werkt niet mee aan een oneerlijk proces.

Pakketje schroot met dun laagje chroom
We vragen Pestman wat meer te vertellen over die tijd. Vanaf 2007 behandelde hij de zaak en in 2010 verhuisde hij, met zijn gezin, naar Phnom Penh. Pestman kijkt er op terug als een heel leuke ervaring die (a) hem – via een cliënt – een zeer interessante ontmoeting met een stuk geschiedenis heeft gebracht en (b) het uiterste heeft gevergd van zijn creativiteit als advocaat. De discussie vond in die zaak namelijk voornamelijk plaats buiten de rechtszaal en het was leuk om aan die discussie deel te nemen, en zo niet alleen de discussie te beïnvloeden maar ook de gang in de rechtszaal, aldus Pestman. Maar de zaak veroorzaakte ook frustratie en teleurstelling. De corruptie en politieke beïnvloeding in Cambodja bleken veel institutioneler dan in andere landen waar hij eerder mee te maken had gehad. Het duurde even voordat Pestman doorhad wat het betekende dat de meerderheid van de rechters in deze zaak Cambodjaans waren; en de internationale rechters hadden geaccepteerd dat de lat voor een eerlijk proces heel laag lag. ‘Dan is niks beter dan iets wat niet deugt’, legt Pestman uit. ‘Ik heb geprobeerd duidelijk te maken dat het geen eerlijk proces was, maar dat kwam niet aan. De regering bepaalde uiteindelijk wat er gebeurde, niet het tribunaal. Het was een pakketje schroot met een dun laagje chroom.’

‘We moeten meer naar
het common law-systeem’

Om die reden besloot Pestman zich vroegtijdig terug te trekken uit het tribunaal. Die beslissing ging niet over één nacht ijs, nu hij zijn cliënt niet alleen aan de goden wilde overleveren. Dat zijn toenmalige kantoorgenoot Victor Koppe nog wel heil zag in het proces en wilde overkomen, maakte die beslissing gemakkelijker. ‘We denken er inmiddels overigens hetzelfde over’, zegt Pestman. Hij vervolgt: ‘Dit experiment moet niet worden herhaald, daar is iedereen het wel over eens. We kunnen geen genoegen nemen met minder omdat het een moeilijk land betreft en kunnen geen compromissen sluiten waar het gaat om mensenrechten. We hebben niet voor niets internationale minimumnormen. Het is onomstreden dat Nuon Chea onderdeel was van de Khmer Rouge, maar dat wil niet zeggen dat hij geen eerlijk proces moest krijgen.’

Michel Pestman en zijn confrère.

Moreel kompas
We vragen Pestman of een zaak als deze zijn visie op wat goed en slecht is nog heeft beïnvloed. Hij antwoordt dat een dergelijke visie niet relevant is voor een advocaat, maar dat dat wel de eerste keer was dat hij merkte dat zijn morele kompas niet dat van de rechters was. En dat is ingewikkeld. Pestman heeft in die tijd een paar keer overleg gevoerd met de Amsterdamse Deken omdat de zogenoemde Trial Chamber een klacht had ingediend over Pestman’s gedrag in de rechtbank en daarbuiten. Het citeren uit songteksten werd bijvoorbeeld niet gepruimd. Verder trok Pestman zich niets aan van sommaties van het tribunaal om lijsten van te horen getuigen en allerlei andere stukken (ten onrechte) geheim te houden. Het Nederlands tuchtrecht heeft Pestman destijds beschermd, in die zin dat hij als Nederlandse advocaat uiteindelijk vooral aan het Nederlands tuchtrecht was onderworpen. Dat tuchtrecht is er immers ook om advocaten die zich aan de regels houden, tegen oneigenlijke aanvallen te beschermen. De klacht uit 2011 hangt waarschijnlijk in het rariteitenkabinet, er is in elk geval nog steeds geen uitspraak gedaan.

Advocaat uit armoede
Om een beter beeld te krijgen bij hoe Pestman in een dergelijke zaak gerold is, gaan we terug naar het begin. Na de saaie rechtenstudie in Leiden – een onpersoonlijke leerfabriek, aldus Pestman – besluit hij nooit meer iets met rechten te maken te willen hebben. Tot zo ver geen uniek verhaal. Kort nadat hij vervolgens naar Amsterdam verhuist, wordt Pestman opgeroepen voor de militaire dienstplicht. Hij weigert echter en werkt een tijd bij theater De Balie. Omdat hij niet goed weet wat hij wil, vertrekt hij vervolgens naar Londen om een master politieke wetenschappen te doen. Dit alles in de hoop om ooit nog eens journalist te worden. Als dat niet lukt, of in ieder geval niet houdbaar blijkt te zijn, wordt hij in 1994 ‘uit armoede’ toch maar advocaat. Via de kleinste internationale organisatie die er bestaat, de Conférence de la Haye de droit international privé – ook wel de Haagse conferentie voor internationaal privaatrecht – komt hij terecht bij Prakken d’Oliveira, het enige kantoor waarvoor hij wilde werken en nog steeds werkt. Dit kantoor is begonnen als het advocatencollektief Nieuwezijds en is groot gemaakt door onder meer Ulli d’Oliveira, Ties Prakken en Phon van der Biesen. Het kwam voort uit het golfje advocatencollectieven dat eind jaren zeventig, begin jaren tachtig opkwam. Het huidige kantoor is daar dus een kindje van. Het was een vooruitstrevend en bevlogen kantoor; en er zaten geen advocaten van het soort dat Pestman vreselijk vond (de Zuidas-advocaat toen er nog geen Zuidas was). Pestman: ‘Veel leuke zaken, maatschappelijk betrokken en jezelf inzetten voor de minder bedeelde mens. Helaas een trend die je tegenwoordig nog weinig ziet’.

‘Het is een combinatie van
ijdelheid en nieuwsgierigheid’

Pestman begon als onbetaalde student-stagiaire met een jongensdroom van een opdracht. De Bosnische regering had begin jaren negentig een zaak aangespannen tegen Servië en Montenegro bij het internationaal gerechtshof vanwege schending van het genocideverdrag; en hier moest feitenonderzoek naar gedaan worden. Hoe is dit gelopen? Zoals veel leuke dingen, puur toeval. Pestman sprak redelijk Engels en werd als manusje van alles ingezet op de zaak. Hij moest als jongste bediende ook veel werken in en vanuit Sarajevo. ‘Het was heel spannend, er gingen geen reguliere vluchten naartoe en het was landen tussen de kraters’. De oorlog was nog niet voorbij, vertelt Pestman. Op het ministerie van veiligheid aldaar moest hij documenten inzien die waren gevonden op het slagveld. Samen met een tolk werden die gedocumenteerd. De eerste vijf jaar van zijn carrière heeft Pestman aan deze zaak gewerkt. Pestman over die tijd: ‘Ik deed onderzoek in primaire bronnen. Dat doe je als strafadvocaat zelden. Wat toen bleek, is dat het conflict in Bosnië en de massamoord op de moslims en Kroaten niet een spontane uitbarsting was, maar een zorgvuldig vanuit Belgrado voorbereide coup. Uiteindelijk zijn Servië en Montenegro door het internationaal gerechtshof veroordeeld voor medeplichtigheid aan genocide, een unicum in het internationaal recht.’

Compos mentis?
Tegelijkertijd was hij voor de (destijds) minimale opleidingsverplichtingen in Nederland en deed hij een aantal zaken ernaast op het gebied van strafrecht, en zelfs familierecht. Met een zelf geschreven stageverklaring rondde hij zijn advocatenstage af. In het eindgesprek met de Orde werd hem gevraagd of hij wel compos mentis was, maar met een andere reden dan het verhaal zou doen vermoeden. Hij had al die tijd voor het minimumloon gewerkt.

Sierra Leone
Internationale strafzaken waren in eerste instantie geen onderdeel van het pakket van zijn kantoor. Toen Pestman in 2003 gevraagd werd om een zaak bij het Speciaal Hof voor Sierra Leone te doen, was de eerste reactie dan ook: ‘Wie staat de fietsendieven dan nog bij?’ Een volstrekt terechte vraag wat Pestman betreft, maar uiteindelijk is besloten om hier toch voor te gaan. Onze vraag is dan: Hoe komt zo een zaak bij jou terecht? Hij antwoordt: ‘Omdat ik mensen kende. Na de “Joegoslavië-zaak” kende ik mensen bij het Joegoslavië-tribunaal (hoewel die zaak niet daar speelde). Daar heb ik ook mijn vrouw ontmoet, die daar werkte. Verder had en heeft het kantoor nauwe banden met Doughty Street Chambers, het kantoor van onder meer Amal Clooney. Ik denk ook dat ze op zoek waren naar mensen met een wat andere kijk op het recht, een niet-common law visie. Tot slot heb ik niet de illusie dat ik de eerste ben die gevraagd is, ik denk dat niemand anders er naartoe wilde!’

Spookstad
Pestman vervolgt: ‘Door het zogeheten Defence Office kreeg ik een verdachte toegewezen die werd verdacht van misdrijven tijdens de burgeroorlog tussen 1991 en 2002. Sierra Leone was in de jaren tachtig en negentig op bescheiden schaal nog een toeristische trekpleister vanwege de prachtige stranden, maar na de burgeroorlog was de hoofdstad Freetown een spookstad met bij wijze van spreken twee restaurants. Ik ben er tot 2007 actief geweest maar heb er niet permanent gezeten. De verdachte heeft zes jaar gekregen, wat voor hem – Moinina Fofana, zelfverklaard director of war – een gunstige uitkomst was. In hoger beroep is die straf overigens exponentieel verhoogd, maar daar was ik niet bij betrokken. Ik heb geen spijt van deze tijd, het was de eerste strafzaak waarbij ik zelf onderzoek kon doen. Daar was geld voor.’
Voor ons is het moeilijk voor te stellen dat je getuigen moet vinden en spreken die overal en nergens wonen. Dat ging destijds met een helikopter van de VN om de binnenlanden in te gaan of met een bootje om de moerassen te trotseren, vertelt Pestman. Ook is hij met leden van zijn team naar alle buurlanden geweest, bijvoorbeeld Liberia; en naar Nigeria en Ethiopië. Pestman wijst erop dat dit allemaal mogelijk was omdat het tribunaal was geschoeid op Engelse leest, waar zulk onderzoek vanzelfsprekend is. Daarnaast functioneerde het Sierra Leone-tribunaal omdat – ook in tegenstelling tot het Cambodja-tribunaal – de meerderheid van de rechters internationale rechters waren en de regering een (soort van) democratie was. Corruptie was er zeker ook, onrecht veel minder.

‘In Somalië sliepen we met een
helm en bomvest onder het bed’

Zelfstandig onderzoek
De noodzaak van zelfstandig onderzoek door de verdediging is een onderwerp dat een aantal keer terugkeert tijdens het gesprek. Pestman ziet het gebrek hieraan als een tekortkoming van het Nederlandse systeem. ‘Er is voor de verdediging in Nederland niet zo veel meer te doen als een dossier wordt aangeleverd. We moeten meer naar het common law-systeem, waar de waarheid ergens in het midden ligt en niet in het dossier dat door de politie is samengesteld. De verdediging moet eigen onderzoek kunnen doen om alternatieve scenario’s te kunnen presenteren en bepleiten. In een common law-systeem wordt de verdediging geacht zelfstandig onderzoek te doen en worden alle getuigen op zitting gehoord. Dit is, in ieder geval in potentie, een veel eerlijker systeem’, aldus Pestman.

Frustratie
Door zijn internationale ervaringen is Pestmans’s frustratie in strafzaken die hij in Nederland deed en doet, gegroeid. Hij licht dit toe: ‘Eind jaren negentig begon de Nederlandse staat mensen in Nederland te vervolgen op basis van universele jurisdictie. Ik heb een aantal zaken gedaan van mensen die in andere landen verdacht werden van oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid. Mensen uit Afghanistan, Rwanda, Somalië, die soms toevallig in Nederland waren en asiel aanvroegen. Ik heb geprobeerd om die zaken te doen op de “internationale manier”, maar het was moeilijk om rechters ervan te overtuigen dat er geld nodig was voor de verdediging om eigen onderzoek te doen. In Den Haag en Rotterdam is het een aantal keren gelukt om de rechters zo ver te krijgen om een potje ter beschikking te stellen voor het zoeken naar getuigen aldaar. De Nederlandse politie vindt daar namelijk niks. Deze onderzoeken hebben ook daadwerkelijk tot nieuwe inzichten geleid. Ik ben een keer met mijn collega Göran Sluiter voor een “piratenzaak” naar Somalië geweest om daar onder anderen een getuige te vinden van wie iedereen zei dat hij dood was. Je moet je voorstellen dat de getuigen allemaal uit een dorpje aan de kust kwamen en, omdat het te gevaarlijk was voor ons om daar naartoe te gaan, zij naar Mogadishu moesten komen. Dat zijn logistieke uitdagingen van een hele andere orde. De getuigen werden dan op een later moment nog gebeld door de rechter-commissaris in Nederland. Deze trip heeft wel degelijk nieuw licht op de zaak geworpen, dat anders nooit geworpen was.’
‘Achteraf realiseerden wij ons dat dat tripje ook een risico vormde voor de rechters die het avontuur hadden gesubsidieerd, nu het maar de vraag was of dat avontuur goed zou aflopen’, licht Pestman toe. Somalië is namelijk een failed state (zelfs minister Blok had dat mogen zeggen) waar war lords het voor het zeggen hebben. Pestman: ‘We moesten onze eigen beveiliging regelen, waarbij het van cruciaal belang is om je goed te laten informeren over naar wie die beveiliging zou luisteren. We sliepen met een helm en bomvest onder het bed en zaten regelmatig vlakbij de safe room: een soort kalasjnikov-museum, maar dan in een grote kluis die van binnenuit hermetisch kon worden afgesloten in het geval van een aanval op de compound.’
Na al deze spannende verhalen vragen we Pestman: ‘What’s in it for you?’ Hij antwoordt: ‘Het is een combinatie van ijdelheid en nieuwsgierigheid. Advocaten, en zeker strafrechtadvocaten, die zeggen dat ze het werk doen omdat ze het zo belangrijk vinden dat hun cliënten een eerlijk proces krijgen, zou ik wantrouwen.’ Wij laten Pestman met een knipoog weten het interview te zullen vervolgen met een gezonde dosis wantrouwen.

Beklag over rechtsstaat
Pestman heeft in de afgelopen jaren meermaals zijn beklag gedaan, zowel in de media als in de rechtszaal, over de staat van de Nederlandse rechtsstaat. Dit onder meer over het afluisteren van advocaten door de AIVD en de MIVD, de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, en de feitelijke omkering van bewijslast in zaken van teruggekeerde jihadisten. Wij vragen hem dan ook hoe hij vindt dat we er in Nederland aan toe zijn. ‘De manier waarop de terrorismezaken die ik gedaan heb, behandeld zijn en het gemak waarmee er veroordeeld is, hebben mijn beslissing om naar Amerika te gaan wel vergemakkelijkt. Het is wat mij betreft onbegrijpelijk dat Laura H. is veroordeeld. Dat zij in Syrië geweest is, wil niet zeggen dat zij het oogmerk had om daar terroristische misdrijven voor te bereiden of daarbij te helpen. Dat wordt veel te gemakkelijk aangenomen. Ik hoop dat de rechters uit Rotterdam die haar hebben veroordeeld het boek lezen dat over Laura is verschenen. Er staat een enorme druk op rechters vanuit de politiek en de maatschappij om tot veroordeling over te gaan. Je zou kunnen zeggen dat afreizen op zichzelf al strafbaar is, al voordat het strafbaar is gesteld. Er valt hier dan ook weinig eer meer aan te behalen voor strafrechtadvocaten. De veroordelingen bij verstek in dit soort zaken zijn al helemaal idioot. Doet het er dan echt niet meer toe wat een verdachte te zeggen heeft?’

‘Doet het er dan echt niet meer toe
wat een verdachte te zeggen heeft?’

Advocatenstaking
Het interview vindt plaats op 16 januari 2019, de dag van de advocatenstaking. Pestman ondersteunt die staking van harte. Pestman: ‘De inhoud van de brief van Sander Janssen van Cleerdin & Hamer aan de Raad voor Rechtsbijstand onderschrijf ik. Het is lastig te verkroppen dat het uiteindelijk altijd de advocaat is die aan het einde van het etentje met de rekening wordt opgescheept. Er wordt misbruik gemaakt van het feit dat advocaten, ook als de staat de geldkraan dichtdraait, hun cliënten niet in de steek mogen of willen laten. Advocaten zijn heel plichtsgetrouw, is mijn ervaring, financiële belangen van de advocaat ruimen in de regel altijd het veld voor het belang van de cliënt. Er zijn weliswaar minder zaken dan vroeger, maar de zaken zijn oneindig veel ingewikkelder dan vroeger. Enerzijds ben ik voor het eisen van meer specialisatie, omgekeerd merk ik dat ik nu word afgerekend op ervaring. Ik zou een zaak volgens de Raad voor Rechtsbijstand om die reden in minder tijd moeten kunnen doen. Ik heb vele discussies met de Raad voor Rechtsbijstand gevoerd. Ik heb bijvoorbeeld aangegeven die terroristenzaken eigenlijk niet te kunnen doen voor het forfaitaire bedrag, maar dat leidde nergens toe. De budgetten voor het Openbaar Ministerie zijn overigens nog steeds veel groter dan die van de Raad voor Rechtsbijstand voor de advocaten; dat klopt niet. In Nederlandse strafzaken, en zeker in terrorismezaken, wordt niet met gelijke wapens gestreden.’

Naïef
Tot slot, de Zwarte Pieten-discussie. Deze staat Pestman na aan het hart. Uiteindelijk zijn het, wat Pestman betreft, witte mensen die een beetje domme zwarte mensen nadoen en is het naïef om te denken dat dat niet racistisch is. ‘Ik begrijp dat niet iedere aanhanger van zwarte piet de intentie heeft te discrimineren, maar diezelfde aanhanger mag niet de ogen sluiten voor het effect dat die zwarte pieten op zwarte Nederlanders heeft. Sinterklaas is niet voor iedereen in Nederland een feest. In Amerika is dit eigenlijk vanzelfsprekend. Black face is hier eenvoudigweg onacceptabel. Hier hoef je niet met roetvegen aan te komen.’ Dat hij werd opgepakt tijdens een demonstratie tegen zwarte piet, vindt hij nog steeds bizar. Uiteindelijk is hem wel aangegeven dat hij ten onrechte is aangehouden en is hem een schadevergoeding aangeboden; maar hij wacht nog altijd op een excuus.

California Dreaming
Pestman en zijn gezin zijn voor de verdediging van Nuon Chea verhuisd naar Cambodja. Nu naar Los Angeles is hij degene die is meeverhuisd. Pestman zijn vrouw Kate Mackintosh heeft afgelopen zomer een baan gekregen bij de universiteit van Californië in Los Angeles. Zij is directeur geworden van het Promise Institute for Human Rights en heeft een – in Pestmans ogen – astronomisch bedrag gekregen om dit verder uit te bouwen. Deze klus duurt in ieder geval twee jaar en was te leuk om te laten schieten. Op de vraag of Pestman mag meedenken over waar de twintig miljoen dollar naar toegaan, antwoordt hij lachend: ‘Ik denk zeker mee, maar of ze naar me luistert? Laten we het houden op klankborden.’

Adviserende rol
Pestman zegt er geen probleem mee te hebben voor huisman te spelen in de tussentijd. Hij werkt ondertussen ook gewoon door voor Prakken D’Oliveira, al is het op een lager pitje. Hij wist vooraf dat het een meer adviserende rol zou gaan worden nu hij cliënten moeilijk kan bezoeken, maar het valt hem tegen hoe zeer zijn werk toch aan Nederland gebonden is. Wat dat betreft had hij liever in New York gezeten. Pestman heeft het overigens prima naar zijn zin in Los Angeles. ‘Niet alleen ligt het dichter bij Azië waar ook altijd van alles gebeurt, het is een interessante tijd om in Amerika te zijn. Zeker met alles wat er in de politiek gebeurt op het moment. En Californië is onderdeel van de resistance.’ Gelet op het motto dat Pestman op zijn pagina van de kantoorwebsite heeft staan: ‘Only dead fish follow the stream’, gaan wij er vanuit dat Pestman zich in LA als een vis in het water zal voelen.

‘De financiële belangen van de
advocaat ruimen het veld voor
het belang van de cliënt’

Daarnaast is Pestman bezig met het voorbereiden van de Amerikaanse BAR exam, het zwaarste examen van Amerika (87% failure rate). Uiteindelijk is het doel om ook in Californië advocaat te worden op het gebied van strafrecht en/of mensenrechten. ‘Het strafrecht is hier heel anders en leuker; en er gebeurt veel op het gebied van mensenrechten en milieu. Daar zijn ze hier een stuk verder in dan in Nederland.’ Tot die tijd kan Pestman ook bij UCLA aan de slag als een academische hulpsinterklaas, zodra zijn work permit binnen is. Hoe lang dat gaat duren, is nog maar de vraag. Pestman had in eerste instantie al problemen bij het verkrijgen van een visum. Daarbij hielp niet dat Pestman op het aanvraagformulier naar waarheid had ingevuld dat hij in drie van de vijf landen van de ‘zwarte lijst’ was geweest. Voor zijn werk bezocht Pestman eerder onder andere Syrië, Irak en Afghanistan. Hij kon hier ook nog eens weinig over vertellen vanwege zijn geheimhoudingsplicht. Het gaf scheve ogen en tot op heden wordt hij – zoals laatst ook zijn dochters – bij binnenkomst in de VS apart aan een (kruis)verhoor bij de douane onderworpen.

Toekomstplannen
Als fervent fietser – zelfs in Cambodja werd er een uur heen en uur terug gefietst van en naar de rechtbank – heeft hij aan LA ook een leuke uitdaging. Vanuit zijn huis zit hij meteen in de heuvels die nog niet zo makkelijk te befietsen zijn ‘op zijn leeftijd’. Hij heeft de Strava-app geïnstalleerd, waarmee je jezelf kan vergelijken met andere fietsers in de buurt. ‘Ik sta in het klassement tussen de dikke buiken en lange baarden, waar ik tot mijn verdriet ook gewoon thuis hoor.’ Hij heeft de tijd om van de omgeving te genieten en om over de toekomst na te denken. Als wij hem vragen wat hij over vijf jaar doet, antwoordt hij: ‘Geen idee. Ik doe niet zo aan vijfjarenplannen. En eigenlijk ga ik ook een beetje gebukt onder gebrek aan ambitie.’

Borrelpraat – Weids uitzicht en schalen met sushi

Een grote delegatie van de ABB-redactie trotseerde de ijzige kou van begin januari en bezocht de borrel van advocatenkantoor Florent. Florent is gevestigd in NoMA (North of Mahler), een ­modern kantoorgebouw op de Zuidas. Onder het genot van een drankje en met weids uitzicht leerden wij het team beter kennen.

Tekst: Mayk Koria, Juliëtte Daniels, Quirine van Voorst en Victor van Campen

Rond een uur of zes worden wij op de benedenverdieping van het gebouw verwelkomd door Hester van Woudenberg, een van de advocaten van Florent. Eenmaal door de poortjes en omhoog met de lift, betreden wij een van de ruime, heldere verdiepingen van het kantoor. Wat direct opvalt is de moderne kantoorinrichting en de vele kunstwerken aan de muren. Daarnaast heerst er een open sfeer door het glas dat is gebruikt om ruimtes te scheiden. De borrel wordt gehouden rond een bartafel die zich bevindt aan de rand van de ruimte die als kantine wordt gebruikt. Door de grote ramen zien wij het terras, dat wij vanwege de winterse omstandigheden (deze keer) niet betreden. Op de bar staan nootjes, bitterballen, chips en schalen met sushi: vooral dat laatste is een aangename verrassing na een lange werkdag.

Kantoor-cabaret
Bart Jan Hermans, een van de advocaten van het kantoor, vertelt ons dat het kantoor kort geleden het nieuwe jaar inluidde met een lunch in Haarlem, een kantoor-cabaret (hard doch rechtvaardig) en, voor de liefhebbers, een bezoek aan de Blauwe Engel. Het zal geen verbazing wekken dat het kantoor zich dicht bij het hart van de Zuidas bevindt. Ons bezoek aan de borrel van Florent had overigens niet uitgesteld moeten worden: een week later vertrekt een grote groep van het kantoor op de jaarlijkse skireis naar Kaprun, zo vertelt Bart Jan ons. Zo te horen heeft het kantoor de sociale activiteiten goed op orde.
Florent bestaat sinds 2017 en is ontstaan uit een samenvoeging van advocaten die eerder werkzaam waren bij de advocatenkantoren Höcker en Blix. Het begon allemaal toen Hanneke De Coninck-Smolders (BLIX) en Kees van de Meent (Höcker) benoemd werden als curator in het faillissement van V&D. De samenwerking tussen de curatoren en de advocaten – die betrokken waren bij dit faillissement – was zodanig goed dat ze besloten samen een kantoor te beginnen. Yvette Borrius, een van de partners van het kantoor vertelt: ‘Wij richten ons op de hele levenscyclus van een onderneming: van start-up tot overname en van investeringsronde tot financiële tegenwind.’ Wij spreken advocaten met verschillende specialismen: ondernemingsrecht, fusies en overnames, insolventie en vastgoed. De sfeer is gezellig en de opkomst bij de borrel is goed.
Wij hebben vernomen dat het kantoor van plan is om in de zomer, wanneer de ijzige wind vervangen is door een zacht briesje, een borrel te geven op het ruime dakterras van Florent. De redactie houdt zich graag aanbevolen!

Founders – ‘Met zorgvuldige communicatie heb je bijna geen advocaten meer nodig’

Anita Verbeek koppelt arbeidsrecht aan liefdevolle betrekkingen

Ruim dertig jaar ervaring in de advocatuur brachten Anita Verbeek bij de meest uiteenlopende kantoren, van NautaDutilh tot Van der Biesen Prakken Böhler. Zelf riep ze diverse kantoren in het leven, waarvan VerbeekdeCaluwé de meest recente is. Een interview met een advocate pur sang over haar overgang van strafrecht naar arbeidsrecht, haar ervaringen in het buitenland en het belang van liefdevolle verbanden op het werk.

Tekst: Benjamin Bijl en Nick van den Hoek

Het ABB treft de enthousiaste Anita Verbeek op het tijdelijke adres van haar kantoor in het Olympisch Stadion. Omdat Verbeek aan de wieg stond van meerdere kantoren kan zij zich met recht founder noemen. Haar huidige kantoor, ­VerbeekdeCaluwe, vernoemde zij naar zichzelf en haar moeder(snaam). ‘Het klinkt goed en in de marketing wordt gesteld dat veel e’s in de naam een gevoel van vertrouwen opwekt’. Achterin het geïmproviseerde kantoor nemen we haar rijke carrière door.

U zit al dertig jaar in de advocatuur en dit is dus niet het eerste kantoor waar u werkt. Kunt u in vogelvlucht door uw carrière gaan?
‘Ik ben beëdigd in oktober 1988, vorig jaar dus dertig jaar in het vak. Mijn kantoorgenoten hebben een geweldige surpriseparty georganiseerd in november, daar kan ik nog jaren op teren. Ik begon bij Dutilh, dat later fuseerde met Nauta. Ik heb eerst na mijn studie anderhalf jaar bij de rechtbank gewerkt als griffier in de kort gedingen sector en in de strafsector. Ik zag al die advocaten voorbij komen en besloot na enige tijd dat de advocatuur wel iets voor mij zou kunnen zijn. Ik solliciteerde bij Dutilh. Spannend, want in die tijd was de arbeidsmarkt overladen met afgestudeerden. Honderd sollicitaties doen en nog steeds geen baan hebben, was geen uitzondering. Maar tot mijn – ik moet toegeven geringe, – verbazing werd ik gelukkig aangenomen.’

U begon bij Dutilh als strafrechtadvocaat. Waarom heeft u de overstap gemaakt naar het arbeidsrecht?
‘Op een gegeven moment dacht ik: dat strafrecht, daar raak ik gedeformeerd van. Ik vond niks meer erg. Als vrienden dan iets vertelden over dat er iets was gebeurd ging ik nadenken over wanneer de verdachte in verzekering was gesteld, zou de hulpofficier er tijdig bij zijn geweest? Ik verloor uit het oog wat voor impact zo’n gebeurtenis op iemand kan hebben.’

Dat is juist goed toch?
Ja, dat is goed voor het vak, maar ik merkte dat ik sociaal de noodzakelijke empathie verloor en ook langzamerhand wat bedrukt werd door de inhoud van de zaken. Ik denk dat je wel een bepaalde karakterstructuur moet hebben voor het strafrecht. En daarbij komt dat goede degelijke strafrechtadvocaten vaak slecht in de pers worden afgeschilderd. Daar moet je tegen kunnen.’ Dus heb ik het strafrecht verlaten en ingeruild voor het arbeidsrecht; dat lag er het dichtst bij. Maar het is wel een beetje lokaal manoeuvreren. Ik zag op een gegeven moment iedereen naar het buitenland gaan en dacht toen: “Ik wil ook naar het buitenland!” Dat werd het zusterkantoor van NautaDutilh in Brussel. Het was de bedoeling dat ik maar een half jaar in Brussel bleef, een ontzettend leuke tijd overigens. Er was een deel francofone advocaten en een deel Vlaamse advocaten, dat noemde ik “het Vlaams blok”. Later zagen ze daar de humor wel van in. Ik vond het leuk om te zien hoe arbeidsrechtelijke situaties in België werden aangepakt. Omdat er geen advocaat beschikbaar was op dat moment ben ik een keer door het kantoor naar Zaventem gestuurd om een directeur van een cliënte uit Engeland bij te staan. Hij wist dat ik eraan kwam en landde daar met zijn eigen vliegtuig. Hij was een zoon van een miner en vertelde mij dat met onverholen trots terwijl hij zijn bretellen op zijn fenomenale buik liet knallen. Ik was meteen ook trots op hem. Wij moesten een general manager van zijn bedrijf in België ontslaan. Dat gebeurde in een hotelkamer in het Ibis hotel in Zaventem. Dat is heel gek, je zit aan een tafel, er staat een bed en er is een badkamer en dan ga je door alle dingen heen die deze man heeft gedaan en vervolgens ga je hem ontslag aanzeggen. Die man kreeg het helemaal warm en ellendig. Ik ook. Het was een soort creepy misdaadfilm. Hij vroeg of hij even naar de badkamer mocht en dat duurde en duurde maar en ik vroeg de zoon van de miner, die er ook niet gerust op was, even te gaan kijken. Hij zou zichzelf toch niet iets hebben aangedaan? Hij kwam er uiteindelijk een beetje opgefrist uit, nog wel over z’n toeren. Mijn toeren waren ook niet meer in orde. Ik weet nog dat ik een paar dagen daarna nog steeds de schrik in de benen had.’

U gaf aan dat u het strafrecht bent uitgegaan en dat u bent gaan kijken naar wat hier het meest op lijkt en toen kwam u bij arbeidsrecht uit. Dat is interessant, want op welke manier lijkt dat op strafrecht?
Omdat het echt om ingrepen in het leven gaat. Het gaat om iets dat ingrijpt in je toekomst en in je omgeving. Als je je baan verliest, heeft dat directe gevolgen voor jezelf, je omgeving et cetera. Er speelt dus veel meer gevoel mee, net zoals in het strafrecht voor de cliënt zelf. Als je opgepakt wordt en in het gevang gegooid wordt, dan is dat ook voor jezelf niet zo leuk en heeft dat een grote invloed op je hele omgeving. En als je daar iets in kunt doen als advocaat – of dat nu vanuit de procesmatige manier is of in ieder geval vanuit ondersteuning – als je daar iets in kunt betekenen, dan heeft dat een grotere impact dan wanneer het gaat om ondernemingsrechtelijke kwesties.’

Voerde u ook Franstalige procedures?
Voordat ik naar Brussel ging, was ik een week naar de nonnen in Vught gegaan omdat kantoor wel wilde dat ik goed Frans sprak voordat ik erheen ging. Dus ik sprak natuurlijk vervolgens goed Frans. Dus ja, in Franstalige procedures heb ik gewerkt en daarnaast ben ik ook naar het paleis van justitie geweest om strafzittingen bij te wonen. Er was een hele juicy zaak van de rector van de Brusselse universiteit die zijn vrouw had vermoord. Onder grote publieke belangstelling en met jury werd het hele proces gevoerd en je werd er een beetje naar van, van wat hij allemaal bedacht had. Zo zie je maar weer dat moord in de beste kringen voorkomt.
‘Na mijn tijd in Brussel ben ik blijven wonen in Antwerpen, want ik begon met werken in Eindhoven. Inmiddels zat NautaDutilh ook in Eindhoven en daar zochten ze medewerkers. Het leuke was dat mijn pleegbroer en zijn vrouw daar ook werkzaam waren. We waren een hecht team en hadden in feite een klein kantoor in een groot kantoor.’

‘Het mooie is als je boven
een zaak kan zweven’

Bij welke kantoren heeft u nog meer gewerkt?
‘Na NautaDutilh heb ik bij Van der Biesen Prakken Böhler gezeten. Toen ik daar ben weggegaan met Christiaan Oberman hebben wij het kantoor Palthe Oberman opgericht. Ik ben dus inderdaad overgestapt naar een best wel reactionair kantoor. Ze deden daar zaken die bij NautaDutilh niet gedaan werden. En er werkte een heel ander type mens, dat vond ik ontzettend leuk. De enorme passie voor de zaak en voor de cliënt vond ik ook verfrissend.’

Waren er nog andere verschillen?
‘Ik vind dat je bij NautaDutilh veel commerciëler bezig bent. In mijn kantoor is er meer ruimte voor een veel persoonlijkere aanpak. Mijn motto is: houd de dossiers zo dun mogelijk. Het liefst heb ik dat na een bespreking het gevoel overheerst van “we gaan het zo aanpakken, opgelost die zaak”. Natuurlijk moet je ook de noodzakelijke diepgang hebben, maar hoe langer je in de advocatuur zit, hoe gemakkelijker je boven de materie kan zweven en hoe sneller je een oplossing kan bedenken. Ik probeer me altijd voor te stellen wat ik zou willen als ik tegenover een advocaat zou zitten. Je wilt natuurlijk dat het niet te lang duurt en je wilt ook goed inzicht hebben in wat je kiest, wat er dan vervolgens gaat gebeuren. De strategie moet van aanvang af duidelijk zijn.’

Dat is dan ook een ander type cliënt op dat kantoor?
‘Ja, het type cliënt is anders. Bij de grote bedrijven is het belangrijk dat ze met een grote naam kunnen schermen naar een wederpartij. Dan is het minder belangrijk hoe het persoonlijke contact met de cliënt is en of er een heel team op zit en of er bijvoorbeeld allemaal jongeren meegaan. In een kleinere setting is de band met je cliënt veel hechter en werk je kostenbewuster.
‘Ze zeiden vroeger altijd dat je cliënten kreeg die bij je passen, dat vond ik toen onzin. Maar nu besef ik wel dat dit het geval is als je in een wat kleinere setting werkt. Je bent in een groter verband meer een deel van het geheel.’
Heeft een klein kantoor ook nadelen?
‘Jawel. Samen met Olga (huidig kantoorgenoot Olga Rote) heb ik niet lang geleden een pitch gedaan bij een groot bedrijf omdat ze een reorganisatie wilden. Maar wij kwamen daar met z’n tweeën en dat vonden ze toch een probleem. Wij kunnen dat met een flexibele schil oplossen, maar ik ben daar geen voorstander van. Je hebt minder zicht op de kwaliteit van degene die je flexibel inhuurt, dus dat vind ik best ingewikkeld.

‘Wij hadden een goede pitch, maar ze hebben toch gekozen voor een groter kantoor, omdat die wel meerdere (eigen) medewerkers hadden die ze konden inzetten. Ik snap dat. Want zij dachten als die Verbeek omvalt, hebben we een probleem. Drie dagen voor die pitch was ik door een glazen deur gevallen, dus wellicht kregen ze een indruk van een brokkenpiloot. Dat helpt natuurlijk ook niet.

‘We hebben nu een kleine setting met mensen die elkaar door en door kennen. Hoewel ik de uitdrukking “het hebben van een klik” altijd wat raar vind, denk ik toch dat dit een redelijk goede beschrijving is van de sfeer hier. We kennen elkaar al decennia, mijn secretaresse Frederiek Sennema werkte ook al voor mij bij Van den Biesen Prakken Böhler. We passen goed bij elkaar en we lachen ons af en toe echt een hoedje hier op kantoor. Soms zijn we ook heel geërgerd, maar dan kunnen we ook tegen elkaar zeggen van: tjonge, wat zit die Hans (kantoorgenoot Hans de Savornin Lohman) grumpy achter zijn bureau of met Olga moet je vandaag echt niet praten (en andersom natuurlijk met mij ook weleens niet).’

Belangrijk hè, dat je dingen tegen elkaar kunt zeggen?
‘Precies, en dat is prettig. Maar nu hebben we ook gewoon mensen nodig, want ik zit dag en nacht te werken omdat ik ook het uitzoekwerk zelf doe, de memo’s schrijf, etc. En dat bereken ik natuurlijk niet allemaal, want ik vind dat werk waar mijn cliënten niet mijn volle uurtarief voor zouden moeten betalen. Maar goed, we hebben straks drie verdiepingen en we zitten dan op een heel mooi stuk in het Olympisch Stadion in het nieuwe pand. Dus ja, twee à drie medewerkers erbij en dan kunnen we weer een beetje op stoom raken. Toen ik eerder met al die medewerkers zat deden wij ook gewoon reorganisaties bij grote bedrijven die het fijn vonden om bij een klein gespecialiseerd kantoor te zitten.’

Dus een grote reorganisatie is niet minder leuk, omdat het ontslaan van mensen sowieso niet leuk is?
‘Nee, als je het maar goed aanpakt. Communicatie is wat dat betreft key. Wat ik wel door mijn hele praktijkjaren heen heb gezien, is daar waar het misgaat, het ontbreekt aan respectvolle en goede communicatie. Heel veel zaken komen bij ons terecht omdat ze bij de voordeur niet hebben gezegd: ‘’Kom, we gaan zitten, we zijn hiermee bezig, we denken deze kant op te gaan, maar wat vind jij? En hoe zie jij jouw rol hierin?’’. Als werkgever heb je daar heel veel mee te winnen.
‘In dat kader ga ik dan ook medio februari een masterclass van twee dagen bij de Erasmus Universiteit volgen over liefde op het werk. Nu zie ik jullie al kijken van “huh?”, maar het is niet wat jullie denken, het gaat meer over “liefdevolle” samenwerkingsverbanden. De titel van de workshop is natuurlijk een beetje een marketingtruc, maar het zal gaan over zorgvuldigheid op de werkplek en ik denk ook dat we iets te winnen hebben aan echt zorgvuldig met elkaar omgaan. Als je zorgvuldig als werkgever met je werknemers omgaat heb je veel minder conflicten, veel minder ellende, veel minder onrust op de werkvloer. Andersom mag je dat ook van een werknemer verwachten, dus een werknemer moet ook zorgvuldig zijn in hoe hij omgaat met zijn werkgever, werktijden en arbeidsvoorwaarden en zo kan hij ook conflicten vermijden.
‘En dat heeft alles te maken met welke bedrijfscultuur je hebt en hoe je met elkaar omgaat. Ik ben benieuwd of ik iets nieuws hoor daar, ben benieuwd naar wat daar gepredikt wordt. Ik ben ervan overtuigd dat je met zorgvuldige communicatie over en weer, bijna geen advocaten meer nodig hebt.’

‘We gaan gewoon ten onder
aan oppervlakkigheden’

Maar dat is toch niet de rol van de advocaat bij dat eerste gesprek?
‘Nee, zodra een advocaat naar binnen komt zweven, weet je al dat het hommeles is. Je kunt natuurlijk wel je cliënten opvoeden. Dat klinkt een beetje pedant, maar je kunt wel adviseren over hoe dat in de toekomst moet en hoe ze zorgvuldiger ermee kunnen omgaan, om dit soort conflicten te vermijden. Soms is het niet te vermijden, dat is natuurlijk zo, maar ik heb zo vaak managers en bestuurders hier gehad die dan tegen mij zeggen: ‘’Ik zit hier wel, maar ik wil hier eigenlijk helemaal niet zitten. Als mijn board of mijn raad van commissarissen mij van het begin af aan had meegenomen in deze verandering, dan was ik nu niet hier gaan zitten en had ik nu niet gezegd: ik hang ze aan de hoogste boom en probeer de hoogste vergoeding eruit te krijgen’’. Dat komt vaak voor en toch wordt dat vergeten. En dat komt denk ik ook omdat onze maatschappij gewoon veel te snel, veel te individualistisch geworden, veel te veel op geld gericht, we gaan gewoon ten onder aan oppervlakkigheden en verliezen ons hart op de verkeerde manier. We zitten niet meer in het hart bij elkaar en dat is de ondergang van onze soort.’

U had het net over uw werkstijl, hoe is deze en hoe is deze veranderd?
‘Ik ben een beetje een laatbloeier, als je stagiaire bent weet je niet hoe de praktijk precies werkt. Je hebt dan vooral veel theoretische kennis in je hoofd. Zo weet ik nog dat ik voor het eerst een zaak helemaal ging uitzoeken. Dat ging over levensbeëindigend handelen bij pasgeborenen, nou, dat was toen echt wel een issue. En dat je dan dingen vindt die je kan gebruiken in zo’n zaak en dat je dat in de memo opschrijft, dat vond ik prachtig. Ik had toen wel de belevenis dat ik het verschil kan maken met de theoretische kennis die ik heb. Die kennis is natuurlijk in al die jaren erna vergroot, verbeterd en verfijnd, waardoor ik snelle oplossingen kan bedenken. Ik kan mensen helemaal “ontzorgen”. Ze komen hier met een dossier en omdat je als ervaren rot al heel veel aspecten in arbeidszaken in deze jaren hebt gezien kun je snel doorschakelen, direct een strategie meegeven en een cliënt geruststellen, waardoor hij of zij die zorgen gelijk kan vergeten’.

Waarom bent u dan eigenlijk een laatbloeier?
‘Ik merkte dat ik in het begin nog best onzeker was. Ik weet nog dat ik bij een cliënt van een compagnon zat en dat de HR-adviseur iets wilde zeggen en dat de HR-manager over mij zei: “Ssst, ze is aan het adviseren.” Ik dacht: “Moet dat nou? Wat overdreven!” Ik schrok er op dat moment ook een beetje van, hoezo zijn mijn adviezen zo belangrijk, terwijl ik dat nu natuurlijk niet meer zou hebben.’, zegt ze. Met een glimlach.: ‘Er moet uiteraard heel goed naar mijn adviezen worden geluisterd’.

Wat heeft u in de jaren door aan nevenactiviteiten gedaan?
‘Tijdens mijn tijd bij NautaDutilh zong ik en deed ik aan cabaret. En met de Jonge Balie gingen we altijd skiën. Ik heb in de openingsopera van de Rotterdamse schouwburg gespeeld en tussendoor ben ik nog voorzitter van de Jonge Balie Rotterdam en Dordrecht en de Jonge Balie Nederland geweest. Ik heb jaren in het College van Afgevaardigden gezeten en ben al jaren toezichthouder en bestuurder bij diverse stichtingen en verenigingen. Recent heb ik samen met anderen een nieuwe middelbare school opgericht, de eerste humanistische school van Nederland.’

‘Ik heel blij ben dat ik bij een
groot kantoor ben begonnen’

Welk advies zou u uzelf hebben gegeven met de kennis die u nu heeft?
‘Ik denk, als ik terugkijk, dat ik heel blij ben dat ik bij een groot kantoor ben begonnen en opgeleid, want je wordt daar in het diepe gegooid, waardoor eerder ook bepaalde competenties duidelijker worden. Ik heb toen ontdekt dat ik het heel leuk vond om als een soort rechercheur door een dossier te gaan en juist de sterke punten eruit te pakken. En dan dat belang van de cliënt vooropstellen, dat is mooi.

‘Want toen ik als griffier bij de rechtbank zat, vond ik het toch een beetje saai. Ik was ook eigenlijk, denk ik, een te fel mens om zo redelijk te zijn. Ik kan soms ook helemaal niet redelijk zijn, dat klopt. Ik moet mezelf soms echt tot de orde roepen. Maar die plons in het diepe, met hoge verwachtingen die aan je worden gesteld, maakt ook dat je snel aanscherpt in allerlei competenties.’

Na dertig jaar dat gevoel, dat is wel mooi toch?
‘Ja, ik houd wel heel erg van het vak. Elke dag is weer anders en ik vind het ook heel leuk om iets te vinden waarvan je denkt: “Oh, ja, dat kan ook nog”. Het mooie is als je boven een zaak kan zweven, je ook elementen uit een andere discipline kan halen, waardoor de cirkel rond wordt. Ik word daar heel blij van. Ik zeg altijd : ‘’Als je je hersenen maar bij je hebt, ben je een gelukkig mens’’. Het opzetten van de kantoren in de afgelopen jaren heeft mij niet in de weg gezeten, integendeel. Je raakt er steeds meer bedreven in en daardoor kun je ondertussen ook je praktijk gewoon door laten gaan. Maar het kantoor waar ik nu zit vind ik wel echt het leukste kantoor.’

Lawyers for Lawyers – Award-winnaar houdt moedig stand in onrustig Zimbabwe

Alec Muchadehama: ‘Advocaten onder constante dreiging’

Acht jaar nadat hij de Lawyers for Lawyers Award ontving, doet de Zimbabwaanse advocaat Alec Muchadehama zijn werk nog altijd onder uiterst moeilijke omstandigheden. Ook nadat dictator Mugabe het veld moest ruimen, is de situatie nauwelijks verbeterd. ‘Advocaten die mensen bijstaan die werden gearresteerd tijdens de recente protesten, zoals ikzelf, staat bloot aan constante dreiging.’

Tekst: Sophie de Graaf en Johan van Uffelen

Alec Muchadehama kreeg in 2011 de ­Lawyers for Lawyers Award voor zijn ‘uitzonderlijke moed’ en ‘doorzettingsvermogen’ tijdens de langdurige dictatuur in zijn land. ‘Die situatie is echter nog steeds uiterst gespannen’, zegt hij in een interview met Lawyers for Lawyers.
Nadat de Zimbabwaanse regering half januari de prijs van benzine meer dan verdubbelde – naar de hoogste benzineprijs ter wereld – kondigden vakbonden een driedaagse algemene staking af. Naar verluidt schoten ordetroepen met scherp tijdens de hevige protesten. Meer dan duizend demonstranten zouden zijn gearresteerd. ‘Mensenrechtenschendingen in Zimbabwe zijn cyclisch. De situatie escaleert tijdens verkiezingen en economische omwentelingen’, aldus Muchadehama. ‘Als advocaat zit ik er middenin, nu ik cliënten vertegenwoordig die werden gearresteerd door de politie en het leger tijdens de laatste onlusten.’

Mars voor eerlijke berechting
Eind januari namen honderden Zimbabwaanse advocaten deel aan een mars om eerlijke berechting te eisen voor mensen die vast werden gezet in gevangenissen en werden geconfronteerd met fast-track processen na de massale arrestaties. ­Muchadehama: ‘De werkomstandigheden voor advocaten zijn heel erg moeilijk. Ze hebben geen toegang tot hun cliënten. Ze krijgen geen tijd en faciliteiten om zich op zaken voor te bereiden. In één zaak bijvoorbeeld moesten drie advocaten zestig beklaagden verdedigen. Ze kregen maar een paar minuten om zich voor te bereiden op het proces. En dat terwijl de cliënten beschuldigd worden van “publiek geweld”, hetgeen in Zimbabwe een erg zwaar delict is’.

Beschermingsmechanisme
Muchadehama is sinds 1998 advocaat en heeft vele mensenrechtenactivisten, oppositieleden en burgers bijgestaan. Door zijn werk werd hij bedreigd, gearresteerd en vervolgd. Acht jaar na dato, zo vertelt hij, ondervindt hij nog altijd de positieve effecten van de toekenning van de Lawyers for Lawyers Award. ‘Ik koester nog steeds het moment dat ik op 15 april 2011 de prijs in ontvangst mocht nemen. De tweejaarlijkse uitreiking zorgt voor aandacht, roept in bewustzijn dat mensenrechten hoe dan ook moeten worden beschermd. En ten koste van alles moeten worden verdedigd.

Beschermingsmechanisme
‘De Award demonstreert dat de wereld toekijkt. En in zekere zin dient de prijs ook als beschermingsmechanisme. Speciaal voor mensenrechtenadvocaten, die daardoor hopelijk minder snel worden lastiggevallen omdat de autoriteiten weten dat internationale collega’s meekijken’.

Bouwstenen – Werken in een filmdecor

Strafrechtadvocaat Jon Mul opereerde aanvankelijk vanuit een kantoor op de Wallen, maar belandde uiteindelijk in een kantoor gebouwd in de karakteristieke Amsterdamse School-stijl op de hoek van de Langestraat en de Blauwburgwal. Ondanks de horden van het massatoerisme bevalt dat nog altijd goed.

Tekst: Victor van Campen en Juliëtte Daniels

Er hangt geen groot uithangbord aan zijn kantoor en hij zoekt de media ook niet op. Jon Mul, strafrechtadvocaat, is dan ook enigszins verbaasd dat de redactie van het Amsterdams Balie Bulletin hem heeft gevraagd voor de rubriek Bouwstenen. Na onze kennismaking blijkt echter al gauw dat het kantoor van waaruit hij werkt een rijke historie kent.
Het gebouw is gelegen op de hoek van de Langestraat en de Blauwburgwal en is gebouwd in 1920 in opdracht van B. Cordemeijer, die daar een handel dreef in manufacturen en andere textielproducten. In het bovenlicht zijn in paars glas in lood de letters ‘B.C.’ te zien. De erkers, de deels verticale gemetselde bakstenen en de speelse kantelen van het gebouw zijn typerend voor de Amsterdamse School, de bouwstijl waarin architect J.J. Eijrond het kantoor ontworpen heeft.
Mul voert zijn praktijk sinds 1984 vanuit het kantoor aan de Langestraat. Daarvoor werkte hij vanuit een kantoor dat op de ­Wallen was gelegen, waar hij aanvankelijk verwachtte dat de cliënten spontaan binnen zouden lopen. Maar dat was niet zo en die locatie bleek evenmin ideaal. ‘Om een voorbeeld te geven: als een cliënte een echtscheidingszaak wilde bespreken, moest zij op weg naar het kantoor eerst langs de ramen van de Wallen lopen. Dat was toch een beetje ongemakkelijk’, vertelt Mul. Mede vanwege het feit dat zijn (strafrecht)cliënten toch de voorkeur gaven aan een advocatenkantoor met een statig pand, is Mul naar de hoek Blauwburgwal/Langestraat verhuisd.

Bombardement
In en op het gebouw zijn fraaie en soms vernuftige details aangebracht. In de gevel aan de Blauwburgwal-zijde is een oude gevelsteen te bewonderen. De gevelsteen heeft de verwoesting overleefd van het Blauwburgwal-bombardement in 1940, waarbij 44 doden en 79 gewonden vielen. Het kantoor heeft ook een garage, die op het eerste gezicht niet duidelijk herkenbaar is. Wij laten het verder aan de verbeeldingskracht van de lezer om te bedenken waar deze zich bevindt.
We vragen Mul of hij veel aan het kantoor heeft moeten verbouwen. ‘Toen de schrootjes in de hal verwijderd werden, kwam er op de muur daarachter een prachtige wandschildering tevoorschijn die was aangebracht in de jaren ‘20. Die was helaas niet meer te redden. Wel de lambrisering; het tegelwerk en de kozijnen. Verder is de indeling van de benedenverdieping – die helemaal was opgedeeld in kleine hokjes – geheel veranderd. Er is met de jaren veel aan het kantoor verbouwd.’

Verschraling
Mul vertelt ons over de sterke opkomst van het toerisme in de binnenstad en de daarmee gepaard gaande verschraling van het winkelaanbod in de omgeving van het kantoor. ‘Brasserie Bâton aan de Herengracht is gelukkig gespaard gebleven’, vervolgt Mul, ‘en daar wandel ik regelmatig naar toe om te lunchen of even koffie te drinken’. Mul vertelt verder dat de omgeving van het kantoor regelmatig het decor vormt voor series en films, zoals de film Kaas, naar de beroemde novelle van Willem Elsschot.

Actualiteiten – Juridisch Loket verwacht uitbreiding takenpakket

Het Juridisch Joket geeft gratis juridisch advies op bijna alle rechtsgebieden. Hoe past het Juridisch Loket in de plannen van minister Dekker om het stelsel van gefinancierde rechtstand te hervormen? Anneke van Kesteren, juridisch medewerker bij het Juridisch Loket, vertelt over de onderhandelingen met Den Haag over meer taken, bijvoorbeeld als poortwachter.

Tekst Juliette Daniels en Nick van den Hoek

Wat doet het Juridisch Loket precies?
‘Wij zijn een onafhankelijke stichting en geven gratis juridisch advies op vrijwel alle rechtsgebieden. Burgers kunnen ons via verschillende kanalen bereiken; telefonisch, via de e-mail, en tijdens onze openingstijden kunnen burgers langskomen op locatie. Als we wat meer tijd nodig hebben om tot een goed advies te komen, maken we een afspraak. En tenslotte hebben we nog onze website, waar heel veel informatie te vinden is en die natuurlijk voor iedereen beschikbaar is.’

Jullie nemen geen zaken in behandeling?
‘Nee, wij maken ook geen dossiers aan, zoals rechtsbijstandsverzekeraars en advocaten, maar we registreren wel onze adviezen, zodat alle juristen die gegevens kunnen inzien en bij een vervolgcontact verder kunnen adviseren.

‘Als het nodig is verwijzen wij door naar bijvoorbeeld een advocaat, de strafrechtswinkel, de belastingwinkel, sociale raadslieden van de gemeente of naar een mediator. Advocaten kunnen zich bij de Raad voor Rechtsbijstand aanmelden voor verwijzingen van het Juridisch zodat wij een klant digitaal kunnen doorverwijzen naar een in het betreffende rechtsgebied gespecialiseerde advocaat. De advocaat krijgt dan automatisch een e-mail met een diagnosedocument.’

Hoeveel tijd wordt gemiddeld per klant besteed?
‘Gemiddeld besteden we maximaal anderhalf uur aan een persoon. Aan de balie en aan de telefoon hebben we gemiddeld tien minuten en dan zoeken we soms op een ander moment wat voor de klant uit. Als het wat minder druk is of het is nodig, dan besteden we wat meer tijd aan een adviesvraag. Onze taak is niet het schrijven van brieven, maar als dat nodig is helpen we mensen wel hun brieven beter te formuleren.’

Hoe lukt het jullie om op verschillende rechtsgebieden te adviseren?
‘We volgen jaarlijks actualiteitencursussen op verschillende rechtsgebieden en we hebben een uitgebreide landelijke kennisbank die continu door onze medewerkers wordt bijgehouden, zodat die altijd up-to-date is. Daarnaast onderzoeken we op dit moment of we vakgroepen kunnen vormen, zodat we onze kennis nog meer kunnen vergroten.’

Komen jullie erachter hoe een zaak verder verloopt na een doorverwijzing?
‘Nee, we horen weinig terug en dat vinden we zelf ook wel jammer. Soms vragen we een terugkoppeling van een advocaat, zeker als we twijfel hebben over een doorverwijzing, zodat we daar weer van kunnen leren.’

Minister Dekker is mogelijk van plan een instantie in het leven te roepen die ook een ‘nee’ dient te verkopen aan mensen. In hoeverre ziet u het Juridisch Loket als poortwachter fungeren?

‘Poortwachter vind ik zelf een lastig woord. Dat impliceert dat je de poort ook dicht kunt houden. Op dit moment zie ik niet in de plannen van Dekker dat die beslissing bij een eerstelijns loket komt te liggen. De minister heeft in het debat eind januari ook expliciet, op vragen van Groen Links, aangegeven dat het oordeel van een eventuele poortwachter niet bindend is.

‘Het Juridisch Loket is onafhankelijk. Wij adviseren wel of een zaak kans van slagen heeft, maar aan de andere kant ligt de beslissing nu niet bij ons. Wij kunnen de weg voor juridisch advies niet afsluiten. Het Juridisch Loket is niet de instantie die de beslissing neemt of wel of niet een toevoeging wordt verstrekt.’

Gaat er voor het Juridisch Loket wat veranderen als de plannen van Dekker doorgaan?
‘Het Juridisch Loket is betrokken bij de plannen rondom de stelselherziening en de directie voert gesprekken met het ministerie en de Raad voor Rechtsbijstand over uitbreiding van de taken van het Juridisch Loket. Wat wellicht wel aan de orde gaat komen met de stelselwijziging is dat wij mensen uitgebreider gaan adviseren. Wij adviseren mensen nu al wel over de kosten en wat zij met een bepaald (juridisch) probleem kunnen doen. Wij adviseren bijvoorbeeld bij het maken van een vaststellingsovereenkomst. Wij proberen ook voor deze mensen de kosten zo laag mogelijk te houden. Wat wij nu niet doen bijvoorbeeld is contact opnemen met de wederpartij. Dat gaat in de toekomst misschien veranderen. We hebben daar ook wel de kennis en ervaring voor in huis.’

Ziet u bepaalde rechtsgebieden uit het toevoegbeleid verdwijnen?
“Ik kan me geen goede voorstelling maken van een rechtsgebied dat helemaal uit de gefinancierde rechtsbijstand kan worden gehaald. Je kunt niet zeggen: “Huurrecht hoeft niet meer naar een advocaat”. Je kunt hoogstens zeggen dat er binnen het huurrecht bepaalde zaken zijn die niet door een advocaat hoeven te worden opgepakt. Voor het Juridisch Loket geldt dat wij een eerstelijnsorganisatie zijn waarbij onze taken wellicht wat kunnen worden uitgebreid. Op dit moment is er vanuit het Juridisch Loket (nog) geen plan om een volwaardige tweedelijns organisatie te worden, waarbij we bijvoorbeeld meegaan naar een zitting. We willen ons juist kunnen richten op de grote groep mensen die eerstelijnsadvies nodig heeft. Hoogstens kunnen we, voor het verhelderen van een zaak, die eerstelijnshulp uitbreiden door contact opnemen met de wederpartij.’

Wat wilt u toevoegen aan de discussie over de gefinancierde rechts-bijstand?
‘Wat mij opvalt is dat het in de discussie steeds gaat over toegang tot de rechter, terwijl het zou moeten gaan om toegang tot het recht. In mijn beleving proberen advocaten al bij voorkeur een oplossing buiten de rechter om te vinden.’

Specialisatieverenigingen – Jonge advocaten verdiepen zich in het insolventierecht

Deel 5: Vereniging JIRA

In onze serie over specialisatieverenigingen dit maal een gesprek met Marinela Vieira, voorzitter de vereniging voor Jonge Insolventierecht Advocaten (JIRA). Vereniging JIRA is opgericht in september 2010 door Erik Jansen (Poelmann van den Broek), Artjan de Putter (Certus advocaten) en Francisca Andries. De vereniging hanteert geen opleidingsvereisten en is laagdrempelig.

Tekst: Yvette Kouwenberg en Victor van Campen

Waarom is de Vereniging JIRA opgericht?
‘JIRA brengt jonge advocaten die gespecialiseerd zijn of willen worden op het terrein van het insolventierecht in contact. Via opleidingsactiviteiten en netwerkbijeenkomsten wisselen zij kennis uit en delen zij ervaringen. Gelet op haar doel wil JIRA toegankelijk zijn voor haar doelgroep en staat zij open voor advocaten die affiniteit hebben met het insolventierecht en zeven jaar of minder op het tableau zijn ingeschreven.
‘Een belangrijke reden voor de oprichting van JIRA is het bieden van een waardig alternatief voor jonge insolventierechtadvocaten die nog niet in aanmerking komen voor lidmaatschap van specialisatievereniging INSOLAD (Vereniging Insolventierecht Advocaten). Daarvoor dient een advocaat immers onder andere de INSOLAD/Grotius-specialisatieopleiding met goed gevolg te hebben afgerond en tenminste zeven ervaringsjaren als advocaat te hebben. JIRA is overigens na overleg met het bestuur van INSOLAD opgericht en beide verenigingen onderhouden goed contact met elkaar.
‘JIRA hanteert geen opleidings- of ervaringsvereiste. Daarmee willen we een laagdrempelige mogelijkheid bieden aan jonge advocaten om hun kennis en deskundigheid te vergroten en hun netwerk uit te bouwen. Zo verzorgt JIRA juridisch inhoudelijke lezingen door gerenommeerde sprekers uit de wetenschap en de praktijk, met aansluitende borrels op bijzondere locaties waar leden elkaar kunnen ontmoeten.’

De juridische lezingen van de JIRA worden goed bezocht.

 

Hoe heeft de specialisatievereniging zich ontwikkeld en hoe vaak per jaar komen leden bijeen?
‘Vanaf de oprichting is het aantal leden sterk toegenomen. De laatste jaren ligt dat rond 200 en 225 leden, verspreid over het hele land. Aanvankelijk werden zo’n drie à vier lezingen per jaar georganiseerd, inmiddels is dat opgeschroefd naar vijf lezingen per jaar op verschillende locaties.
‘Naast het organiseren van insolventierechtgerelateerde lezingen en het samenbrengen van jonge insolventierechtadvocaten, hebben we in het afgelopen anderhalf jaar ook geïnvesteerd in een andere manier om de belangen van onze achterban te behartigen. JIRA heeft zich ontwikkeld als gesprekspartner van verschillende partijen in het insolventierecht.’.

Waaruit bestaan de voornaamste werkzaamheden van de JIRA? Wat is op dit moment het speerpunt van het bestuur?
‘JIRA organiseert vijf insolventierechtgerelateerde lezingen per jaar. Na afloop van de lezing is er altijd een goedbezochte borrel waar leden elkaar kunnen ontmoeten en nadere vragen kunnen stellen aan de spreker. De lezingen worden verzorgd door toonaangevende sprekers uit de wetenschap en de praktijk, de onderwerpen zijn afwisselend en de locaties zijn bijzonder, zoals het DAF Museum in Eindhoven of het EYE Filmmuseum in Amsterdam. We streven er als landelijke vereniging naar te variëren in de steden waar we de lezingen houden. In het afgelopen verenigingsjaar waren we bijvoorbeeld te gast in het monumentale Paushuize in Utrecht, de statige De Bazel in Amsterdam en het moderne kantoor van DVDW Advocaten in Rotterdam.
‘Om een beeld te geven van de lezingen en sprekers in het afgelopen verenigingsjaar: prof. mr. Dennis Faber sprak in februari over verrekening, in april gaf de Nijmeegse promovenda mr. Anne Mennens een interactieve lezing over het nieuwe instrument dat met de Wet Homologatie Onderhands Akkoord zal worden geïntroduceerd, cassatieadvocaat mr. Boris Kraaipoel debatteerde in de zomer van 2018 met de leden over de interpretatie van arresten van de Hoge Raad, in september praatte Arie van Eijsden, beleidsmedewerker op het Ministerie van Financiën, de leden bij over het bodem(voor)recht en prof. mr. dr. Frank Verstijlen sloot in november het verenigingsjaar af met een actuele lezing over de beëindiging van wederkerige overeenkomsten in faillissement.
‘Naast het organiseren van lezingen heeft JIRA zich recentelijk ook meer gericht op haar rol van gesprekspartner van belanghebbende, gelieerde partijen in de insolventiewereld. Zo zijn we vanuit het bestuur van JIRA regelmatig betrokken bij de totstandkoming van nieuwe wet- en regelgeving op het gebied van insolventierecht, onder andere door het leveren van input tijdens stakeholdersbijeenkomsten van het ministerie van Justitie & Veiligheid. Verder voeren we als bestuur geregeld overleg met bijvoorbeeld Recofa en INSOLAD over onderwerpen die onze leden aangaan, zoals de salariëring van curatoren, faillissementsfraude en de legeboedelproblematiek. Op deze manier streven we ernaar de belangen van onze leden, de jonge insolventierechtadvocaten, te behartigen door hun belangen voor het voetlicht te brengen bij relevante partijen. Onze indruk is dat de input vanuit de invalshoek van een jonge insolventierechtadvocaat wordt gewaardeerd en daarmee rekening wordt gehouden.’

Hoe vaak rouleren de bestuursleden?
‘JIRA heeft een vierkoppig bestuur bestaande uit voorzitter Marinela Vieira (Houthoff), vicevoorzitter Wouter Vlasveld (La Gro Geelkerken), secretaris Vera Leferink (RESOR) en penningmeester Bob Rikkert (Boels Zanders). De betrokkenheid van de bestuursleden bij de vereniging (alsook van de leden overigens) is groot en het enthousiasme waarmee bestuursleden hun taak uitoefenen evenzeer. Dit maakt dat een bestuurslid meestal pas na drie jaar – noodgedwongen door de statutaire termijn – het bestuur verlaat. Het bestuur wisselt overigens gefaseerd, wat erg prettig is in verband met de continuïteit en voor de overdracht naar de opvolgende bestuursleden.
‘Recent zijn er twee bestuurswissels geweest. Naar verwachting zullen in het voorjaar 2020 twee nieuwe bestuursleden in het bestuur toetreden, omdat dan ikzelf als voorzitter en Wouter Vlasveld als vicevoorzitter inmiddels drie jaar een bestuursfunctie hebben vervuld. Wij hopen uiteraard dat zich enthousiaste jonge advocaten aandienen die ons willen opvolgen.

Hebben oud-(bestuurs)leden nog een rol met betrekking tot de JIRA (bijvoorbeeld in verband met kennisoverdracht aan de jonge garde)?
‘Formeel hebben oud-(bestuurs)leden geen rol met betrekking tot JIRA. Informeel ligt dat iets anders. Met name oud-bestuursleden zijn graag bereid na hun bestuurstermijn als vraagbaak te dienen voor hun opvolgers en houden zich beschikbaar voor overleg en advies, zodat hun opvolgers het wiel niet opnieuw hoeven uit te vinden. Daarvan maken we dan ook graag gebruik.
‘Vaak laten oud-leden ons als bestuur weten dat zij het erg jammer vinden om afscheid te nemen van de vereniging wanneer zij meer dan zeven ervaringsjaren als advocaat hebben en daarom als lid moeten worden uitgeschreven. Het is dan mooi om te zien dat oud-leden vervolgens hun jongere kantoorgenoten stimuleren om lid te worden van JIRA en onze lezingen en borrels bij te wonen.’

Wat zijn volgens u de belangrijkste ontwikkelingen in uw specialisatiegebied waar leden van de JIRA recent mee te maken hebben of wellicht in de nabije toekomst krijgen?
‘Ik merk dat iets waar veel van onze leden tegenaan lopen is dat het in veel arrondissementen lastig is om als jonge advocaat op de curatorenlijst te komen of naar een hogere lijst door te stromen. Voor een deel is dat natuurlijk te verklaren door het feit dat er relatief weinig faillissementen worden uitgesproken in economisch voorspoedige tijden. Hierdoor gaan curatorenlijsten bij sommige rechtbanken “op slot”. Toch is het denk ik – ook voor de toekomst – van groot belang jong talent te (blijven) opleiden en zelfstandig als curator aan de slag te laten gaan. De leden die wel curator zijn, worden vaak benoemd in faillissementen waarbij de boedel weinig tot geen activa bevat. Jonge curatoren hebben hierdoor geregeld te maken met de legeboedelproblematiek.
‘Een ontwikkeling waar leden van JIRA recent mee te maken kunnen hebben is de wettelijke verankering van de fraudebestrijdende taak van de curator. Op basis daarvan heeft de curator mede tot taak faillissementsfraude te signaleren. Verder is er op dit moment wetgeving in de maak waarmee beoogd wordt de positie van werknemers in faillissement te versterken. In beide wetgevingstrajecten is JIRA als stakeholder betrokken (geweest) en hebben we vanuit het bestuur input geleverd.’

Hoe ziet uw specialisatievereniging er over tien jaar uit?
‘Over tien jaar bestaat Vereniging JIRA negentien jaar en maakt zij zich op voor haar vierde lustrum. Dan is JIRA minstens zo’n mooie en actieve vereniging met een stevig ledenbestand, sterke externe profilering en enthousiaste leden en bestuur.’

Leven na de advocatuur – ‘Praten is de eerste stap van het genezingsproces’

In 2017 maakten in Nederland 1917 mensen een einde aan hun leven. Gewezen advocate ­Jacqueline Regeling is bij de hulplijn 113 ­Zelfmoordpreventie actief om in de sociaal-economische sector het bewustzijn over deze problematiek te vergroten. In de serie ‘is er leven na de ­advocatuur?’ staat zij het ABB openhartig te woord over hoe ze haar eigen depressies overwon. Ook binnen de advocatuur dienen hierover nog de nodige taboes te worden geslecht, meent zij.

Tekst: Yvette Kouwenberg en Mayk Koria.

De geboren Amsterdamse Jacqueline Regeling werd in 1991 beëdigd als advocaat bij Geelkerken Linskens Advocaten. Ze kwam in goede handen terecht. Haar patroon, André Spijker, was waarnemend deken van de landelijke orde en heeft aan de wieg gestaan van de beroepsopleiding van Advocaten. Regeling vertelt ons dat ze – zoals in die tijd gebruikelijk was – actief was in verschillende rechtsgebieden. Daarnaast was het gebruikelijk dat je in je eerste jaren door de rechtbank benoemd werd als faillissementscurator. Uiteindelijk heeft zij zich gespecialiseerd in het faillissementsrecht en heeft zij twintig jaar gewerkt als curator. Het aspect van zelfstandig ondernemen in faillissementen sprak haar aan.

Het gesprek gaat al snel over de onderwerpen waar zij nu dagelijks bij 113 Zelfmoordpreventie mee te maken heeft; mentale problemen en zelfmoord. Regeling vertelt ons dat zij tijdens haar werk als curator van dichtbij heeft meegemaakt wat de gevolgen van financiële zorgen kunnen zijn. Bestuurders van failliete ondernemingen hebben vaak het gevoel dat zij hebben gefaald en dat ze de onderneming, het personeel en het thuisfront hebben teleurgesteld. Bestuurders die in dergelijke situaties terechtkomen, zien het soms niet meer zitten. Ze zijn vaak moe en sluiten zich af voor de mensen om hen heen. Het is van belang dat curatoren hier oog voor hebben, dat op een respectvolle manier aan de bestuurders wordt gevraagd hoe het met hen gaat. ‘Want praten is de eerste stap van het genezingsproces’, aldus Regeling.

Depressie
We vragen Regeling of ze altijd bewust was van de mentale problemen die mensen kunnen ondervinden in moeilijke periodes in hun leven. Regeling: ‘Naast mijn werk als advocaat bekleedde ik ook verschillende bestuursfuncties in de sociale sector, zoals bij een organisatie die veel voor kinderen in achterstandswijken doet. Dat maakt wel dat je besef krijgt van wat voortdurende (financiële) stress met mensen doet. Dit besef is nog groter geworden toen ik zelf vanuit een burn-out in een grote depressie belandde. Het was zo erg dat ik in die periode niet meer voor mijn kinderen kon zorgen´.

In het jaar 2004, toen ze nog aan het begin van de depressie zat, zegde zij haar arbeidsovereenkomst op in plaats van zich ziek te melden. Dit onder andere uit angst voor stigmatisering. Daarnaast was zij in de veronderstelling dat het beter met haar zou gaan als ze geen werkdruk meer zou ervaren. Een slechte beslissing, blijkt achteraf. Regeling: ‘Ik had niet in de gaten hoe slecht het met mij ging in die periode. Als advocaat probeer je problemen op strategische manier op te lossen en dat heb ik toen ook gedaan. Over je mentale problemen praten doe je niet snel. Het gevolg is dat ik uit het zicht raakte van bijvoorbeeld een bedrijfsarts’. Op een gegeven moment kampte Regeling met suïcidale gedachten en belandde zij in een crisisopvang. Ze heeft daardoor lange tijd niet thuis kunnen wonen. Regeling: ‘Ik had me destijds ziek moeten melden. De werkomgeving is van belang voor mensen die mentale problemen hebben, zodat je niet het hele contact kwijt raakt. Een paar uurtjes in de week werken is voldoende om de noodzakelijke structuur in je leven behouden. De kans op een sneller herstel zou groter zijn geweest als ik me gewoon ziek had gemeld’.
Ze had het geluk dat ze na haar moeilijke periode weer terecht kon bij Geelkerken Linskens. Eerst als vrijwilliger om te rehabiliteren en vervolgens in regulier dienstverband om haar werkzaamheden als advocaat op te pakken.

Overbelasting
We vragen Regeling wat het verschil is tussen een burn-out en een depressie. Regeling: ‘Het begrip burn-out wordt meestal werkgerelateerd gebruikt. Burn-out is een gevolg van langdurige overbelasting, waardoor lichamelijke en geestelijke uitputting ontstaat. Je zou kunnen zeggen dat de energie zowel lichamelijk als geestelijk even op is. Iemand die een burn-out heeft hoeft niet somber te zijn, het is vaak meer een kwestie van niet kunnen dan niet willen. Bij een depressie spelen vaak meer en andere factoren een rol en is er in aanleg ook een genetische kwetsbaarheid. Als ik kijk naar mijn eigen situatie was in 2004 het onderscheid in mijn geval niet zo duidelijk. Ik dacht zelf dat ik een burn-out had omdat ik mijn werk niet meer aan kon, maar wilde denk ik niet onderkennen dat ik misschien wel een depressie kon hebben. Ik had zelf een beeld van hoe een depressief iemand er uit moest zien, namelijk iemand die alleen maar apathisch hangt op de bank. Later heb ik geleerd dat depressie er ook anders kan uitzien – bijvoorbeeld veel onrustiger – en dat ook de mate waarin je een depressie hebt kan verschillen. Ik weet dat er in de advocatuur nu meer gebruik wordt gemaakt van coaching. Ik vind dit een positieve ontwikkeling. Maar soms is ondersteuning van een coach alleen niet voldoende. Mijn boodschap is denk ik dat het in veel gevallen ook meerwaarde heeft om in gesprek te gaan met een bedrijfsarts of je huisarts’.
De lessen die zij heeft getrokken uit de moeilijke periode in haar leven wil zij nu bij 113 Zelfmoordpreventie gebruiken om organisaties bewuster te maken van de rol die ze kunnen hebben bij het genezingsproces van mensen met mentale problemen. ‘Wat ik heb meegemaakt helpt mij nu in de uitdaging om “de ander” beter te begrijpen’, aldus Regeling.

113 Zelfmoordpreventie
Toen het in 2016 rustiger werd in faillissementenland besloot Regeling zichzelf te herijken. Ondanks haar sterke band met Geelkerken Linskens, begon zij het werk steeds minder leuk te vinden. Na gesprekken te hebben gevoerd met een coach besloot zij de advocatuur definitief te verlaten. Wat zij ging doen wist zij op dat moment niet. Regeling vertelt ons dat ze iets in het sociale domein wilde doen, maar nog niet naar een baan had gezocht.

‘Het is nuttig dat advocaten signalen
van suïcide-risico leren herkennen’

Twee maanden voor haar uitdiensttreding zag zij een vacature voor de functie van Kwartiermaker voor de sociaaleconomische sector bij 113 Zelfmoordpreventie. Deze organisatie helpt mensen die kampen met zelfmoordgedachten. 113 Zelfmoordpreventie heeft een crisislijn waar ieder uur van de dag anoniem naar kan worden gebeld. Via de telefoon, maar ook online wordt door professionals hulp geboden om te voorkomen dat mensen zelfmoord plegen. 113 Zelfmoordpreventie gebruikt bewust het woord zelfmoord in plaats van suïcide op de eigen website en in overige communicatie omdat mensen die hulpvragen hebben zoeken op dit woord en omdat zij het taboe op het uitspreken van dit woord wil doorbreken.
Dat de crisislijn van belang is blijkt uit de cijfers over zelfmoord. Het Centraal Bureau voor de Statistiek maakte medio vorig jaar bekend dat in het jaar 2017 1917 mensen een einde aan hun leven hebben gemaakt in Nederland.

Naast de directe hulpverlening richt 113 zich ook op professionals die in hun werk te maken krijgen met mensen met zelfmoordgedachten. 113 leidt jaarlijks duizenden gatekeepers op in het herkennen en bespreekbaar maken van suïcidale gedachten. Niet om van hen een hulpverlener te maken, maar om signalen te herkennen en te stimuleren tot het zoeken van de juiste hulp. Uit onderzoek is gebleken dat in meer dan de helft van de gevallen mensen signalen hebben afgegeven voor hun zelfmoord. Zelfmoord is niet altijd te voorkomen, maar door op relevante plekken in de samenleving het bewustzijn te vergroten, wordt de kans op succesvolle preventie groter.

Als kwartiermaker voor de sociaaleconomische sector zoekt Regeling op zowel landelijk als regionaal niveau interactie met organisaties die te maken hebben met mensen die in financiële problemen zitten en daardoor een risicogroep zijn. De advocatuur is daarbij ook relevant omdat deze beroepsgroep vaak te maken heeft met mensen die meerdere verlieservaringen hebben. Naast ondernemers in zwaar weer, kun je ook denken aan verlies van werk en aan echtscheidingen. Voor veel advocaten is het daarom nuttig om signalen van suïcide-risico te leren herkennen. En om te leren durven bepaalde vragen te stellen en waar nodig iemand door te verwijzen.

Omloopsnelheid
We gaan weer terug naar de situatie van de advocaat zelf en vragen Regeling wat ze vindt van de wijze waarop onze beroepsgroep omgaat met collega’s die kampen met mentale problemen. Regeling: ‘Er is een versnelling gekomen in de wereld om ons heen. De omloopsnelheid van de handelingen die een advocaat moet doen is verhoogd. Toen ik begon met werken werd je geacht om binnen veertien dagen te reageren op een vraag van een cliënt. Dat gaat nu anders. Dat neemt niet weg dat ik overdag het werk van mijn patroon deed en ‘s avonds mijn eigen werk. Het werken in de advocatuur vraagt tegenwoordig grote weerbaarheid tegen de vele verzoeken. Daarnaast moet je goed kunnen omgaan met de druk vanuit jezelf, omdat advocaten vaak denken dat anderen die stroom van verzoeken wel aankunnen. De vraag is hoe de beroepsgroep hiermee om dient te gaan’.

‘Er is een versnelling
gekomen in de wereld
om ons heen’

Regeling informeert ons dat we in Nederland geen duidelijke cijfers hebben over depressie binnen de beroepsgroep van advocaten. Los daarvan hebben we in Nederland geen praatcultuur over mentale problemen, aldus Regeling. Dat is in Angelsaksische landen wel anders, vertelt ze ons. Dat de Nederlandse Orde van Advocaten in 2018 een hulplijn voor de advocatuur heeft opgericht waar advocaten die kampen met werkgerelateerde problemen anoniem bij terecht kunnen, is volgens Regeling een stap in de goede richting. Ze twijfelt echter of er veel gebruik van zal worden gemaakt. Volgens Regeling hebben we verhalen/voorbeelden van advocaten nodig die over hun ervaringen met depressie of zelfmoordgedachten willen praten. ‘We hebben “helden” nodig om een belangrijke eerste stap te zetten en het taboe dat er heerst op dit onderwerp te doorbreken’, aldus Regeling.

De reden dat Regeling openhartig met ons praat over de moeilijke periode in haar eigen leven is om dan ook om bewustzijn te kweken bij onze beroepsgroep over het onderwerp zelfmoord en het taboe op mentale problemen te doorbreken. Vijftig procent van de mensen die in Nederland op enig moment te maken heeft met psychische problemen functioneert daardoor minder. Het is dus ook economisch een winst om eerder met elkaar de eerste stappen naar de goede hulp te zetten.

Van de Deken – Werk aan de winkel

Het is al te laat voor goede voornemens, maar dat neemt niet weg dat ons in 2019 het nodige te wachten staat en actie of reactie niet mag uitblijven. Het zijn, anders gezegd, geen rustige tijden. Reden nog maar eens stil te staan bij een onder­werp dat ons allen bezig houden, of bezig zouden moeten houden.

Ik heb het uiteraard over de plannen van minister Dekker om drastisch te snoeien in het recht op gefinancierde rechtshulp. Het protest tegen die plannen is in januari in veel arrondissementen aangezwollen en de acties (staking!) hebben veel aandacht gekregen in de media. Een tastbaar resultaat heeft het nog niet opgeleverd, maar er is enige hoop dat Dekker in ieder geval niet ongestoord zijn gang zal kunnen gaan. Allereerst is er Dekkers toezegging zijn plannen op relatief korte termijn – dus eerder dan gebruikelijk in het wetgevings­proces – aan de Raad van State voor te leggen. Die kan zich dan buigen over de rechtsstatelijke bezwaren zoals die blijken uit (onder meer) twee recente artikelen in het NJB (Plan Dekker, een nieuwe leemte in de rechtshulp en Herziening gesubsidieerde rechtsbijstand, ADR en recht­statelijkheid). Daarnaast lijkt de oppositie eens­gezind in de afwijzing van de plannen. Dat maakt dat de uitslag van de verkiezing van de provinciale staten van 20 maart a.s. van groot belang is voor de toekomst van de gefinancierde rechtshulp.

Niet alle media-aandacht is onverdeeld positief. Lees de NRC-column van Folkert Jensma van 25 januari jl.: hij schetst het beeld van een beroepsgroep die vooral vecht voor zijn eigen hachje. Als advocaten zouden we ons woedend vastklampen aan het bestaande bestel; we hebben het conflictmodel op het schild geheven, omdat we er in zijn opgeleid en er van leven. Dát beeld van de advocatuur, een beroeps­groep met een ingesleten voorliefde voor conflict­oplossing vanuit schuttersputjes, kom je steeds vaker tegen. En degenen die de advo­catuur zo proberen af te schilderen, bedienen zich van catchy termi­no­logie die al snel een eigen leven gaat leiden: ‘toernooimodel’ is als containerbegrip al volledig inge­burgerd, ‘schutters­putjes’ zou wel eens snel kunnen volgen. Maar het beeld dat zo wordt geschetst, is gewoon niet juist. Advocaten zorgen ervoor dat een groot van de zaken die ze behandelen, niet aan de rechter hoeft te worden voorgelegd omdat er wordt geschikt. Er is maar één wederpartij bij wie je een schikking eigenlijk niet hoeft te proberen en laat dat nu juist de overheid zijn in zijn vele verschijnings­vormen (onder meer zaken over uitkeringen, boetes en toeslagen/belastingen). En uiteraard is de advocatuur bereid na te denken over – en te experimenteren met – alternatieve geschilbeslechting. Alleen niet in de vorm zoals Dekker die heeft voorgesteld.

Niet levensvatbaar
Wat we niet mogen vergeten is dat Dekkers opstelling de facto de sociale advocatuur uitrookt en op termijn zelfs omver zou kunnen trekken. Hij erkent dat hij zijn plannen voor een betere en efficiëntere geschil­beslechting niet één-twee-drie kan invoeren; zelf denkt hij daarvoor drie tot vijf jaar nodig te hebben. En al die tijd doet hij niets aan de hoogte van toevoegingsvergoedingen. Dat, terwijl de verschillende rapporten die er liggen duidelijk zijn: het kan zo niet langer, voor grote delen van de gefinancierde rechtspraktijk geldt dat die – bij de huidige toevoegingsvergoedingen – niet langer levens­vatbaar kunnen worden verleend. En het blijft niet bij de abstractie van rapporten, de daadwerkelijk gevolgen zijn zicht­baar: steeds meer advocaten die rechtsbijstand verlenen op toevoegingsbasis, redden het niet meer, leggen daarom de praktijk neer en gaan op zoek naar ander emplooi. Voor rechtzoekenden met een lager inkomen wordt het daardoor steeds moeilijker toegang te krijgen tot goede rechtsbijstand. Dát is waar de acties van de afgelopen weken zich tegen hebben gericht. En dat is wat we de komende maanden steeds duidelijk moeten maken. De Amsterdamse orde zal op dit punt actief blijven. Maar ik weet dat een behoorlijk aantal Amsterdamse advocaten actief is binnen één van de coalitiepartijen. Ook voor hen is in ieder geval werk aan de winkel.

IN – Nikki Vreede – Everaert Advocaten

Wanneer bent u beëdigd?
Ik ben op 9 januari 2019 beëdigd als advocaat.

Wat heeft u hiervoor gedaan?
De afgelopen 5 jaar heb ik met veel plezier als senior juridisch medewerker gewerkt bij de sector bestuursrecht van de Rechtbank Amsterdam. Ook ben ik als docent vreemdelingenrecht verbonden aan het Studiecentrum rechtspleging, het opleidingsinstituut voor de rechterlijke macht. Voordat ik bij de rechtbank kwam werken heb ik als juridisch medewerker bij een strafrechtkantoor gewerkt en bij de sector strafrecht van de Rechtbank Rotterdam.

Waarom heeft u voor uw huidige kantoor gekozen?
Tijdens mijn studie heb ik stage gelopen bij Everaert Advocaten. Het kantoor, de mensen en het rechtsgebied bevielen zo goed dat ik bij mijn afscheid riep: ‘Ik kom hier terug!’ En acht jaar later is het zover. Het is een voorrecht om te mogen werken met en (bij) te leren van collega’s die allemaal een diepe passie voor het vreemdelingenrecht hebben en om te kunnen delen in hun kennis en jarenlange ervaring.

Waar gaat u zich mee bezighouden?
Ik ga mij bezighouden met het reguliere vreemdelingenrecht. Denk hierbij aan ­nationaliteitszaken, arbeidsmigratie, gezinshereniging en Unierechtelijke verblijfsaanspraken.