Categorie archief: Founders 2.0

Founders – ‘Met zorgvuldige communicatie heb je bijna geen advocaten meer nodig’

Anita Verbeek koppelt arbeidsrecht aan liefdevolle betrekkingen

Ruim dertig jaar ervaring in de advocatuur brachten Anita Verbeek bij de meest uiteenlopende kantoren, van NautaDutilh tot Van der Biesen Prakken Böhler. Zelf riep ze diverse kantoren in het leven, waarvan VerbeekdeCaluwé de meest recente is. Een interview met een advocate pur sang over haar overgang van strafrecht naar arbeidsrecht, haar ervaringen in het buitenland en het belang van liefdevolle verbanden op het werk.

Tekst: Benjamin Bijl en Nick van den Hoek

Het ABB treft de enthousiaste Anita Verbeek op het tijdelijke adres van haar kantoor in het Olympisch Stadion. Omdat Verbeek aan de wieg stond van meerdere kantoren kan zij zich met recht founder noemen. Haar huidige kantoor, ­VerbeekdeCaluwe, vernoemde zij naar zichzelf en haar moeder(snaam). ‘Het klinkt goed en in de marketing wordt gesteld dat veel e’s in de naam een gevoel van vertrouwen opwekt’. Achterin het geïmproviseerde kantoor nemen we haar rijke carrière door.

U zit al dertig jaar in de advocatuur en dit is dus niet het eerste kantoor waar u werkt. Kunt u in vogelvlucht door uw carrière gaan?
‘Ik ben beëdigd in oktober 1988, vorig jaar dus dertig jaar in het vak. Mijn kantoorgenoten hebben een geweldige surpriseparty georganiseerd in november, daar kan ik nog jaren op teren. Ik begon bij Dutilh, dat later fuseerde met Nauta. Ik heb eerst na mijn studie anderhalf jaar bij de rechtbank gewerkt als griffier in de kort gedingen sector en in de strafsector. Ik zag al die advocaten voorbij komen en besloot na enige tijd dat de advocatuur wel iets voor mij zou kunnen zijn. Ik solliciteerde bij Dutilh. Spannend, want in die tijd was de arbeidsmarkt overladen met afgestudeerden. Honderd sollicitaties doen en nog steeds geen baan hebben, was geen uitzondering. Maar tot mijn – ik moet toegeven geringe, – verbazing werd ik gelukkig aangenomen.’

U begon bij Dutilh als strafrechtadvocaat. Waarom heeft u de overstap gemaakt naar het arbeidsrecht?
‘Op een gegeven moment dacht ik: dat strafrecht, daar raak ik gedeformeerd van. Ik vond niks meer erg. Als vrienden dan iets vertelden over dat er iets was gebeurd ging ik nadenken over wanneer de verdachte in verzekering was gesteld, zou de hulpofficier er tijdig bij zijn geweest? Ik verloor uit het oog wat voor impact zo’n gebeurtenis op iemand kan hebben.’

Dat is juist goed toch?
Ja, dat is goed voor het vak, maar ik merkte dat ik sociaal de noodzakelijke empathie verloor en ook langzamerhand wat bedrukt werd door de inhoud van de zaken. Ik denk dat je wel een bepaalde karakterstructuur moet hebben voor het strafrecht. En daarbij komt dat goede degelijke strafrechtadvocaten vaak slecht in de pers worden afgeschilderd. Daar moet je tegen kunnen.’ Dus heb ik het strafrecht verlaten en ingeruild voor het arbeidsrecht; dat lag er het dichtst bij. Maar het is wel een beetje lokaal manoeuvreren. Ik zag op een gegeven moment iedereen naar het buitenland gaan en dacht toen: “Ik wil ook naar het buitenland!” Dat werd het zusterkantoor van NautaDutilh in Brussel. Het was de bedoeling dat ik maar een half jaar in Brussel bleef, een ontzettend leuke tijd overigens. Er was een deel francofone advocaten en een deel Vlaamse advocaten, dat noemde ik “het Vlaams blok”. Later zagen ze daar de humor wel van in. Ik vond het leuk om te zien hoe arbeidsrechtelijke situaties in België werden aangepakt. Omdat er geen advocaat beschikbaar was op dat moment ben ik een keer door het kantoor naar Zaventem gestuurd om een directeur van een cliënte uit Engeland bij te staan. Hij wist dat ik eraan kwam en landde daar met zijn eigen vliegtuig. Hij was een zoon van een miner en vertelde mij dat met onverholen trots terwijl hij zijn bretellen op zijn fenomenale buik liet knallen. Ik was meteen ook trots op hem. Wij moesten een general manager van zijn bedrijf in België ontslaan. Dat gebeurde in een hotelkamer in het Ibis hotel in Zaventem. Dat is heel gek, je zit aan een tafel, er staat een bed en er is een badkamer en dan ga je door alle dingen heen die deze man heeft gedaan en vervolgens ga je hem ontslag aanzeggen. Die man kreeg het helemaal warm en ellendig. Ik ook. Het was een soort creepy misdaadfilm. Hij vroeg of hij even naar de badkamer mocht en dat duurde en duurde maar en ik vroeg de zoon van de miner, die er ook niet gerust op was, even te gaan kijken. Hij zou zichzelf toch niet iets hebben aangedaan? Hij kwam er uiteindelijk een beetje opgefrist uit, nog wel over z’n toeren. Mijn toeren waren ook niet meer in orde. Ik weet nog dat ik een paar dagen daarna nog steeds de schrik in de benen had.’

U gaf aan dat u het strafrecht bent uitgegaan en dat u bent gaan kijken naar wat hier het meest op lijkt en toen kwam u bij arbeidsrecht uit. Dat is interessant, want op welke manier lijkt dat op strafrecht?
Omdat het echt om ingrepen in het leven gaat. Het gaat om iets dat ingrijpt in je toekomst en in je omgeving. Als je je baan verliest, heeft dat directe gevolgen voor jezelf, je omgeving et cetera. Er speelt dus veel meer gevoel mee, net zoals in het strafrecht voor de cliënt zelf. Als je opgepakt wordt en in het gevang gegooid wordt, dan is dat ook voor jezelf niet zo leuk en heeft dat een grote invloed op je hele omgeving. En als je daar iets in kunt doen als advocaat – of dat nu vanuit de procesmatige manier is of in ieder geval vanuit ondersteuning – als je daar iets in kunt betekenen, dan heeft dat een grotere impact dan wanneer het gaat om ondernemingsrechtelijke kwesties.’

Voerde u ook Franstalige procedures?
Voordat ik naar Brussel ging, was ik een week naar de nonnen in Vught gegaan omdat kantoor wel wilde dat ik goed Frans sprak voordat ik erheen ging. Dus ik sprak natuurlijk vervolgens goed Frans. Dus ja, in Franstalige procedures heb ik gewerkt en daarnaast ben ik ook naar het paleis van justitie geweest om strafzittingen bij te wonen. Er was een hele juicy zaak van de rector van de Brusselse universiteit die zijn vrouw had vermoord. Onder grote publieke belangstelling en met jury werd het hele proces gevoerd en je werd er een beetje naar van, van wat hij allemaal bedacht had. Zo zie je maar weer dat moord in de beste kringen voorkomt.
‘Na mijn tijd in Brussel ben ik blijven wonen in Antwerpen, want ik begon met werken in Eindhoven. Inmiddels zat NautaDutilh ook in Eindhoven en daar zochten ze medewerkers. Het leuke was dat mijn pleegbroer en zijn vrouw daar ook werkzaam waren. We waren een hecht team en hadden in feite een klein kantoor in een groot kantoor.’

‘Het mooie is als je boven
een zaak kan zweven’

Bij welke kantoren heeft u nog meer gewerkt?
‘Na NautaDutilh heb ik bij Van der Biesen Prakken Böhler gezeten. Toen ik daar ben weggegaan met Christiaan Oberman hebben wij het kantoor Palthe Oberman opgericht. Ik ben dus inderdaad overgestapt naar een best wel reactionair kantoor. Ze deden daar zaken die bij NautaDutilh niet gedaan werden. En er werkte een heel ander type mens, dat vond ik ontzettend leuk. De enorme passie voor de zaak en voor de cliënt vond ik ook verfrissend.’

Waren er nog andere verschillen?
‘Ik vind dat je bij NautaDutilh veel commerciëler bezig bent. In mijn kantoor is er meer ruimte voor een veel persoonlijkere aanpak. Mijn motto is: houd de dossiers zo dun mogelijk. Het liefst heb ik dat na een bespreking het gevoel overheerst van “we gaan het zo aanpakken, opgelost die zaak”. Natuurlijk moet je ook de noodzakelijke diepgang hebben, maar hoe langer je in de advocatuur zit, hoe gemakkelijker je boven de materie kan zweven en hoe sneller je een oplossing kan bedenken. Ik probeer me altijd voor te stellen wat ik zou willen als ik tegenover een advocaat zou zitten. Je wilt natuurlijk dat het niet te lang duurt en je wilt ook goed inzicht hebben in wat je kiest, wat er dan vervolgens gaat gebeuren. De strategie moet van aanvang af duidelijk zijn.’

Dat is dan ook een ander type cliënt op dat kantoor?
‘Ja, het type cliënt is anders. Bij de grote bedrijven is het belangrijk dat ze met een grote naam kunnen schermen naar een wederpartij. Dan is het minder belangrijk hoe het persoonlijke contact met de cliënt is en of er een heel team op zit en of er bijvoorbeeld allemaal jongeren meegaan. In een kleinere setting is de band met je cliënt veel hechter en werk je kostenbewuster.
‘Ze zeiden vroeger altijd dat je cliënten kreeg die bij je passen, dat vond ik toen onzin. Maar nu besef ik wel dat dit het geval is als je in een wat kleinere setting werkt. Je bent in een groter verband meer een deel van het geheel.’
Heeft een klein kantoor ook nadelen?
‘Jawel. Samen met Olga (huidig kantoorgenoot Olga Rote) heb ik niet lang geleden een pitch gedaan bij een groot bedrijf omdat ze een reorganisatie wilden. Maar wij kwamen daar met z’n tweeën en dat vonden ze toch een probleem. Wij kunnen dat met een flexibele schil oplossen, maar ik ben daar geen voorstander van. Je hebt minder zicht op de kwaliteit van degene die je flexibel inhuurt, dus dat vind ik best ingewikkeld.

‘Wij hadden een goede pitch, maar ze hebben toch gekozen voor een groter kantoor, omdat die wel meerdere (eigen) medewerkers hadden die ze konden inzetten. Ik snap dat. Want zij dachten als die Verbeek omvalt, hebben we een probleem. Drie dagen voor die pitch was ik door een glazen deur gevallen, dus wellicht kregen ze een indruk van een brokkenpiloot. Dat helpt natuurlijk ook niet.

‘We hebben nu een kleine setting met mensen die elkaar door en door kennen. Hoewel ik de uitdrukking “het hebben van een klik” altijd wat raar vind, denk ik toch dat dit een redelijk goede beschrijving is van de sfeer hier. We kennen elkaar al decennia, mijn secretaresse Frederiek Sennema werkte ook al voor mij bij Van den Biesen Prakken Böhler. We passen goed bij elkaar en we lachen ons af en toe echt een hoedje hier op kantoor. Soms zijn we ook heel geërgerd, maar dan kunnen we ook tegen elkaar zeggen van: tjonge, wat zit die Hans (kantoorgenoot Hans de Savornin Lohman) grumpy achter zijn bureau of met Olga moet je vandaag echt niet praten (en andersom natuurlijk met mij ook weleens niet).’

Belangrijk hè, dat je dingen tegen elkaar kunt zeggen?
‘Precies, en dat is prettig. Maar nu hebben we ook gewoon mensen nodig, want ik zit dag en nacht te werken omdat ik ook het uitzoekwerk zelf doe, de memo’s schrijf, etc. En dat bereken ik natuurlijk niet allemaal, want ik vind dat werk waar mijn cliënten niet mijn volle uurtarief voor zouden moeten betalen. Maar goed, we hebben straks drie verdiepingen en we zitten dan op een heel mooi stuk in het Olympisch Stadion in het nieuwe pand. Dus ja, twee à drie medewerkers erbij en dan kunnen we weer een beetje op stoom raken. Toen ik eerder met al die medewerkers zat deden wij ook gewoon reorganisaties bij grote bedrijven die het fijn vonden om bij een klein gespecialiseerd kantoor te zitten.’

Dus een grote reorganisatie is niet minder leuk, omdat het ontslaan van mensen sowieso niet leuk is?
‘Nee, als je het maar goed aanpakt. Communicatie is wat dat betreft key. Wat ik wel door mijn hele praktijkjaren heen heb gezien, is daar waar het misgaat, het ontbreekt aan respectvolle en goede communicatie. Heel veel zaken komen bij ons terecht omdat ze bij de voordeur niet hebben gezegd: ‘’Kom, we gaan zitten, we zijn hiermee bezig, we denken deze kant op te gaan, maar wat vind jij? En hoe zie jij jouw rol hierin?’’. Als werkgever heb je daar heel veel mee te winnen.
‘In dat kader ga ik dan ook medio februari een masterclass van twee dagen bij de Erasmus Universiteit volgen over liefde op het werk. Nu zie ik jullie al kijken van “huh?”, maar het is niet wat jullie denken, het gaat meer over “liefdevolle” samenwerkingsverbanden. De titel van de workshop is natuurlijk een beetje een marketingtruc, maar het zal gaan over zorgvuldigheid op de werkplek en ik denk ook dat we iets te winnen hebben aan echt zorgvuldig met elkaar omgaan. Als je zorgvuldig als werkgever met je werknemers omgaat heb je veel minder conflicten, veel minder ellende, veel minder onrust op de werkvloer. Andersom mag je dat ook van een werknemer verwachten, dus een werknemer moet ook zorgvuldig zijn in hoe hij omgaat met zijn werkgever, werktijden en arbeidsvoorwaarden en zo kan hij ook conflicten vermijden.
‘En dat heeft alles te maken met welke bedrijfscultuur je hebt en hoe je met elkaar omgaat. Ik ben benieuwd of ik iets nieuws hoor daar, ben benieuwd naar wat daar gepredikt wordt. Ik ben ervan overtuigd dat je met zorgvuldige communicatie over en weer, bijna geen advocaten meer nodig hebt.’

‘We gaan gewoon ten onder
aan oppervlakkigheden’

Maar dat is toch niet de rol van de advocaat bij dat eerste gesprek?
‘Nee, zodra een advocaat naar binnen komt zweven, weet je al dat het hommeles is. Je kunt natuurlijk wel je cliënten opvoeden. Dat klinkt een beetje pedant, maar je kunt wel adviseren over hoe dat in de toekomst moet en hoe ze zorgvuldiger ermee kunnen omgaan, om dit soort conflicten te vermijden. Soms is het niet te vermijden, dat is natuurlijk zo, maar ik heb zo vaak managers en bestuurders hier gehad die dan tegen mij zeggen: ‘’Ik zit hier wel, maar ik wil hier eigenlijk helemaal niet zitten. Als mijn board of mijn raad van commissarissen mij van het begin af aan had meegenomen in deze verandering, dan was ik nu niet hier gaan zitten en had ik nu niet gezegd: ik hang ze aan de hoogste boom en probeer de hoogste vergoeding eruit te krijgen’’. Dat komt vaak voor en toch wordt dat vergeten. En dat komt denk ik ook omdat onze maatschappij gewoon veel te snel, veel te individualistisch geworden, veel te veel op geld gericht, we gaan gewoon ten onder aan oppervlakkigheden en verliezen ons hart op de verkeerde manier. We zitten niet meer in het hart bij elkaar en dat is de ondergang van onze soort.’

U had het net over uw werkstijl, hoe is deze en hoe is deze veranderd?
‘Ik ben een beetje een laatbloeier, als je stagiaire bent weet je niet hoe de praktijk precies werkt. Je hebt dan vooral veel theoretische kennis in je hoofd. Zo weet ik nog dat ik voor het eerst een zaak helemaal ging uitzoeken. Dat ging over levensbeëindigend handelen bij pasgeborenen, nou, dat was toen echt wel een issue. En dat je dan dingen vindt die je kan gebruiken in zo’n zaak en dat je dat in de memo opschrijft, dat vond ik prachtig. Ik had toen wel de belevenis dat ik het verschil kan maken met de theoretische kennis die ik heb. Die kennis is natuurlijk in al die jaren erna vergroot, verbeterd en verfijnd, waardoor ik snelle oplossingen kan bedenken. Ik kan mensen helemaal “ontzorgen”. Ze komen hier met een dossier en omdat je als ervaren rot al heel veel aspecten in arbeidszaken in deze jaren hebt gezien kun je snel doorschakelen, direct een strategie meegeven en een cliënt geruststellen, waardoor hij of zij die zorgen gelijk kan vergeten’.

Waarom bent u dan eigenlijk een laatbloeier?
‘Ik merkte dat ik in het begin nog best onzeker was. Ik weet nog dat ik bij een cliënt van een compagnon zat en dat de HR-adviseur iets wilde zeggen en dat de HR-manager over mij zei: “Ssst, ze is aan het adviseren.” Ik dacht: “Moet dat nou? Wat overdreven!” Ik schrok er op dat moment ook een beetje van, hoezo zijn mijn adviezen zo belangrijk, terwijl ik dat nu natuurlijk niet meer zou hebben.’, zegt ze. Met een glimlach.: ‘Er moet uiteraard heel goed naar mijn adviezen worden geluisterd’.

Wat heeft u in de jaren door aan nevenactiviteiten gedaan?
‘Tijdens mijn tijd bij NautaDutilh zong ik en deed ik aan cabaret. En met de Jonge Balie gingen we altijd skiën. Ik heb in de openingsopera van de Rotterdamse schouwburg gespeeld en tussendoor ben ik nog voorzitter van de Jonge Balie Rotterdam en Dordrecht en de Jonge Balie Nederland geweest. Ik heb jaren in het College van Afgevaardigden gezeten en ben al jaren toezichthouder en bestuurder bij diverse stichtingen en verenigingen. Recent heb ik samen met anderen een nieuwe middelbare school opgericht, de eerste humanistische school van Nederland.’

‘Ik heel blij ben dat ik bij een
groot kantoor ben begonnen’

Welk advies zou u uzelf hebben gegeven met de kennis die u nu heeft?
‘Ik denk, als ik terugkijk, dat ik heel blij ben dat ik bij een groot kantoor ben begonnen en opgeleid, want je wordt daar in het diepe gegooid, waardoor eerder ook bepaalde competenties duidelijker worden. Ik heb toen ontdekt dat ik het heel leuk vond om als een soort rechercheur door een dossier te gaan en juist de sterke punten eruit te pakken. En dan dat belang van de cliënt vooropstellen, dat is mooi.

‘Want toen ik als griffier bij de rechtbank zat, vond ik het toch een beetje saai. Ik was ook eigenlijk, denk ik, een te fel mens om zo redelijk te zijn. Ik kan soms ook helemaal niet redelijk zijn, dat klopt. Ik moet mezelf soms echt tot de orde roepen. Maar die plons in het diepe, met hoge verwachtingen die aan je worden gesteld, maakt ook dat je snel aanscherpt in allerlei competenties.’

Na dertig jaar dat gevoel, dat is wel mooi toch?
‘Ja, ik houd wel heel erg van het vak. Elke dag is weer anders en ik vind het ook heel leuk om iets te vinden waarvan je denkt: “Oh, ja, dat kan ook nog”. Het mooie is als je boven een zaak kan zweven, je ook elementen uit een andere discipline kan halen, waardoor de cirkel rond wordt. Ik word daar heel blij van. Ik zeg altijd : ‘’Als je je hersenen maar bij je hebt, ben je een gelukkig mens’’. Het opzetten van de kantoren in de afgelopen jaren heeft mij niet in de weg gezeten, integendeel. Je raakt er steeds meer bedreven in en daardoor kun je ondertussen ook je praktijk gewoon door laten gaan. Maar het kantoor waar ik nu zit vind ik wel echt het leukste kantoor.’

The Founders – ‘Als het waait dan ga ik surfen’

Vier advocaten die plezier hebben in wat ze doen en doen waar ze plezier in hebben, dat is de indruk die het bezoek aan de advocaten van LOYR heeft achtergelaten. LOYR is opgericht in 2016 door Floris Havelaar, Jasper van Mens en Zabih Etemadi en staat cliënten bij op het gebied van ondernemingsrecht, vastgoedrecht en sportrecht. Met de recente overstap van Babs Dubois naar LOYR kwam daar arbeidsrecht bij. Wij spraken het vrolijke viertal om er achter te komen wat hen beweegt.

Tekst: Mayk Koria en Victor van Campen

We vragen de advocaten wat hun doel is en wat LOYR volgens hen uit moet uitstralen. Havelaar: ‘We willen uitstralen dat wij een verfrissend kantoor met enthousiaste en betrokken personen zijn. Ons doel is het opbouwen van een lange termijn relatie met cliënten. Wij willen de vrijheid hebben om te ondernemen en ons niet in een keurslijf te wringen van omzet, targets en andere nare verplichtingen’. Van Mens vult aan: ‘Het gaat om plezier hebben in je werk. We zijn met z’n drieën begonnen op 20 vierkante meter, dan zit je bovenop elkaar en leer je elkaar echt kennen. Wij hebben het een jaar lang goed volgehouden met elkaar op die 20 vierkante meter.’ Al snel wordt het ons duidelijk dat de advocaten een hechte band met elkaar hebben. Dat Dubois zich later bij de heren heeft gevoegd is niet te merken. ‘Ik kan hun “intelligente” humor wel waarderen’, vertelt Dubois lachend.

V.l.n.r. Zabih Etemadi, Floris Havelaar, Babs Dubois, Jasper van Mens.

Het begon toen Havelaar en Van Mens, beiden afkomstig van Van Diepen en Van der Kroef, met het idee speelden om samen iets op te zetten, omdat zij op een andere wijze de advocatuur wilden bedrijven. Havelaar: ‘Jasper en ik hadden het plan om met zijn tweeën voor ons zelf te beginnen en waren op zoek naar iemand met ervaring. Zabih en ik kennen elkaar van het voetballen, Zabih is oud-profvoetballer van Cambuur en FC Groningen.’ ‘Dat zeg je nu om jezelf naar een hoger niveau te praten!’, roept Etemadi. Lachend vervolgt Havelaar: ‘Oké, Zabih ging op een veel lager niveau voetballen en daar leerden we elkaar kennen. Ik vroeg aan hem hoe hij het had ervaren om een eigen kantoor op te richten en waar hij tegenaan liep, omdat ik met het idee speelde om dat ook te gaan doen. Zabih stelde voor om een keer te gaan lunchen en het er verder over te hebben. Toen vroeg hij, waarom gaan we niet samen iets beginnen? Dat leek mij een leuk idee. Later heb ik Zabih en Jasper met elkaar in contact gebracht en dat klikte. Nadat Jasper, Zabih en ik samen hadden geluncht is het idee geboren om met zijn drieën te beginnen.’

‘Inmiddels zijn we allemaal zelf ondernemers geworden’

Reclamebureau
De naam LOYR is door de heren samen met een reclamebureau bedacht. Het is geen gemakkelijk proces geweest om de naam te bedenken, gaven de heren toe. Van Mens: ‘We werden helemaal gek van elkaar omdat we er zelf niet uit kwamen. Uiteindelijk hebben we een professioneel bedrijf ingehuurd die de naam voor ons zou bedenken. Die kwamen na een tijdje met de naam LOYR. De woordspeling vinden wij grappig en de naam is op internet uniek.’
Voor de advocaten van LOYR is vrijheid in het werk van groot belang. Van Mens: ‘Je moet de advocatuur echt leuk vinden. Het is belangrijk dat je om die reden met plezier naar het werk gaat. Echter, als je een dag echt geen zin hebt in het werk, dan hoef je niet te werken. Die ruimte geven wij elkaar. Als het waait, ga ik kitesurfen en werk ik zo nodig ‘s avonds nog even. Dat is het idee. We hebben ook voor Babs gekozen omdat zij er hetzelfde in zit. Babs vindt de advocatuur leuk, dat is de basis.’ Dubois bevestigt: ‘Die mindset miste ik in mijn vorige baan. Ik probeer nu zelf die vrijheid te houden. Als het waait, dan gaat het raam open en zie ik Jasper kijken: kan ik al?’. Letterlijk en figuurlijk beoefenen de advocaten van LOYR dus een vrij beroep. ‘En ook wat betreft hoe je je eigen cliënten wil bedienen, ook daarin hebben wij nu meer ruimte. Ik merk aan cliënten dat zij het enorm waarderen dat wij onze dienstverlening aan hun manier van werken aanpassen’, vertelt Dubois.
In ons gesprek komen ook de aspecten van het ondernemen als advocaat aan bod. Etemadi: ‘Inmiddels zijn wij zijn allemaal zelf ondernemers geworden. Wij merken dat cliënten zich door ons beter begrepen voelen omdat wij als ondernemers vaak dezelfde ervaring delen.’ Het ondernemen gaat de advocaten naar eigen zeggen goed af.

Stramien
We vragen wat het verschil is tussen het runnen van een eigen advocatenkantoor en werken in een grote organisatie. Dubois: ‘Bij een grote organisatie ben je slechts een onderdeel van het geheel en werk je in een stramien. Hierdoor was ik het soms niet eens met de gang van zaken binnen de organisatie of moest ik dingen doen waar ik zelf niet achter stond. Dat is nu gelukkig voorbij. Wij zitten nu zelf achter de knoppen. Als je iets niet zint dan zet je dat naar eigen hand.’ Havelaar: ‘Verder is het verschil dat ik nu mijn eigen cliënten moet aantrekken. In het verleden kwamen de cliënten binnen via de organisatie. Nu komen cliënten bij mij, omdat ze graag door mij geholpen willen worden. Dat is een fijn begin van de samenwerking. Een deel van het vertrouwen van de cliënt heb je dan al. De uitdaging ligt er dan in om het vertrouwen te behouden.’

‘We zitten nu zelf achter de knoppen. Als je iets niet zint dan zet je dat naar eigen hand’

Hoe ziet de toekomst er volgens de oprichters uit? Havelaar: ‘Babs is er bijgekomen voor de arbeidsrechtszaken die binnenkwamen en die we eerder aan andere kantoren gaven. Wij merken dat er vraag is naar bestuursrecht. Om onze cliënten beter te bedienen zijn wij onder andere op zoek naar een advocaat bestuursrecht. Maar ons doel is niet om te groeien om het groeien.’ Van Mens: ’Tegelijkertijd lopen we er nu al tegenaan dat onze praktijken te groot lijken te worden. Als het zo door gaat, dan werken wij ons over een tijdje een slag in de rondte. De vraag is: moet je meer willen? Wij hebben nu vrijheid, cliënten zijn blij met ons en we gaan met veel plezier naar ons werk. Het klinkt wellicht ambitieloos, maar wat zou je dan nog meer wensen?’ Havelaar: ‘Het is fijn om te kunnen vaststellen dat we gelukkig zijn met hoe het nu gaat. De komende tijd zal het een uitdaging voor ons zijn om verder te bouwen aan LOYR, zonder daarbij onszelf voorbij te lopen.’

Founders – WIJ advocaten

WIJ Advocaten adviseert en procedeert op het terrein van het aansprakelijkheids-, verzekerings-, en gezondheidsrecht. Voor een groot deel opereert het kantoor in een branche die van oudsher toch vooral een mannenbolwerk is. Hoe houden de dames van WIJ Advocaten zich daarin staande? Het ABB spreekt met drie oprichters van het kantoor.

Door Juliëtte Daniels & Yvette Kouwenberg

WIJ Advocaten is gevestigd aan de Veemkade, direct aan het IJ. De entree van het pand is wat lastig te vinden – althans was dat de ervaring van het ABB –, maar eenmaal binnen worden we blij verrast. Het kantoor bevindt zich op de eerste verdieping van het pand en bestaat uit een grote open ruimte. Maar dan ook echt open en niet voorzien van tussenschotten of iets dergelijks, zoals dat vaak gebeurt bij advocatenkantoren die zeggen in een kantoortuin te werken. De ruimte is bijzonder smaakvol ingericht. Design werkplekken, een gezellige zithoek, een mooie vergaderzaal met een glazen pui, hier en daar wat groen en prachtige kunst aan de muur. Zakelijk maar met een vrouwelijke ‘touch’.
We worden warm onthaald door Daphne Gouweloos, Margje Benningen en Suzanne Bordewijk. Drie van de zes oprichters van het kantoor.

V.l.n.r.: Suzanne, Margje en Daphne.

Hoe zijn jullie bij elkaar gekomen?
Gouweloos: ‘We kennen elkaar allemaal van Houthoff. Zo is het contact ontstaan. Buiten kantoor zochten we elkaar ook op. In de loop der jaren is het contact gebleven, ook nadat we een volgende stap in onze carrière hadden gemaakt. We zijn elkaar altijd in groepsverband blijven zien. Tijdens een etentje zeiden we tegen elkaar, moeten we niet voor ons zelf gaan beginnen? En zo is het idee ontstaan.’

Naar blijkt was niet iedereen direct ‘om’. Benningen: ‘Een paar van ons was de advocatuur inmiddels uit of uit geweest. Een van ons heeft bijvoorbeeld bij een verzekeraar gewerkt en een ander, Suzanne [Bordewijk, red.] werkte bij de rechtbank. Dan is het best een stap om én de advocatuur terug in te gaan, én tegelijk een nieuw kantoor te starten.’ Bordewijk beaamt dat maar merkt aansluitend op dat de advocatuur voor haar altijd was blijven lonken: ‘Na wat soul searching ontdekte ik dat de advocatuur toch beter bij me paste dan de rechtspraak. De vrijheid die je als advocaat hebt miste ik enorm.’ Gouweloos vult aan: ‘En wij misten de expertise van Suzanne. Zij moest er gewoon bij. We waren daarom enorm blij toen ze ja zei. De groep was weer compleet. Het klopte. Je weet het wanneer je iets moois in handen hebt. We kennen elkaar goed, zowel zakelijk als privé en dat maakte dat we er alle vertrouwen in hadden een mooi kantoor neer te zetten.’

We vragen hoe dat vervolgens in zijn werk is gegaan. Gouweloos antwoordt: ‘Twee van ons zijn vervolgens een business plan gaan schrijven. Een ander is met IT aan de slag gegaan en weer een ander heeft de Orde benaderd om te bezien wat er nodig was. Je bent met zes dus we konden de taken goed verdelen. Iedereen pakt van nature op waar men goed in is.’

Hoe is de naam tot stand gekomen?
Benningen: ‘De naam hebben we zelf bedacht, toen wij nota bene bij een marketingbureau in de wachtkamer zaten. We vonden het leuk om iets met het IJ te doen. Zes namen op de gevel is gewoon te veel. We zaten hardop na te denken en te spelen met wat steekwoorden: Wij… ik en jij, jij, Wij aan het IJ. WIJ Advocaten. Het marketingbureau was ook enthousiast dus zijn we ervoor gegaan.’

Hoe verlopen de partnermeetings?
Gouweloos lacht: ‘Dat is altijd de eerste vraag die we krijgen: is het geen kippenhok met zes vrouwen? Nee, dat is het niet. We runnen een kantoor en zijn daarnaast serieus met ons vak bezig. Als een groep professionals uit alleen maar vrouwen bestaat verwacht men op de een of andere manier dat er binnen twee jaar ruzie zal uitbreken. Bij mannen komt die vraag niet op. Terwijl je mannenmaatschappen toch sneller uit elkaar ziet gaan.’ Benningen voegt daaraan toe: ‘En realistisch bezien is het natuurlijk geven en nemen. Dat is in ieder gezelschap zo dus ook bij ons. Je kunt nu eenmaal niet allemaal altijd op één lijn zitten. Dat willen we overigens ook niet. Zo houden we elkaar scherp.’

Dat de dames hun kantoor en vak serieus nemen blijkt wel uit het feit dat ze eens in de zoveel tijd een coach inschakelen. Bordewijk: ‘Dat doen we om uiteenlopende redenen. Bijvoorbeeld om na te gaan of de neuzen nog steeds dezelfde kant op staan, voor acquisitietraining of om leidinggevende kwaliteiten te ontwikkelen en te verbeteren. Daarnaast vinden we het belangrijk om op een goede manier met elkaar in gesprek te blijven. Met behulp van een coach proberen we dingen op tafel te leggen die doorgaans misschien wat minder makkelijk bespreekbaar zijn. Kennelijk werkt het want na zeven jaar zijn we nog steeds samen.’

Daarnaast houden de partners een keer per jaar een heidag. Gouweloos: ‘Vaak is dat op een dinsdag in januari. Dan gaan we lekker lunchen, wandelen en brainstormen. We bespreken de leermomenten van het afgelopen jaar en onze visies voor het volgende jaar.’
Natuurlijk is er ook genoeg ruimte voor gezelligheid. Regelmatig gaan ze op stap met het hele kantoor. Benningen: ‘De organisatie rouleert steeds zodat iedereen een keer aan bod komt.’ Het blijken niet de minste uitjes. Dit jaar hebben de dames een workshop “ukulele spelen” gehad en zijn ze daarna gaan varen door de grachten met een salonboot voor een champagneproeverij. Benningen vervolgt: ‘Vorig jaar hebben we een graffityworkshop gedaan in Noord en andere jaren hebben we met kerst samen een kookworkshop gedaan. Dat is ontzettend leuk om te doen en je leert elkaar weer op een andere manier kennen.’

Wat is volgens jullie het onderscheidend vermogen van WIJ Advocaten?
Gouweloos: ‘We zijn transparant. Bij de oprichting van kantoor hebben we bewust voor een aantal uitgangspunten gekozen die we belangrijk vinden. Een van die uitgangspunten is een transparante werkwijze die ook tot uitdrukking komt in onze kantoorruimte. De klant moet weten waar hij aan toe is. Dat betekent voor ons helder en to the point communiceren en adviseren. Daarnaast maken we geen geheim van onze uurtarieven dus die staan gewoon op de website. We vinden het verder belangrijk om het schrijven van dubbele uren te voorkomen. De cliënten betalen bij ons niet voor de opleiding van jongere medewerkers. We hanteren een strikt vier ogen beleid. Ook de partners kijken elkaars stukken na, maar dat komt niet voor rekening van de cliënt. Tot slot is een klant altijd klant van kantoor en niet van een bepaalde partner of medewerker. Wij hanteren meer een expertiseverdeling dan een klantenverdeling. Komt er nieuwe zaak binnen dan kijken we binnen welke expertise het valt en wie van ons binnen dat vakgebied beschikbaar is. Zo bezien kun je zeggen dat we uitwisselbaar zijn.’ Benningen: ‘De focus ligt dus altijd op WIJ, op het kantoor in zijn geheel en niet op individuele partners. Klanten moeten voelen: bij dat kantoor moet ik zijn.’

Bordewijk: ‘We zijn daarnaast praktisch ingesteld. Een zaak moet tenslotte gewoon opgelost worden. Ook dat hebben we op onze website staan. Sommige advocaten hebben de neiging om eindeloos te procederen. Daar is de klant niet altijd bij gebaat en dat geldt vaak ook voor de andere kant. Soms moet je als advocaat een beetje voor breekijzer spelen.’

‘Bij Houthoff hebben we een goede inhoudelijke opleiding gehad, maar we hoefden er niet te acquireren. Het werk kwam vanzelf op ons bureau’, merkt Gouweloos op. ‘Toen we met het kantoor startten hadden we niets: geen cliënten en geen dossiers. We moesten onze klantenkring opbouwen, maar hadden aanvankelijk geen idee hoe. Toen het niet direct storm liep met de dossiers na onze start, bedachten we dat het handig was om bij potentiële klanten langs te gaan voor een kop koffie. We zijn verder overal zichtbaar en missen geen borrel. In het begin hadden we ook geen ervaring met pitches. Als de opdracht aan onze neus voorbij ging gingen we terug naar de opdrachtgever met de vraag wat er niet goed was gegaan zodat we daar voor een volgende keer van konden leren. Dat heeft ontzettend veel positieve reacties opgeleverd. Het is zelfs een keer voorgekomen dat we de klant alsnog hebben binnengehaald.’

Zijn er ambities om te groeien?
Benningen: ‘Dat is wel het idee maar we willen het natuurlijk laten verlopen. Dus niet groeien om te groeien, maar meer omdat het organisch zo gaat omdat er meer zaken komen. Dat probeer je uiteraard voor te zijn, zodat je niet achter de feiten aanloopt. Voor de stabiliteit en continuïteit van het kantoor vinden we het goed om een iets bredere laag medewerkers te hebben. Er zijn er nu drie maar als er nu iemand weggaat dan voel je dat wel.’

Nemen jullie ook mannen aan?
Bordewijk: ‘Dat we alleen met vrouwen zijn is puur toeval. Tegelijkertijd vallen we daardoor wel op. Zeker in de verzekeringswereld is dat het geval. Die bestaat vooral uit mannen van een bepaalde leeftijd. Dan spring je er als “vrouwenkantoor” direct uit en pak je meteen de aandacht. Dat is mooi meegenomen. Natuurlijk draait het vervolgens om wat je kunt en of er een klik is. Maar het is onbedoeld toch een soort unique selling point geworden.’

Terug naar de vraag. Gouweloos: ‘Ook al zouden ons unique selling point daardoor kwijtraken, we staan er absoluut voor open om mannen aan te nemen, maar ook dat is geen doel an sich.’ Benningen: ‘We krijgen weleens brieven van mannen, maar op de een of andere manier hebben we nog geen geschikte mannelijke kandidaat gevonden. Wie weet komt daar binnenkort verandering in. We willen graag medewerkers aannemen…’

Hebben jullie nog tips voor advocaten die voor zichzelf willen beginnen?
Bordewijk: ‘Wat voor de een werkt hoeft voor de ander niet zo te zijn. Wat voor ons destijds erg goed voelde is dat we met een team zijn begonnen dat elkaar al door en door kende. Je gaat tenslotte een zakelijk avontuur aan met elkaar en dan moet je op elkaar kunnen bouwen en vertrouwen. Het helpt als je al een bepaalde voorgeschiedenis met elkaar hebt.’ Gouweloos: ‘Daarnaast is het verstandig om van te voren goed te bedenken wie je als klant wilt hebben en vervolgens te bedenken wat die klant nodig heeft. Wij geloven er erg in om vanuit de klant te denken en van daaruit je concept voor je kantoor vorm te geven.’

Founders – ‘We beoordelen elkaars werk regelmatig’

Gimbrère Advocaten

Gimbrère Advocaten begon weliswaar in Breda, maar opende via Madrid, Barcelona en ­Marbella uiteindelijk haar deuren in Amsterdam. We schuiven aan bij een van de Founders, Frank Penders, om erachter te komen wat het internationale kantoor Amsterdam te bieden heeft.

Tekst: Mayk Koria en Nick van den Hoek

De ‘echte’ Founder van Gimbrère advocaten is Tjaard Gimbrère. De eerste vestiging opende ruim 35 jaar geleden haar deuren in Breda. Voor zover we kunnen nagaan heeft de Bredase vestiging van Gimbrère Advocaten als enige kantoor in Nederland een inpandig theater, waar de advocatuur samenkomt met cultuur. In de jaren die volgden heeft Gimbrère zich ontpopt van een Brabants kantoor tot een internationaal kantoor met twee vestigingen in Nederland en drie in Spanje. De filosofie van Gimbrère gaat uit van de mens achter de persoon en in juridische kwesties worden cliënten vanuit dat perspectief bijgestaan. Pendelend tussen Nederland en Spanje wil Tjaard Gimbrère ook met zijn theater in Breda – met zestig zitplaatsen – mensen inspireren en vooral bij elkaar brengen. Met dat theater heeft hij een jongensdroom verwezenlijkt.

Op het terras bij Café Vrijdag, niet ver van de huidige vestiging van het kantoor in het Amstelgebouw, is Penders gevraagd of hij geïnteresseerd was samen met Claudie Gimbrère het Amsterdamse kantoor van Gimbrère te beginnen. Dat kantoor kwam er al snel, om de hoek bij het Amstelhotel. Bij afwezigheid van Claudie schuiven we aan bij Penders om hem te vragen wat zijn beweegredenen waren om samen met Claudie en Tjaard de uitdaging aan te gaan.

Frank Penders: ‘Ik heb het altijd wel een uitdaging gevonden om uiteindelijk partner te worden bij een kantoor. Het leek me leuk om naast het juridische aspect van het vak zelf op een vernieuwende manier te ondernemen. Een bedrijf runnen heb ik dus altijd al interessant gevonden. Dat werd bevestigd door mijn tijd als curator, waarbij ik failliete vennootschapen moest afwikkelen. Ik heb ook veel geleerd als curator, met name hoe je niet moet ondernemen. Toen ik werd benaderd door Tjaard en Claudie was ik op dat moment niet bewust bezig met idee om voor mezelf te beginnen, maar de kans om met hen te werken kon ik niet laten gaan. Tjaard is een goede advocaat en ondernemer die op een andere manier naar de advocatuur kijkt en op een creatieve manier onderneemt. Daarnaast wist ik dat ik met Claudie goed kan samenwerken, omdat we dat al jaren hadden gedaan bij ons voormalig kantoor en ze is een van de meest positieve personen die ik ooit heb ontmoet’.

Spaans recht
Ondanks dat het concrete plan van aanpak op een strand in Spanje is uitgestippeld, nemen Penders en Claudie hun werk en het runnen van een eigen kantoor bloedserieus. Penders vertelt ons dat zij nagenoeg geen klanten hebben meegenomen van het vorige kantoor en dat ze in het begin goed in het zadel zijn geholpen door de rest van Gimbrère. Zo heeft de Amsterdamse vestiging, die zich met name richt op arbeids-, ondernemings,- huur- en privacyrecht, ook de nodige ervaring met het Spaanse recht opgedaan. Via het interne netwerk komen met enige regelmaat cliënten uit Spanje. Het gaat veelal om Spaanse bedrijven die in Amsterdam en omgeving willen ondernemen.

Compacte omvang
Ondanks de steun van de rest van Gimbrère wilden Penders en Claudie zelf de broek op kunnen houden. Inmiddels staat het kantoor op eigen benen en bedient het met name Amsterdamse mkb-bedrijven. Penders: ‘Vanwege onze ervaring en de compacte omvang van het kantoor kunnen wij maatwerk leveren tegen een concurrerend tarief. Al snel lukte het ons om een goed lopende praktijk op te zetten. Dat komt mede doordat cliënten doorhadden dat wij er zin in hebben. Als je de cliënt over kan brengen dat je graag voor hen wil werken, dan gunnen ze je het vaak wel. Die aanwas van cliënten ging dus snel’.

Expansie
Penders omschrijft de werksfeer als ontspannen en gemoedelijk. Hijzelf, Claudie en Paul Zieltjens – die zich als partner ondernemingsrecht advocaat heeft gevoegd bij Gimbrère – hebben voorheen samengewerkt bij de Vos & Partners in Amsterdam. Zieltjens en Penders waren zelfs jarenlang kamergenoten. Onlangs is Paul Korver aangenomen als medewerker om hun team te versterken. De advocaten zijn in de dertig en werken graag samen. ‘We ondersteunen elkaar en beoordelen elkaars werk regelmatig. Daarnaast doen we weleens wat leuks samen, laatst kwamen we bijvoorbeeld bijeen voor een uitgebreide asperge-lunch bij mij thuis, zijn we naar Barcelona en Marbella gegaan en gaan we vaak gezellig borrelen’.

Het viertal probeert zich te onderscheiden door ‘ongelofelijk’ snel te reageren, de kwaliteit hoog te houden en het tarief scherp. Volgens Penders zijn deze drie elementen belangrijk om een cliënt tevreden te stellen. Daarnaast vinden ze het belangrijk en leuk om hun cliënten te bezoeken. ‘Persoonlijke aanpak staat bij ons hoog in het vaandel. Een bezoekje aan je cliënten om de onderneming te leren kennen doet wonderen. De cliënt waardeert het als er vanuit ons gemeende interesse wordt getoond in zijn werkzaamheden. Daarnaast is het inspirerend om een ondernemer te horen praten over zijn passie en onderneming’, aldus Penders. Volgens Penders is er mogelijkheid om uit te breiden, maar dat moet niet ten koste gaan van de kwaliteit.

Get2gethers
Mede om de naamsbekendheid van het kantoor te vergroten organiseert Gimbrère zogenoemde Get2gethers. Het kantoorverzamelgebouw waar het kantoor gevestigd is biedt daarvoor de ideale setting. Afgelopen 3 mei is er een Get2gether georganiseerd over de nieuwe privacy-verordening. Of het kantoor, net als de vestiging in Breda, een inpandig theater krijgt, laat Penders in het midden. ‘Waarschijnlijk niet, al is die creatieve manier van een kantoor runnen wel een grote inspiratiebron voor ons’.

Founders – Grote vis in een kleine vijver

Axon

Axon is gespecialiseerd in life sciences – alles dat te maken heeft met geneesmiddelen, biotechnologie, medische technologie en voedsel. Een toekomstgerichte sector waar de ontwikkelingen razendsnel gaan. Het ABB sprak met de oprichters en hun collega’s. ‘2018 wordt het life sciences jaar’.

Tekst: Marloes van den Eeckhout en Lara Smeets

Tijdens de eerste contacten lijken we met twee founding partners om tafel te gaan zitten, maar eenmaal aangekomen op kantoor worden er een paar stoelen meer aangeschoven. ‘Karin en Hanneke schuiven ook aan’, krijgen we te horen. ‘We zijn met z’n vieren (Carine van den Brink, Erik Vollebregt, Karin Verzijden en Hanneke-Laster-Nijland) en maken geen onderscheid in founder of niet.’ De sfeer is ontspannen en ondanks de vroege morgen staan er koekjes op tafel.

Het hele team van Axon bijeen. (foto: Martijn Steiner Lovisa De Beeldunie).

Bij binnentreden van het pand kan de naam van het kantoor je niet ontgaan, althans voor zover je thuis bent in de medische wereld. De ramen zijn voorzien van afbeeldingen van een axon, een dunne uitloper van een neuron, een zenuwuitloper. De keuze voor deze naam is bewust gemaakt. ’Axon is naar onze mening toch een hippe naam! Het begint met A, praktisch, en er zit een X is, waardoor het krachtig overkomt. Verder is het direct herkenbaar voor onze relaties uit de sector, aangezien het de medische achtergrond aangeeft’.

Maar niet alleen over de naam is goed nagedacht. Vanaf de start van kantoor in september 2011 is er gewerkt met een duidelijke visie en is de keuze gemaakt om enkel te opereren in de sector Life Sciences. ‘Onafhankelijk van elkaar hebben we altijd gezegd: we willen in de life sciences. Dat klinkt heel logisch, maar dat is het eigenlijk niet. Want op het moment dat je dat dus doet beperk je je doelgroep heel erg. Ofwel, je kan een kunstje en iedereen die dat wil kan dan bij me komen voor hulp. Of je zegt: ik kijk naar een hele specifieke doelgroep en kijk naar wat die doelgroep nodig heeft. Dat betekent ook dat als iemand niet in die doelgroep zit, die hier niets te zoeken heeft.’

Vier pijlers
Axon kan door de samenstelling van de partners die ieder hun eigen expertise meebrengen een uitgebreid pakket aan diensten leveren. ‘We zijn geen full service kantoor, maar opereren wel op alle gebieden waarvan wij menen die je moet beheersen wil je een rol spelen in de sector life sciences. Er zijn in principe vier pijlers binnen kantoor, te weten het regulatoire stuk, het intellectueel eigendom – met name octrooien – , de farmaceutische contracten en ten slotte de corporate kant met financiering, fusies en overnames. Privacy is ook een belangrijk deelgebied. Dat viel eerder onder het regulatoire deel, maar kan met de aankomende wetgeving ook wel als aparte pijler worden gezien.’ Verder komt goed naar voren dat naast de variëteit in deelgebieden binnen de sector binnen Axon zowel een advies- als procespraktijk wordt gevoerd. ‘We vechten ook redelijk wat op regulatoir gebied, bijvoorbeeld tegen de inspectie voor de gezondheidszorg’.

Tweede basis
Naast de juridische achtergrond hebben eigenlijk alle advocaten van Axon een tweede basis wat betreft studie en ervaring. Dat varieert van een studie geneeskunde of farmacie tot werkervaring bij de Inspectie of het Leids Universitair Medisch Centrum. ‘Wij zijn science based lawyers. Dat is niet alleen window dressing, want wij geven hier daadwerkelijk inhoud aan. Dat is voor ons belangrijk, want als we de taal van de klanten spreken, gaat het allemaal veel makkelijker. We weten veel meer dan enkel het juridische deel. We zijn voor de toekomst bezig om het duale ook steeds meer in te zetten. 90 procent van onze klanten hebben een PhD. Wij hebben te maken met nerds, met wie de communicatie veel makkelijker gaat als je die science based achtergrond hebt’.
Al verder pratend over de sector en de ontwikkelingen daarbinnen komen we dan eindelijk toch toe aan de hamvraag: Wat is life sciences precies? ‘Alle juridische zaken die te maken hebben met geneesmiddelen, biotechnologie, medische technologie en voedsel. Of nog breder: alle juridische zaken die te maken hebben met wetenschap rondom levende dingen. Er is ook geregeld sprake van een overlap op deze gebieden, waardoor we te maken krijgen met kwalificatievraagstukken. Valt het onder geneesmiddelen of voedsel en welke regels zijn dan van toepassing?’

Na een spervuur aan voorbeelden waar de diversiteit vanaf spat komt als afsluitende opmerking nog naar voren dat het dus eigenlijk best wel een vaag begrip is, die life sciences. Maar hoe breed ook, Axon heeft wel duidelijk de keuze gemaakt om enkel de cure-kant aan te bieden en dus niet die van de care. Axon is geen zorgkantoor.
In de diverse voorbeelden die gedurende het gesprek worden genoemd blijkt ook hoe inventief de sector is. Erik vertelt hoe hij in een week werkt met een bedrijf dat zich bezighoudt met op maat gemaakte hartkleppen van varkensbestanddelen tot deep brain stimulation en de mogelijkheid om een chip in iemands hoofd te plaatsen waardoor die persoon in een keer een absoluut geheugen krijgt. ‘Wat tot vijf jaar geleden science fiction was zie ik nu in mijn praktijk voorbij komen’. Dat is ook wat de advocaten van Axon zo mooi vinden aan hun vak en waardoor ze zeggen dat ze een gezamenlijke passie delen die betekent dat er wordt gewerkt voor meer dan het geld. Ze werken in een sector waar het merendeel van hun cliënten echt een visie heeft. ‘Dit zijn nerds die de wereld oprecht een stukje beter willen maken.’

Bekende speler
Uit het gesprek komt goed naar voren dat de advocaten van Axon zich thuis voelen in de sector waarbinnen ze opereren. Ze kennen de markt goed en hebben veel persoonlijke contacten. ‘We weten precies wie onze cliënten zijn. Het is een mooie niche en we kunnen onze contacten ook vaak verder helpen door cliënten met elkaar te verbinden’. Axon is inmiddels ook een bekende speler in deze groeimarkt. Preventie begint steeds meer door te dringen en er is technologisch steeds meer mogelijk. Er is een toenemende mens-machine interactie, maar er zijn ook meer geneesmiddelen en hulpmiddelen. ‘Die zijn er om langer te leven, maar ook aan het begin van het leven’. Zo vertelt Erik dat hij te maken heeft gehad met prenatale genetische manipulatie.

Vanwege de bekendheid met de markt gaat het werk van Axon nog een stap verder en wordt er plaats genomen in jury’s, is er een actieve rol op conferenties en worden er lobbyposities ingenomen waarvoor er naar Brussel of de VS wordt afgereisd. ‘We krijgen vaak te horen: Jullie zijn ook overal. Dat maakt ons succesvol. We zijn een grote vis in een kleine vijver.’ Dat die vis met name groot is in reputatie en niet zozeer in grootte komt ook goed naar voren in het gesprek, aangezien er een duidelijke keuze is gemaakt om het aantal advocaten beperkt te houden. De ervaring van sommige partners binnen een groot kantoor is toch dat de focus dan niet volledig meer op life sciences ligt. Bij Axon ligt de focus er duidelijk wel nog. Er wordt zelfs geluncht met alleen maar biologische producten, eens per twee weken krijgt iedereen een stoelmassage van 20 minuten en ze hebben allemaal een statafel of een bal (met schapenkleed).

Als afsluiter vragen we wat 2018 Axon gaat brengen. ‘2018 wordt het life sciences jaar. Er komt een fors aantal producten op de markt, er zijn overnames op handen en uiteraard is de voorbereiding op de Brexit in volle gang. Zo komt het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) naar Amsterdam. Als het aan ons ligt wordt 2018 ook het Axon-jaar.’

Founders: Klaar voor de toekomst

Osborne Clarke

Met de onlangs geopende vestiging in Stockholm telt het van oorsprong Britse kantoor Osborne Clarke inmiddels 25 kantoren in 11 verschillende landen. Medio 2014 opende de Nederlandse vestiging haar deuren. De bedrijfsfilosofie mag gerust vernieuwend worden genoemd. We spraken met Jeroen Bedaux en Cristine Brinkman, twee van de vijf oprichters.

Tekst: Mayk Koria en Marloes van den Eeckhout

Het van oorsprong Brits kantoor Osborne Clarke kent een lange geschiedenis. De echte ‘founding father’, Jermiah Osborne, begon zijn kantoor in 1748 in Bristol. Vanuit de boardroom van Osborne Clarke kijken we uit naar het Overhoeks-terrein waarop het EYE Filmmuseum en de A’DAM Toren zijn gerealiseerd en spreken met  Litigation & Arbitration partner Jeroen Bedaux en Corporate M&A partner Cristine Brinkman. Bedaux en Brinkman, beiden afkomstig van gerenommeerde kantoren, besloten samen met de andere founders in 2014 een nieuwe uitdaging aan te gaan, door de Nederlandse vestiging van Osborne Clarke op te zetten.

Onze gesprekspartners hebben een duidelijke visie op de toekomst van de Nederlandse advocatuur en willen het echt anders doen. De van Baker & McKenzie afkomstige Bedaux merkte dat de focus van zijn voormalige kantoor vooral lag op een beperkt aantal grote internationale cliënten. Hij had leuke cliënten en leuke zaken, maar die pasten niet bij de strategie van Baker & McKenzie. Daarnaast is het bij een groot kantoor lastig om een klein beetje de koers te veranderen, aldus Bedaux. Een kantoor aan de gracht in het centrum van Amsterdam met zijn naam op de voorgevel zag Bedaux echter niet zitten; dat is ‘old school’ en niet toekomstbestendig.

Frisse wind
‘Na een eerste gesprek waren we direct verliefd op Osborne Clarke’, vertelt Bedaux enthousiast. In tegenstelling van wat Bedaux gewend was van de partners van grote internationale kantoren, was de overgevlogen delegatie die met hen kwam praten zeer vriendelijk, niet hiërarchisch, bijzonder ontspannen en is er in het eerste gesprek al een boel gelachen. Het concept van Osborne Clarke, de visie op de toekomst én de ontspannen personen waarmee ze aan tafel zaten, bevielen hen zo goed dat er sinds begin 2014 een frisse wind waait door Amsterdam. Het team werd aangesterkt met Cristine Brinkman, Jeroen Lub en Jorgo Tsiris.

Brinkman legt uit wat haar beweegreden was om vanuit Freshfields de overstap te maken naar Osborne Clarke: ‘Het leuke aan het voorstel was dat Osborne Clarke een bestaande “firm with standing” was, die een duidelijke visie heeft over hoe zij de advocatuur “going forward” ziet en welke type cliënt ze wil bedienen vanuit een sectorfocus. En je kon in Nederland iets nieuws opzetten’.

Het is duidelijk dat de founders, allen afkomstig van Zuidas-kantoren, een andere koers wilden varen. Brinkman vertelt dat het voordeel van een nieuw kantoor beginnen met een zeer gemotiveerde en gelijk gestemde groep mensen is dat de neuzen dezelfde kant op staan. Alle partners zijn tussen de 40 en 45 jaar. Zij hebben een horizon van 20 jaar en daarmee dus een belang om het kantoor zo op te zetten dat het de komende 20 jaar ook een succes is. Er is een gezamenlijk doel en dat is anders dan dat je een overstap maakt naar een bestaand kantoor waar je je moet aanpassen aan de normen en waarden.

Relatiekantoor
De filosofie van Osborne Clarke laat zich vangen in de drie L’s; leuk werk, voor leuke cliënten, met leuke collega’s. Daarnaast moet je tijd steken in het opbouwen van relaties. ‘Je moet een “trusted advisor” zijn en zorgen dat je een relatiekantoor bent. Ons doel is niet om zoveel mogelijk zaken en uren te draaien. Wij willen transacties draaien, problemen voorkomen en oplossen en cliënten voor langere tijd binden. Winstmaximalisatie past daar niet in’, vertelt Brinkman.

Voor Osborne Clarke is het belangrijk dat de medewerkers veel tijd steken in sectorkennis en in hun cliënten om te begrijpen wat die cliënten precies doen en willen. Geld verdienen is een logisch gevolg daarvan. Osborne Clarke draait op een urenmodel dat uitgaat van een declarabele urennorm van 1200 uur, dat dus veel lager ligt dan in de magic circle-kantoren. Sterker nog, bij Osborne Clarke in de UK worden medewerkers die te veel declarabele uren draaien zelfs gekort op hun bonus. Volgens Bedaux en Brinkman is het niet de bedoeling dat medewerkers alleen achter hun bureau zitten en declarabele uren draaien. De medewerkers krijgen de ruimte om zich te ontwikkelen binnen de focussectoren en worden bijvoorbeeld aangespoord een dag met de juridische afdeling van hun cliënten mee te lopen om te begrijpen wat die cliënten doen en wat hen bezighoudt.

Daarnaast is het ook zeer belangrijk om tijd te besteden met je collega’s en aan je eigen interesses buiten kantoor. Een advocaat die gelukkig privé is, is volgens Osborne Clarke ook op kantoor een leuker en gelukkiger mens. ‘Work life balance is echt belangrijk’, bevestigt Bedaux. Het gevolg van dit businessmodel is dat de partners verplicht worden om meer medewerkers aan te nemen wanneer er te hard wordt gewerkt. De werkdruk moet echt niet te hoog worden. Brinkman geeft toe dat dit niet altijd haalbaar is: ‘Werken in de advocatuur is geen negen tot vijf baan. Als we een deal hebben dan zitten we hier natuurlijk ook tot twee uur ‘s nachts om het voor elkaar te krijgen’. Dat het businessmodel werkt, blijkt uit hun enorme groei van de afgelopen drie jaren: van 7 naar 28 advocaten.

Champagne
Doordat het kantoor vooral bestaat uit jonge mensen heerst er een saamhorigheidsgevoel. Elke dag wordt gezamenlijk geluncht (advocaten, staf, receptie etc.), eens per week wordt er samen gesport en er zijn regelmatig uitjes en borrels buiten het kantoor. Zo wordt ook ieder jaar een reis georganiseerd voor de medewerkers om enkele kleinere en sympathiekere champagnehuizen in de Champagnestreek aan te doen, zodat de lekkerste champagne kan worden geserveerd bij bijvoorbeeld een closing.

Aanpak
Osborne Clarke onderscheidt zich door haar aanpak en nieuwe formule in de Nederlandse advocatuur. Sectorfocussen als onder andere Digital Business en Energy and Utilities en concepten als Connected Consumer, Smart Cities en Blockchain zijn voor Osborne Clarke zeer belangrijk om een toekomstbestendig kantoor te zijn. De vraag van cliënten naar advocaten met kennis van een bepaalde sector groeit. Het opzetten van een nagenoeg geheel geautomatiseerd distributiecentrum vergt de kennis van vastgoed en IT. Het opzetten van smart cities vereist kennis van IT, privacy en vastgoed. Begrijp je niet dat dit communicerende vaten zijn die ook nog eens op elkaar ingrijpen, dan kun je cliënten niet adviseren. Deze aanpak en formule, in combinatie met de redelijke uurtarieven, leveren Osborne Clarke cliënten op die internationaal bekend zijn.

Anders bediend
Osborne Clarke wenste in 2014 in Amsterdam een kantoor te openen vanwege de grote vraag vanuit het bestaande internationale cliëntenbestand. Het was ‘too good to be true’, vertelt Brinkman terugdenkend aan de beginperiode. Bedaux: ‘Het is fijn om te kunnen plukken van die mooie cliënten die toekomst hebben. Onze cliënten willen anders bediend worden. Kijk naar de bedrijfsjuristen van toekomstgerichte bedrijven. Dat zijn geen deftige heren van 60 jaar, die je nog wel eens tegenkomt bij grote Nederlandse bedrijven. Daar zitten jongelui van 35 jaar die al (general) counsel zijn en die willen praten met gelijkgestemde adviseurs die begrijpen hoe hun business werkt. Op die manier is ons team ook ingericht’.

Founders – ‘Wij piekeren er niet over om te stoppen’

Heeft de sociale advocatuur nog toekomst? Ja, zeggen Sanne van ­Andel en Tineke Klijnstra, beiden werkzaam bij Westhoff Advocaten, dat is gespecialiseerd in het sociale zekerheidsrecht en historische banden heeft met de Rechtswinkel Amsterdam. Het kantoor staat nog immer op de bres voor de belangen van de gewone man (en vrouw).

Tekst: Soeradj Ramsanjhal en Victor van Campen

In het centrum van Amsterdam, om de hoek van Patisserie Holtkamp, ligt het kantoor van Westhoff Advocaten. Het kantoor heeft diepe wortels in het oplossen van de juridische problemen van de gewone man. Die wortels gaan terug tot de oprichting van de Rechtswinkel Amsterdam in de jaren ‘70. Klijnstra: ‘In die tijd waren er nauwelijks advocaten gespecialiseerd in rechtsgebieden waar de gewone man wat aan had: sociale zekerheid, huurrecht en arbeidsrecht. Dit gebrek werd eerst opgelost door de Rechtswinkel en vervolgens met de opkomst van het Bureau Rechtshulp, de “voorloper” van het Juridisch Loket. Het was ongelofelijk druk, echt niet normaal! We zagen wel ongeveer 50 cliënten per week’.

Klijnstra vervolgt: ‘Via via kwamen de cliënten binnen, vanuit buurthuizen, via maatschappelijk werkers. Leuk om te weten is dat ook Khadija Arib, nu voorzitter van de Tweede Kamer, in die tijd betrokken was als student en tolk. Spreekuren waren gemoedelijk en er werd nauwelijks geklaagd, ook al moest men soms uren wachten. Ik heb nu nog cliënten van toen’.

V.l.n.r.: Ed van den Bogaard, Taco de Jonge, Tineke Klijnstra en Sanne van Andel.

Ook oprichter Marjet Westhoff was als adviseur verbonden aan de Rechtswinkel, waar zij zich specialiseerde in het familierecht, vreemdelingenrecht en strafrecht. De verschillen tussen toen en nu zijn groot. Klijnstra: ‘Mede door de opkomst van de Rechtswinkel en Bureau Rechtshulp werden deze rechtsgebieden serieus genomen. Als burger hoefde je je niet langer neer te leggen bij nalatige verhuurders of onterechte overheidsbeslissingen. Binnen het huurrecht is sprake geweest van een machtsverschuiving, waar verhuurders eerst versteld van stonden. Binnen het vreemdelingenrecht werden beleidscirculaires aanvankelijk niet eens gepubliceerd. Afwijzingen werden vanuit de overheid gerechtvaardigd met een beroep op het beleid, dat dus niet openbaar was. Nu zien wij juist het omgekeerde, waarin de wetgeving veel te complex is geworden. Er is in die jaren veel bereikt, zoals de huurbescherming, maar de collectieve rechtshulp is daarna verminderd en de vakbonden zijn kleiner geworden’.

Sociale zekerheid
De aard van de zaken en de houding van cliënten zijn niet per se veranderd in de loop der jaren. ‘Wij beperken ons nu tot sociale zekerheid. Daarin is niet per se veel veranderd, maar de houding van de Dienst Werk en Inkomen is veel strenger geworden en de regelgeving scherper. De houding van de overheid richting mensen is ook harder geworden, soms onevenredig hard, totdat de overheid wordt teruggefloten. Maar dat gebeurt natuurlijk alleen als mensen ook daadwerkelijk in bezwaar en eventueel beroep gaan. Cliënten zijn op hun beurt wat dwingender en veeleisender geworden, omdat zij echt in het nauw gedreven worden. Complexe problemen, schulden, verlies van werk en stress leiden tot een vicieuze cirkel. De mensen willen wel, maar komen er niet uit’, zegt Klijnstra.
Van Andel vult aan: ‘Wij moeten blijven proberen de mensen toch aan hun recht te laten komen, maar wij zijn ook maar individuen. Aan de maatschappelijke ontwikkelingen kunnen wij niet veel doen, maar het is altijd mooi wanneer wij uiteindelijk gelijk krijgen van de Centrale Raad van Beroep – de rechter laten corrigeren wat fout gaat. Zo dragen wij op onze manier bij aan de maatschappelijke ontwikkelingen’.

‘Er is maatschappelijke noodzaak
voor de sociale advocatuur’


Goedkoper werken

We vervolgen ons gesprek met een discussie over de sociale advocatuur. Wij lezen in de media regelmatig dat meer dan de helft van de advocaten in de sociale advocatuur daar binnen twee jaar mee zal stoppen. Dit geldt volgens Van Andel niet voor haar en haar collega’s. Van Andel: ‘Wij hebben geen marmeren entree. Wij hebben kosten geschrapt en hebben weinig overhead. Dat laatste is wennen, maar hierdoor kunnen wij relatief goedkoper werken. Wij piekeren er niet over om te stoppen, ook al spreken wij regelmatig kantoren om ons heen die in zwaar weer zitten.’ Van Andel vervolgt: ‘Vanaf 2004 zijn de vergoedingen niet meer geïndexeerd. Het aantal punten dat vergoed wordt is structureel te laag. Daarnaast zijn de inkomensgrenzen om recht te maken op gefinancierde rechtsbijstand laag, waardoor er in verhouding tot die groep meer betalende cliënten komen.’

Wij vragen of er in de toekomst nog plek zal zijn voor de sociale advocatuur. Van Andel: ‘Er is maatschappelijke noodzaak voor de sociale advocatuur. De maatschappij en de regelgeving zijn complex geworden terwijl de gevolgen voor burgers, zoals ontslag of het ophouden van uitkering, groot zijn. Daarom doen wij ons werk en gaan wij gewoon door. Het maakt mij ook niet uit wat voor cliënten ik heb, alles is interessant. Wij zijn dan ook niet traditioneel sociaal, wij staan ook werkgevers bij, maar het rechtsgebied is wel sociaal. Ik heb wel vier keer in mijn toga op het Binnenhof gestaan om met anderen te protesteren tegen nieuwe bezuinigingen op de rechtsbijstand. Het is frustrerend als je door de politiek wordt weggezet als mensen die maar moeilijk doen, want wij doen serieus werk in een serieus rechtsgebied’.

Marjet Westhoff is sinds vorig jaar met pensioen. Van Andel: ‘Ze is nog heel lang op kantoor geweest. Nu is zij er even niet, al zou het mij niets verbazen als zij er zo weer is, want ze komt nog vaak langs. Niet voor inhoudelijke zaken, maar voor de gezelligheid. De naam hebben we behouden. Die staat ook ergens voor, wij zijn bekend in de markt’.

Founders – ‘Je ziet de stad veranderen’

Raoul Meester bouwde imperium op horecarecht

Met de toenemende horeca in Nederland is er ­behoefte aan specialisatie op het gebied van ­horecarecht en aanverwante rechtsgebieden. Meester Advocaten groeide hierdoor als kool. Het succesverhaal van oprichter Raoul Meester.

Tekst: Lara Smeets en Benjamin Bijl

Energiek, bevlogen en kundig. Drie termen die de founder van Meester Advocaten, Raoul Meester, goed omschrijven. Hij focust zich met zijn kantoor op horeca-recht in de breedste zin van het woord en mag zich met recht de leidende specialist in horecavraagstukken noemen, zowel in Amsterdam als ook in de rest van Nederland.

We ontmoeten Meester voor een korte rondleiding bij zijn pand aan de Foeliestraat. Dit is tevens de plek in Amsterdam waar het voor Meester Advocaten echt begon na een ‘proefperiode’ in Zuidoost. Door de jaren heen is het kantoor gegroeid naar een omvang van 23 werknemers. Ongeveer 1/3 behandelt de inhoudelijke dossiers waar 2/3 ondersteunende activiteiten ontplooit, variërend van secretariaat, boekhouding en beleidsverwerkers.

Door deze groei vindt er op dit moment een noodzakelijke verbouwing/uitbreiding plaats aan het pand, waardoor het gesprek met de founder in het nabijgelegen Ibis Hotel wordt voortgezet. Het hotel binnenlopend wordt duidelijk hoe erg Meester geldt als specialist of misschien zelfs wel als ‘vakidioot’ – maar dan wel op een positieve manier. ‘Als ik hier zit kijk ik meteen naar buiten. Er is een terras met daarop uitkijkend ramen die open kunnen. Dat roept bij mij direct vragen over de vergunning op.’ Aanvullend hierop zegt hij over de bar in het hotel: ‘Wisten jullie dat er niet zomaar een vergunning voor een 24-uursbar kan worden afgegeven als er andere gasten dan die van het hotel binnen komen?’

Bestuursrecht
Twintig jaar geleden begon de carrière van Meester bij de gemeente Huizen. Hij was werkzaam op de afdeling algemene juridische zaken, terwijl hij afgestudeerd was in de richting civiel recht. De keuze om voor de gemeente te gaan werken was dan ook niet zozeer ingegeven door een passie, maar vanwege een gebrek aan alternatieven. ‘Door mijn baan bij de gemeente maakte ik kennis met het bestuursrecht, onder andere de regelgeving omtrent terrassen, sluitingstijden et cetera.’ Meester had niet voorzien dat zijn eerste baan zijn verdere carrière zo zou beïnvloeden en de noodgedwongen keuze destijds zijn passie voor de toekomst zou blijken.

De core business van het kantoor is horecarecht, ofwel: de advocaten van Meester Advocaten zijn gespecialiseerd in alle regelgeving waarmee zij de clientèle kunnen bedienen, zowel op het gebied van bestuurs- als civielrecht. De restrictie is alleen dat de ondernemer centraal moet staan, waardoor het cliëntenbestand bestaat uit vergunninghouders, verhuurders, werkgevers en grote leveranciers. Een brouwerij kan niet terecht bij Meester.

Inmiddels kent het kantoor 4000 (!) Nederlandse horecaondernemers als cliënten, van het café op de hoek tot grote ketens, waaronder 900 horecaondernemingen in Amsterdam. Meester kent de horecaondernemers en staat onder andere de ‘grote pleinen’ bij, zoals het Rembrandtplein en het Leidseplein. Door deze pleinen als collectief aan zich te binden voorkomt hij belangenverstrengeling. Dat dit collectief ook waardevol en prettig is voor de ondernemers zelf blijkt wel uit het feit dat er al 10 jaar niet meer onderling is geprocedeerd.

Tijdens ons gesprek wordt meer en meer duidelijk wat Meester heeft betekend voor ons gebruik van de Amsterdamse horeca. Hij is verantwoordelijk voor bijna elk(e) terras(uitbreiding) in Amsterdam, heeft de introductie van de terrasverwarming begeleid en heeft ervoor gezorgd dat discotheken vanaf 9.00 uur open mogen gaan in plaats van pas om 22.00. ‘Door deze verandering wordt de exploitatie voor de ondernemer heel anders, veel leuker vanwege de uitgebreide mogelijkheden. Je ziet de stad veranderen.’

Er gaat geen dag voorbij of er verschijnt wel een artikel in Het Parool of de Telegraaf dat raakvlakken heeft met Meester Advocaten. Op de vraag of hij zelf veel te vinden is in de Amsterdamse horeca antwoordt hij: ‘Ik kan onmogelijk door Amsterdam lopen zonder te worden herkend of aangeschoten. Ik vermijd die momenten zoveel mogelijk. Wel vind ik het belangrijk om zaken met eigen ogen te zien. Ik rij daarom geregeld in de avonduren een rondje. Ik kijk dan wie er aan de deur staan, hoe ze eruit zien. Dat wil ik gewoon weten.’
Duidelijk wordt meer en meer dat de passie van Meester voor 100 procent voor de horeca geldt. Die focus verwacht hij ook van zijn collega’s, maar hij laat iedereen een marge van 10 procent waarin ze hun ‘hobby’ mogen uitoefenen. ‘Zo was er een advocaat bij ons kantoor die het leuk vond om zich met woonboten bezig te houden. Nou, dat moet hij dan vooral doen.’

Superspecialisten
De advocaten en juristen van Meester (vier om drie) zijn stuk voor stuk ‘superspecialisten’. Niet alleen zijn zij gespecialiseerd in alles wat met horeca te maken heeft, de juristen moeten zich daadwerkelijk verdiepen in hun doelgroep. Als hotelpersoneel wordt bijgestaan dienen de arbeidsrechtadvocaten te weten hoe een shift van dat personeel eruit ziet en wat de specifieke punten van de betreffende cao zijn. ‘Ik wil dat ze weten hoe je een ronde loopt, wat een souschef doet. Het zijn juist die nuances waar het hem in zit. Zo heeft een kok geen overuren aan het eind van zijn dienst, maar juist aan het begin. Dat leren ze dan. Ik heb mezelf door de jaren heen ook ondergedompeld in de verschillende branches. Ik wil weten hoe de vork in de steel zit. Het meest trots ben ik op het gebruik van door mij geschreven cursusmateriaal over hygiëne door de opleiding tot leerling-kok. Dat is een soort beloning.’

Procedures
Naast de verdieping in de praktijk geldt voor bijna alle collega’s bij Meester dat zij een achtergrond als gemeentejurist op het gebied van horeca hebben. Op die manier hebben zij als geen ander feeling met de zaken. Een groot deel van de zaken van het kantoor, zeker wat betreft procedures, wordt namelijk gevoerd tegen de gemeente. ‘Je moet een aantal jaren ervaring hebben bij de gemeente om deze procedures te kunnen overzien. Ik kan dat bestuursrechtelijke stuk niet van de advocatenopleiding verwachten. Ik heb zelf ook alles over vergunningen et cetera geleerd in mijn ambtenarentijd. Je weet dan dat als je de zaak net iets anders presenteert, er een ander hokje wordt aangevinkt en dit een volledig andere uitkomst tot gevolg kan hebben.’

De inzet van kantoor op specialisme gaat nog verder. Om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen bij de gemeente Amsterdam zit Meester (of een kantoorgenoot) bij iedere gemeenteraadsvergadering en commissievergadering die relevant is voor de horeca ondernemers. Op die manier is Meester al op de hoogte van beleid voordat het is ingevoerd. ‘Amsterdam is lastig. Ze zeggen vaak “dit mag niet”, terwijl bijvoorbeeld Rotterdam eerder vraagt “Waar kan ik mee helpen?” Door de opgedane kennis in de vergaderingen kunnen we de ondernemers begeleiden in het zien van mogelijkheden.’ De vergaderingen kunnen overigens wel vier uur duren, niet de favoriete bezigheid van Meester.

Kennis delen
De juridische en praktische kennis van Meester op horecagebied is enorm en er is voor gekozen om een groot gedeelte van die kennis gratis met cliënten te delen, ‘mits er een goede relatie is natuurlijk’. Dit gebeurt via de zogeheten ‘a4-tjes bestuur en civiel’. Per rechtsgebied worden alle nieuwe ontwikkelingen op één a4 bijgehouden en verstrekt aan cliënten. Die ontwikkelingen betreffen bijvoorbeeld het verruimen van openingstijden en gemeentelijke handhavingsstrategie. Deze a4-tjes worden wekelijks doorgenomen en krijgen een update tijdens de 2,5 uur durende civiele bespreking op dinsdag en de bestuursrechtelijke bespreking op donderdag. Om de vergaderingen plezieriger te maken vinden deze steeds binnen de muren van een van de cliënten plaats. ‘De ondernemers zijn hartstikke trots op hun plek. Ze vinden het leuk als we langskomen.’

Speciaal softwaresysteem
De advisering stopt ook hier echter nog niet. Grote franchise bedrijven huren Meester in om voor alle vestigingen landelijk in de gaten te houden of ze nog wel voldoen aan alle horecaregelgeving. Hiervoor heeft Meester een speciaal softwaresysteem ontwikkeld waarin klanten direct kunnen zien hoe het er met hun individuele vestiging voor staat. Zo weten ze direct of die vestiging nog voldoet aan de lokale regelgeving, tot wanneer hun contracten lopen en of er op dat moment lopende zaken zijn. Meester biedt deze extra service gratis aan. Hetgeen hij ervoor terugkrijgt is loyaliteit.

Zeer hoog niveau
Meester staat met zijn team midden in de (horeca)maatschappij en verleent zijn diensten op hoog niveau, zowel inhoudelijk als qua service. We begrijpen na het gesprek zeer goed waarom er zoveel horecabedrijven gebruik maken van de diensten van Meester Advocaten. De professionele manier waarop deze founder zijn kantoor heeft opgebouwd en tot op heden draait is een voorbeeld voor de Amsterdamse advocatuur. Wij zijn in ieder geval geïnspireerd.

‘Toegevoegde waarde, daar doe je het voor’

VESPER Advocaten

Nog geen jaar oud is de praktijk voor ondernemingsrecht en financieel recht VESPER. Het kantoor deed niets aan marketing, maar bloeit alsof de vier partners nooit in een andere setting hebben gewerkt. Juist de onderlinge verschillen geven de potentie van een sterk merk.

Tekst: Annemarie Roukema

Op de derde verdieping van een statig pand aan de Westermarkt wordt het ABB onthaald door de vier opgewekte advocaten van VESPER. Ze zijn bijna klaar voor het weekend, maar hebben duidelijk energie te over om uitgebreid over de totstandkoming en filosofie van dit in 2016 opgerichte boutique kantoor te vertellen. Ze hebben de partnervergadering zojuist afgesloten en zijn klaar voor een diepte-interview.

Voordat we aan tafel plaatsnemen, geeft Patrick Munk, per 1 januari 2017 aangesloten bij VESPER, een rondleiding door het pand. Vanwege de omvang van het kantoor is de rondleiding niet lang, maar wel wordt met gepaste trots het kantoor gepresenteerd. VESPER is een advocatenkantoor dat focust op de ondernemingsrechtelijke transactiepraktijk en financieel recht. In het pand aan de Westermarkt is een veelheid aan bedrijven gevestigd, tot plezier van de heren van VESPER: ‘Gezellig, een beetje reuring’. Het kantoor op de derde verdieping is overzichtelijk en opgedeeld in twee kamers, een werkkamer en een spreekkamer. Vanuit de hal kom je binnen in de werkkamer, een hoge en ruime kamer met veel licht. Met mooie apparatuur en een aardig succesvolle clean desk policy oogt het strak en modern. Het geheel doet professioneel maar ook huiselijk aan, met de houtelementen en prettige lichtinval.

Professionele klik
De korte introductie en rondleiding bij het kantoor kreeg ik van Patrick Munk, die in januari 2017 instapte en daarmee strikt genomen geen founder is. Dat zijn Arthur Knipping, Vincent Wismans en Jelmer Kruijt, die het kantoor per 1 juli 2016 startten. Munk werd al vroeg in het proces betrokken, maar zette de stap pas een half jaar na zijn compagnons. Gezeten aan de tafel met alle vier de heren, blijkt dat zij opvallend weinig gemeen hebben. Ze hebben allereerst in verschillende steden gestudeerd, respectievelijk Amsterdam, Nijmegen, Utrecht en Groningen. Ook hun voorgaande carrières doen niet direct vermoeden dat ze elkaar in deze samenwerking zouden vinden. Arthur Knipping licht toe: ‘Het is eigenlijk puur de professionele klik geweest. We hebben met elkaar gewerkt en weten van elkaar wat we kunnen’. Patrick Munk: ‘Je moet natuurlijk ook persoonlijk klikken, maar vooral moet je je cliënten op eenzelfde manier willen benaderen, en daarin denken wij hetzelfde’.

Verdiepingsslag
Knipping studeerde economie in Amsterdam, maar ging na wat bèta hiccups rechten studeren. Na zijn advocaat-stage bij Loeff Claeys Verbeeke te hebben afgerond is hij het bedrijfsleven in gegaan. Vijf jaar geleden keerde hij terug naar de advocatuur. Hij richt zich met name op het arbeidsrecht. Over een paar maanden rondt hij de Grotius specialisatieopleiding Arbeidsrecht af. ‘Dit betekent inderdaad dat ik twee maanden na de oprichting van VESPER startte met de opleiding. Ik was nu eenmaal ingeloot en ik wilde graag die verdiepingsslag maken.’


Ook Jelmer Kruijt heeft na zijn advocaat-stage bij Simmons & Simmons enige tijd in house-ervaring opgedaan in het bedrijfsleven. Met de oprichting van VESPER keerde ook hij terug naar de advocatuur, waar hij zich nu toelegt op het financieel recht, in min of meer gelijke delen regulatory en litigation. Wismans en Munk hebben beide enige tijd bij AKD gewerkt en kennen elkaar nog uit deze tijd. Patrick houdt zich uitsluitend bezig met de transactiepraktijk en Vincent met ondernemings- en effectenrecht. Wat deze vier duidelijk met elkaar gemeen hebben is hun passie voor specialistische dienstverlening, hetgeen ook Knipping en Kruijt weer naar de advocatuur heeft getrokken.

Cachet
In maart 2016 werd het idee voor het kantoor geboren, en al in juli 2016 opende VESPER de deuren. Een indrukwekkend korte tijd. Jelmer Kruijt: ‘Toen het idee eenmaal vorm kreeg hebben we inderdaad gewoon doorgepakt’. De naam VESPER, met hoofdletters, vraagt om een toelichting. De connotatie met James Bond komt niet uit de lucht vallen, maar is (gelukkig) niet de enige reden voor de naamgeving van het kantoor. Gevraagd naar de eigen associaties, naast de Bond-girl, volgen woorden als snelheid, souplesse en professionaliteit. Patrick omschrijft het als volgt: ‘De naam sluit goed aan bij wat we willen uitstralen; een zeker cachet, maar met een speelse ondertoon’. Vincent: ‘We zochten een werknaam die goed te onthouden is, maar ook internationaal bruikbaar is. Een naam kiezen was moeilijk, er zijn er zoveel de revue gepasseerd. Je kan het zo gek niet bedenken of er is al wel iets dat zo heet!’

Toegevoegde waarde
Het kantoor is opgericht met het idee om de specialisaties te bundelen, om op deze manier cliënten beter te kunnen bedienen. Arthur Knipping  geeft aan dat ze zich vrijwel uitsluitend bewegen binnen het eigen specialisatiegebied: ‘We gaan niet zelf lopen klussen’. Wanneer zij het niet zelf kunnen, wordt dus een andere specialist ingevlogen. Alle vier willen ze hoogwaardige dienstverlening bieden, maar tegelijkertijd praktisch en doelgericht blijven. Er zijn geen stagiaires, dus al het werk doen de mannen zelf. ‘Hierdoor weet je precies wat er gebeurt, en met veel in house-ervaring kunnen wij als geen ander met de cliënt meedenken.’ Alle vier werken zij ook aan initiatieven buiten de kantoormuren. Zo helpt Patrick Munk start-ups bij Rockstart en schrijft Jelmer Kruijt regelmatig blogs op beleggerswebsite www.belegger.nl. Vincent Wismans: ‘Dat is toch waar we het allemaal voor doen, een toegevoegde waarde hebben. Je wil mensen verder helpen. Dat is precies wat we hier willen doen’.
Deze combinatie van specialisaties, transactiepraktijk, financieel- en effectenrecht en ook arbeidsrecht, maakt deze boutique uniek. ‘Specialisten als wij vind je wel bij andere kantoren, maar deze setting maakt ons uniek in de markt’.

Toekomst
Op de vraag of er ambitie bestaat verder te groeien dan vier, is het antwoord unaniem: ‘Groei is geen doel op zich, alleen als deze persoon die toegevoegde waarde heeft voor cliënten. Hij of zij moet complementair zijn’. De ruimte leent zich er misschien ook niet direct voor: de vier werkplekken zijn immers bezet en er is een beperkt secretariaat. Ook in dit opzicht doen de advocaten momenteel alles zelf. Maar dit is relatief, VESPER omarmt flexibel werken. Arthur Knipping: ‘Ik werk regelmatig een dagdeel vanuit huis, omdat ik in Antwerpen woon. Maar ook mijn collega’s voelen zich vrij om vanuit elders te werken’. Dus het zou kunnen, maar het kwartet lijkt heel content in de huidige setting. Hoewel de marketinginspanningen goeddeels achterwege zijn gebleven (‘goed dat je het zegt’), heeft VESPER de potentie een sterk merk te worden.

Founders – SERVAAS Advocaten

‘De relatie moet helder en schoon zijn’

‘Ser’ betekent liefde in het Armeens, de taal van het land waar oprichter Vigen Sarkisian is geboren en deels is getogen. Het is een kenmerkend woord voor SERVAAS Advocaten, want de warmte in kantoor is voelbaar voor een buitenstaander. Met passie en trots vertelt Sarkisian over zijn weg die heeft geleid tot dit kantoor met zes collega’s.

Tekst: Annemarie Roukema en Lara Smeets

In 1993 kwam de destijds zestienjarige ­Vigen Sarkisian met zijn ouders en zusje vanuit Armenië naar Nederland. Aangekomen in een nieuw land is het geen optie voor hem om bij de pakken neer te zitten. Sarkisian heeft een groot verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkeld, hetgeen erin resulteert dat hij via een internationale schakelklas binnen drie jaar zijn VWO afrondt en in 1998 start met zijn studie. Eigenlijk is geneeskunde zijn grote liefde, ingegeven door de fijne herinneringen die hij koestert aan het ziekenhuis waar zijn moeder in Armenië werkte en waar hij veel tijd heeft doorgebracht. Het ziekenhuis in Nederland ruikt hetzelfde als het ziekenhuis in Armenië en voelt vertrouwd. Maar helaas voor Sarkisian wordt hij uitgeloot. Een poging om in België te gaan studeren strandt eveneens, omdat hij nog geen Nederlands paspoort heeft. De keuze voor een studie valt vervolgens op rechten.

servaas-founders
Notarieel recht
Gezien dit verleden, het aan de lijve zelf ondervinden hoe het is om in afwachting te zijn van je verblijfsstatus met alle gevolgen van dien, lijkt het niet heel toevallig dat Sarkisian een advocaat is geworden met als specialisatie vreemdelingenrecht, maar toch is dit niet altijd vanzelfsprekend geweest.
Tijdens de studie ligt de focus op notarieel recht en deze opleiding wordt in 2002 succesvol afgerond. In deze periode fungeert Sarkisian als tolk voor de IND, een bijbaan die hij met veel plezier aanhield, zelfs tot vier jaar na afronding van zijn studie notarieel recht. Sarkisian gaat in 2002 aan de slag bij een notariskantoor in Noord-Holland, maar al snel komt hij erachter dat de notariële praktijk zijn hart niet sneller laat kloppen. Na twee jaar werkzaam te zijn geweest gaat Sarkisian opnieuw de collegebanken in voor een schakelprogramma Civiel recht om als advocaat aan de slag te kunnen.
Zijn advocatuurlijke loopbaan startte Sarkisian in 2004 bij Advocatenkantoor Van Driel en in 2006 zette hij die voort bij Van der Wiel advocaten. Arie van Driel is duidelijk een belangrijke persoon geweest in de start maar ook bij het vervolg van zijn carrière als advocaat. In diens praktijk raakte Sarkisian alsnog, tegen zijn eigen verwachtingen in, vol betrokken bij het vreemdelingenrecht. Hoewel het in eerste instantie zijn bedoeling was om als stagiaire-ondernemer aan de slag te gaan – hij had zelfs de goedkeuring van de Orde – kwam het aanbod om in loondienst de advocatenopleiding te volgen zeer gelegen. Hij zou zich de kneepjes van het vak in loondienst, met de bijbehorende begeleiding maar ook zekerheid, eigen kunnen maken.
Na de beroepsopleiding te hebben gevolgd onder de vleugels van Ronnie van der Wiel, startte Sarkisian in 2009 zijn eigen kantoor. Met de oprichting van een kantoor komt ook de keuze voor een naam. Een fijne herinnering aan de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht tijdens een schooluitje leidt ertoe dat de naam Servaas, de naam van een Armeense bisschop die het Christendom naar Nederland heeft gebracht, thans op de voorgevel prijkt. Wielrenner Servais Knaven was degene die het goede gevoel bij de naam bij wielerfan Sarkisian compleet maakte. Maar de Kamer van Koophandel accepteerde de naam in beginsel niet en vroeg advies aan de namenspecialist. Sarkisian was gehouden een vlammend betoog te geven over zijn keuze voor de naam Servaas, waarna hij alsnog groen licht kreeg.

Strijdlust
Deze strijdlust in Sarkisian komt ook tot uiting in zijn dagelijkse praktijk. Zijn focus ligt op het vreemdelingenrecht (uitdrukkelijk niet asiel) en juist bij die groep cliënten kan de strijd alles of niets betekenen. Sarkisian heeft zelf ervaren hoe het is om nog geen verblijfsvergunning of Nederlands paspoort te hebben en in afwachting te zijn van het bericht of je in Nederland mag blijven of niet. Dit zorgt voor een grote betrokkenheid in zaken. ‘Dit is een doelgroep die bediend moet worden. Ik doe dit vanuit een ideologisch standpunt. Ik ben begonnen om mensen te helpen.’ Hij geeft aan dat hij zich soms meer maatschappelijk werker voelt dan advocaat, maar dat deert hem niet.

Familie
De betrokkenheid stopt niet bij Sarkisian, want het hele kantoor toont zich betrokken. Zij zijn als team al vele jaren samen en sommige zijn Sarkisian al gevolgd vanaf zijn oude kantoor. De meeste werknemers stromen tijdens hun studie al in bij het kantoor en worden zo onderdeel van de ‘familie’. Zij kiezen allemaal hun eigen pad. Zo volgt de een de beroepsopleiding advocaten en de ander de opleiding tot mediator. Er is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.
Sarkisian: ‘Ik heb iedereen zien groeien. Je moet het niemand kwalijk nemen als die in een andere levensfase zit. Iedereen doet het op zijn eigen manier en tempo’. Er wordt tussen de collega’s heel open met elkaar gecommuniceerd, of het nu gaat over de visie van kantoor en hoe het er financieel voorstaat tot aan privékwesties toe. ‘De relatie moet helder en schoon zijn’. Ze vertrouwen elkaar volledig en kunnen altijd rekenen op steun aan elkaar. De omgang met elkaar is heel informeel. Ze komen ook bij elkaar thuis.

Eigen taal
Deze steun wordt ook gevoeld door de cliënten. Zij worden veelal bediend in hun eigen taal. Vanwege de gemengde achtergrond van het personeel biedt Servaas Advocaten bijstand aan in vijftien talen. Dit is redelijk uniek en wordt zeer gewaardeerd. De cliënten komen overal ter wereld vandaan. Op de vraag of Sarkisian specifiek zijn medewerkers heeft geselecteerd op verschillende nationaliteiten en talen, antwoordt hij ontkennend. ‘Dat is vanzelf zo gekomen’. De variëteit van nationaliteiten lijkt daarmee zowel zakelijk als privé een grote toegevoegde waarde te hebben.

Toekomst
De toekomst ziet er wat Sarkisian betreft rooskleurig uit. Hij licht toe dat de praktijk nog steeds groeit, het gaat goed. Bescheiden voegt hij toe: ‘Ik ben dit werk niet gaan doen om er rijk van te worden. Ik wil de mensen graag helpen, daar gaat het mij om’. In de samenstelling van kantoor zal ook ongetwijfeld weer verandering optreden, en hij zal zijn collega’s geen strobreed in de weg liggen als een van hen besluit voor zichzelf te beginnen. ‘Ik heb aangegeven dat ze zich niet beperkt moeten voelen wanneer zij na het afronden van de Beroepsopleiding Advocaten voor zichzelf zouden willen beginnen. Ik heb dit zelf immers ook gedaan.’

Of er nog ruimte is voor groei van het kantoor? Jazeker, maar alles op zijn tijd.