Categorie archief: Editie december 2016

De overredingskunst van een multitalent

Interview met Willem Jebbink

Advocaat, oud-muzikant, vogelkenner en betrokken medemens. Willem Jebbink is een man van vele talenten. Met negentien jaar in de strafrechtadvocatuur – eerst bij vooraanstaande kantoren en nu zijn eigen praktijk – deed hij tal van spraakmakende zaken (Volkert van der Graaf, Zwarte Piet, majesteitsschennis) en verkreeg hij (inter)nationale bekendheid. Een gesprek over zijn visie op de veranderende strafrechtpraktijk, en zijn maatschappelijke engagement, met een openhartig inkijkje in zijn persoonlijke leven.

Tekst: Tomasz Kodrzycki en Soeradj Ramsanjhal

Als advocaat van Volkert van der Graaf, Abulkasim Al-Jaberi (de man die ‘fuck de koning’ riep), maar ook van anti-Zwarte-Piet beweging ‘Stichting Nederland wordt beter’ komt Willem Jebbink de laatste jaren regelmatig in de media. Voor het grote publiek is hij geen onbekende, maar bij zijn collega’s in de strafrechtadvocatuur geniet hij al langer veel aanzien. Ook zijn collega Jeroen Soeteman – met wie Jebbink in 2009 kantoor Jebbink Soeteman oprichtte – is geen onbekende in de strafrechtadvocatuur: Soeteman is onlangs de nieuwe voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten geworden (NVSA).

willem_jebbink
Loopbaan
Jebbink is 19 jaar geleden als advocaat begonnen bij Sjöcrona Van Stigt in Den Haag (toen nog Sjöcrona, Van Stigt, De Roos & Pen). Hoewel hij vastbesloten was om bij een topkantoor aan de slag te gaan, was het geen makkelijke keuze. Na een stage bij Stibbe in Amsterdam en een periode bij VluchtelingenWerk Nederland, is Jebbink een tijdje naar de Verenigde Staten afgereisd voor zijn toenmalige vriend. Ook in de jaren ‘90 was het dus niet makkelijk om de knoop door te hakken na de studie.
Een carrière buiten Nederland sprak Jebbink echter minder aan. Zijn gevoel om zich uit te drukken in het Engels vond hij dermate uit de maat lopen met zijn uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands, dat hij toch heeft gekozen in Nederland te blijven. De Amerikaanse liefde heeft ook niet mogen beklijven. Zeker als advocaat, benadrukt hij, is taal van cruciaal belang. Maar een zeker taalpurisme is hem ook niet vreemd, haast hij zich toe te voegen.
De keuze voor Sjöcrona Van Stigt was niet moeilijk. Jan Sjöcrona was de eerste jaren de mentor van Jebbink en hij beschouwt hem nog steeds als degene die hem heeft gevormd. Hij kijkt nog steeds met warme gevoelens terug op die tijd: ‘Jan heeft echt een bepaalde school gevormd in de strafadvocatuur. En ik ben daar een trotse exponent van’. Vol lof: ‘Een man die zo bevlogen is, dat is ontzettend mooi!’.

Overredingskunst
Sjöcrona is nog steeds docent en leert mensen over de overredingskunst. Hoe goed je inhoudelijk ook bent, je moet je punt wel kunnen maken. De maatschappelijke interesse en betrokkenheid van Jebbink komen hier ook direct naar voren. Hij trekt de overredingskunst door naar de politiek: ‘Het populisme dat voet aan de grond krijgt, is een probleem’. Een deel van de bevolking voelt zich niet gehoord, daar moet de samenleving wel wat mee doen, vindt hij. Dit deel van de bevolking hoeft niet groot te zijn, wil het de overhand nemen in de media.
Een voorbeeld dat hij noemt zijn de oudejaarsrellen van een aantal jaar geleden. Er was toen discussie over de hoogte van de straffen. De kranten stonden er vol mee dat mensen die rellen op oudejaarsavond zwaarder gestraft moesten worden dan op ‘gewone’ avonden. Dat gebeurde toen niet, maar een jaar later – toe de kritiek aanbleef – gingen rechters overstag en gaven die opslag in strafmaat. Maar het mocht niets uitmaken, de media bleven bij hun vaste mantra: steeds maar weer hoger straffen.
Tegen dit soort krachten is het lastig opboksen, constateert Jebbink. Natuurlijk moeten rechters gevoelig zijn voor wat er in de maatschappij leeft, maar wees bewust dat populistische geluiden niet snel (nooit?) gerustgesteld zullen zijn. Rustig en duidelijk uitleggen, en blijven uitleggen, wat de feiten zijn en waarom een rechter tot een zekere strafmaat komt is volgens Jebbink de enige remedie. Jebbink parafraseert lachend de Engelse filosoof Bertrand Russell: ‘Alleen door ons op de feiten te beroepen, kunnen we verder komen’. Toegegeven, het zijn fraaie woorden: ‘Those who forget good and evil and seek only to know the facts are more likely to achieve good than those who view the world through the distorting medium of their own desires.’

Hypocriet
Er is een andere stroming in de samenleving die juist ontzettend positief is, de stroming die de ander wil begrijpen. Het is jammer dat de minderheid, die Jebbink op maximaal 20 procent schat, zo de boventoon voert in de media en potentieel een disproportioneel stempel drukt. Bij wijze van voorbeeld refereert Jebbink aan Zwarte Piet en hetgeen onze minister-president daar enige jaren geleden over zei: ‘Hij is nu eenmaal zwart, daar kan ik niets aan doen’. Dit stak Jebbink; wat men ook van Zwarte Piet vindt, de minister-president heeft de belangen van allen te behartigen en kan zich niet afzijdig houden in een discussie die zoveel beroering in de maatschappij brengt. Zijn eigen mening is duidelijk, terwijl Nederland het Anti-rassendiscriminatieverdrag van de VN heeft geratificeerd en zich heeft verplicht alle vormen van rassendiscriminatie uit te bannen. Daar past niet bij een minister-president die zich daaraan onttrekt. Dat is hypocriet.

‘Het populisme dat voet aan de grond
krijgt, is een probleem’

‘Gezond opportunisme’
Die maatschappelijke betrokkenheid brengt Jebbink ook in zijn werk. Maar dat was niet altijd zo: bij Sjöcrona was het met name de financiële strafpraktijk wat de klok sloeg. De lol van het strafrecht heeft hij hier ontdekt. In het kader van een bouwfraude-zaak zat Jebbink als nog redelijk onervaren vijfdejaars advocaat aan tafel bij een CEO van een groot bedrijf om hem eens even uit te leggen wat ‘we’ nu in zijn zaak allemaal zouden gaan doen. Hij leerde dat uiteindelijk iedereen bij een strafrechtadvocaat terecht kan komen, en zich veelal ook aan de kunde en leiding van de raadsman overgeeft. Al snel bouwde Jebbink dan ook zijn eigen praktijk op bij Sjöcrona. Via mond-tot-mondreclame wisten cliënten hem steeds meer te vinden. Jebbink noemt dit ‘gezond opportunisme’: ‘Doe je zaken goed en blijf betrokken bij je cliënt. De rest komt vanzelf’.

Na zes jaar vertrok Jebbink naar Prakken d’Oliveira (toen: Böhler Franken Koppe Wijngaarden advocaten). Jebbink kwam hier via Stijn Franken, die hij van zijn oude kantoor kende. De reden voor de overstap had te maken met iets wat Jebbink kenmerkt: principes. Bij Sjöcrona Van Stigt was hij als zesdejaars te duur geworden om bepaalde cliënten te bedienen die bij hem kwamen aankloppen. Dergelijke cliënten uitsluiten strookte niet met zijn principes.

Bij zijn tweede kantoor merkte Jebbink een andere clientèle op. Jebbink, steevast met keurige manchetknopen en mooie dassen, wilde nog wel eens uit de toon vallen bij de krakers en andere overtuigingsdaders die dat kantoor toen nog wel meer bijstond dan nu. Zijn strakke pakken riepen aanvankelijk argwaan op, maar de kwaliteit van zijn werk haalde de kou al snel uit de lucht.

Na drie jaar vertrok Jebbink weer, in een turbulente periode waarin meerdere advocaten bij Böhler Franken Koppe Wijngaarden advocaten vertrokken. Het werd het kantoor van Spong Advocaten. Gerard Spong kende hij al langer van de sportschool (‘Volgens mij aasde hij wel een beetje op me’) waardoor hij getipt werd dat er mogelijkheden waren. Gerard Spong is nog steeds een van de beste advocaten van Nederland, vindt Jebbink.

Bevredigende resultaten
En dat imago merkte hij in zijn praktijk; bij Spong kwamen veelal cliënten met de moeilijkste zaken, die andere advocaten niet tot een goed einde konden brengen. Die cliënten waren soms ook weinig sympathiek: ‘Maar ook als je bij dat soort lieden het geduld neemt, merk je dat er een reëel probleem ligt dat minstens dezelfde drive vereist. En vaak ook nog met bevredigende resultaten’.

Bij Spong draaide Jebbink grotendeels zijn eigen praktijk. Het gevoel dat hij dit wellicht helemaal zelf wel kan, begon te knagen. Maar hij wilde niet alleen een eigen kantoor beginnen. Op een NVSA-congres begon hij rond te bazuinen dat hij een partner zocht om een kantoor te starten. Helemaal doordacht was die actie niet, maar het pakte goed uit. Het was spannend: ‘Het is net verkering vragen’. Jeroen Soeteman zag het wel zitten. Hij stuurde Jebbink de volgende dag een kort berichtje, iets uitgebreider dan alleen ‘Jebbink Soeteman?’ zoals Soeteman aanvankelijk van plan was. Toen was het eigenlijk al beklonken.

Gelijksoortige aanpak
Ze kenden elkaar van een klein clubje strafrechtadvocaten – onder leiding van Jacqueline van den Bosch – dat één keer per maand samen at en elkaar bij praatte over de strafrechtelijke actualiteit. Maar ook in de rechtszaal hadden ze elkaar al eens positief verrast. Toen hun beider cliënten – medeverdachten – met de noorderzon vertrokken en ze eigenlijk niets anders konden dan zichzelf op zitting tot niet-gemachtigde raadsman verklaren, stuurden ze allebei onafhankelijk van elkaar een paar dagen voor de zitting hun pleidooien naar de rechtbank. Een kleine truc om de rechter toch te prikkelen en te verleiden hun niet-gemachtigde verweren tot zich te nemen. Het werkte. De heren hadden elkaar positief verrast over hun gelijksoortige en creatieve aanpak. Ook hadden ze beiden op enig moment het idee opgevat om ter plekke op de Ferdinand Bolstraat te gaan kijken op de plaats delict van een zaak die ze deden. Op zijn minst opmerkelijk vonden ze dat eigenlijk wel van elkaar. De match tussen beiden was goed en is dat nog steeds.

Inzet en vernuft
Het is met dergelijke inzet en vernuft dat Jebbink na 19 jaren nog steeds zijn praktijk uitoefent. Hij weigert zich te laten verleiden tot ‘de automatische piloot’ waarop hij confrères wel eens te blind ziet vertrouwen. Ook als hij een bepaalde zaak al dertig keer heeft gedaan, blijft hij zijn stukken goed, inclusief relevante wet- en regelgeving, (opnieuw) bekijken. Een dergelijk commitment, net als altijd een goede dosis bescheidenheid, kenmerkt hem als advocaat en daarbuiten.

Jebbink doet tegenwoordig veel cassatie, maar ‘gelukkig niet voor 100 procent’. Hij vindt het nog steeds leuk om te pleiten en vindt het belangrijk om als advocaat ook nog met enige regelmaat voor de feitenrechter te staan.

Met de aan ons cassatiestelsel intrinsiek klevende beperkingen heeft hij wel moeite. De Hoge Raad kan of wil niet casseren als de advocaat in de cassatiemiddelen niet precies de juiste snaar weet te raken. Dit leidt tot krom recht: niet zelden wordt op formele gronden afgedaan, terwijl het Hof het toch echt niet goed had gedaan. Dat is geen rechtsbescherming, die de Hoge Raad als hoogste rechter volgens Jebbink toch wel moet (kunnen) brengen. Een onjuiste veroordeling moet niet overeind blijven, omdat een advocaat iets over het hoofd ziet. Tekortkomingen van de advocaat mogen niet op conto van de cliënt komen. Zeker niet in het strafrecht, waar de belangen soms levensbepalend kunnen zijn voor cliënten. De menselijke maat mag nooit uit het oog verloren gaan, zeker niet ten koste van formele juristerij. Rechters moeten durven dapper te zijn.

Productie draaien
In de strafrechtpraktijk ligt er tegenwoordig te veel focus op het zo efficiënt mogelijk voeren van een strafproces. Productie draaien is de teneur en de druk die er op rechters ligt in dat verband merkt hij ook in de rechtszaal. Een buitengewoon schadelijke ontwikkeling, noemt Jebbink het stellig. Met name de wil om getuigen te ondervragen schiet erbij in. Dat is een blijvend manco in het strafproces. Soms worden getuigen simpelweg niet gehoord terwijl dat wel zou moeten. Een rechter-commissaris heeft Jebbink wel een verteld: ‘Ik vind dit bewijs wel voldoende’, terwijl hij zojuist een aanbod tot bewijs à décharge had gedaan. Of de rechter die hem pareert met ‘weet u wel hoe duur rechtspraak tegenwoordig is?’ als hij een serieus en goed onderbouwd verzoek op zitting doet. Je moet in een dergelijk systeem als advocaat ervoor waken dat je niet cynisch wordt en de handdoek in de ring gooit. ‘Je voelt je bijna schuldig als advocaat als je rechten wilt uitoefenen, dat kan toch niet de bedoeling zijn.’

Ook naar zijn cliënt toe kan hij het moeilijk verkopen: ‘Een goede, fatsoenlijke bijstand is enorm waardevol. De wetenschap dat je alles eruit hebt gehaald, is ook waardevol. Vrijspraak en niet-ontvankelijkheid zijn mooi, maar, let’s face it, zijn niet altijd haalbaar. Het gevoel, bij jezelf en cliënt dat jullie in ieder geval alles eraan hebben gedaan, is eigenlijk minstens net zo belangrijk.’

De passie om meer te publiceren over zijn vak kwam pas gaandeweg. Voor een belangrijke trigger zorgden Geert Corstens en Jaap de Hullu, die jaren geleden op een NVSA-congres zeiden dat strafpleiters in cassatie zelf aan selectie aan de poort zouden moeten doen. In plaats van te focussen op de eigen winkel en inkomsten, is betrokkenheid bij het recht en de relevante wet- en regelgeving belangrijk. Overigens was dit toen best een revolutionair standpunt. Tien jaar eerder, zo vertelde Corstens Jebbink, zou de zaal op zijn kop hebben gestaan bij dit soort adviezen. Jebbink heeft ze gelukkig ter harte genomen.

Eclatante overwinningen
We vervolgen ons interview met het bespreken van een aantal spraakmakende zaken. Op de eerste plaats zijn dat succesvolle zaken bij het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties in Genève. Daar won Jebbink recent twee zaken over het strafrechtelijk verlofstelsel. Het IVBPR, waar dit comité over waakt, erkent een recht op hoger beroep in strafzaken. Dat verhoudt zich niet met ons strafrechtelijk verlofstelsel, waarin, kort gezegd, bagatelzaken niet voor herbeoordeling in hoger beroep in aanmerking komen. Het leverde Jebbink in Genève eclatante overwinningen op: ‘Ik dacht dat ik het Nederlandse verlofstelsel om zeep had geholpen. Maar er gebeurde niets. Mijn cliënt kreeg schadevergoeding, maar de wet werd niet anders, ondanks brieven aan de Minister’.

Dat was een ontnuchterende ervaring voor Jebbink, waarin hij met de – politieke – beperkingen van het internationale recht in volle omvang werd geconfronteerd. Desondanks laat hij zich niet uit het veld slaan. In tegendeel, wat hij nog heel graag zou willen bereiken is een zaak winnen bij het notoir lastige Europese Hof voor de Rechten van de Mens. De eerder geschetste problemen van een als gevolg van doorgeschoten efficiencyslagen gemankeerd strafrechtstelsel ziet hij wel een kans maken in Straatsburg.

Actief media zoeken
Het was een korte maar hevige mediastrijd: toen activist Al-Jaberi tijdens een demonstratie tegen Zwarte Piet in 2014 ‘fuck de koning’ riep, en daarvoor vervolgd werd, was het land even te klein. Hier is Jebbink afgeweken van zijn gewoonte om de media te schuwen. ‘Bij sommige zaken is actief de media zoeken juist wel in het belang van cliënt. Dan moet je het ook niet laten. Majesteitsschennis is een curieuze strafbepaling: volgens de wetgever verdien je voor het beledigen van de koning een zwaardere straf dan als je een ieder ander beledigt. De problemen laten zich raden: wanneer is de koning beledigd? Waarom zou je een zwaardere straf moeten krijgen dan het beledigen van je buurman? En moet de koning de belediging ook gehoord hebben om het strafbaar te laten zijn? Volgens de wetgever ben je al strafbaar als je iets onwelgevalligs roept in het bos op de Veluwe, waar niemand, laat staan de koning, het kan horen.’

‘Bij sommige zaken is actief de media zoeken
juist wel in
het belang van cliënt’

Jebbink besloot om dan maar aan de koning zelf te vragen of hij door ‘fuck de koning’ beledigd was. Hij gaf aan, ook in een persbericht, dat hij namens zijn cliënt de koning in het strafproces wenste op te roepen. Dat kan, in theorie. Bij Koninklijk Besluit kan de koning in een strafzaak als getuige optreden. Verplicht kan hij niet worden, aangezien hij zelf het eigen KB daartoe zal moeten tekenen. Deze vervolging was zo bizar dat dit hem de beste verdediging leek. En dat heeft Jebbink geweten. Op een donderdag was hij aan het fietsen op de sportschool, toen hij ineens zijn eigen hoofd in het eerste item van het NOS-journaal zag voorbijkomen. Twitter ontplofte. Hij werd geïnterviewd door Duitse, Franse, Italiaanse media en de New York Times.

Ook hier kenmerkt Jebbink zich als de maatschappijkritische advocaat: majesteitsschennis kan maar het beste worden afgeschaft, zegt hij. Los van de Kafkaëske toestanden die een dergelijk strafproces kunnen opleveren en het in zijn ogen onterechte principiële onderscheid tussen strafbedreiging van belediging van het staatshoofd en de rest van de wereld, is het een verkeerd signaal aan repressieve buitenlandse mogendheden die dergelijke strafbepalingen inzetten om mensenrechten te schenden. Denk aan Thailand, waar elk onvertogen woord over de koning je voor jaren in het gevang kan doen belanden. De mediastrategie heeft wel gewerkt, de zaak werd uiteindelijk door het OM geseponeerd en wel middels de door strafpleiters nagestreefde ‘sepotcode 01’: onterecht was Al-Jaberi als verdachte aangemerkt. Een volledige naamzuivering voor zijn cliënt.

Zwarte Piet
Wie tegenwoordig over Jebbink leest, komt al snel uit bij de Stichting Nederland Wordt Beter, een club van mensen die af willen van de traditionele Zwarte Piet en die hij al tijden strafrechtelijk bij hun inspanningen bijstaat. Jebbink staat veel gearresteerde demonstranten bij. Het is inmiddels een nieuwe Sinterklaastraditie om rond de jaarlijkse intochten en masse demonstranten te arresteren. Maar ook heeft hij een artikel 12 Strafvordering procedure ingesteld namens hen bij het Gerechtshof Amsterdam ter vervolging van bedrijven en instanties die Zwarte Piet in ere houden. Jebbink beroept zich daarbij op het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie, en het VN-comité inzake de uitbanning van racisme en discriminatie dat in augustus 2015 oordeelde dat diepgewortelde tradities zoals Zwarte Piet ‘discriminatory practices and stereotypes’ niet rechtvaardigen.

Jebbink werd, als specialist in de vrijheid van meningsuiting, in 2011 geïnterviewd op radio nadat Quinsy Gario was gearresteerd toen hij in Gouda tegen Zwarte Piet demonstreerde. Jebbink hield dit interview thuis bij een vriendin van hem. Een vriendin van deze vriendin is Surinaams en tegen Zwarte Piet. Zij legde uit waarom, waarna zijn ogen waren geopend. Niet omdat hij er per se tegen is, maar als het kwetsend is voor anderen, en dat is niet onredelijk, dan is het problematisch. Jebbink: ‘Als een groep in de samenleving daar aanstoot aan heeft, dan is het voor mij volstrekt logisch om die aanstoot weg te nemen’.

Haatzaaien en groepsbelediging
Zeker in internationaal verband is dit simpelweg niet te verantwoorden. Onze regering is internationaalrechtelijk verplicht om rassendiscriminatie uit te bannen. Wij hebben in de jaren ‘60 en ‘70 wetgeving hiertoe ingevoerd: haatzaaien en groepsbelediging. Het strafrecht is het ultimum remedium, maar het lijkt wel alsof het OM geen gebruik wil maken van zijn vervolgingsmonopolie in deze. We moeten als rechtstaat zorgen voor een klimaat tegen niet alleen dit soort uitingen, maar ook het ongebreidelde en zeer laakbare galspuwen dat deze discussie – op zeker social media – heeft veroorzaakt. Het is nu eenmaal een maatschappelijk probleem geworden in de laatste jaren, hoe ‘moe’ sommigen van de discussie wel niet mogen zijn geworden. Dan mag de regering niet zijn kop in het zand steken. Op zijn minst moet zij een stimulans kunnen geven. Onze minister-president helpt hier niet bij, integendeel. Mogelijk omdat hij aan zijn eigen kiezers denkt, mogelijk omdat hij gewoon geen visie heeft – zoals hij zelf ook wel met regelmaat heeft gezegd.

‘Majesteitsschennis is een curieuze strafbepaling’

Jebbink: ‘De taak van de minister-president is niet om een manager te zijn, maar ook om de belangen van de gemeenschap te behartigen. Dit is een nobele, doch mooie taak. Als iets zwaar speelt in de samenleving, dan moet je daar toch wat mee? Dat kun je niet zeggen dat jij – als minister-president – hier geen rol in hebt’. In 2014 gooide Rutte olie op het vuur door te zeggen dat de demonstranten tegen Zwarte Piet een kinderfeestje hebben verstoord. Deze tekst is een eigen leven gaan leiden in de media. Maar ook hier deed de minister-president uitspraken zonder de feiten te (willen?) kennen. De demonstranten werden hardhandig aangepakt, terwijl zij geweldloos een maatschappelijk probleem aan de kaak probeerden te stellen.

Jerry Afriyie van de Stichting Nederland wordt beter is vrijgesproken van mishandeling van een agent ten tijde van zijn arrestatie in Gouda in 2014. In deze kwestie wordt Afriyie overigens bijgestaan door het oude kantoor van Jebbink, Prakken d‘Oliveira. Het OM is in hoger beroep gegaan. Jebbink vindt dit onbegrijpelijk. ‘Nederland maakt zich opnieuw op internationaal niveau belachelijk. Juist de politie was de agressor in Gouda. Nederland is de eerste om geweld tegen demonstrerende homo’s in Rusland te veroordelen, maar we doen in onze achtertuin precies hetzelfde.’

Jebbink staat in deze kwestie pal achter zijn cliënten. Dat geldt natuurlijk niet ten aanzien van al zijn cliënten, en is ook niet nodig om toch dezelfde mate van inzet en kwaliteit te kunnen garanderen. Jebbink kan en moet natuurlijk zijn persoonlijke mening vaak loskoppelen van zijn de stellingen die hij soms als strafpleiter moet innemen. Maar hij merkt dat dit bij uitingsdelicten gevoeliger ligt. ‘Dat is eigenlijk gek, want het zijn veel minder heftige zaken dan bijvoorbeeld moord of zedenzaken.’ Het proces tegen Geert Wilders is hier een goed voorbeeld van. Jebbink vindt het ‘bizar dat voor deze verder feitelijk en juridisch verre van complexe zaak maar liefst 12 zittingsdagen zijn uitgetrokken’.

Zou Jebbink zelf Wilders kunnen en willen bijstaan? Hij moet hierom glimlachen en antwoordt dat hij argumenten voor vrijspraak kan verzinnen, maar verwacht toch een veroordeling. Dit zou ook in lijn met de jurisprudentie van de Hoge Raad. Bovendien wil hij liever niet in een samenleving leven waarin uitspraken worden gedaan over zijn medemens, zoals de uitspraken waar Wilders voor terechtstaat. Al met al zou hij toch niet de geschikte advocaat zijn van Wilders. Overigens heeft hij géén aangifte gedaan tegen hem.

Muziekliefhebber
Naast zijn praktijk staat Jebbink bijna dagelijks in de sportschool en is hij een enorme muziekliefhebber. Hij heeft op de middelbare school en tijdens zijn studententijd in een band gezeten; Jebbink was zanger. Ze speelden veel op studentenfeesten, schreven eigen nummers en deden zelfs mee aan de Grote Prijs van Nederland, waar zij de kwartfinales haalden. Maar na zijn studie stopte hij. Hij heeft nooit overwogen om te stoppen in de advocatuur om te proberen in de muziek door te breken. Hier zien we de bescheidenheid van Jebbink terug. ‘Een goede kunstenaar moet een drang hebben het eruit te gooien, zijn hele hebben en houden in zijn kunst te leggen. Dat heb ik niet.’ Hij vertelt dat mensen zoals Randy Newman veel betere nummers schrijven dan hij ooit zou kunnen. Hij geniet daarvan. Muziek is altijd in ontwikkeling: ‘Het is fantastisch om te leren dat bijvoorbeeld “A hard rain’s gonna fall” van Bob Dylan gebaseerd is op een Engelse middeleeuws folksong. Niet veel mensen weten dat, ik word daar intens gelukkig van.’ Maar, vervolgt Jebbink, goede muziek heeft ook goede luisteraars nodig. De Nobelprijs voor Dylan, van wie hij een groot liefhebber is, vindt hij terecht, maar het heeft hem niet verbaasd. Dat Dylan de prijs niet zelf wil ophalen of er zelfs maar op heeft gereageerd ‘was wel te verwachten’.

Vaderschap
Jebbink is ook vader van twee zoons, iets dat weinigen weten. Hij is in 2009 door twee vriendinnen gevraagd om zaaddonor te worden van hun beider kinderen. Uit vriendschap heeft hij ingestemd. Hij hoefde daar ook niet lang over na te denken, al zou hij het niet doen als hij niet zeker wist dat de kinderen liefdevol en stabiel zouden opgroeien. De vriendinnen vormen het gezin, hij is de bekende vader. Hij ziet de jongens – nu zes en drie – eens in de twee of drie weken, maar een omgangsregeling is het niet. Jebbink heeft een grote bewondering voor ouders en zou er zelf niet aan moeten denken zoveel in te moeten leveren voor de opvoeding van kinderen.

‘Ik raak verward als iets onlogisch wordt’

Zware tijd
Deze beslissing kwam echter in een tijd dat veel in het leven van Jebbink gebeurde: zijn broertje overleed, hij startte zijn eigen praktijk en de relatie met zijn toenmalige vriend ging uit. ‘Ik ging door mijn hoeven. Ik ben er bijna een jaar helemaal uit geweest. Het inzicht kwam na de crematie van mijn broertje. De maandag daarna zat ik weer op kantoor, in de verwachting dat een zware periode nu afgesloten was, dat alles weer normaal was. Toen begon het echter pas. Jeroen [Soeteman, red.] kwam die middag naar me toe en moest me bevelen een week vrij te nemen. Het werden zes maanden.’ Jebbink wilde geen medicatie nemen, maar liet wel een therapeut ‘de angel eruit halen’. Pas jaren later was hij weer terug op zijn oude niveau. ‘Jeroen is daarbij een enorm belangrijke steun voor mij geweest.’ Hij is nu veel evenwichtiger, heeft veel meer zelfinzicht en kan zichzelf veel beter te weer stellen tegen die dingen die niet goed voor hem zijn. Hij memoreert aan de tijden voor het overlijden van zijn broer, toen hij als een machine kon blijven doorwerken, bijna elke avond. Met de wijsheid van nu ziet hij in dat dat een tikkende tijdbom was.

Iedereen die Jebbink (persoonlijk) kent, weet dat hij een vogelliefhebber is. Naar eigen zeggen kent hij alle vogels uit Europa. Wij hadden helaas onvoldoende kennis om hem te overhoren, maar geloofden hem meteen nadat we uitleg kregen over een spontane ontmoeting tussen Jebbink en een zeldzame Europese uil in Spanje. Hij had hem al herkend aan zijn roep nog voor hij zich liet zien.

‘Ik stop de dag dat ik het OM een criminele
organisatie ga noemen’

Logica
Als wij vragen wat Jebbink mogelijk zou studeren als hij opnieuw zijn studentenleven kon ingaan, antwoordt hij: technische bedrijfskunde. ‘Ik houd van logica, ik ben bèta geschoold op de middelbare school. Ik raak verward als iets onlogisch wordt.’ Hij heeft de rechtenstudie gekozen omdat de vader van een vriend van hem, die advocaat was in Twente. Jebbink is zoon van een loodgieter en de eerste die ging sturen in zijn gezin, rechten leek hem een verstandige keuze en ook een mooie studie vanwege de sterke binding met de maatschappij. Technische bedrijfskunde zou hij ook het beste in Enschede kunnen doen, en dat vond hij te dicht bij zijn ouders. Uiteindelijk werd het Utrecht.

Na ruim vier uur praten – ‘voor mijn gevoel waren we nog lang niet uitgepraat’, mailt hij daags erna nog – vragen we om nog een paar laatste adviezen van deze inspirerende advocaat. ‘Neem elke zaak serieus en vaar nooit op routine. Kakel niet confrères na op zitting en blijf respectvol naar de autoriteiten. Ik stop de dag dat ik het OM een criminele organisatie ga noemen, zoals ik wel eens hoor zeggen’.

Fietsend door het donker van het Vondelpark zouden we zweren dat we een ransuil (Asio Otus) hoorden roepen.

Borrelpraat – In naam van de Soldaat van Oranje

Voor deze rubriek reizen twee van onze redacteuren ditmaal zuidwaarts voorbij De Omval, om op uitnodiging van Advocaten van Oranje een borrel te genieten.

Door Benjamin Bijl en Annemarie Roukema

We worden opgewacht door een opgewekte Carel Erasmus, een van de twee oprichters van het kantoor en naar wij later begrijpen ook de naamgever. Als wij het pand betreden zijn we onder de indruk van de frisse en industriële look. Dit hadden we niet verwacht toen we ons naar deze locatie begaven! De look en feel beloven veel goeds voor deze editie van borrelpraat! Advocaten van Oranje is een ‘tweepitter’, twee ondernemende advocaten en een student-stagiaire. Irma van der Vorst en Carel Erasmus startten het kantoor in 2015, vanuit hun passie voor het ondernemerschap. Beiden zijn zij op latere leeftijd de advocatuur ingerold en waren ze in het bedrijfsleven, in de industrie respectievelijk de accountancy, door de wol geverfd. Nadat ze beiden de stage hadden afgerond, was het tijd voor een volgende stap, weer terug naar het ondernemerschap.

borrelpraat__beoordeling_oranje1V.l.n.r.: Irma van der Vorst, Nathalie Rodriguez, Carel Erasmus, Benjamin Bijl, Annemarie Roukema.

Bij binnenkomst op de begane grond laat Carel ons eerst aan de linkerzijde het restaurant zien en aan de rechterzijde een lounge met een pooltafel. Het oogt allemaal zakelijk en gezellig tegelijk, en er wordt hoog opgegeven over het biologische eten in het restaurant! In het restaurant ontmoeten de vele ondernemers elkaar en drinkt men zo nu en dan een (georganiseerde) borrel. Wij begrijpen dat het een bedrijfsverzamelgebouw is, waar Advocaten van Oranje (nog) het enige advocatenkantoor is. Ergens verrassend, omdat het pand heel geschikt is voor deze tak van sport. Wij vervolgen onze weg naar de tweede verdieping waar we worden opgewacht door Irma en Nathalie en een goedgevulde borreltafel.

Na een kort voorstelrondje gingen we al snel de diepte in, natuurlijk over de advocatuur maar vooral ook alles daarvoor en daarnaast. Het grote voordeel van een petit comité is dat gesprekken echt persoonlijk worden en de borrelplank nooit ver weg hoeft te zijn. De wijn vloeit rijkelijk en wij komen veel te weten over de achtergrond van deze interessante advocaten en de keuze voor een eigen kantoor. De naam van het kantoor komt vanzelfsprekend ook aan de orde. Deze heeft alles te maken met Carels passie voor de Soldaat van Oranje. In 2005 en 2007 bezocht Carel Erik Hazelhoff Roelfzema op Hawaii, om vervolgens een documentaire te maken en zelfs een boek over hem te schrijven. De bewondering voor de Soldaat van Oranje heeft alles te maken met de kernwaarden die naar het oordeel van Carel hierin verwoven zijn: vechten voor hetgeen je in gelooft, doorzettingsvermogen en creativiteit. Irma is gespecialiseerd in het arbeidsrecht en doet heel diverse zaken op dit gebied. Carel zit meer aan de ondernemingsrechtelijke kant van het spectrum en houdt zich daarnaast graag bezig met intellectueel eigendomsrecht. Het enthousiasme wanneer over het kantoor gepraat wordt is aanstekelijk, beiden zijn ontzettend begeisterd door het ondernemerschap in de advocatuur en hetgeen zij samen aan het opbouwen zijn. Of er groei is beoogd? Jazeker, nog dezelfde week komt er weer een kandidaat die wellicht kan aansluiten. Er is ruimte op kantoor en qua praktijk wordt het inmiddels noodzaak om op een zeker moment te groeien. Op dit moment zoekt het kantoor zelfs concreet naar een gelijkgestemde advocaat om het team te versterken. Het doel is uitgroeien tot 15 a 20 advocaten.

Rond 21.30 uur ronden we af. Carel neemt deze gelegenheid te baat om, onder verwijzing naar zijn passie, ons een exemplaar van zijn boek aan te bieden. Wij zijn hier ontzettend blij mee! Heel erg leuk dat wij hier mochten borrelen, op deze unieke locatie met twee enorme enthousiastelingen. Heel veel dank aan Carel en Irma voor de hartelijke ontvangst en gezelligheid!

borrelpraat__beoordeling_oranje2

Founders – SERVAAS Advocaten

‘De relatie moet helder en schoon zijn’

‘Ser’ betekent liefde in het Armeens, de taal van het land waar oprichter Vigen Sarkisian is geboren en deels is getogen. Het is een kenmerkend woord voor SERVAAS Advocaten, want de warmte in kantoor is voelbaar voor een buitenstaander. Met passie en trots vertelt Sarkisian over zijn weg die heeft geleid tot dit kantoor met zes collega’s.

Tekst: Annemarie Roukema en Lara Smeets

In 1993 kwam de destijds zestienjarige ­Vigen Sarkisian met zijn ouders en zusje vanuit Armenië naar Nederland. Aangekomen in een nieuw land is het geen optie voor hem om bij de pakken neer te zitten. Sarkisian heeft een groot verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkeld, hetgeen erin resulteert dat hij via een internationale schakelklas binnen drie jaar zijn VWO afrondt en in 1998 start met zijn studie. Eigenlijk is geneeskunde zijn grote liefde, ingegeven door de fijne herinneringen die hij koestert aan het ziekenhuis waar zijn moeder in Armenië werkte en waar hij veel tijd heeft doorgebracht. Het ziekenhuis in Nederland ruikt hetzelfde als het ziekenhuis in Armenië en voelt vertrouwd. Maar helaas voor Sarkisian wordt hij uitgeloot. Een poging om in België te gaan studeren strandt eveneens, omdat hij nog geen Nederlands paspoort heeft. De keuze voor een studie valt vervolgens op rechten.

servaas-founders
Notarieel recht
Gezien dit verleden, het aan de lijve zelf ondervinden hoe het is om in afwachting te zijn van je verblijfsstatus met alle gevolgen van dien, lijkt het niet heel toevallig dat Sarkisian een advocaat is geworden met als specialisatie vreemdelingenrecht, maar toch is dit niet altijd vanzelfsprekend geweest.
Tijdens de studie ligt de focus op notarieel recht en deze opleiding wordt in 2002 succesvol afgerond. In deze periode fungeert Sarkisian als tolk voor de IND, een bijbaan die hij met veel plezier aanhield, zelfs tot vier jaar na afronding van zijn studie notarieel recht. Sarkisian gaat in 2002 aan de slag bij een notariskantoor in Noord-Holland, maar al snel komt hij erachter dat de notariële praktijk zijn hart niet sneller laat kloppen. Na twee jaar werkzaam te zijn geweest gaat Sarkisian opnieuw de collegebanken in voor een schakelprogramma Civiel recht om als advocaat aan de slag te kunnen.
Zijn advocatuurlijke loopbaan startte Sarkisian in 2004 bij Advocatenkantoor Van Driel en in 2006 zette hij die voort bij Van der Wiel advocaten. Arie van Driel is duidelijk een belangrijke persoon geweest in de start maar ook bij het vervolg van zijn carrière als advocaat. In diens praktijk raakte Sarkisian alsnog, tegen zijn eigen verwachtingen in, vol betrokken bij het vreemdelingenrecht. Hoewel het in eerste instantie zijn bedoeling was om als stagiaire-ondernemer aan de slag te gaan – hij had zelfs de goedkeuring van de Orde – kwam het aanbod om in loondienst de advocatenopleiding te volgen zeer gelegen. Hij zou zich de kneepjes van het vak in loondienst, met de bijbehorende begeleiding maar ook zekerheid, eigen kunnen maken.
Na de beroepsopleiding te hebben gevolgd onder de vleugels van Ronnie van der Wiel, startte Sarkisian in 2009 zijn eigen kantoor. Met de oprichting van een kantoor komt ook de keuze voor een naam. Een fijne herinnering aan de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht tijdens een schooluitje leidt ertoe dat de naam Servaas, de naam van een Armeense bisschop die het Christendom naar Nederland heeft gebracht, thans op de voorgevel prijkt. Wielrenner Servais Knaven was degene die het goede gevoel bij de naam bij wielerfan Sarkisian compleet maakte. Maar de Kamer van Koophandel accepteerde de naam in beginsel niet en vroeg advies aan de namenspecialist. Sarkisian was gehouden een vlammend betoog te geven over zijn keuze voor de naam Servaas, waarna hij alsnog groen licht kreeg.

Strijdlust
Deze strijdlust in Sarkisian komt ook tot uiting in zijn dagelijkse praktijk. Zijn focus ligt op het vreemdelingenrecht (uitdrukkelijk niet asiel) en juist bij die groep cliënten kan de strijd alles of niets betekenen. Sarkisian heeft zelf ervaren hoe het is om nog geen verblijfsvergunning of Nederlands paspoort te hebben en in afwachting te zijn van het bericht of je in Nederland mag blijven of niet. Dit zorgt voor een grote betrokkenheid in zaken. ‘Dit is een doelgroep die bediend moet worden. Ik doe dit vanuit een ideologisch standpunt. Ik ben begonnen om mensen te helpen.’ Hij geeft aan dat hij zich soms meer maatschappelijk werker voelt dan advocaat, maar dat deert hem niet.

Familie
De betrokkenheid stopt niet bij Sarkisian, want het hele kantoor toont zich betrokken. Zij zijn als team al vele jaren samen en sommige zijn Sarkisian al gevolgd vanaf zijn oude kantoor. De meeste werknemers stromen tijdens hun studie al in bij het kantoor en worden zo onderdeel van de ‘familie’. Zij kiezen allemaal hun eigen pad. Zo volgt de een de beroepsopleiding advocaten en de ander de opleiding tot mediator. Er is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.
Sarkisian: ‘Ik heb iedereen zien groeien. Je moet het niemand kwalijk nemen als die in een andere levensfase zit. Iedereen doet het op zijn eigen manier en tempo’. Er wordt tussen de collega’s heel open met elkaar gecommuniceerd, of het nu gaat over de visie van kantoor en hoe het er financieel voorstaat tot aan privékwesties toe. ‘De relatie moet helder en schoon zijn’. Ze vertrouwen elkaar volledig en kunnen altijd rekenen op steun aan elkaar. De omgang met elkaar is heel informeel. Ze komen ook bij elkaar thuis.

Eigen taal
Deze steun wordt ook gevoeld door de cliënten. Zij worden veelal bediend in hun eigen taal. Vanwege de gemengde achtergrond van het personeel biedt Servaas Advocaten bijstand aan in vijftien talen. Dit is redelijk uniek en wordt zeer gewaardeerd. De cliënten komen overal ter wereld vandaan. Op de vraag of Sarkisian specifiek zijn medewerkers heeft geselecteerd op verschillende nationaliteiten en talen, antwoordt hij ontkennend. ‘Dat is vanzelf zo gekomen’. De variëteit van nationaliteiten lijkt daarmee zowel zakelijk als privé een grote toegevoegde waarde te hebben.

Toekomst
De toekomst ziet er wat Sarkisian betreft rooskleurig uit. Hij licht toe dat de praktijk nog steeds groeit, het gaat goed. Bescheiden voegt hij toe: ‘Ik ben dit werk niet gaan doen om er rijk van te worden. Ik wil de mensen graag helpen, daar gaat het mij om’. In de samenstelling van kantoor zal ook ongetwijfeld weer verandering optreden, en hij zal zijn collega’s geen strobreed in de weg liggen als een van hen besluit voor zichzelf te beginnen. ‘Ik heb aangegeven dat ze zich niet beperkt moeten voelen wanneer zij na het afronden van de Beroepsopleiding Advocaten voor zichzelf zouden willen beginnen. Ik heb dit zelf immers ook gedaan.’

Of er nog ruimte is voor groei van het kantoor? Jazeker, maar alles op zijn tijd.

Lizette Vosman strijdt in India tegen slavernij: ‘Geven voelt goed’

‘Het lijkt onvoorstelbaar, maar momenteel zijn er meer slaven dan ooit in de wereldgeschiedenis’, zegt Lizette Vosman, oud-advocate bij Knoops advocaten, die sinds een jaar in India op eigen rekening werkt voor de International Justice Mission (IJM), de grootste anti-slavernij organisatie ter wereld. U kunt haar steunen dit belangrijke werk voort te zetten.

Tekst: Annelies van Ochten

Na mooie en hectische jaren in de Amsterdamse advocatuur hangt Lizette Vosman in 2015 haar toga aan de wilgen om te reizen door Zuidoost-Azië. Onderweg denkt ze na over een volgende stap in haar carrière. De mensenrechtenorganisatie International Justice Mission (IJM) trekt haar aandacht. Op een klein balkonnetje in Laos, met krakkemikkig wifi, solliciteert Lizette via Skype. Met succes. Ondanks het regelmatige wegvallen van de verbinding kan Lizette aan de slag als Legal Fellow in het chaotische New Delhi. Na een training op het hoofdkantoor in Washington heeft Lizette afgelopen oktober haar comfortabele westerse leven ingeruild voor een avontuur in India.

lizette_vosman_india1

Lizette Vosman: ‘Ik wilde ervaren hoe het is om aan de andere kant van het recht te staan’.

‘Als advocaat stond ik verdachten bij. Ik wilde ervaren hoe het is om aan de andere kant van het recht te staan’, zegt de voormalig advocaat in strafrecht en mensenrechten bij Knoops’ advocaten met een vastberaden blik. Wereldwijd leven 45,8 miljoen mannen, vrouwen én kinderen in slavernij. ‘Het lijkt onvoorstelbaar, maar momenteel zijn er meer slaven dan ooit in de wereldgeschiedenis.’
Een 3-jarig meisje dat gedwongen in een steenfabriek werkt of een 14-jarig meisje dat gevangen in een bordeel meerdere keren per dag wordt verkracht. Een vader die met zijn hele gezin vast zit in een rijstfabriek en werkdagen maakt van 20 uur. Zijn kinderen die in de fabriek geboren zijn en op een dag onder dwang zijn ‘schuld’ moeten overnemen. Deze, en oneindig veel meer voorbeelden, gaan Lizette aan het hart. ‘Ik wil iets doen. Ik móet iets doen.’

Reddingsoperaties
IJM is de grootste anti-slavernij organisatie ter wereld. Het kantoor in New Delhi is in 2012 opgezet met behulp van een ‘Google Grant’ met als achterliggende gedachte om tezamen met partnerorganisaties in heel India de strijd tegen slavernij/dwangarbeid tegen te gaan. De medewerkers van IJM in New Delhi trainen onder andere lokale advocaten van verschillende partnerorganisaties (ngo’s) en leren hen hoe je een strafzaak voert tegen mensenhandelaren en eigenaren van steen- en rijstfabrieken. Maar IJM doet meer. In samenwerking met lokale overheden zetten ze reddingsoperaties op touw waarbij slaven letterlijk uit de fabriek worden gehaald. Ook besteedt IJM veel aandacht aan de nazorg van bevrijde slachtoffers. De meesten hebben geen enkele opleiding en moeten zich plots staande houden in een weliswaar vrije, maar volledig onbekende wereld.
Vooralsnog zal Lizette twaalf maanden lang werkzaam zijn voor IJM, waarbij ze naast het trainen van lokale advocaten documenten ontwikkelt over de beste aanpak van daders van slavernij en presentaties en juridische trainingen geeft aan lokale partners. Omdat Lizette niet zelf als advocaat in de rechtszaal mag optreden en de advocaten van het IJM-kantoor in New Delhi – in tegenstelling tot andere kantoren van IJM in India – zelf ook geen zaken doen, bestaat haar taak dus voornamelijk uit legal research om de advocaten buiten New Delhi zo goed mogelijk te ondersteunen en te adviseren.
Lizette ontvangt geen salaris en betaalt zelf al haar onkosten (appartement, levensonderhoud, tickets, visa, verzekeringen en dergelijke). Op haar website www.lizettevosman.com kunt u meer lezen, Lizette houdt een blog bij over haar ervaringen. Ook vindt u daar informatie omtrent de mogelijkheid tot het steunen van haar project. ‘Geven voelt goed’, zegt zij hier zelf over. Ook maakt zij maandelijks een één minuut durend filmpje over haar leven in Azië dat te vinden is op haar website.

Ingeburgerd
Lizette is inmiddels helemaal ingeburgerd in India. Ze draagt fel gekleurde kurtas, eet zonder schroom met haar handen uit de lunchboxjes van haar collega’s, is gewend om een uur stil te staan in een toeterende tuk-tuk, drinkt minimaal drie keer per dag een kop chai en spreekt een woordje Hindi. Toch raakt het haar nog elke dag om de bedelende straatkinderen en andere arme mensen op straat te zien leven. ‘De armsten van deze wereld lijden onder een verborgen plaag van geweld. Juist omdat zij arm zijn, worden zij niet beschermd door de wetten in hun land.’

lizette_vosman_india2

Lizette Vosman is inmiddels helemaal ingeburgerd in India.

Samen met miljoenen stadsgenoten smacht Lizette naar de eerste regenbui om de smog te verdrijven. Ze is inmiddels in het bezit van een luchtzuiveringsmasker. ‘Het is een spannend avontuur, maar het idee dat ik een bijdrage lever aan het uitbannen van slavernij geeft mij de kracht om dit te doen. Ik geloof en hoop in een wereld waarin iedereen gelijke rechten en kansen heeft. Hoe klein mijn impact ook is, ik wil graag iets doen!’

Wat een mooie kerstgedachte!

Bouwstenen – Gezond werkklimaat in een duurzame omgeving

Het kantoor van Stibbe verhuisde onlangs naar de rand van het Beatrixpark aan het ­Beethovenplein, waar het een gloednieuw gebouw betrok dat werd ontworpen door ­architect Jo Coenen, bekend van de OBA. Wij spraken met Marcel Abbringh en Joop ­Janssen, beiden nauw betrokken bij de totstandkoming. De bouw was in handen van
Dura Vermeer en het interieur draagt het signatuur van Fokkema & Partners.

Tekst: Marloes van den Eeckhout en Yvette Kouwenberg

We worden ontvangen in de imposante vergaderzaal op de 9e etage die uitkijkt over het Beatrixpark. Vanaf de andere zijde van de verdieping is er uitzicht op de kantoren van de Zuidas. Het blijkt een treffende weerspiegeling van wat Stibbe met haar nieuwe onderkomen voorstaat: hard werken, maar met aandacht en zorg voor mens en omgeving.
‘Het vorige pand, dat 16 verdiepingen telde, nodigde minder uit tot persoonlijk contact. Medewerkers stuurden elkaar eerder een e-mail dan dat zij even bij elkaar binnenliepen voor overleg’, legt Joop Janssen uit. Hij vervolgt: ‘In het ontwerp hebben we dat geprobeerd te ondervangen door het pand minder hoog te maken en de verdiepingen te vergoten. Door de driehoek-achtige vorm van het gebouw waarin met veel glas is gewerkt kun je hierdoor op elke etage de hele afdeling overzien. Dat werkt persoonlijk contact in de hand, zoals we merken’.
De corner-offices zijn niet bestemd voor de partners van kantoor, zoals dat regelmatig gebeurt, maar zijn ingericht als flexwerkplekken. ‘We hebben alleen niet helemaal afscheid genomen van aparte werkkamers. Daar bleek toch behoefte aan te zijn. Bovendien wilden we voorkomen dat medewerkers ’s ochtends vroeg hun plek zouden reserveren zoals op het strand met het zogenoemde handdoekje leggen”, aldus Marcel Abbringh.
We staan te popelen om het met eigen ogen te aanschouwen. Daarom dalen we af naar de 6e etage voor een rondje over de afdeling en zijn direct onder de indruk van de bureaus die elektrisch in hoogte verstelbaar zijn en staand werken mogelijk maken. Het is leuk om te zien dat daarvan goed gebruik wordt gemaakt. Er staan bovendien hometrainers op elke afdeling die onder het bureau kunnen worden geschoven voor beweging tijdens het werk. ‘Zitten is immers het nieuwe roken. Regelmatige beweging vinden we erg belangrijk en gezond. Bovendien stimuleert beweging de hersenen en daarmee wordt de productiviteit ook weer verhoogd’, licht Abbringh toe. Ook sommige spreektafels kunnen op stahoogte worden gebracht met een simpele druk op de knop. ‘Dat geeft een wat informelere sfeer wat soms prettig kan zijn, zoals bij een sollicitatiegesprek’, aldus Abbringh.

bouwstenen_stibbe_4
Gezond werkklimaat
Ook op andere vlakken is er aandacht besteed aan een gezond werkklimaat. Op elke verdieping staat een grote schaal met vers fruit en een tappunt met plat en bruisend water. De gebruikelijke frisdranken zijn uit het assortiment, wat ook weer een hoop afval scheelt. De trappenhuizen zijn ruim opgezet en door de transparante muur goed zichtbaar om het nemen van de trap te stimuleren. Het voelt ‘Scandinavisch’ aan door het gebruik van natuurlijke kleuren en natuurlijke producten zoals hout en natuursteen.
Een leuk detail is dat de vergaderzalen een ode zijn aan de stad, want ze zijn vernoemd naar bijvoorbeeld het Vondelpark en het Spui. De imposante vergaderzaal op de 9e etage is de Rokin-zaal, vernoemd naar de locatie waar Stibbe haar eerste kantoor vestigde. Waar de bibliotheek in het vorige pand een prominente rol speelde, past dat niet meer in het huidige digitale tijdperk. Hoewel veel is gedigitaliseerd en geautomatiseerd, heeft elke afdeling nog wel een eigen bescheiden bibliotheek.

bouwstenen_stibbe_2
Milieu
Het milieu is een belangrijk aspect geweest waarmee rekening is gehouden bij de ontwikkeling van het pand. ‘We hebben bewust gekozen voor minder parkeerplaatsen zodat medewerkers en bezoekers die niet van ver hoeven te komen de fiets of het openbaar vervoer nemen,’ vertelt Jansen. ‘In de entreehal hangt een scherm met de actuele vertrektijden van de NS. Verder hebben we een hybride kantoorauto en diverse kantoorfietsen ter beschikking. Er is verder veel aandacht besteed aan klimaatbeheersing. We hebben een warmte-koude opslag onder de grond en de buitenkant van het pand is gemaakt van een speciaal materiaal dat warmte vasthoudt in de winter. Ons kantoor is CO2-neutraal. We zijn dan ook trots op ons BREEAM Excellent certificaat, een keurmerk voor duurzaamheid.’

bouwstenen_stibbe_1
Stibbe-toren
‘Eigenlijk is dat ook een van de redenen waarom we hebben gekozen voor een geheel nieuw pand’, licht de heer Abbringh toe. ‘Het oude pand voldeed kort gezegd niet meer aan de eisen van deze tijd. We hebben in het kader van MVO eerst nog overwogen om het oude pand te verbouwen, maar eigenlijk kwam het erop neer dat het hele gebouw gestript moest worden. Dat vonden we niet optimaal. Toen de eigenaar een nieuwe bestemming voor de Stibbe-toren bleek te hebben, waardoor leegstand kon worden voorkomen, was de keuze snel gemaakt.’
De locatie bleek eveneens een uitgemaakte zaak. Stibbe heeft ervoor gekozen dicht bij de Zuidas te blijven om daarmee de verbinding te houden met klanten en de andere grote kantoren waarmee zij veel samenwerkt. Abbringh: ‘ING was destijds eigenaar van de grond waarop ons kantoor nu staat. Omdat ING zelf niet meer aan ontwikkeling deed hebben wij de grond van de bank overgenomen. Jo Coenen had toen al een concept-ontwerp voor de kavel gemaakt en daar zijn we vervolgens mee aan de slag gegaan’.

bouwstenen_stibbe_3
Inspraak
Stibbe blijkt veel inspraak te hebben gehad in het ontwerp. Tien jaar duurde het voordat de eerste plannen werkelijkheid werden. Er is een interne bouwcommissie samengesteld die veel contact had met de (interieur)architect. Bovendien is intern veel gesproken over de plannen en konden alle personeelsleden hun wensen kenbaar maken, zodat het pand naar ieders wens is geworden. Op de vraag of er eventueel wensen niet in vervulling zijn gegaan antwoorden beide heren ontkennend. ‘Met uitzondering van de wens van de medewerkers voor een zwembad en bioscoopzaal’, voegt Jansen  gekscherend toe.
Het gebied rond het Beatrixpark is volop in ontwikkeling. De functies wonen en werken zijn al vertegenwoordigd. In de toekomst komt er een culturele functie bij. Om de integratie tussen deze disciplines te realiseren heeft de gemeente Amsterdam bedongen dat er een openbare koffiebar in de plint van het kantoorpand komt. Het is alleen nog wachten op de vergunning. Stibbe heeft ‘van de nood een deugd gemaakt’ door naast de koffiebar op de begane grond ook een printfaciliteit in te richten waarvan het publiek gebruik kan maken.

Stibbe heeft zo het kantoor van de toekomst neergezet waarmee het Nieuwe Werken mogelijk wordt gemaakt. Hiermee kan Stibbe zich volgens ons dan ook met trots ‘De Nieuwe Werkgever’ noemen.

De Stelling – Gewelddadige agent niet langer strafbaar?

Met een wijziging in artikel 42 van het Wetboek van Strafrecht stelt minister Van der Steur voor de strafbaarheid van gewelddadige agenten, mits rechtmatig, wettelijk uit te sluiten. Is dat een goed idee? In de terugkeer van onze rubriek De Stelling buigen  advocaten  Geert-Jan Knoops, Thomas Felix en Alexander de Swart zich over nut en noodzaak van het voorstel.

Tekst: Benjamin Bijl en Tomasz Kodrzycki

Steeds meer komt het optreden van de politie ter discussie te staan. Met name wanneer de politie gebruik maakt van haar geweldsmonopolie is er sprake van toenemende  kritiek. Het meest bekende en recente voorbeeld is de kwestie van Mitch Henriquez, die bij zijn aanhouding om het leven kwam door geweld van agenten. Maar ook kan worden gedacht aan de 17-jarige Rishi, die in 2013 door een agent op station Den Haag Hollands Spoor werd doodgeschoten.
De agent die Rishi doodde, werd van doodslag vrijgesproken. Of het geweld jegens Henriquez ook disproportioneel was, moet door de rechter nog worden bepaald: twee agenten zijn voor primair doodslag gedagvaard.

Geweldsmonopolie
Maar moet een politieagent die al dan niet fataal geweld heeft toegepast bij het uitoefenen van zijn functie wel op dezelfde manier tot strafrechtelijke verantwoording worden geroepen als gewone burgers? De politie heeft tenslotte het geweldsmonopolie en komt vaak in bedreigende en lastige situaties terecht waarbij ze soms in een fractie van een seconde moet beslissen over leven en dood. Een zware last die een milde blik verdient? Of heeft de politie niet juist een grotere verantwoordelijkheid bij de proportionele uitoefening van het alleen háár toekomende recht geweld aan te wenden? With great power comes great responsibility?

stelling_politie(foto: Shutterstock).

Minister Van der Steur heeft het idee geopperd de strafbaarheid van gewelddadige agenten, mits rechtmatig, wettelijk uit te sluiten: ‘Niet strafbaar is de ambtenaar die in de rechtmatige uitoefening van zijn taak en in overeenstemming met zijn geweldsinstructie geweld gebruikt’, zo luidt de tekst van het nieuw voorgestelde tweede lid van artikel 42 WvSr.

Bij twijfel aan de rechtmatigheid van politiegeweld kan de officier van justitie  – ook dat is nieuw in het voorstel –  een feitenonderzoek instellen.
Mocht het openbaar ministerie het gevoel bekomen dat er onrechtmatig geweld is toegepast, kan worden vervolgd voor het eveneens nieuwe artikel 372 WvSr dat schending van de geweldsinstructie bedreigt met gevangenisstraffen van maximaal één jaar tot drie jaren, afhankelijk van de ernst van het letsel of indien de dood intreedt. Het staat de officier van justitie overigens vrij te vervolgen voor commune geweldsfeiten. Is het wetsvoorstel wel een goed idee? We laten drie advocaten reageren op de volgende stelling.

Stelling

Het wetsvoorstel van Van der Steur is gebaseerd op een onwenselijke premisse. Politieambtenaren zijn professionals die zijn getraind om te gaan met hun geweldsmonopolie. Hen in beginsel strafrechtelijk onschendbaar maken voor dit deel van hun werk past dan ook niet. Het strafrecht voorziet nu al in voldoende mogelijkheden om waar nodig gepast te kunnen reageren.

 


stelling_felixThomas Felix (Advocaat De Roos & Pen te Amsterdam)

‘Nieuw strafbepalingen maken politieambtenaar niet onschendbaar’

‘Wij verwachten van politieambtenaren dat zij ons beschermen. Waar burgers hard van het gevaar wegrennen, wordt de politie geacht ernaar toe te rennen. En om, binnen de grenzen van de wet, gebruik te maken van hun geweldsmonopolie. De beslissing om gebruik te maken van die bevoegdheid moet in een split second gebeuren.
Het zijn vaak moeilijke beslissingen en de omstandigheden dwingen hen een beslissing te nemen: ze kunnen natuurlijk niet wegrennen. Politieambtenaren zijn weliswaar getraind, maar het is een illusie om te denken dat je ze op alle situaties kunt voorbereiden zodat zij nooit spanning ervaren en altijd de juiste beslissing nemen. Als dat een verkeerde beslissing blijkt te zijn, is dat vaak een beslissing die naar eer en geweten wordt genomen.
Als wij een beroepsfout maken verantwoorden wij ons bij de tuchtrechter. Voor de eventuele schade zijn wij verzekerd. Strafrechters die verdachten ten onrechte veroordelen betalen, bij een eventuele vrijspraak in hoger beroep, de eventuele schadevergoeding (ex. art. 89 Sv) niet zelf. En zij worden al helemaal niet persoonlijk vervolgd voor wederrechtelijke vrijheidsbeneming. Dat vinden wij logisch.
Maar als politieambtenaren bij geweldsaanwending een beroepsfout maken, worden zij verdachte van en vallen zij onder delictsomschrijvingen met vaak hoge straffen. Juridisch verschilt hun status dan niet van “normale” verdachten. Als je dergelijke zaken al in het strafrecht wilt beslechten, is het wel goed dat daar aangepaste strafbepalingen voor worden gemaakt. Deze nieuwe strafbepalingen maken de politieambtenaren niet onschendbaar. Er worden slechts aangepaste strafbepalingen en een aangepaste strafuitsluitingsgrond geïntroduceerd. Politieambtenaren moeten zich nog steeds aan de regels houden en kunnen nog steeds worden bestraft indien zij hun bevoegdheden overschrijden.’

 


stelling_knoopsGeert-Jan Knoops (Knoops Advocaten te Amsterdam)

‘Agenten zijn geen gewone verdachten’

‘Ik ben niet eens met deze stelling. Juist het feit dat politieagenten net als militairen professionals zijn, zou ons moeten inscherpen hen niet als gewone verdachten te beschouwen. Veel van onze cliënten die wij op dit gebied bijstaan,  politieagenten en militairen verdacht in kader van schending geweldsinstructies, ervaren een vervolging als zeer belastend en stigmatiserend. Zij voelen zich als “criminelen” neergezet. Dit gaat ten koste van de motivatie van deze personen die voor de samenleving soms hun leven moeten riskeren. Sommige van onze cliënten op dit gebied – als zij mentaal al een vervolging overleven – hebben geen incentive meer om voor de overheid en samenleving te werken en stappen uit het politieambt.
Meerdere van onze cliënten begrijpen niet waarom een verdenking van schending van geweldsinstructies in hun situatie wordt vertaald naar bijvoorbeeld “poging tot doodslag”. Dit verlies aan incentive en vertrouwen in hun werkgever is een onwenselijke ontwikkeling. Het strafrecht in huidige vorm kan dit effect niet wegnemen.
Het voorstel van de minister kan wel bijdragen tot meer realistische juridische benadering van deze problematiek. Bovendien, de positie van een politieagent is niet gelijk aan een gewone verdachte. Daarnaast, ook voor militairen is er een speciaal regime in het leven geroepen op dit gebied. En tenslotte, het gaat niet om onschendbaar maken van een politieagent.’

 


 

stelling_de_swartAlexander de Swart (Advocaat Houthoff Buruma te Amsterdam)

‘Wetsvoorstel bevat oude wijn in nieuwe zakken’

‘In de toelichting op het wetsvoorstel wordt opgemerkt dat het bestaande wettelijk stelsel van strafuitsluitingsgronden reeds voldoende bescherming biedt aan de opsporingsambtenaar die conform de ambtsinstructie heeft gehandeld. De vraag komt dan ook op waarom er een specifieke strafuitsluitingsgrond nodig zou zijn. Aan het wetsvoorstel ligt de emotionele gedachte ten grondslag dat het bezwaarlijk is dat de opsporingsambtenaar een beroep moet doen op de voor één ieder geldende uitsluitingsgronden uit het wetboek van strafrecht. In de praktijk vond in het kader van de wettelijke rechtvaardigingsgrond van het handelen ter uitvoering van een wettelijk voorschrift (art. 42 Sr.) reeds een toets aan de hand van de politiewet en de ambtsinstructie plaats. De door een strafrechter te verrichten toets verandert de facto dan ook niet indien politiegeweld in rechte moet worden beoordeeld. Het wetsvoorstel leidt bij rechtmatig politieoptreden slechts tot een formele wijziging; in plaats van een ontslag van alle rechtsvervolging op basis van bijvoorbeeld handelen conform wettelijk voorschrift zal in de toekomst een ontslag van alle rechtsvervolging dienen te volgen op basis van de uitsluitingsgrond dat conform de ambtsinstructie is gehandeld. Het wetsvoorstel bevat oude wijn in nieuwe zakken.
Eenzelfde emotie ligt ten grondslag aan de voorgestelde nieuwe strafbaarstelling van de culpoze overtreding van de ambtsinstructie. Het is paradoxaal dat een wetsvoorstel dat dient ter bescherming van de specifieke rechtspositie van opsporingsambtenaren de facto een nieuwe, extra strafbaarstelling introduceert. De gedachte is, zo vermeldt de toelichting, dat het Openbaar Ministerie in voorkomende gevallen voor de nieuwe bepaling kan vervolgen, in plaats van een vervolging voor reguliere commune delicten als mishandeling en doodslag. Op geen enkele wijze is echter uitgesloten dat wordt vervolgd voor dergelijke reguliere misdrijven, sterker nog: de toelichting op het wetsvoorstel laat uitdrukkelijk weten dat er geen afbreuk wordt gedaan aan het opportuniteitsbeginsel op basis waarvan het Openbaar Ministerie kan besluiten te vervolgen voor de voor één ieder geldende commune delicten.
In de praktijk komt het nu reeds voor dat nabestaanden zich op de voet van art. 12 Sv. bij het gerechtshof beklagen over een vervolging voor “slechts” doodslag, aangezien in hun optiek vervolging voor moord diende plaats te vinden. Dergelijke klachten zullen vaker voorkomen, indien het Openbaar Ministerie enkel vervolgt voor overtreding van de ambtsinstructie, temeer nu de maximumstraffen voor de voorgestelde bepaling fors lager liggen dan de straffen gesteld op de reguliere bepalingen uit het wetboek van strafrecht die in tegenstelling tot de voorgestelde bepaling veelal ook het ernstige vergrijp van opzettelijk handelen strafbaar stellen. In voorkomende gevallen legt het Openbaar Ministerie bij dergelijke klachten dan ook maar de zwaardere delicten ten laste, opdat de strafrechter zich ook daarover uit kan laten. Dat, levert als het wetsvoorstel wet wordt, juridisch interessante discussies over samenloop op.
De lagere straffen die op de nieuwe strafbepaling zijn gesteld, lijken wellicht winst voor de politieambtenaar, maar niet moet worden vergeten dat strafrechters zelden in de buurt van de maximale straf komen en vermoedelijk in het geval van een veroordeling voor de voorgestelde bepaling niet tot een wezenlijk andere straf komen ten opzichte van de huidige situatie.
Tenslotte is vermeldenswaardig dat de ambtsinstructie niet voorziet in een strafuitsluitingsgrond in het geval van geweldaanwending geboden ter noodzakelijke verdediging om het eigen vege lijf van de politieambtenaar te redden. Ook in deze gevallen zal derhalve nog altijd een beroep moeten worden gedaan op de reguliere strafuitsluitingsgrond van noodweer(exces).
Grotendeels lijkt het wetsvoorstel een mooi staaltje symboolwetgeving, waarmee wellicht tegemoet wordt gekomen aan de emotie die leeft in de politiewereld. In de praktijk zal de politieambtenaar die meent rechtmatig te hebben gehandeld zich vermoedelijk niet veel beter voelen wanneer hij nog altijd in de rechtszaal moet staan, maar nu met een tenlastelegging die enkel de nieuwe strafbepaling bevat. Het verwijt is daarmee juist specifieker gericht op het handelen van de politieambtenaar aan wie immers wordt verweten in strijd met de ambtsinstructie te hebben gehandeld.’

Van de Deken – Brexit, what’s in it?

deken_van_regteren_altenaOp 9 november jl. was het jaarlijks Praktizijnsdiner. Weer volgens de langzamerhand beproefde formule: eerst een seminar, dan de borrel en dan het diner. De opkomst was groot en de stemming als altijd uitstekend daar in The Grand in het centrum van de stad. Het is een traditie dat de Amsterdamse deken daar een praatje houdt. Het volgende is een weergave van een deel daarvan.

In de avond van de 8e november gingen wij door de peilingen gerustgesteld naar bed. Op het verkeerde been bleek later in de nacht: toch Trump. Hetzelfde gebeurde op 23 juni van dit jaar: toch Brexit. Op enkele aspecten van dit Brexit voor de rol van het Nederlands recht en de Nederlandse rechtspleging wil ik hier kort ingaan.

In de internationale financiële en commerciële praktijk bestaat bij partijen die gevestigd zijn in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, de common law-landen, een grote voorkeur om op internationale contracten het Engels recht van toepassing te verklaren en de Engelse rechter bevoegd. Voor Engelse partijen is dit een totale vanzelfsprekendheid. Bij Amerikaanse partijen is dat met de nodige tegenzin omdat zij uiteraard het recht van hun eigen staat en hun eigen rechter prefereren. Maar dan is Engels recht en de Engelse rechter altijd nog second best en veruit te prefereren boven het recht van de rechter van een civil law-land.

Geen enkel rationeel argument
Uiteraard is deze voorkeur van partijen in verschillende common law-landen voor Engels recht als het eigen recht – of meest vergelijkbaar recht – nog wel te begrijpen, maar voor een niet Engelse partij is er geen enkel rationeel argument te bedenken voor een voorkeur voor rechtspraak door de Engelse rechter. Die is, kort gezegd, traag, onvoorspelbaar en kostbaar. Mede door de noodzakelijke betrokkenheid van veel te veel Engelse advocaten.

In de besprekingen van de gevolgen van de Brexit is aan het feit dat ook de internationaal belangrijke rol van het Engelse recht en de Engelse rechter feestelijk zijn uitgezwaaid nog maar weinig aandacht besteed. Toch is dat een logische consequentie, alleen al omdat de beslissing tot uittreden een jarenlange periode met grote rechtsonzekerheid betekent, met een nog onzeker aanvangstijdstip. Als er iets is dat in de internationale rechtspraktijk wordt gemeden, dan is dat onzekerheid omtrent de inhoud van het toepasselijke recht en onzekerheid omtrent de rechtspraak.

Premier May gecorrigeerd
Waar de nieuwe minister-president May de triomfantelijke uitspraak deed dat de Engelse wetgever niet langer in Brussel zit maar in Londen, en de Engelse rechter niet langer zitting houdt in Luxemburg of Straatsburg maar in Engeland, werd zij begin november al door die zelfde Engelse rechter gecorrigeerd in haar opvatting dat de Engelse regering zelfstandig zou kunnen bepalen wanneer en op welke wijze uitvoering aan de uitslag van het referendum wordt gegeven. Een treffender illustratie van de ingetreden rechtsonzekerheid dan deze is moeilijk te bedenken.
Mijn verwachting is daarom dat deze rechtsonzekerheid in Engeland zal leiden tot een fundamentele heroriëntatie van internationaal opererende partijen op de mogelijkheden van andere rechts- en forumkeuze. Daarin kan Nederland dan een belangrijke rol spelen en nemen.

Nederlands recht en Nederlandse rechtspleging hebben een aantal duidelijke voordelen boven Amerikaans en Engels recht en rechtspraak. Alleen al het feit dat in Nederland in bijna alle civiele zaken in alle instanties wordt geprocedeerd door uitsluitend professionele onafhankelijke rechters is een groot goed dat internationaal weinig toelichting vraagt.

Die rechters zijn bij een aantal rechtsgebieden bovendien zeer gespecialiseerd. Ik noem uit velen de Ondernemingskamer en de kamer voor de collectieve afwikkeling massaschade van het Hof Amsterdam, de IE-kamer bij de rechtbank en Hof Den Haag en, in de nabije toekomst, het Netherlands commercial court in Amsterdam waar de voertaal in rechte zowel in woord en geschrift Engels is. Achteraf blijkt het Netherlands commercial court geniaal gepland in de pre-Brexit periode.

Wereldwijd zijn er meer van deze commercial courts, maar die zijn in Londen, Dublin, Delaware, Dubai en Singapore. Bij dit rijtje is, zeker wanneer een van de partijen een Europese partij is, Nederland de voor de hand liggende keus.

Ook in internationale arbitrage blaast Nederland een steeds grotere partij mee. Het Nederlands Arbitrage Instituut, NAI, is een gevestigde partij. De stichting Transport and Maritime Arbitration Rotterdam-Amsterdam, afgekort tot TAMARA, is van voor het internet tijdperk. Wanneer je ‘Tamara zoekt op Google krijg je eerst drie pagina’s Tamara’s die minder met arbitrage te maken hebben. Een recenter initiatief is de Dutch Arbitration Association, DAA. Daarnaast neemt ICC arbitrage ook in Nederland een vlucht. In 2017 wordt in Den Haag het nieuwe The Hague hearing center, pal tegenover het Vredespaleis, in gebruik genomen dat met een groot aantal faciliteiten ter beschikking staat voor grote arbitrale procedures.

Naast de gewone rechtspraak en arbitrage noem ik tot slot de mediation in zakelijke geschillen, die allang buiten de schaduw van het onbekende staat en door tal van initiatieven ook in Nederland tot de gevestigde orde voor geschiloplossing behoort.

Breder denken
Wanneer wij erin slagen om in Nederland in ieder geval een belangrijk deel van het gat dat Brexit schept op te vullen dan doet de Nederlandse advocatuur daar zijn voordeel mee, zeker ook de Amsterdamse advocatuur. Dat komt niet vanzelf maar vergt inspanning van alle partijen die daarbij betrokken zijn. En niet alleen inspanning maar ook gezamenlijke inspanning om de waarden die wij in Nederland hebben internationaal op de kaart te zetten. Voor de advocatuur is zo’n gezamenlijk inspanning geen traditie. Marketing is hier per definitie individueel en kantoor gedreven. Dat vergt dus een breder denken met het oog op een breder belang.

Het laatste wat ons hier verder helpt is de gedachte dat het toch wel niks zal worden. Wanneer wij met z’n allen de scepsis eens laten varen en de nogal zakelijke inspanningen gezamenlijk laten zijn dan zouden wij met z’n allen in het belang van alle partijen, waaronder de praktizijnen, best eens ver kunnen komen.

Ik nodig de Amsterdamse balie uit om deze uitdaging aan te gaan en een bijdrage te leveren aan deze gezamenlijke inspanning.

(Een seminar over de mogelijke gevolgen van Brexit georganiseerd door kantoor Bureau Brandeis was een belangrijke inspiratiebron voor dit praatje/stukje.)

Jonge Balie Amsterdam – Kerstborrel in aantocht

1603-tjerk-sigtermanWinter is coming. Zoveel is helder als ik naar buiten kijk en kale bomen en grote plassen zie. Dat betekent gelukkig voor de Jonge Balie veel leuks. Zo zullen we op 15 december a.s. bij de inmiddels legendarische Players onze kerstborrel houden, waar we het glas heffen op de komende feestdagen, en vindt krap een maand later het nieuwjaarsfeest plaats, waarvoor de nieuwjaarsfeestcommissie (bestaande uit Josje Koehof (Hogan Lovells), Anastasia Salkazanova (Blaisse), Najma Saleh (Houthoff Buruma), Michiel Thirij (De Brauw Blackstone Westbroek) en Kiki Manse (Bronsgeest Deur)) inmiddels in druk touw is.

Een paar maanden geleden leek het alsof er geen einde aan de zomer kon komen. Vijftig leden doolden begin september in verzengende hitte door Madrid tijdens de studiereis, die warme herinneringen heeft opgeleverd. Hierdoor geïnspireerd is de reiscommissie 2017 alweer geïnstalleerd. De commissie bestaat uit Katharina Bottenberg (Loyens & Loeff), Tomas Weermeijer (SOLV), Michiel van Daal (Warendorf), Thijs Verstraten (Lexence), Merel Teunissen (Versteeg Wigman Sprey), Ellen de Kok (Van Doorne) en Frédérique Vos (HJ).

Inmiddels is ook het Justitia-bestuur gevormd. Dat bestaat uit Nicole Meijs (Stibbe), Cornélie (Houthoff Buruma), Lilach (Boontje), Fabian Streefland (Höcker), Joris Oudelaar (Baker McKenzie), Marijn van der Wal (DLA Piper), Florine Dunki Jacobs (BOEKEL) en Florine Havinga (Loyens & Loeff). Wij hebben er alle vertrouwen in dat ook komende editie weer de beste Justitia ooit zal worden.

Omdat de Jonge Balie ook wil bijdragen aan een betere wereld, zullen een twintigtal leden op 17 november in samenwerking met Amsterdam Cares desserts maken voor en spelletjes spelen met de bewoners van het Dr. Sarphatihuis.

Kortom: de Jonge Balie organiseert veel leuke en nuttige activiteiten. Dat is onmogelijk zonder de inzet van de commissieleden en andere actieve leden, die ik daarvoor hartelijk bedank. Graag tot snel op een van onze activiteiten!

Tjerk Sigterman

Lawyers for Lawyers – Geweld tegen Colombiaanse advocaten verlamt rechtsgang

Op het historische moment van het sluiten van het Colombiaanse vredesakkoord bezochten Wout Albers van Boogert & Haring Advocaten en Marit Balkema van Freshfields Bruckhaus Deringer LLP namens Lawyers for Lawyers het land met de Caravana Internacional de Juristas. Op verzoek van bedreigde Colombiaanse advocaten namen zij deel aan deze internationale delegatie van advocaten, officieren van justitie en rechters uit twaalf verschillende landen.

l4l_colombiaDe Caravana Internacional de Juristas monitort de Colombiaanse rechtsstaat.

Om de moeilijke omstandigheden waaronder Colombiaanse advocaten werken in kaart te brengen sprak de groep in Bogota en zeven andere Colombiaanse regio’s met  lokale autoriteiten, ngo’s, de rechterlijke macht, het OM, advocaten en slachtoffers van het Colombiaanse conflict. Uit deze gesprekken werd duidelijk dat ondanks de huidige wapenstilstand de bedreigingen aan het adres van advocaten juist toenemen, met name bij advocaten die opkomen voor de rechten van de slachtoffers van het langslepende conflict. Alleen al in de eerste zes maanden van 2016 werden in Colombia 35 mensenrechtenverdedigers vermoord. Colombiaanse advocaten uitten de vrees dat dit geweld bij de implementatie van het vredesakkoord nog verder zal toenemen.

Huurmoordenaars
Vanwege het grote risico dat zij lopen, zien veel advocaten af van het behandelen van mensenrechtenzaken. Dit belemmert de toegang tot het recht voor bepaalde burgers ernstig. Zo is Adil Meléndez in de noordelijk gelegen regio Bolívar nog maar één van de weinige advocaten die zich bezig houdt met zaken rond restitutie van land en de vervolging van paramilitairen. Als gevolg van deze werkzaamheden kan hij de deur niet uit zonder bodyguards. Tot drie keer toe overleefde hij ternauwernood een aanslag door ‘sicarios’ (huurmoordenaars). Hij vertelde Marit en Wout dat hij nog steeds regelmatig dreigementen ontvangt.

 

‘Internationale druk helpt meer
dan kogelvrije vesten’

Meléndez is ervan overtuigd dat hij op straat gevolgd wordt en dat zijn telefoon wordt afgeluisterd. Ondanks de bedreigingen is hij vastberaden om door te gaan met zijn werk, ‘om te voorkomen dat bepaalde groepen burgers helemaal geen toegang meer hebben tot het recht .

Verenigde Naties
Door de bevindingen internationaal onder de aandacht te brengen roept L4L op tot het treffen van doeltreffende maatregelen om de veiligheid van Colombiaanse advocaten, rechters en officiers van justitie bij de uitvoering van hun werk te waarborgen. Veel bedreigde juristen benadrukken dat internationale druk wel degelijk helpt. Volgens advocaat Jorge Molano, winnaar van de L4L Award 2015, de facto zelfs meer dan  gepantserde auto’s, gewapende bodyguards en kogelvrije vesten. Molano gaf ook aan dat de internationale delegatie een belangrijke rol zou kunnen spelen door de Verenigde Naties te ondersteunen bij het monitoren van de uitvoering van het vredesakkoord, zodat advocaten die de slachtoffers van het conflict bijstaan zo goed mogelijk worden beschermd. Deelname aan de Caravana heeft Marit en Wout ook de mogelijkheid geboden om contact te leggen met Colombiaanse advocaten en andere betrokkenen. Dit maakt het voor L4L in de toekomst makkelijker om de situatie ter plaatse te blijven volgen en snel in actie te komen wanneer dat nodig is.

Meer weten over L4L en onze werkzaamheden? Bezoek onze website: www.lawyersforlawyers.org

IN – Santosh Nandram

santosh_nandramWanneer bent u beëdigd/wordt u beëdigd?
Ik ben op 10 augustus 2016 beëdigd.

Wat heeft u hiervoor gedaan?
Ik ben begonnen bij Deloitte en daarna Ernst & Young. Vandaar uit heb ik de overstap gemaakt naar de Belastingdienst Amsterdam, waar ik acht jaar btw-inspecteur was, en verantwoordelijk voor het toezicht op de grote ict-bedrijven, zoals Google, Apple, Facebook, etc. In de rol van coördinator van een team van belastinginspecteurs stond ik in de frontlinie van de behandeling van de dossiers door mijn team en tegelijkertijd zorgde ik ervoor dat de relatie met de contactpersonen van de grote ondernemingen en hun advocaten/adviseurs verliep volgens de principes van het horizontale toezicht.

Waarom heeft u voor de advocatuur gekozen?
Het recht trok mij van jongs af aan en was ook de reden waarom ik dat ben gaan studeren. Na mijn jaren in de fiscaliteit was het tijd voor de volgende stap. Ik ben begonnen als ondernemer-stagiair, dit levert mij zowel op vaktechnisch als op ondernemend vlak veel voldoening op.

Waarom heeft u voor uw huidige kantoor gekozen?
Ik had een klik met Oktay Düzgün en Jurriaan Zee, de twee andere partners van Düzgün & de Roos Advocaten. Beide heren zijn vaktechnisch creatief en hebben een ondernemende instelling, dit sluit goed aan op mijn profiel.

Waar gaat u zich mee bezighouden?
Ik houd mij bezig met de juridische en fiscale advisering van ondernemingen en ondernemers die de Nederlandse markt willen betreden of die al aanwezig zijn en tegen vraagstukken aanlopen, waarin natuurlijk met name de complexe btw-vraagstukken het meest interessant zijn.